In 2022 werd ik in mijn nek neergestoken op straat door een Afghaanse jongeman. Ik heb lang getwijfeld of ik dit wilde opschrijven, maar wil dit nu toch delen. Want ik weiger mijn ervaring te reduceren tot een taal van angst of haat.
Op 26 februari 2022 om 16u52 in Saint-Ouen in Parijs werd ik, een Belgische jonge studente, in mijn nek neergestoken op straat door een Afghaanse jongeman. Het is een herinnering die zich niet zomaar in het verleden laat plaatsen, maar die zich vastzet in je hele bestaan: het gevoel van kwetsbaarheid, de directe confrontatie met geweld en het besef dat het leven in één moment volledig kan kantelen.
Dit essay vertrekt vanuit een persoonlijke ervaring met geweld, maar stelt een bredere vraag: hoe kunnen we geweld begrijpen? Waarom worden vrouwen vaak doelwit van geweld en hoe kijken we naar de dader? Hoe kunnen we deze thema's benaderen als een gedeeld maatschappelijk probleem, in plaats van ze te herleiden tot afzonderlijke identiteiten of simplistische verklaringen? En vooral: hoe kunnen we samen zoeken naar oplossingen vóórdat we vervallen in stereotypen, angst, haat en een wij-zij-denken dat ons verder uit elkaar drijft?
Dit essay is een pleidooi voor toenadering en voor het stellen van vragen. Een voorstel om over geweld te spreken zonder te vervallen in angst of vijanddenken en zonder mensen te reduceren tot één verhaal. In die zin is het ook een oproep: niet alleen aan mezelf, maar aan iedereen, om de reflex tot vereenvoudiging te weerstaan en ruimte te blijven maken voor nuance, complexiteit en menselijkheid.
Refuse to be reduced
Ik heb lang getwijfeld of ik dit wilde opschrijven, omdat woorden altijd op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd. Ik weet wat ik bedoel met wat ik schrijf, maar kan niet controleren hoe het gelezen wordt. Daarom vraag ik: lees wat er staat en niet wat er niet zou staan. Tegelijk was er nog iets anders dat me tegenhield: de angst om gereduceerd te worden tot dat verhaal.
Tot ik een passage uit Letter to my Daughter las van Maya Angelou (1928-2014), een invloedrijke Amerikaanse hoogleraar, schrijfster en burgerrechtenactiviste. Ze is vooral bekend van haar autobiografische werk Know Why the Caged Bird Sings, waarin ze schrijft over racisme, trauma en veerkracht. Wat me daarin vooral is bijgebleven, is haar uitspraak: "I can be changed by what happens to me. But I refuse to be reduced by it." Een eenvoudige boodschap, maar één die mijn kijk op wat gebeurd was grondig veranderde. Wat je meemaakt, verandert je onvermijdelijk. Maar het hoeft niet alles te worden wat je bent.
Wat je meemaakt, verandert je onvermijdelijk. Maar het hoeft niet alles te worden wat je bent
Ik wil dit essay ophangen aan twee uitspraken die me zijn bijgebleven tijdens de rechtszaak.
Intellectuelle?
Tijdens de zitting sprak de advocate van de tegenpartij in haar slotpleidooi de woorden, gericht aan mij: "Vous êtes une intellectuelle." Op het eerste gezicht klonk dat in die context wat vreemd, maar ik begreep meteen waar ze naartoe wilde. Ze stelde vragen over hoe het kwam dat ik de rechtszaak met ogenschijnlijke kalmte en opgeheven hoofd benaderde. Of ik geen wrok voelde tegenover de tegenpartij of de maatschappij. Of ik moeite had met mensen die 'anders' zijn dan ik.
Mijn antwoord daarop was eenvoudig en resoluut: nee.
Ik antwoordde dat ik iemand ben die van jongs af aan veel in vraag stelt en reflecteert over de maatschappij en de wereld waarin we leven. Na wat mij was overkomen, zat ik met alleen maar meer vragen. Waarom dit mij is overkomen, wie dit gedaan heeft en waarom. Vragen die zich spontaan aan mij opdrongen. Ik besefte al snel dat ik geen controle had over wat er gebeurd was, maar wel over hoe ik daarop reageerde.
