De voorbije weken kregen we allemaal, gratis en voor niks, een les over waarom studenten Sociale Wetenschappen het gevreesde vak Statistiek moeten volgen. En die les heette: De Foto van Vlaanderen.
Er is een vak dat studenten Sociale Wetenschappen altijd gevreesd hebben. Niet omdat de prof saai is of de leerstof droog (hoewel, misschien toch een beetje), maar omdat ze niet altijd begrijpen waarom ze het moeten volgen. En omdat het een berucht buisvak is. Ik heb het over Statistiek. Het vak waarbij studenten na de eerste les al verzuchten: maar ik wil toch gewoon journalist worden, of sociaal werker, of politiek adviseur; wat moet ik met regressieanalyses en betrouwbaarheidsintervallen?
Statistiek is geen voetnoot in mijn werk, het is de ruggengraat
Ik ben zelf professor communicatiewetenschappen. Statistiek is geen voetnoot in mijn werk, het is de ruggengraat. Toch herken ik die verzuchting. En eerlijk gezegd: we slagen er als academici niet altijd in om studenten te tonen waarvoor die skills écht dienen. We leggen uit hoe, maar nog te weinig waarom. De voorbije weken kregen we allemaal, gratis en voor niks, een les in precies dat waarom. En die les heette: De Foto van Vlaanderen.
Voor wie het gemist heeft: de VRT publiceerde een grootschalig onderzoek bij meer dan tweeduizend Vlamingen, over thema's als gender, migratie, veiligheid en identiteit. Het haalde dagenlang het nieuws, de talkshows, de sociale media, en, zelfs, de eetkamertafels. Er werden stevige conclusies aan gekoppeld: jonge mannen zijn conservatiever, Vlamingen zijn angstiger, en ga zo maar door. Iedereen had een mening. Politici sprongen op de cijfers. Filosoof Maarten Boudry beschuldigde de VRT ervan resultaten te hebben weggemoffeld. De hel brak los.
Dus de vraag die iedereen bezighield, was: wat zeggen die cijfers eigenlijk écht? En, dat is het ding met statistiek. Het gaat in eerste instantie over de berekeningen, over representativiteit, over of je steekproef groot genoeg is om conclusies te trekken over subgroepen. Maar daar stopt het niet. Het begint al vroeger, bij hóe je iets meet. Vraag je aan iemand of ze een moskee in hun buurt willen, dan meet je niet één ding. Je meet onzekerheid over buurtverandering, religieuze zichtbaarheid, lokale inspraak en tientallen andere dingen tegelijk. Vraag je of mensen schrik hebben dat Vlamingen 'vervangen' worden door migranten, dan bouw je het idee dat dit een plausibel scenario is al in in de vraag zelf. De berekening kan dus wel kloppen, en toch kan de foto wazig zijn.
De berekening kan kloppen, en toch kan de foto wazig zijn
En dat is precies wat studenten Sociale Wetenschappen leren in het vak statistiek. Of toch zouden moeten leren. Het is in eerste instantie (be)rekenen. Maar het is ook kritisch nadenken over wat je eigenlijk meet, welke aannames je inbouwt, en welke conclusies je wel en niet kunt trekken. Het is de vaardigheid om door cijfers heen te kijken en te vragen: wacht, is dit wel wat we denken dat het is?
Die vaardigheid is niet voorbehouden voor wie in de academische wereld blijft. Een journalist die een perscommuniqué met surveyresultaten krijgt, heeft ze nodig. Een politiek adviseur die beleid bouwt op cijfers, heeft ze nodig. Een sociaal werker die rapporten over kwetsbare groepen leest, heeft ze nodig. Eigenlijk heeft iedereen ze nodig, want we leven in een wereld vol data, grafieken en percentages die klinken als feiten maar het niet altijd zijn.
De Foto van Vlaanderen heeft dat op een heldere manier zichtbaar gemaakt. Niet omdat de VRT kwade bedoelingen had, maar omdat het zo snel gaat: een surveybureau stelt vragen, percentages komen uit, en voor je het weet worden ruwe cijfers omgezet in harde maatschappelijke conclusies. Zonder dat iemand stilstaat bij hoe die cijfers tot stand kwamen. Zonder dat het publiek de tools heeft om dat zelf te beoordelen.
Dat is het gat dat statistiekonderwijs moet vullen. Niet per se om van elke student een datawetenschapper te maken (dat is zeker ook niet onze betrachting). Maar om burgers te vormen die niet zomaar knikken als iemand zegt "Onderzoek toont aan dat …". Burgers die weten dat een percentage altijd het resultaat is van keuzes en interpretaties.
Een percentage is altijd het resultaat van keuzes en interpretaties
Dus aan alle studenten die volgend jaar met knikkende knieën aan hun eerste statistieklessen beginnen: ik begrijp de stress. Maar beschouw statistiek zeker niet als obstakel. Beschouw het eerder als een vak dat je leert om twee keer te kijken voor je gelooft wat je ziet. En dat lijkt me, zeker vandaag, een vaardigheid die de moeite waard is.