Abonneer Log in

Scandinavische recepten voor jongsocialisten

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 9 (november), pagina 62 tot 67

De politieke situatie in de Scandinavische staten laat zich niet op enkele pagina’s samenvatten. De sociaaldemocratie is er overal diep geworteld, maar Zweden heeft bijvoorbeeld een andere achtergrond als pakweg Finland. In dit stuk beperk ik me tot de bespreking van twee landen - Zweden en Noorwegen - omdat ik deze landen beter ken en er recent werd uitgenodigd namens Animo, de jongerenbeweging bij sp.a. Verder in dit stuk haal ik ook de congressen en zomeruniversiteiten aan die de Scandinavische zusterorganisaties van Animo succesvol organiseren en waarvan ik denk dat we veel kunnen leren. Wat zijn de Scandinavische recepten voor jongsocialisten in België?

SCANDINAVIË KLEURT STILAAN WEER ROOD

De sociaaldemocraten hebben decennialang deze noordelijke staten in Europa bestuurd. Ze zijn de ‘grondleggers van de natie’ en worden als de architecten van de brede welvaartsstaat beschouwd. Nagenoeg een hele eeuw waren ze dé dominante politieke factor en konden ze, dankzij opeenvolgende verkiezingssuccessen, hun sociaaldemocratisch programma uitvoeren en de verzorgingsstaat uitbouwen. Maar dat veranderde… Centrumrechts, conservatieven en liberalen, veroverden de laatste jaren deze noordelijke landen. Vaak gedreven door populisme, hebben conservatief-liberale regeringen de belastingen flink verlaagd, maar niet zonder de publieke dienstverlening af te bouwen. De felbevochten ongelijkheid nam weer toe. Toch is een tegenbeweging merkbaar en zien we Scandinavië stilaan weer roder kleuren.

Het Noorse politieke landschap vertoont overeenkomsten met zowel de Zweedse als de Deense politieke constellatie. Net zoals in Zweden kan het politieke landschap opgesplitst worden in twee ideologische blokken die duidelijk gescheiden blijven als het op coalitievorming aankomt. Net zoals in Denemarken zijn er veel verschillende partijen, die meestal ontstaan zijn als afsplitsingen en afscheuringen. Beiden hebben ook minderheidsregeringen gekend, of kennen er nu nog (Zweden).

Denemarken en Noorwegen zorgden eerder dit jaar bij recente verkiezingen voor een kentering naar links. Maar wat betekenen deze verkiezingsoverwinningen echt?
Het Socialdemokraterne in Denemarken won de verkiezingen van september 2011. Maar als we de verkiezingsuitslagen van dichterbij bekijken valt het op dat de partij nog steeds de tweede grootste blijft en enkel het premierschap kan opeisen doordat haar ideologisch blok net iets sterker staat dan dat van de uittredende (zeer) rechtse meerderheid. Er is beterschap, maar de partij heeft nog een weg af te leggen om het opkomende succes vast te houden, onder meer voor de belangrijke lokale verkiezingen in 2013.
Toch is het belangrijk stil te staan bij de overwinning van het linkse blok in september dit jaar. Want na exact tien jaar kent Denemarken eindelijk weer een centrumlinkse eerste minister. Helle Thorning-Schmidt wordt de eerste vrouwelijke premier van het land maar lijkt op enkele domeinen geen radicale breuk te willen vormen met het vorige beleid. De Deense sociaaldemocraten zijn gevoeliger geworden voor de migratie- en veiligheidsthema’s.
IJsland heeft na een zeer lange periode van centrumrechts beleid eindelijk weer een centrumlinkse eerste minister die orde op zaken stelt na de kredietcrisis. De sociaaldemocraten zitten daar in een minderheidsconstellatie. In Finland hebben de recente verkiezingen van april 2011 gezorgd voor een moeizame regeringsvorming. De ‘Ware Finnen’ zorgden voor een grote verrassing door een sterke score uit het niets neer te zetten. De centrumrechtse Nationale Coalitiepartij werd voor het eerst de grootste partij van het land hoewel de sociaaldemocraten haast even groot zijn en terug in de regering kwamen als tweede sterkste coalitiepartner.