Ik heb bewust geweigerd om mijn ervaring te reduceren tot een taal van angst of haat. Ik heb ervoor gekozen om niet vanuit wrok te leven, en om mensen niet te herleiden tot categorieën zoals afkomst, uiterlijk of leeftijd. Niet omdat dat de makkelijkste weg is, maar omdat het de enige is die mij op lange termijn houdbaar lijkt.
Daarnaast wil ik me verzetten tegen het idee dat dit mij specifiek zou treffen omdat ik een 'witte vrouw' ben. Tegelijkertijd wil ik daders niet simplificeren: niet alle mannen zijn gevaarlijk, niet elke persoon met een bepaalde achtergrond draagt geweld in zich. Het is de val van hokjesdenken die haat versterkt en nuance doet verdwijnen. Door in termen van 'wij en zij' te denken, verliezen we het zicht op de mens achter de gebeurtenis.
Cijfers
Nuanceren betekent echter niet ontkennen. Wat wel een feit is, is dat vrouwen disproportioneel vaak slachtoffer zijn van verschillende vormen van geweld. Mijn eerste spontane verklaring als antwoord op waarom dit mij overkomen was: ik ben een vrouw. Dat plaatste wat mij was overkomen in een patroon en nam het gevoel weg dat het iets persoonlijks of willekeurigs was waartoe ik op één of andere manier zelf aanleiding had gegeven. Maar diezelfde verklaring reduceerde mij ook. Ik werd uitsluitend vrouw, en het geweld werd herleid tot iets dat mij overkwam omdat ik vrouw was.
Eén op vijf Belgische vrouwen heeft te maken met fysiek niet-partnergeweld en seksueel geweld. Vier op de vijf Belgische vrouwen rapporteren dat ze in de loop van hun leven te maken krijgen met een vorm van hands-off seksueel geweld. 31% van de volwassen vrouwen in de Europese Unie heeft fysiek (inclusief bedreigingen) of seksueel partnergeweld ervaren en 20% niet-partnergeweld. Deze cijfers onderstrepen hoe wijdverspreid grensoverschrijdend gedrag en geweld is.
Geweld tegen vrouwen komt structureel voor en is diep verweven met bredere maatschappelijke verhoudingen
Onderzoek, onder andere door de Nederlandse professor Renée Römkens, toont aan dat geweld tegen vrouwen structureel voorkomt en diep verweven is met bredere maatschappelijke verhoudingen. Wat zich op individueel niveau afspeelt, is vaak ook een uitdrukking van historische, politieke en socioculturele ongelijkheden tussen mannen en vrouwen. Deze verschuiving in denken, van privéprobleem naar maatschappelijk vraagstuk, hebben we onder andere te danken aan de vrouwenbeweging uit de jaren 1970 en 1980 en de latere #MeToo-beweging.
De ander
Toen in de loop van het onderzoek duidelijk werd dat de dader een man met een migratieachtergrond was, volgde mogelijk een tweede, gevaarlijkere reductie. De maatschappelijke reflex lag op de loer: geweld wordt gelezen door het prisma van herkomst, cultuur, 'de ander'.
Binnen dit kader kan femonationalisme worden begrepen als een specifieke inzet van feministische taal binnen nationalistische en eurocentrische rationaliteiten. Gendergelijkheid wordt daarbij gebruikt om migranten en moslims met een niet-westerse achtergrond te positioneren in een binair wij-zij-schema. Daarbij leeft het idee dat vrouwenrechten en gendergelijkheid soms worden ingezet om politieke standpunten of beleid te rechtvaardigen dat in wezen weinig met daadwerkelijke emancipatie te maken hebben.
In plaats van de positie van vrouwen daadwerkelijk te verbeteren, worden feministische thema's ingezet om een strenger migratiebeleid of een negatieve beeldvorming over bepaalde groepen migranten te rechtvaardigen.
