Log in

Reportage uit de buik van de sp.a-campagne

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 6 (juni), pagina 40 tot 44

MIDDEN APRIL: DE CIJFEROORLOG

Meer dan een week voor het Federaal Planbureau zijn doorrekening van de verkiezingsprogramma's aan de pers had voorgesteld, nodigde sp.a mij al uit voor een uiteenzetting over haar eigen interpretatie van de gecontroleerde cijfers. Die vertrouwelijke en individuele toelichting op zich was al opmerkelijk en illustreerde hoe belangrijk de partij het vond om haar eigen lezing van deze herberekeningen te doen weerklinken in de media. Sp.a probeerde op deze manier mogelijke criticasters en het Planbureau zélf de loef af te steken.
Ik zat midden april op het hoofdkwartier aan de Brusselse Grasmarkt anderhalf uur samen met sp.a-woordvoerder Lot Wildemeersch en twee medewerkers – de backoffice van de partij. Zulke off-the-recordgesprekken vergen natuurlijk de nodige journalistieke reserves want je weet dat de partij je haar eigen visie op de werkelijkheid diets wil maken. Overigens: voor en na mij kwamen ook Wetstraatcollega's langs, van andere nieuwsmedia. Andere partijen, behalve N-VA, organiseerden dergelijke toelichting niet.
Het hele opzet van het Planbureau werd meteen wat weggerelativeerd. Er was lof voor de samenwerking en die had genoopt tot correcties en budgettaire hygiëne. Maar het Planbureau beperkte zich tot maximaal vijf zelfgekozen prioriteiten en de economische return van veel cruciale maatregelen in elk verkiezingsprogramma viel niet te verifiëren. Dat maakte een vergelijking tussen de partijen onmogelijk en dat kwam sp.a eigenlijk goed uit. 'Zowel John als andere voorzitters gaan in debatten niet met dit rapport staan zwaaien', klonk het.
Sp.a wilde de pers als het ware preventiefvan antwoord dienen, omdat ze als de dood leek voor een Groen-scenario: die partij liep sinds de eerdere voorstelling van haar berekend klimaatplan al wekenlang averij op. Dat plan riep meer vragen op dan dat het afdoende antwoorden gaf en het leidde tot de voor Groen onzalige en aanhoudende vragensalvo's over rekeningrijden en bedrijfswagens. Meyrem Almaci en Kristof Calvo hadden moedig maar te snel geschakeld, zaten plots met een remmende voorsprong en sp.a profiteerde daarvan: het kon leren van de misstappen en de littekens van Groen.
Ook de handicaps van het Planbureau zelf wilde sp.a ombuigen naar een communicatief voordeel. De partij wees me meteen op de beperkingen van de federale rekenmodellen: zo kon de budgettair doorslaggevende en nieuwe meerwaardebelasting niet nagerekend worden, omdat de psychologie van de belegger in theorie onvoorspelbaar is. Het hield de partij niet tegen zich dan maar zonder scrupules te houden aan haar eigen macro-economische inschatting.
Opmerkelijk was dat iemand van de studiedienst in de marge meteen toegaf dat het koopkrachteffect van de verlaging van de btw op elektriciteit uiteindelijk zou geneutraliseerd worden door de uitgestelde indexering van de lonen, en dus zonder substantiële betekenis was. Men ging daar op de Grasmarkt zeer licht over. Ik veronderstelde dat ze redeneerden dat die kwestie jaren geleden al was kapot gedebatteerd maar dat het btw-verhaal gewoon goed bleef klinken.

EIND APRIL: DE 1.500 EURO-MANTRA

Het gevaar Planbureau was geweken en dat zette de deur helemaal open voor de campagne die zich tijdens de laatste verkiezingsmaand verwoed zou toespitsen op die mantra van de 1.500 euro minimumpensioen.
Eind april organiseerde de partij een meeting met de lijsttrekkers in Gent. John Crombez speechte voor het eerst gedecideerd dat het minimumpensioen van 1.500 euro na 42 jaar werken 'betaalbaar én uitvoerbaar' was. In een interview met mij achteraf stuurde de voorzitter elk antwoord over andere kwesties richting dat haalbare minimumloon en -pensioen. Ook vragen over coalitievorming werden naarstig herleid tot de vraag in hoeverre andere partijen de pensioenen wilden verhogen.
John Crombez hield zich aan zijn 1.500 euro-verhaal. De partij werd daar op haar beurt ook bij geflankeerd door de pers zelf: het viel me op hoe weinig van haar persberichten over andere kwesties door kranten en televisie werden opgepikt, zoals inzake zorg- en verpleegkunde, wachtlijsten en armoede. Pensioenen en facturen waren zo te zien meer mediageniek dan vaak stil, anoniem psychisch en fysiek lijden.
Uit gesprekken toen, weg van de camera, bleek dat de partij had besloten dat koopkracht in deze grillige kiescampagne het enige echte constante thema bleek. En dat dus haar boodschap over zekerheid inzake het loon en de oude dag op vruchtbare bodem zou vallen. Daar viel natuurlijk veel voor te zeggen: zowel het gepasseerde klimaat-, migratie- als het mobiliteitsdebat strandden uiteindelijk op een gelddiscussie.
Maar de zwakte daarvan was dat koopkracht een passe-partout is, waartoe natuurlijk alle politiek kan worden gereduceerd, ontdaan van elke ideologie, droom of verre ambitie. Sp.a neigde al sinds de start van de verkiezingen naar een biefstuk- of centensocialisme, en voelde zich daar de laatste campagnemaand in gesterkt.
Sp.a claimde zo zekerheid in de eigen portefeuille, maar op een soms wat kleinburgerlijke, verkrampte manier en ver weg van een wervend progressief verhaal. Soms sloeg dat zelfs door richting miserabilisme, en leek Crombez over zijn fameuze huisbezoeken taferelen te schetsen die uit de film Daens gegrepen waren.
Sociaaldemocraat Frans Timmermans voerde op dat moment parallel in Nederland een meer gedurfde, optimistische EU-campagne: op de eerste laag zekerheid legde hij een tweede laag, het samen-zorgen-voor, en het perspectief op een warmere, meer solidaire samenleving. Bij Frans Timmermans weerklonk een appel aan het 'zorgen voor elkaar', bij John Crombez was het vooral 'eerst zorgen voor mijzelf.'