ZWEDEN OP DE TERUGKEER NAAR CENTRUMLINKS?

Alleen in Zweden zitten de sociaaldemocraten nog in het slop. Daar verwierf de conservatieve en liberale oppositie de laatste jaren meer electorale slagkracht en slaagde er zelfs in om de rol van verantwoordelijke bestuurders van ‘de Scandinavische welvaartsstaat’ over te nemen. De partij van de conservatief-liberale premier Fredrik Reinfeldt noemde zich in de laatste campagne dan ook niet voor niets ‘de échte sociaaldemocraten’. Subtiel hervormde hij de staat door te snijden in de sociale zekerheid, de werkloosheidsuitkeringen, enzovoort, maar wel zonder al te grote veranderingen door te drukken. Tegelijk verlaagde hij de belastingen en schoot hij op de sociale misbruiken. Hij begreep goed dat de Zweden gehecht waren aan ‘hun’ welvaartssysteem. Premier Reinfeldt hervormde het van binnen uit, stap voor stap, in een meer liberale richting waar de bevolking meer eigen (hoge) bijdragen moet ophoesten voor dezelfde zorg en dienstverlening.

Op 17 september 2006 won Reinfeldts ‘Alliantie voor Zweden’ de verkiezingen. De sociaaldemocraten van oud-premier Göran Persson hebben sinds 1932 op twee na alle verkiezingen gewonnen. De klap was groot voor deze partij en na twaalf jaar onafgebroken aan de macht werd ze verwezen naar de oppositie.
Tijdens de laatste parlementsverkiezingen van september 2010 kregen de sociaaldemocraten onder toenmalig partijleidster Mona Sahlin een pandoering van jewelste. Het werd de slechtste uitslag sinds 1914. ‘Amper’ 30,9 procent van de stemmen kon de partij verzamelen, nog slechter dan de vorige ‘historische’ nederlaag van 2006. Het lijkt moeilijk te geloven, maar in Scandinavische termen is zulk resultaat barslecht. Hoewel er een rijk palet aan partijen bestaat, bleven de twee grote, traditionele partijen altijd veel stemmen halen.
De partij van huidig ’statsminister’ Fredrik Reinfeldt, Moderata, won tijdens die verkiezingen nog meer zetels, maar al haar drie bondgenoten van de ‘Alliantie voor Zweden’ verloren er waardoor de centrumrechtse coalitie niet meer aan een meerderheid in de Riksdag geraakte. Daardoor werd het Zweedse parlement een ‘hung parliament’, waar rechts noch links een meerderheid haalt. De sterke opkomst van de populistische anti-immigrantenpartij ‘Zweden Democraten’ zorgde mede voor de hachelijke situatie waar deze minderheidsregering nu al een jaar in zit. Reinfeldts ‘burgerlijke’ coalitie van vier centrumrechtse partijen (Moderaterna, Centerpartiet, Folkspartiet en Kristdemokraterna) net als het roodgroene blok (Socialdemokraterna, Miljöpartiet en Vänsterpartiet) beloofden nooit te zullen samenwerken met de extreemrechtse fractie. Daardoor kon de conservatief-liberale regering doorwerken maar wel als minderheidsregering (niet uniek in Scandinavië) waardoor het afhankelijk werd van de oppositie. Even dacht Reinfeldt steun te vinden bij de groenen (Miljöpartiet) maar die vonden een samenwerking niet gepast gezien de regering onder andere tien extra kerncentrales wil bouwen.

