Abonneer Log in

Lege schoolbanken

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 9 (november), pagina 80

Hoeveel landgenoten bleven achter in Afghanistan? Onze minister van Onderwijs doet niet eens de moeite om te tellen over hoeveel kinderen het gaat.

Dit is zelfs geen discussie over vluchtelingen opvangen of niet, het gaat erom onze kinderen terug naar huis te halen.

Het hoort bij 1 september als pompoenen bij de herfst: foto's van kleurrijke boekentasjes vol speels huppelende kinderbeentjes die je sociale media feed overspoelen bij de start van het nieuwe schooljaar. De vrolijke beeldenstorm deed me dit jaar ongemakkelijk op mijn stoel schuifelen. Want in heel wat klassen bleven banken leeg. Omdat gezinnen met Afghaanse roots afgelopen zomer naar hun thuisland reisden en daar vast kwamen te zitten. Enkele dagen daarvoor had de Belgische regering beslist het leger terug te trekken uit Afghanistan omdat het er te gevaarlijk zou zijn. Dat het gevaar reëel was, illustreerde een zelfmoordterrorist op lugubere wijze daags nadien toen hij zich opblies tussen de wanhopige menigte aan de luchthaven in Kaboel. Hij sleurde 182 slachtoffers met zich de dood in.

Maar mag het wrang voelen, deze aftocht 'net op tijd'? Want als een situatie niet veilig genoeg is voor getrainde militairen, hoe krampachtig sussen we dan ons geweten over het gevaar waarin we de Belgische families daar achterlaten? Nog even werden ze met een zoethoudertje stil gehouden: 'Duik nog even onder, probeer een enkeltje Islamabad te boeken, van daaruit helpen we u wel.' Totdat begin september ook de evacuatiemissie vanuit de Pakistaanse hoofdstad koudweg ophield. Hoeveel landgenoten bleven achter? Goeie vraag, ik stel ze zelf ook al wekenlang. Cijfers werden nergens officieel bevestigd, maar zweefden tussen de 140 en 180; 40 kinderzieltjes meer of minder, who cares? Een kleine rondvraag bij brugfiguren in Gent leerde dat dit maar het topje van de ijsberg zou zijn. Alleen al in Gent werden vijf gezinnen met kinderen op de schoolbanken gemist. Daarnaast kon een Gentse papa – die ondertussen gelukkig herenigd is met zijn gezin – moeiteloos 15 anderen opsommen die zich op de evacuatielijst hadden geregistreerd maar in het ongewisse bleven over hun terugkeer. Ik kon, en kan er tot op vandaag nog altijd met mijn hoofd niet bij dat geen enkele beleidsmaker weet over hoeveel landgenoten het precies gaat. Want dit is zelfs geen discussie over vluchtelingen opvangen of niet, het gaat erom onze kinderen – en hun ouders – terug naar huis te halen.

Dit is zelfs geen discussie over vluchtelingen opvangen of niet, het gaat erom onze kinderen terug naar huis te halen.

Het lijkt een pijnlijke wetmatigheid, dat mensen met de meeste macht het meest apathisch zijn ten opzichte van de mensen waarvoor ze zouden moeten vechten. Het zijn klasgenoten, ouders, leerkrachten, brugfiguren, directies die deze kinderen missen. Het zijn deze stille stemmen – met hun voeten en hart in het werkveld – die sinds half augustus keihard werken/mailen/bellen/zoeken/praten om gezinnen te herenigen en de kinderen weer op onze schoolbanken te krijgen. Ook al botsen ze op de onwil van instanties en mensen die de verantwoordelijkheid van zich afschudden als is het een vuiltje op hun mouw. Onze minister van Onderwijs doet niet eens de moeite om te tellen over hoeveel kinderen het gaat, laat staan dat hij gezichten zou zien achter de cijfers.

Straks is de herfstvakantie weer voorbij. Ik mag hopen dat de minister zijn huiswerk maakt. Laat daarna die foto's van huppelende kinderen op weg naar school maar komen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 9 (november), pagina 80