1 MEI: DE GROENE EN GELE VIJAND

'De mensen zullen op 26 mei zeggen: miljaar, de sossen hebben het weer geflikt', speechte John Crombez op 1 mei in zijn thuisstad Oostende. Ik vroeg hem nadien of hij intussen niet zélf geflikt _werd, en dan wel door Groen, dat met zijn kiezers ging lopen. De Vlaamse progressieve linkerzijde is immers vrij stabiel maar er was een jarenlang aanhoudende en in peilingen versnelde herverkaveling bezig ten nadele van sp.a.
Maar zoals tijdens de maanden voorheen bleef John Crombez behoorlijk vriendelijk voor Meyrem Almaci en Kristof Calvo. Nochtans: Groen scoorde op dat moment nog goed in peilingen, maar wist zich in debatten steeds moeilijker te verweren en de klimaathype leek voorbij. Het verbaasde me dat de voorzitter dat momentum niet aangreep om kordaat komaf te maken met de kaper op zijn kust. Rook hij daar geen open doelkansen?
Het viel dan ook op hoeveel scherper PVDA zich positioneerde tegenover Groen, zowel voor als achter de schermen. Peter Mertens zei dat zijn PVDA moest luiden als '
een heldere klok op links' en zo het verschil kon maken met een 'elitair klimaatbeleid van groene taxen.'_ Groene voorstellen werden weggehoond op het nieuwjaarsfeestje van PVDA. En toen ik in een tv-interview Peter Mertens vroeg of Groen volgens hem een 'elitepartij' was, bevestigde hij gretig. Groen reageerde off the record zeer furieus op die vraag van mij en vond dat ik op televisie dergelijke voorzet niet mocht geven, wat illustreerde hoe teergevoelig en kwetsbaar de partij was op deze flank.
Op deze eerste meidag worstelde John Crombez nog met het door CD&V geframede verhaal over een voorakkoord met N-VA, naar Antwerps voorbeeld. In gesprekken, ook weg van de camera, ontkende hij altijd en in alle toonaarden dat er zo'n Bourgondisch engagement zou zijn. Over een eventuele coalitie met N-VA ontstond onduidelijkheid, nadat daags voorheen een uitspraak van John Crombez in Terzake door onlinemedia werd samengevat als 'niet samenwerken.' Ik vroeg hem om de puntjes op de i te zetten, en het ware antwoord bleek 'quasi onmogelijk', hetgeen dus niet 'onmogelijk' is.
Tot mijn verbazing zou Crombez twee weken later op Radio 1 opnieuw de deur helemaal dichtklappen voor N-VA. Wat betreft de samenwerking met de Vlaams-nationalisten ontbrak het dus aan standvastigheid, wat dan weer de vermoedens over een voorakkoord bleef voeden.