In de praktijk zien we dat Sverigedemokraterna wel degelijk punten kan binnenhalen, al wil niemand dat graag luidop zeggen. Dat werkt in beide richtingen van het politieke spectrum. Onlangs waren ze bijvoorbeeld nog de objectieve bondgenoot van de roodgroene oppositie toen ze mee tegen het plan van de meerderheid stemden om de Zweedse overheidsbedrijven te verkopen.
Recent koos Socialdemokratiska een nieuwe partijleider. Håkan Juholt is op het eerste gezicht een oude, grijze man die lijkt te dateren uit de vorige politieke generatie. Zijn dikke gezellige snor maken dat beeld compleet. Maar wie het clichébeeld even laat vallen en luistert, hoort een leider van een nieuwe generatie. Begeesterend en verenigend. Juholt was zelf nationaal bestuurslid van de jongerenbeweging SSU en heeft veel ervaring opgebouwd in de beweging. Hij was afgelopen zomer op het internationaal zomerkamp van IUSY in Oostenrijk met vlag en wimpel de beste spreker. Ik had de kans hem in augustus te ontmoeten, samen met een delegatie buitenlandse gasten op het congres van de jongerenbeweging SSU, en was diep onder de indruk van zijn wervend vermogen.
Maar recentelijk, eind oktober, kwam er een diepe vertrouwensbreuk tussen Håkan Juholt en zijn partij Socialdemokratiska. Een plots uitgebracht fraudeschandaal bracht Juholt in een moeilijke positie. Zijn leiderschap van de partij en van het land werden openlijk in vraag gesteld nadat bleek dat hij onterechte huisvestingskosten declareerde voor zijn appartement in Stockholm (Juholt woont samen met zijn vriendin en zou om die reden dan ook maar de helft van de huurkosten mogen terugvorderen). Hij erkende de fout maar claimde niet op de hoogte te zijn van de ingewikkelde regels (politici van zowat alle andere Zweedse politieke partijen bleken dezelfde fouten te hebben begaan).
De peilingen gaven vlak na het uitbreken van het schandaal een vrije val aan in de steun van goed 8 procent (van 35 tot 26,9 procent) voor zowel de partij als voor de partijleider.
‘De vrije val in de populariteitspolls lijkt nu gestopt te zijn, en zelfs omgekeerd in winst. Maar er is nog steeds een lange weg af te gaan om tot de steun te komen van voor het schandaal’, aldus Sören Holmberg, professor in politieke wetenschap, tegen Svenska Dagbladet (SvD). Vlak voor het schandaal kon de partij echter goede polls voorleggen en groeide de aanhang ook merkbaar. Juholt tourde de afgelopen weken door Zweden om zijn fout toe te geven en campagne te voeren. Met succes, zo bleek in de laatste polls begin november. De partij van premier Reinfeldt verloor zelfs weer wat aanhang, maar zijn coalitie staat nog steeds sterker met een voorsprong van 6,1 procent (49,3 procent tegen 43,2 procent van de roodgroene oppositie).
De toekomst ziet er beter uit voor de sociaaldemocraten, al heeft men nog veel werk om Zweden te overtuigen dat zij het land beter kunnen besturen dan de populaire Reinfeldt. Ik ben hoopvol dat ook Zweden, de ‘noordelijke achterblijver’, een beweging naar links zal maken. In september 2014 zullen we weten of voor het eerst in de geschiedenis een ‘burgerlijke coalitie’ (een niet centrumlinkse coalitie) nu ook voor de derde opeenvolgende keer aan de macht kan blijven. Zweden is toch altijd wel een beetje het Scandinavische gidsland geweest, ook voor haar buren.

NOORWEGEN, MOEDIGE NATIE DIE NOOIT MEER DEZELFDE ZAL ZIJN

De Arbeiderpartiet (Ap) van Jens Stoltenberg was niet bijster populair, tot vlak voor de terroristische aanslagen van Oslo en Utøya, op 22 juli laatstleden. Op nationaal niveau scoren de sociaaldemocraten altijd zeer sterk. Tijdens lokale verkiezingen staan ze traditioneel een stuk zwakker, ook en vooral in de steden. Een beetje een omgekeerde wereld vergeleken met ons land. Wat is de verklaring daarvoor? Een groot deel van de Noren maken de keuze voor de sociaaldemocratische Ap tijdens nationale verkiezingen omdat die partij een grote ervaring en bewezen degelijkheid heeft wanneer het gaat over het besturen van het land. De slagzin lijkt haast te luiden: ‘De sociale zekerheid en de sociaaleconomische politiek horen het best in de handen van de Arbeiderspartiet’. De partij van Stoltenberg heeft een groot vertrouwen om deze nationale beleidsdomeinen te beheren en te besturen. Wanneer het over lokale politiek gaat, scoren de ‘burgerlijke’ partijen een stuk beter (de conservatieve partij Høyre op kop met nog enkele kleinere centrumrechtse partijen).

