Abonneer Log in

Mission Economy

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 68 tot 71

Mariana Mazzucato stond bij de Angelsaksische financiële pers al gekend als de 'meest gevaarlijke econoom ter wereld'. Met deze voorstellen doet ze haar reputatie nog meer eer aan.

Mission Economy

Mariana Mazzucato
Allen Lane, Londen, 2021

Mazzucato toont overtuigend aan dat privatisering, outsourcing en PPS nefast zijn voor de kwaliteit van de openbare diensten.

De belangrijkste les: socialisten dienen te bouwen aan 'predistributieve' eigendomsvormen en instituties.

'De Green Deal is ons man-op-de-maan-moment', aldus de Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen met een knipoog naar Mariana Mazzucato. De befaamde econome schreef recent twee rapporten voor de Europese Commissie. Ze haalde daarin de Amerikaanse maanlandingsmissie (het Apollo-programma)aan als een toonvoorbeeld van hoe een investerende overheid vorm kan geven aan nieuwe producten, sectoren en markten. Die episode uit de space race tussen de VS en de USSR is ook de hoeksteen van Mission Economy, het nieuwste pleidooi van Mazzucato voor een overheid die groots durft te denken.

Mazzucato is niet aan haar proefstuk toe. Met The Entrepreneurial State (2013) liet ze zich opmerken als een econome die de mythevorming rond de 'pionier-ondernemer' onderuithaalde. Ze toonde dat de overheid altijd al het voortouw nam op het vlak van wetenschappelijk onderzoek en technologische innovatie. Mazzucato wees toen al op een fundamentele onrechtvaardigheid. De overheid en de samenleving dragen wel het investeerdersrisico, maar private bedrijven en hun aandeelhouders strijken de winsten op. In The Value of Everything (2018) ging Mazzucato op een meer abstract niveau de strijd aan met de theorie dat bankiers en financiële markten aan de basis liggen van waarde. Het boek werd een striemende kritiek op 'financialisering'. Waarde-extractie door middel van speculatieve handel in vastgoed en financiële activa nam de bovenhand op waarde-productie.

Met Mission Economy bouwt Mazzucato verder op deze funderingen. In het eerste hoofdstuk lanceert Mazzucato haar basisstelling dat overheden een toonaangevende rol kunnen vervullen in de waarde-productie door de economie op missie te nemen. Het overheidsbeleid, de overheidsinvesteringen en het bedrijfsmanagement moeten in het teken staan van publieke doelen. In het tweede hoofdstuk geeft ze aan waarom dat broodnodig is. Eerder dan oplossingen te bieden voor armoede, sociale ongelijkheid en klimaatopwarming lijkt het gefinancialiseerde kapitalisme immers vooral aan de basis van deze problemen te liggen.

Mazzucato is geïnspireerd door de institutionalistische econoom Karl Polanyi. Markten zijn geen natuurlijk gegeven, maar het product van keuzes gemaakt door overheden, bedrijven en burgers. Daaruit volgt dat er markten kunnen ontworpen worden met andere doelen dan gefinancialiseerde waarde-extractie. Maar waarom moeten we volgens Mazzucato daarvoor juist van de overheid zoveel verwachten? Omdat alleen de overheid over de administratieve en financiële capaciteiten beschikt om deze grootschalige reorganisatie van de economie te sturen. Ze beschikt over wat de Weberiaanse socioloog Michael Mann 'infrastructurele macht' noemt.

Het probleem is dat overheden hun potentieel niet mogen vervullen. Neo-klassieke economen stellen immers dat overheden géén waarde produceren en hoogstens een eventueel marktfalen kunnen opvangen door publieke goederen te leveren. Volgens het heersende denken is de overheid een rigide bureaucratie bemand door grijze ambtenaren. Dit leidt echter tot een self-fulfilling prophecy. Ambtenaren spiegelen zich hieraan, verliezen het geloof in eigen kunnen en beperken zich tot de minimalistische rol die hen is toebedeeld. In het derde hoofdstuk doet Mazzucato dan ook waarin ze altijd al uitstekend is geweest: de vloer aanvegen met deze mythes. Ze toont overtuigend aan dat privatisering, outsourcing en PPS nefast zijn voor de kwaliteit van de openbare diensten en de kosten ervan doen oplopen.

