Abonneer Log in

Geen terugkeer naar de jaren 1980

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 11 tot 13

De begrotingssituatie is vandaag fundamenteel anders dan 4 decennia geleden.

Wat de Belgische begroting echt heeft genekt in de jaren 1980 was de historisch hoge rente.

Het gat in de begroting kan wel degelijk vanzelf verdwijnen, onder de dubbele voorwaarde dat de rente laag is en de groei hoog.

Het begrotingstekort van alle Belgische overheden samen klokte vorig jaar af op iets meer dan 10% van het bbp. Sommige opiniemakers zien in dat cijfer het teken dat ons land terug wordt gekatapulteerd naar de jaren 1980. Toen groeide de publieke schuldgraad oncontroleerbaar aan, van 67% in 1979 tot een maximum van 134% in 1993. Het editoriaal van Bart Brinckman in De Standaard van 12 maart spande de kroon met een overvloed aan onheilspellende hyperbolen als 'hallucinant', 'uitzichtloze deficits', 'begrotingsanarchie' of 'laven aan het wassende water'.

Het spijt me voor opiniemakers die toen hun jeugd beleefden, maar we keren heus niet terug naar de jaren 1980. De situatie vandaag is maar in beperkte mate vergelijkbaar met die van vier decennia geleden. Juist, net als toen gaat onze begroting momenteel diep in het rood door een externe schok, toen de dubbele oliecrisis uit de jaren 1970, vandaag covid-19. Maar een belangrijke determinant voor onze publieke financiën is anno 2021 helemaal anders dan begin jaren 1980: de internationale renteomgeving.

De gangbare analyse over de begrotingsevolutie van België tijdens de jaren 1980 is eerder een reflectie van het economische denken dat toen de overhand nam dan van wat er effectief is gebeurd. Die analyse wordt vaak samengevat met het uit Italië overgenomen concept 'malgovern'. Omdat Belgische regeringen om de haverklap vielen over communautaire spanningen en sociale conflicten, slaagden ze er niet in gepast te reageren op de toenmalige economische crisis en lieten ze de begroting compleet ontsporen, zo gaat de overlevering.

Maar dat is een verkleurde diagnose van de evolutie van de Belgische publieke financiën in de jaren 1980. De snelle groei van de Belgische schuldgraad was slechts in beperkte mate te wijten aan 'primaire tekorten', het verschil tussen lopende uitgaven en investeringen van de overheden enerzijds en belastinginkomsten anderzijds. Slechts vier opeenvolgende jaren, van 1980 tot en met 1983, lag het primaire tekort boven de 3%, en enkel in 1981 was dat tekort echt hoog, boven de 7%. Al vanaf 1985 zou België primaire begrotingsoverschotten boeken, en dat op ongeziene wijze. In maar liefst zeventien jaren tussen 1985 en 2007 lag dat primaire overschot boven de 3%, eind jaren 1990 zelfs verschillende jaren boven 6%.

Wat de Belgische begroting echt heeft genekt in de jaren 1980 was de historisch hoge rente.

Wat de Belgische begroting echt heeft genekt in de jaren 1980 was de historisch hoge rente die toen in de westerse wereld heerste. Volgens toenmalig bondskanselier van West-Duitsland, Helmut Schmidt, stond die op het hoogste niveau 'sinds de geboorte van jezus'. In navolging van het VK en de VS steeg die rente op overheidsobligaties op lange termijn voor ons land begin jaren 1980 ook flink boven 10%.

Dat maakte geld lenen om de primaire tekorten van toen mee te financieren ongemeen pijnlijk. Maar vooral: ook nadat de Belgische overheden vanaf 1985 minder uitgaven dan ze aan belastingen ophaalden, moesten ze nog geld lenen aan hoge rentes om de rente op bestaande schuld mee terug te betalen. Van midden jaren 1980 tot midden jaren 1990 moest België zo jaarlijks ongeveer 10% van het bbp ophoesten aan renteaflossingen. Die schuldsneeuwbal werd pas gekeerd toen de internationale rentes begin jaren 1990 flink daalden, in combinatie met de volgehouden hoge primaire overschotten.