Wat deze spanning extra pijnlijk maakt, is dat we als samenleving tegelijk gewend zijn geraakt aan twee vormen van stigmatisering. Bijna als vanzelfsprekend wordt aangenomen dat mensen met een migratieachtergrond sneller onder verdenking vallen, dat hun aanwezigheid makkelijker gekoppeld wordt aan risico of dreiging. Maar net zo evident lijkt het om vrouwen in een positie te plaatsen waarin ze als kwetsbaarder worden gezien en benaderd.
Het is niet normaal dat een samenleving accepteert dat sommige mensen permanent verdacht worden
Het is niet normaal dat een samenleving accepteert dat sommige mensen permanent verdacht worden, noch dat zij aanvaardt dat anderen structureel met geweld worden geconfronteerd. Deze twee problemen staan elk op zich en verdienen aandacht, zonder ze voortdurend tegen elkaar op te zetten of te gebruiken om elkaar te verklaren of te rechtvaardigen. Wanneer we dat wel doen, verliezen we het zicht op de eigen ernst van elk onrecht. Het vraagt net dat we beide realiteiten afzonderlijk erkennen en gezamenlijk zoeken naar collectieve oplossingen die erop gericht zijn om iedereen te beschermen en te ondersteunen.
Samenleving en vooroordelen
Binnen een kritisch perspectief dat zowel radicalisering als gendergeweld ernstig neemt, wordt duidelijk dat dit discours niet bijdraagt aan emancipatie, maar eerder nieuwe vormen van uitsluiting produceert. In plaats van schuld en superioriteit te organiseren, veronderstelt een rechtvaardige benadering een analytisch en politiek kader waarin geweld niet wordt toegeschreven aan 'de ander', maar wordt begrepen als een relationeel en structureel fenomeen binnen bredere maatschappelijke verhoudingen.
Een rechtvaardige samenleving is niet degene die het snelst een schuldige groep aanwijst, maar degene die geweld benoemt zonder het door te geven. Feminisme dat zich tegen racisme keert, en antiracisme dat geweld tegen vrouwen ernstig neemt, zijn geen tegenpolen; ze zijn elkaars morele voorwaarde.
In het boek She Said (2019) van de journalisten van The New York Times Jodi Kantor en Megan Twohey wordt verwezen naar het academisch werk van actrice Ashley Judd rond gendergerelateerd geweld. Daarin heeft ze het over vooroordelen. Ze stelt dat die "zitten ingebouwd in de structuren van onze officiële instituties, onze economie en ons dagelijks leven. Maar er wacht ons iets aan de overkant, iemand moet de moed en het vertrouwen opbrengen om de eerste stap te zetten en het isolement te doorbreken." Hoe reageren we op geweld zonder mensen te reduceren tot categorieën? Hoe vermijden we dat geweld wordt verklaard via één enkel narratief dat nieuwe vormen van polarisatie creëert?
Wat mij is overkomen, had mij kunnen verharden. Het heeft dat niet gedaan
Wat mij is overkomen, had mij kunnen verharden. Het heeft dat niet gedaan. Geweld tegen vrouwen vraagt om oplossingen. Racisme en gebrekkige integratie vragen om oplossingen. Maar zolang we deze problemen beantwoorden met vereenvoudiging en wantrouwen, maken we ze onoplosbaar. Mijn ervaring met geweld heeft me niet naar haat geleid, maar naar vragen. En precies daarom geloof ik dat oplossingen voor geweld tegen vrouwen, integratie en racisme alleen mogelijk zijn als we weigeren te vervallen in angst, simplificatie en wij-zij-denken. Geweld tegen vrouwen is reëel, structureel en wijdverspreid. Dat vraagt om duidelijke antwoorden, bescherming en verandering. Daar mag geen twijfel over bestaan. Maar tegelijk heb ik geweigerd om die realiteit te begrijpen op een manier die nieuwe vormen van vijanddenken creëert. Toen duidelijk werd dat de dader een migratieachtergrond had, voelde ik hoe gemakkelijk het geweest zou zijn om mijn ervaring te kaderen in een verhaal van 'de ander'. Een verhaal waarin geweld een eigenschap wordt van een groep, in plaats van een probleem dat we als samenleving moeten begrijpen en aanpakken.