Mazzucato toont overtuigend aan dat privatisering, outsourcing en PPS nefast zijn voor de kwaliteit van de openbare diensten.

'Instead of government going to the moon, it's more as if in recent decades it has been taken for a ride', aldus Mazzucato. Alleen consultancy firma's varen wel bij ondermaatse investeringen van de overheid in de interne kennisopbouw. In het vierde hoofdstuk toont Mazzucato hoe het anders kan aan de hand van het Apollo-programma. De NASA moest duizenden obstakels uit de weg ruimen. Het ruimtevaartagentschap slaagde hierin door een gecentraliseerde planning te combineren met een gedecentraliseerde projectuitvoering die horizontale kennisuitwisseling en experimentatie aanmoedigde. Aanbestedingscontracten hadden een clausule tegen excessieve winsten en bedrijven kregen maar hun geld als ze tiptop werk afleverden. De NASA behield de controle over de missie-implementatie en rekende daarvoor op de gedrevenheid en bekwaamheid van het eigen personeel.

De hedendaagse maatschappelijke uitdagingen hebben zowel economische, sociale, culturele als psychologische facetten. Een eenzijdige technologische focus zoals bij de maanlandingsmissie is dus niet aangewezen. In het vijfde hoofdstuk introduceert Mazzucato een strategisch instrument om met die complexiteit om te gaan: de missiemap. Het is een voorstelling van wat er nodig is 'to get the job done'. Een uitdaging (klimaatopwarming) krijgt een vertaling in een missie (een hernieuwbaar energiesysteem) met verschillende investeringsgebieden (mobiliteit) en projecten (de elektrificatie van transport). Mazzucato illustreert ook hoe missies er in de praktijk uitzien. Ze beschrijft bijvoorbeeld de Duitse Energiewende en de publiek gefinancierde zoektocht naar een COVID-19 vaccin.

Het laatste hoofdstuk brengt alles samen in zeven principes voor een hervormd kapitalisme. Mazzucato hamert erop dat waarde-productie een collectief proces is van co-creatie tussen overheden, bedrijven en burgers. Wat ze hier interessant genoeg opmerkt is de groeiende interdependentie van de economische activiteit. De Duitse politieke econoom Karl Marx trachtte dit ook al te vatten onder de noemer van de 'socialisatie' van het arbeidsproces. Ook de (marxistische) contradictie tussen enerzijds het gesocialiseerde karakter van de productie en anderzijds de private toe-eigening van de opbrengsten, is een rode draad doorheen haar oeuvre.

Marx en Mazzucato delen de analyse dat financiële activiteiten géén waarde voortbrengen en vaak in zwendel ontaarden. Het is daarom absurd om de controle over de productie over te laten aan de speculatieve prijsbewegingen van de kapitaalmarkten. Mazzucato wil de productieve capaciteit van de samenleving opnieuw opbouwen en ten dienste stellen van het publiek belang. Co-creatie moet aldus in de eerste plaats publieke waarde voortbrengen. Mazzucato vond inspiratie bij John Maynard Keynes voor de verwezenlijking van dit ideaal binnen het kapitalisme. Ook deze Britse econoom was zich sterk bewust van het gesocialiseerde karakter van de productie. Door de crash van Wall Street in 1929 begreep hij ook dat de operaties van de geldhandelaars of renteniers de hele economie in chaos konden storten. In The General Theory (1936) pleitte hij daarom voor de euthanasie van de rentenier en de socialisatie van de investeringsfunctie om de productie draaiende te houden.

Volgens Mazzucato moeten publieke banken ervoor zorgen dat kapitaal in geldvorm terechtkomt bij bedrijven met productieve én publieke doeleinden. Ze vindt zelfs dat een overheid via een sovereign wealth fund in het kapitaal van deze bedrijven moet kunnen stappen. Mazzucato stond bij de Angelsaksische financiële pers – de spreekbuis van de rentenier – al gekend als 'de meest gevaarlijke econoom ter wereld'. Met deze voorstellen doet ze haar reputatie nog meer eer aan. Mazzucato betreedt immers het terrein van de eigendomsverhoudingen. De socialisatie van de investeringen en de productie krijgen hun evenknie in een (gedeeltelijke) socialisatie van het eigendom over de productiemiddelen.