Die hoge rente in de jaren 1980 was een reactie op de hoge inflatie tijdens de jaren 1970. Maar dit was geen noodwendigheid, wel mede het gevolg van een politieke keuze die voortvloeide uit de neoliberale revolutie. Het neoliberalisme stelde inflatiebestrijding door een strikt monetair beleid als voornaamste macro-economische beleidsdoelstelling. De gevolgen die dit met zich meebracht op vlak van publieke financiën, des-industrialisering, werkloosheid en financialisering namen Margaret Thatcher in het VK en Ronald Reagan in de VS er graag bij. In andere landen, zoals België, steeg de rente mee, omdat anders kapitaalvlucht dreigde, een risico dat in die tijd was toegenomen door de liberalisering van kapitaalverkeer, een andere neoliberale hervorming.

Vandaag is de situatie helemaal anders. De rente op Belgische overheidsobligaties is negatief, ondanks een begrotingstekort van meer dan 10% en een schuldgraad in 2020 van 115%. Vandaag betaalt België iets minder dan 2% van het bbp aan renteaflossingen; toen de schuldgraad in 1985 ook 115% bedroeg, was dat meer dan 10%.

Natuurlijk kan de rente ook weer stijgen, mocht de inflatie uit de hand lopen. Maar de meeste economen gaan niet van dit scenario uit. Bovendien, als de inflatie toch sterk zou toenemen, dan zal dit waarschijnlijk het gevolg zijn van snelle groei, en dus goed nieuws, terwijl de inflatieopstoot uit de jaren 1970 voortkwam uit olieprijsstijgingen en sociaal conflict. Snelle groei zou het gemakkelijker maken om schuld terug te betalen, en een stijging van de rente makkelijker verteerbaar. Bovendien hebben we de lage rente van de voorbije jaren al voor de middellange termijn vastgeklikt. En het denken is zo geëvolueerd dat centrale banken wellicht niet meer op dezelfde conservatieve manier zullen reageren op inflatiestijgingen als in de jaren 1980.

Opiniemakers die vandaag waarschuwen voor afglijden naar de jaren 1980 doen dat, naast met hyperbolen, ook niet zelden met een zekere intellectuele en morele superioriteit. Wie niet pleit voor snelle besparingen, heeft volgens hen niet begrepen hoe publieke financiën werken, of geeft niet om de welvaart van toekomstige generaties. Echter lijkt eerder het omgekeerde het geval.

Begin jaren 1980 was een pleidooi om snel de begroting op orde te zetten misschien fris, gesofisticeerd en belangrijk, vooral met de kennis van nu. In de context van vandaag verraadt het vooral een gebrek aan inzicht in het belang van de internationale renteomgeving voor publieke schuldontwikkeling.

Het gat in de begroting kan wel degelijk vanzelf verdwijnen, onder de dubbele voorwaarde dat de rente laag is en de groei hoog.

In tegenstelling tot de periode waarin Guy Mathot de beruchte woorden uitsprak waarmee hij altijd zal vereenzelvigd worden, kan het gat in de begroting vandaag wel degelijk vanzelf verdwijnen, onder de dubbele voorwaarde dat de rente laag is en de groei hoog. Voor de volgende generaties is het vooral belangrijk dat we zorgen dat die groei er komt en dat we geen permanente schade toebrengen aan het potentiële welvaartsniveau van ons land. Door nu te snel te besparen, dreigen we fabrieken nodeloos over de kop te laten gaan, en mensen werkloos te laten worden, wat niet alleen voor inkomens- maar ook (permanent) vaardighedenverlies zorgt.

Met de lage rente van vandaag zou het schuldig verzuim zijn mocht de overheid niet net meer investeren in een meer inclusieve en duurzame economie. Want de opwarming van de aarde, die verdwijnt echt niet vanzelf.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 11 tot 13