Eenzaamheid
De tweede uitspraak die ik wil aanhalen, draait om een gevoel van eenzaamheid. Tijdens de procesdagen liet mijn advocaat weten dat het Hof het woord "eenzaam" gebruikte om mijn indruk te beschrijven. Die uitspraak raakte me, omdat ik ervan schrok hoe herkenbaar ze was, ook al was het de eerste keer dat iemand zo duidelijk verwoordde wat ik op dat moment zelf eigenlijk ook voelde.
Van familie en vrienden kreeg ik vaak te horen hoe bewonderenswaardig het is dat ik zo sterk ben. Dat was altijd goed bedoeld en ik begrijp ook waar het vandaan komt. Ze verwezen daarbij naar hoe snel ik mijn studies en werk weer had opgepakt en hoe ik naar buiten toe niet ongelukkig leek.
Dat maakte me soms eenzaam, omdat dat 'normaal verdergaan' deels automatische piloot was, maar tegelijk ook een vorm van verdringing. Tegelijk denk ik dat iemand die niet meteen terugkeert naar het dagelijkse ritme, even sterk is. Sterk zijn impliceert immers ook de kracht hebben om het zwakke deel te aanvaarden en het een plaats te geven. Het voelde daarom vaak vreemd om dat label te krijgen, omdat het geen bewuste keuze was. Wat wél een bewuste keuze was, is de manier waarop ik mezelf wil ontplooien, waarop ik naar de wereld kijk en waarop ik naar mezelf kijk. Het beeld van de 'sterke vrouw' omarm ik daarom graag, maar niet omdat ik me snel op mijn studies heb gestort. Wel om hoe ik kijk naar mensen, naar mezelf en naar pijn, en hoe ik daarmee probeer om te gaan.
Het beeld van de 'sterke vrouw' omarm ik graag, maar niet omdat ik me snel op mijn studies heb gestort
Wat mij is overkomen, heeft mijn blik veranderd. Maar het heeft me ook iets anders laten zien: dat ik me er nu minder alleen door voel dan eerst. Niet omdat het minder ingrijpend is, maar omdat het delen ervan mijn denkkaders en wereldbeeld heeft verrijkt. Daardoor kon er juist iets ontstaan dat verder gaat dan dat eerste gevoel van eenzaamheid.
En omdat ik hoop dat die verruiming van perspectief ook iets kan betekenen voor anderen die zich in soortgelijke spanning tussen het persoonlijke en het algemene bevinden.
Zoals de Nigeriaanse auteur Chimamanda Ngozi Adichie in haar TED Talk The Danger of a Single Story (2009) uitlegt, waarop de titel van dit essay is gebaseerd, ontstaat een vertekend en onvolledig beeld van mensen wanneer één enkel verhaal over hen dominant wordt. Zo'n 'single story' reduceert complexiteit tot eenvoud. Het maakt van mensen geen volledige individuen meer, maar een karikatuur of type. Die waarschuwing is voor mij hier bijzonder relevant: ook dit verhaal kan te snel één verhaal worden, van slachtoffer, van geweld, van een gebeurtenis, terwijl het tegelijk zoveel meer bevat.
"Vous êtes une intellectuelle," zei men dus tegen mij. Niet omdat ik alle antwoorden heb, maar omdat ik de moed heb om vragen te blijven stellen en niet in hokjes te denken. Wat deze ervaring me leerde, is dat intellectueel zijn betekent dat je de complexiteit van het leven onder ogen durft te zien, nuance verkiest boven gemak en menselijkheid boven stereotypen. Het vraagt ook dat je verantwoordelijkheid neemt voor je eigen interpretatie van trauma, haat weigert en kiest voor moed en mildheid, zelfs wanneer dat moeilijk is. Daarom: reduceer niet, noch jezelf, noch anderen.