Mazzucato komt hiervoor ook met sterke argumenten voor de dag. Voorstellen voor een sterke welvaartsstaat blijven volgens haar draaien rond een redistributie (bijvoorbeeld via stevige uitkeringen) van de waarde nadat (ex post) deze geproduceerd is. Dankzij publiek en collectief eigendom is het echter mogelijk om vooraf (ex ante) te verzekeren dat de waarde in samenlevingshanden blijft en productief geherinvesteerd wordt. Mazzucato noemt dit predistributie. Het was ook de boodschap van het eerste stuk dat ik ooit voor Samenleving & Politiek ('Herverdelen is niet genoeg') schreef.

Het huidige nummer van dit blad vormt het bewijs dat er ter linkerzijde een grote expertise bestaat over de welvaartsstaat en herverdeling. Gelukkig maar. We moeten er echter ook naar streven om greep te krijgen over de productie van waarde. Het is de meest waardevolle les van Mission Economy. Socialisten dienen te bouwen aan predistributieve eigendomsvormen en instituties die het mogelijk moeten maken om een productieve economie op een sociaal rechtvaardige en ecologisch duurzame koers te brengen.

De belangrijkste les: socialisten dienen te bouwen aan 'predistributieve' eigendomsvormen en instituties.

De hamvraag blijft of dit binnen het kapitalistische kader realistisch is. Mazzucato gelooft van wel. Vanuit haar institutionalistische insteek houdt dit ook steek. Economische theorieën kunnen zich immer vertalen in nieuwe economische praktijken. Zelf sta ik niet afkerig tegenover het idee dat overheden en privébedrijven op gelijke voet met elkaar kunnen samenwerken in een niet-parasitaire relatie. Ik geloof ook dat overheden in de eigen capaciteiten moeten investeren om de economie aan te sturen. Ik vrees alleen dat er binnen de kapitalistische klasse weinigen zijn die daar vandaag ook zo over denken.

Geldkapitaal, commercieel kapitaal en productief kapitaal maken allemaal deel uit van een geïntegreerd circuit dat gericht is op de reproductie van het kapitaal. In de zogenaamd dertig glorieuze jaren van het kapitalisme (1945-1974) slaagden de agenten van het productief kapitaal erin om het hele circuit op de noden van de productie af te stemmen. Er was toen een sterke overeenstemming tussen een (keynesiaanse) theorie en de belangen van deze kapitaalfractie. De politiek-economische constellatie kwam ook tegemoet aan koopkrachtige eisen van de arbeidersklasse. In volle Koude Oorlog speelde een slagkrachtige arbeidersbeweging daarin natuurlijk een belangrijke rol.

Vandaag ontbreekt die laatste factor in grote delen van de (westerse) wereld – een probleem dat Mazzucato ook aankaart. Voor grote industriële bedrijven is het bovendien vaak ook winstgevender om financiële activiteiten te ontplooien. Samen met de afbouw van publieke investeringen en de privatisering van de openbare diensten ondergraaft dit de waarde-productie. Op termijn is die erosie van de productieve basis nefast voor het kapitalisme. Maar momenteel levert de gefinancialiseerde relatie met de overheid wel winsten op voor de privésector. In dit verband rekent ook de Green Deal trouwens op PPS (een instrument om private winsten te garanderen met publieke middelen) om investeerders te 'prikkelen'.

Het is die contradictie die niet op te lossen valt binnen het kapitalisme. Veertig jaar neoliberalisme hebben aangetoond hoe moeilijk het is om de renteniersgeest in de fles te houden. In dit opzicht overschat Mazzucato wellicht de kracht van de gedachte. Niettemin doet Mazzucato in Mission Economy nuttige beleidsvoorstellen om de scheve machtsbalans te doen overhellen in het voordeel van de democratische staat. Het is een strijd die gevoerd moet worden door alle progressieve krachten. Zeker als we van de Green Deal werkelijk het Europese 'man-op-de-maan'-moment willen maken.

Dries Goedertier

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 68 tot 71