Wat sterk opviel bij de Noorse lokale verkiezingen van september 2011 was natuurlijk de spectaculaire neergang van de anti-immigrantiepartij ‘Fremskrittspartiet’ (Vooruitgangspartij), sterk gelinkt aan Anders Breivik, omwille van het onvermogen om duidelijker afstand te nemen van de terreurdaad. Daarnaast was het succes van de Arbeiderpartiet (Ap) ook opvallend. De Ap had met 31,7 procent (+2 procent) van de stemmen haar beste resultaat sinds meer dan twintig jaar behaald op lokaal niveau. Ook de opkomst lag zeer hoog. De verschrikkelijke gebeurtenissen in Oslo en Utøya zijn daar helaas niet vreemd aan. Maar wat nog meer opviel was de onverwacht sterke stijging voor de conservatieve partij Høyre. Die stijging was vaak groter bij deze nationale oppositiepartij dan bij de Ap. Vooral in de grote steden blijft ze oppermachtig en kunnen de sociaaldemocraten, op de landelijke gebieden na, enkel nog in de industrie- en oliesteden (Trondheim bijvoorbeeld) besturen. De Conservatieve Partij behaalde 28 procent (+8,7 procent) en passeerde daarmee weer de rechtse Vooruitgangspartij, die de conservatieven twee jaar geleden was voorbijgestreefd.

De Arbeiderpartiet doet het nationaal altijd goed, ze heeft een erg populaire kopman als premier en lijkt voor de volgende verkiezingen ook goed te zullen scoren (al is 2013 nog ver weg). Noorwegen heeft dankzij haar intelligent uitgebouwde oliereservefonds (sparen voor de pensioenen van morgen), dat ze ook als een ethisch participatiefonds gebruiken, een grote economische slagkracht. Dit land van 4,5 miljoen mensen vertegenwoordigt 1 procent van de totale wereldeconomie. Dat is gigantisch veel. De mogelijkheden van de Noren zijn groot. De regering zet nu al sterk in op de vergroening van de economie en - belangrijk - de energiesector. De spanning tussen industrie (olie) en ecologie (natuurgebieden, fauna en flora) neemt echter toe. De jongerenbeweging (AUF) staat er voor gekend harde standpunten in te nemen, vaak tegen de partijlijn (Ap) in.

INTERNATIONALE UITWISSELING MET WARME, NOORDELIJKE VRIENDEN

Tijdens mijn bezoek vorig jaar aan de ‘Landsmøte’ van de Noorse jongerenbeweging AUF (een groot jaarlijks inhoudelijk congres) viel me op dat hun eigen rode premier er stevig van langs kreeg van de jonge congresgangers. Dat was echt opvallend. Een grote openheid en kritische ingesteldheid kenmerken de Noorse jongsocialisten. Niet bedeesd om ‘Jens’ te vertellen wat hij fout doet. AUF is zonder twijfel de machtigste en grootste jongerenorganisatie van het land.

In verkiezingscampagnes over heel Scandinavië merk je hoe sterk de onderlinge banden zijn van de sociaaldemocratische partijen. Dat uit zich ook in massale steun van de politieke jongerenbewegingen uit de buurlanden tijdens de verkiezingscampagne. Zo was er een grote delegatie Zweedse jongsocialisten (SSU) om mee campagne te voeren op straat met de Deense jongsocialisten afgelopen september. Hetzelfde gebeurde diezelfde maand in Noorwegen. Volle bussen geëngageerde jongeren uit verschillende (Scandinavische) buurlanden.

