Voor vastgoedeigenaren zijn kunst en creativiteit tijdelijk een verdienmodel; kunstenaars blazen leven in de stad. Maar zodra er echt geld verdiend moet worden, zijn zij het die als eerste moeten plaatsmaken.
Ruim een jaar geleden zat ik bij een broedplaats in een nieuwbouwwijk in Amsterdam-Oost. Op een onbebouwd stuk grond werden tientallen betaalbare ateliers geplaatst voor kunstenaars, een paar honderd meter verder schoten nieuwe woningen als paddenstoelen uit de grond. Vaak genoeg trilde mijn laptop van mijn tafel omdat naast ons de heipalen de grond in gingen. Maar ja, het was een betaalbare werkplek, dus ik had het ervoor over.
Voor de gloednieuwe buurt is er van alles te doen: kunstenaars organiseren workshops, kleinschalige concerten en er is een bar met pizzaoven. Volgens de uitbater zorgen de kunstenaars voor de 'sociale en culturele binding van de nieuwe stadswijk.' Hoog nodig in een nieuwbouwwijk op zoek naar identiteit.
In onze volgeplande steden waar geen vierkante meter onbenut blijft, is onze drang naar vrijplaatsen en kunstruimtes groot. Met agenda's die tot op de minuut volgeboekt zijn en de efficiëntie die door onze aderen stroomt, geeft de vrijplaats ons een reden om te pauzeren en spontaniteit te omarmen. Maar juist dit verlangen naar ongedwongenheid wordt tot commercieel product gemaakt.
Want creatief betekent lucratief, dat weten vastgoedeigenaren ook. In gemarginaliseerde buurten of industriële gebieden vullen kunstenaars leegstaande gebouwen of ongebruikte grond tijdelijk in met creatieve initiatieven. De kunstenaars krijgen een betaalbare huur en brengen met hun activiteiten leven in de buurt. Kunst wordt zo een vehikel om lokale maatschappelijke uitdagingen te bestrijden of onbekende buurten een visitekaartje te geven.
Op het eerste oog een win-winsituatie. De kunstenaars zijn allang blij met een betaalbare werkplek, zelfs wanneer die maar tijdelijk is. In onze steden is de ruimte schaars, dus tijdelijkheid voorkomt onnodige leegstand. En aan deze sociale en culturele programmering heeft de stad tenminste wat, beter dan een naar binnen gekeerd bedrijf.
Toch voedt dit systeem de precariteit van de kunstenaars. Voor vastgoedeigenaren is kunst een perfecte manier van placemaking - het op de kaart zetten van gebieden in de stad. Om er zeker van te zijn dat mensen er in de toekomst willen wonen of consumeren, moet het imago van deze gebieden op de schop. Kunstenaars zorgen voor dit uitnodigende beeld: zij maken plekken hot and happening. Kunst wordt zo verheven tot een financieel instrument: het zorgt ervoor dat de vraag naar het toekomstige vastgoed stijgt. Een vorm van marketing dus.
Kunst wordt verheven tot een financieel instrument, een vorm van marketing
Om deze reden worden kunstenaars vaak verantwoordelijk gehouden voor gentrificatie. Zij stomen buurten klaar voor de middenklasse. Ik zou echter willen pleiten dat de kunstenaars net zo goed slachtoffer zijn van het marktdenken en ongewild voor het gentrificatiekarretje gespannen worden. Want zodra er echt geld verdiend moet worden, zijn zij het die als eerste moeten plaatsmaken.
Plaatsmaken voor winst
Want zolang er een financieel belang is bij deze culturele plekken, kan dat belang ook vervagen. We horen maar al te veel dat broedplaatsen, vrijplaatsen of ateliers de deuren moeten sluiten om plaats te maken voor nieuwbouw. Waar zij eerst met open armen en lage huren werden ontvangen, moet de vastgoedeigenaar nu echt geld verdienen met woningen, bedrijfsruimtes of winstgevende activiteiten.
Zo moesten kunstenaars van het IJzerblok in de Rotterdamse Coolhaven zo'n twee jaar geleden plaatsmaken voor woningbouw en in Apeldoorn maakten kunstenaars van de oude TBC-kliniek na decennia plaats voor koopwoningen en een cultuurcampus. In Gent zorgden graffitikunstenaars in de oude Betoncentrale voor een levendig postindustrieel gebied met street art, wat door de stad in het zonnetje werd gezet met het Sorry not Sorry festival. Inmiddels is de centrale gesloopt en verrijst de nieuwbouwwijk Nieuwe Dokken.
