Van e-bikes tot cultuurcentra: de esthetiek van de algoritmes sluipt overal binnen. Alles wordt beige.
Ik merk het de laatste maanden meer en meer op: de esthetische vorm van mijn omgeving heeft zich in de recentste tijd fel aangepast. Overal lijk ik verandering te zien: in de kaders van e-bikes stel ik matte lagen verf in pastelgroen of -rood vast en ook in veel nieuwe horecazaken zie ik minimalistische en monochrome interieurs. Al even wacht ik op een medestander die mij aangeeft dat die hetzelfde gevoel heeft en mij verlost uit de idee dat ik een delusional complotdenker ben. Dat gebeurde uiteindelijk in mei, toen Emily Segal haar viraal gegane Substack-essay over 'tasteslop' publiceerde.
Van het suffix '-slop' heb je wellicht al gehoord: het wordt vaak in combinatie met het voorvoegsel 'AI-' gebruikt om op een afkeurende wijze massaal geproduceerde AI-content aan te duiden. Denk daarbij aan de zogenaamde Italian brain rot memes, waarbij figuren als Ballerina Cappuccina - een ballerina met een kop koffie als hoofd - de hoofdrol spelen. Tasteslop heeft een analoge betekenis. Segal geeft zelf geen letterlijke definitie, maar The New York Times beschrijft tasteslop als 'the sort of slick, recycled modern visuals that we think are cool but feel strangely empty of human idiosyncrasies. It is beautiful blandness, an empty aestheticism, much of it generated by AI platforms such as Gemini, Claude and ChatGPT and replicated by the algorithm.'
Tasteslop is een esthetiek die zo glad is dat er van menselijke makelij geen sprake lijkt
Tasteslop is met andere woorden een esthetiek die zo glad is dat er van menselijke makelij geen sprake lijkt. Een uitstekend voorbeeld van tasteslop vindt Segal de ChatGPT gegenereerde brand moodboards, waarbij op basis van wat door een algoritme als marker van smaak wordt erkend - vaak een consumptieproduct - allerlei elementen worden gecombineerd. In het voorbeeld van Segal zijn die producten onder andere een soort lookbook van de Duitse architect Dieter Rams en een dun gouden schakelkettinkje (AFBEELDING). Die spullen ziet ze als 'tasteful things deployed in service of slop': producten die klasse uitstralen en uit hun oorspronkelijke sociale context worden gerukt om generisch te worden ingezet in opdracht van de hoogste bieder.
(lees verder onder de afbeelding)

Segal geeft zo een naam aan een fenomeen waar we steeds meer mee in contact komen. De idee dat smaak kan worden gekocht, is zo oud als de straat - dat die ook gegenereerd kan worden is iets heel nieuws. Dat stelt de schrijfster van het essay. Naar mijn mening gaat de esthetische evolutie echter nog een pak verder dan strikt door bots gegenereerde content. De vorm die bepaalde bedrijven aan hun brand image geven kan soms ook exemplarisch zijn voor een soort tasteslop in de bredere zin van het woord, waarbij teksten en beelden niet noodzakelijk door AI worden gegenereerd, maar wel zo aanvoelen.
Kenmerkend voor tasteslop aesthetic is het Wintercircus in Gent
Kenmerkend voor deze tasteslop aesthetic is het Wintercircus. Dat is - voor de gelukkigen die er nog niet mee in contact zijn gekomen - een 'hub' in centrum Gent, waar tal van tech-startups hun vestiging hebben. Tegelijkertijd doet het gebouw dienst als een soort cultuurcentrum, waar van tijd tot tijd evenementen worden gehost. Wie een kijkje neemt op de website van 'bruisende ontmoetingsplek' stelt al snel vast dat hier een gelijkaardig kleurenpalet als bij Segals moodboards benut wordt. Een zo neutraal mogelijk beige, gepaard gaande met enkele 'gedempte' varianten van wat een kleur zou moeten voorstellen, kenmerkt de digitale vormgeving. De ware kers op de taart is echter het Wintercircusmanifest - wees gerust: ik moest bij die gedachte ook een beetje kokhalzen. De eisen zijn onderverdeeld in een kort, genummerd lijstje en worden telkens van een emoji (!) vergezeld. Naast het feit dat de naamgeving een flagrante appropriatie van het literaire manifestgenre is, valt vooral op hoe de tekst vormelijk heel hard lijkt op wat door een AI-model wordt geproduceerd.
Hoewel ik er bijna zeker van ben dat het Wintercircusmanifest niet door ChatGPT (en wel door een bottom-level VOKA-medewerker) is geschreven, zou ik durven stellen dat de tasteslop aesthetic ook hier niet ver weg is. Als ik naar de esthetiek van het Wintercircus kijk, is het de vorm die algoritmische wannabeklasse uitstraalt. De tekst van het manifest is, met zijn rationele nummering en hip Engels businessjargon zo smooth dat het uncanny wordt. Voor het webdesign lijkt een machine op basis van eerder vastgestelde verbanden te hebben gezegd: kleur X en product Y zijn smaakvol. De minimalistische eenvoud staat al lang niet meer voor de visie die zich ooit achter de stijl verschool: de Wintercircustasteslop parasiteert op de vorm die op een bepaalde doelgroep inspeelt en laat inhoud tegelijk achterwege. Bovendien is het de ideale visuele vertaling van het neoliberalisme: elk tierlantijntje dat niet in functie van een direct aanwijsbaar doel staat, moet weg. Het is alsof er een consultant gepasseerd is die gezegd heeft dat nog op versiering kan worden bespaard.
Het is alsof er een consultant gepasseerd is die gezegd heeft dat nog op versiering kan worden bespaard
Het is unheimlich, de verspreiding van tasteslop. Overal zie ik plekken en producten die in het plaatje passen. Als ik een matte e-bike van het merk Cowboy of de inrichting van Average Robs La Patate moet aanschouwen, begint mijn cortisolniveau te stijgen. Als ik zie dat jonge ouders voor hun kinderen speelgoed en loopfietsjes in tasteslopstijl aankopen, krijg ik medelijden met die kleine mensjes, die een jeugd in millennial beige - dat is wel degelijk de naam van een kleur - tegemoet gaan. Het is normaal om van de mooie dingen rondom je te verwachten dat die daar niet enkel voor hun transactionele waarde zijn. Dat zit in de kern van ons mens-zijn: soms is esthetiek een doel op zich.