De Scandinavische jongerenbewegingen organiseren elk jaar hun politieke zomeruniversiteit. Het is een groot evenement waar jongeren uit het hele land samenkomen, om te praten over hun idealen, over hun toekomstvisie, over het socialisme. Ik vind dat deze, druk bijgewoonde, zomeruniversiteiten een inspiratie vormen voor ons. Hoe wij er kunnen in slagen om een bredere groep van sociaal geëngageerde jongeren te bereiken.

Naast deze populaire zomeruniversiteiten bestaan er ook de nationale congressen, vaak dagenlange discussiemomenten en amendementenslagen waar de invloeden van de verschillende regio’s en ideologische vleugels sterk spelen. Om deel te kunnen nemen aan het ‘landscongres’ moet je als lid binnen je regionaal bestuur verkozen worden als afgevaardigde - hun organisatie is immers een veelvoud groter dan die wij kennen. Zowel de Zweden (SSU) als de Noren (AUF) hebben een uitgebreid netwerk van jongerenwerkers (‘Ombudsmannen’), verspreid over het hele land. Zij houden contact met de aangesloten jongeren in de verschillende, vaak afgelegen regio’s. Enkele regio’s hebben zelfs een eigen internationaal secretaris en een echte internationale werking. Zo heeft ‘Stockholm Iän’ een project in Congo lopen. Ook slagen zowel SSU als AUF erin om echt jonge leden aan te trekken, vaak nog maar 14 of 15 jaar. Aangepaste acties, vaak gericht op schoolgaande jeugd, werpen daar vruchten af. De toegang tot het onderwijs voor de politieke jongerenorganisaties is daar niet vreemd aan.

ANIMO JONG LINKS

Animo jong links hecht veel belang aan haar internationale contacten en de warme vriendschappen die doorheen de jaren zijn gegroeid. Die met onze Scandinavische zusterorganisaties is nog vrij recent maar bloeit sterk. Zo kreeg ik zelf de kans om namens Animo onze Zweedse en Noorse zusterorganisaties te bezoeken, deel uit te maken van hun congressen en zo inspiratie op te doen om de eigen congreswerking te verbeteren. Ik maakte er echte vrienden, die ik later op vakantie ginds ook graag bezoek. Op ons laatste nationaal kiescongres mochten we enkele internationale gasten verwelkomen, waaronder een Zweedse collega van SSU. Die internationale uitwisseling is belangrijk voor ons. In een tijd waar de Zweedse regering besloot de Ambassade in België te sluiten, zijn onze banden hechter dan ooit.
Ook met onze Noorse kameraden delen we warme banden. Hun getroebleerde verhouding met Europa leverde interessante discussies op, hun gendergelijkheid en vergrijzingsvisie zijn ronduit fascinerend. We kunnen veel leren van deze nuchtere, pragmatische noorderlingen.

Animo jong links is prominent aanwezig binnen de koepel van de Jonge Europese Socialisten (ECOSY) en de mondiale koepel IUSY. Door onder meer de erg populaire zomerfestivals en -kampen van deze organisaties groeit ons besef dat internationale samenwerking de moeite waard, zelfs noodzakelijk is, willen we op globale schaal blijven wegen. Dat doen we ook via inleefreizen en bilaterale uitwisselingen. De Animo-leden krijgen de kans om met gelijkgezinden te discussiëren, contacten te leggen en plezier te maken. Afgelopen zomer was een bijzonder kamp, amper enkele dagen na de verschrikkelijke gebeurtenissen bij onze Noorse vrienden van AUF. Het was een zomerkamp waar zij centraal stonden, onze herinnering aan hen is vandaag nog steeds erg levendig en is een aanmoediging om onze boodschap van rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid nog luider dan voorheen te verspreiden.

Kasper Vanpoucke
Nationaal bestuurslid Animo - Jong Links

sociaaldemocratie - Scandinavisch model - Animo

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 9 (november), pagina 62 tot 67