DE VOORLAATSTE CAMPAGNEWEEK: VELDSLAG GEWONNEN

Sp.a onderscheidde zich tijdens deze campagne met een opvallend grote stressbestendigheid. Als Wetstraatjournalist beleef je achter de schermen de verkiezingen ook als een vijfjaarlijkse grote stresstest die een partijmanagement moet ondergaan. Zeker tijdens de laatste twee weken merkte ik dat sommige voorzitters, woordvoerders en kandidaten de professionele zelfbeheersing wat verloren. Dat gaat dan over een woordvoerder die je wat zinloos afblaft aan de lijn, tot kandidaten die om aandacht smeken of een voorzitter die op televisie een tegenstander paljas noemt.
Dat was niet het geval bij sp.a, of toch niet op een manier waarop het voor journalisten zeer voelbaar of hinderlijk werd. Ook al stond het gesternte voor de partij al jarenlang ongunstig: de voorzitter en de zijnen bleven er opvallend flegmatiek bij. Alsof ze al gewend waren aan slechte scores.
Daar waar ook sommige partijen, zeker kort voor 26 mei, over interviews en antenne-airplay soms tot een absurd microniveau wilden onderhandelen, stelde sp.a zich meer coulant en zelfzeker op. Dat is mede het gevolg van het professionalisme en de ervaring van de woordvoerder. Ze liet zich niet betrappen op metaalmoeheid en verloor zich niet in details. Ik ken ander politiek personeel dat – vaak te weinig geroutineerd in – in het heetst van deze campagnestrijd boven gewicht bleek te boksen.
Dat John Crombez soms werd afgedaan als ietwat bezadigd, was in deze een sterkte. Zo sprak ik hem een week voor de verkiezingen tijdens huisbezoeken met West-Vlaamse medekandidaten in Harelbeke. We hadden een politiek gesprek, maar het ging ook over de deugdelijkheid van veel stappen zetten tijdens zo'n bezoeken, de eerste lentezon en de vele jongeren die nu bovenaan de lijst stonden. Dat leek me best wel een gezonde geestestoestand voor een verliezende partijvoorzitter.
Er was die laatste dagen zowaar optimisme. In de Wetstraat begon de analyse te circuleren dat sp.a wel eens dé verrassing van de verkiezingen kon worden. Ikzelf was ook die mening toegedaan, zeker toen John Crombez in de Terzake-studio Bart De Wever in zijn hemd wist te zetten over de maximale pensioenleeftijd. Bart De Wever gaf nadien off the record grif toe dat het 'bien joué' was van sp.a. Het was een absoluut kantelpunt in de campagne.
De partij kon op Terzake dubbel scoren: het maakte pensioenen, haar thema, tot dé inzet van de voorlaatste campagneweek. De 1.500 euro pensioen werd tot 26 mei een standaardvraag in elk politiek debat. En terwijl ook andere partijen pleitten voor dat minimumpensioen, wist sp.a het eigenaarschap op het voorstel eindelijk binnen te halen. Pensioenen, dat was nu van de socialisten, en niet meer van PVDA of Vlaams Belang.

VERKIEZINGSWEEKEND: DOLCE FAR NIENTE

Uit vele gesprekken bleek dat niemand nog krampachtig hoopte op de vorige score van 14 procent – of dat cijfer zou een overwinning geweest zijn van sp.a op haar eigen voorspelde lot. Tegelijk bestond de terechte vrees om onder de symbolische 10 procent te duiken. De mentale vork zat dus tussen 13 en 10 procent. John Crombez zelf liet zich voor en achter de schermen door journalisten niet verleiden tot een prognose.
In die zin was de 10,4 procent die de partij in Vlaanderen uiteindelijk zou halen nog te verteren: het verlies was al ingecalculeerd, men wist al langer de laagste score ooit te zullen halen. Het emotionele leed was voorheen al geleden, met de constante bodemkoers in ondertussen 17 peilingen, de slechte lokale verkiezingen van oktober 2018 en het verlies van de centrumsteden.
Maar kort voor zondag 26 mei dreigde zo een dolce far niente, een soms iets te zalig nietsdoen, een verslapping. Twee dagen voor de verkiezingen was ik in Bredene op het allerlaatste campagnegebeuren van de partij. Op het zonovergoten terras van een surfclub met zicht op de zee kruiste men de vingers opdat het Terzake-succesje met de pensioenen zou nazinderen tot in het stemhokje. Veel verder reikte de ambitie en durf niet meer, het was rien ne va plus.
Sp.a, klonk het, was één van de weinige partijen die met de 1.500 euro een concreet voorstel tot inzet van het debat had gemaakt. Anderen slaagden er nauwelijks in een tastbare belofte in het vooruitzicht te stellen, zoals CD&V met haar nogal onbestemde levenskwaliteit of N-VA en haar veilig thuis in een welvarend Vlaanderen. Er werd ook smalend gesproken over Groen, dat eerst 'arrogant' heette te zijn, om dan helemaal om te slaan in paniekerigheid. Of Open VLD, dat zich in de campagne moest wringen met witte konijnen en kandidaturen voor ministersposten.
'Laat ons zondag ervoor zorgen dat wij dé verrassing zijn', zei de voorzitter ter afsluiting van zijn speech. Hij putte moed uit de eerste resultaten van de sociaaldemocraten in de Europese verkiezingen. Uit een peiling van VTM Nieuws, datzelfde weekend, bleek bovendien dat de twijfelende, zwalpende kiezer in de eerste plaats wakker lag van pensioen en koopkracht, en pas dan van klimaat en migratie. Ze leken de wind in de zeilen te krijgen, daar in Bredene.
'Eigenlijk zou de campagne nu nog twee weken moeten duren, het begon net goed te lukken', zei een partijtopper, en de omstanders stemden in. John Crombez had een veldslag gewonnen en dat voedde nu al de conclusie dat de hele campagne goed was gevoerd. Of minstens goed genoeg: voldoende om de nieuwe generatie in de parlementen te loodsen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 6 (juni), pagina 40 tot 44