Ook veel nog bestaande broed- en vrijplaatsen zullen eraan moeten geloven vanwege tijdelijke contracten. Zo ook mijn eigen broedplaats: het contract loopt in totaal tien jaar, daarna moeten de kunstenaars vertrekken.
De kunstenaar valt ten prooi aan de waardestijgingen waar die zelf aan heeft bijgedragen
In andere gevallen wil de vastgoedeigenaar wel een permanente(re) plek bieden, maar schieten de huurprijzen omhoog tot commerciële tarieven die voor kunstenaars niet bij te benen zijn. Kunstenaars in vrijplaats Onder Stroom in Antwerpen werden geconfronteerd met deze realiteit en zijn vanwege de hoge huurprijzen door vastgoedbedrijf AG Vespa genoodzaakt te vertrekken. Op deze manier valt de kunstenaar ten prooi aan de waardestijgingen waar die zelf aan heeft bijgedragen.
Stank voor dank
Het is natuurlijk geen verrassing dat dit gebeurt. Het marktdenken en de rendementseisen in de stedenbouw zijn we voor lief gaan nemen. Maar ongeacht deze realiteit voelt het extra wrang wanneer vastgoedpartijen en gemeenten deze vrijplaatsen benutten voor de opwaardering van de buurt waar zij gaan bouwen, terwijl de kunstenaars zelf daar op niet de vruchten van plukken. Daarmee profiteert de vastgoedeigenaar van de successen, zonder de kunstenaars een permanente plek te hoeven bieden.
Er staat veel op het spel. Deze kunstenaars bouwen jarenlang aan sociale connecties in de wijk, nieuwe ecosystemen tussen ondernemers en bewoners, en voorkomen sociaal isolement en uitsluiting. Wanneer rendement zwaarder weegt dan hun inzet, voelt dit als stank voor dank.
Bovendien heeft de vastgoedeigenaar de regie en bepaalt welk soort creativiteit wenselijk is. Terwijl ik mijn intrede deed in mijn broedplaats werd zo'n vijfhonderd meter verder een 40 jaar oude broedplaats - voornamelijk door krakers gerund - gesloten. Op die grond moesten nieuwe woningen komen. Ineens nam ik als creatieveling van buiten de wijk een plek in, terwijl zij die daar al decennialang zaten moesten vertrekken. Hun kunst was niet aaibaar genoeg voor de gezinnen met middeninkomens uit de nieuwbouwwijk; die van ons als jonge hippe kunstenaars natuurlijk wel.
Natuurlijk redden deze kunstenaars zich wel. Hun ondernemend en ingenieus vermogen zorgt ervoor dat ze altijd wel een nieuwe plek vinden. Ook zijn er veel vastgoedeigenaren die wel creativiteit blijvend een plek willen bieden en de kunstenaars financieel tegemoet willen komen. Want ook op de lange termijn dragen kunst en creativiteit bij aan een levendige buurt.
Rendement moet niet ten koste gaan van deze essentiële plekken
Maar er is een fundamentele omwenteling nodig. Rendement moet niet ten koste gaan van deze essentiële plekken. Een betere erkenning van het maatschappelijke en sociale rendement gaat uit van de ervaren toegevoegde waarde voor de stad en haar bewoners, en vergroot zo de noodzaak van de culturele initiatieven. Kunstenaars en vrijplaatsen kunnen bijdragen aan preventieve zorg: ze verhelpen eenzaamheid en zijn de ogen en oren in de wijk. Iets wat niet in spreadsheets te vatten is, maar alleen te begrijpen is door de wijk goed te kennen.
En het is mogelijk: ook nu wordt ruimte gereserveerd voor essentiële voorzieningen die niet per se rendabel zijn, denk aan buurthuizen of sporthallen. Ook kunst vervult een belangrijke maatschappelijke rol die we blijvend in de buurt moeten houden. Dat erkennen, is een stap in de goede richting.
Bono Siebelink is één van de jonge talenten van Nieuw Geluid, een talentontwikkelingstraject voor nieuwe stemmen, georganiseerd door deBuren, een Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat. Dit stuk is op eigen naam en onafhankelijk van deBuren.