Log in

De paars-groene wonderjaren

Geloofwaardigheid

Het hangt er natuurlijk maar vanaf hoe je het bekijkt. Als twee ministers elkaar in het publiek tegenspreken, hoeft dat uiteraard niet te betekenen dat de regering verdeeld is. Net zoals je niet automatisch mag besluiten dat het de coalitie aan samenhang ontbreekt, wanneer de meerderheidspartijen er klaarblijkelijk uiteenlopende interpretaties van het regeerakkoord op na houden. Met wat goeie wil kan je het periodiek opduikende gekrakeel tussen de paarse ministers ‘wegverklaren’ als de som van misverstanden. Of als leergeld dat wordt betaald. Of, waarom niet, als één van de eerste tekenen van de langverwachte nieuwe politieke cultuur. Als er problemen zijn in de regeerploeg wordt daar geen geheim van gemaakt, de kiezer heeft immers recht op de volle waarheid. Ja, toch?
Even ernstig nu: een regering die niet met één stem spreekt, maakt geen geloofwaardige indruk. Tot hiertoe profiteren de regeringspartijen van de welwillendheid van de media. Met uitzondering misschien van de groene ministers, wordt de regeringsploeg in de pers erg voorkomend behandeld. Het is ooit anders geweest. Er was een tijd waarin alles wat de regering Dehaene ondernam, tegen haar werd gebruikt. Als twee ministers niet helemaal op dezelfde lijn zaten, blokletterden de kranten “regeringscrisis”. Als er geen debat was, heette het dat er kadaverdiscipline heerste om, je voelt het al komen, de bestaande tweedracht te verhullen. Niets van dit alles vandaag.
Deze regeringsploeg profiteert ook van de onmacht van de oppositie. Bij gebrek aan politieke tegenstand wordt de meerderheid overmoedig en soms een beetje lichtzinnig. Dat kan evenwel snel veranderen. Dit jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Alle partijen - ook die van de meerderheid - zullen zich willen profileren. De pers zal na de feiten winst en verlies breed uitmeten. De winnaars zullen nadrukkelijker hun stempel op het regeerwerk willen drukken, de verliezers zullen geen toegevingen meer doen. Dan wordt het hard tegen onzacht. Dan zijn de wonderjaren van de paarse politiek voorbij.

SP: de klos?

De SP zou wel eens het kind van de rekening kunnen worden. De partij heeft, ondanks de dramatische verkiezingsuitslag, bij de totstandkoming van de regeerakkoorden flink wat in de wacht gesleept. Omwille van hun regeerervaring wegen de SP-ministers zwaarder op de coalities dan het gereduceerd politiek gewicht van de parlementaire fracties laat vermoeden. De SP-ministers fungeren als het cement van de nieuwe bewindsploegen. De partij neemt vandaag, ook ideologisch, een middenpositie in, tussen groen en blauw. De vraag is of ze daarvoor zal worden beloond. In Nederland betaalde D’66 de prijs voor de eerste paarse coalitie. In hun ijver om de regeerploeg samen te houden en het akkoord uit te voeren, cijferden de links-liberalen zich weg. De kiezers gaven hun stemmen aan de meer geprofileerde blauwe en rode partners. Een vergelijkbaar scenario is hier best denkbaar.
De SP staat vandaag voor een haast onmogelijke opdracht. De partij overleeft een volgende electorale opdoffer niet. Dus moeten er kost wat kost nieuwe kiezers worden gevonden. Daartoe moet de partij zich profileren, daarover bestaat geen discussie. Maar hoe kan je je profileren als je tegelijkertijd het centrum vormt van de regerende coalitie? De SP zit in de positie waarin de CVP wel eens vaker verkeerde en waarvoor ze meestal niet werd beloond.

Het stille sterven van de CVP

Overigens: het kan nog altijd erger. Bij de CVP zitten ze vandaag helemaal in zak en as. De vroegere ministers gaan stilletjes dood op de oppositiebanken. De CVP moet optornen tegen een regering die een beleid voert waar de partij in essentie eigenlijk achter staat. Zo is er bijvoorbeeld geen christendemocraat die het project van de “actieve welvaartsstaat” - hét paradepaardje van paars - niet onderschrijft. Ook voor de CVP dreigt een Nederlands scenario. Daar is het CDA er nooit in geslaagd een geloofwaardig alternatief voor paars te vormen. De ene keer staken de Nederlandse christendemocraten de regering langs links voorbij, dan weer langs rechts. De kiezer werd er tureluurs van. Bij gebrek aan alternatieven kunnen de Vlaamse christendemocraten uiteraard altijd nog terugvallen op de oude en vertrouwde levensbeschouwelijke kwesties: het onderwijs, euthanasie. Of die traditionele noodgreep ook vandaag de massa in beweging zal brengen, is nog maar de vraag.

Nood aan een rechtse partij

En nochtans ligt er voor de oppositie nogal wat terrein braak. Deze regering heeft een duidelijk centrumlinks profiel. Dat is overigens één van de grote raadselen van onze tijd. In Vlaanderen positioneren alle partijen - op het Vlaams Blok na - zich centrumlinks. Eigenlijk bestaat er hier te lande een opmerkelijke links-liberale consensus. Alle democratische partijen zijn voor een, zoals dat heet, sociaal en ecologisch gecorrigeerde markteconomie. Behalve het Blok situeren alle partijen zich, als het over de nieuwe breuklijn gaat, dichter bij de progressieve dan bij de conservatieve pool. Die consensus vinden we evenwel niet bij het kiezerscorps. De politieke wereld staat vandaag een stuk linkser dan het electoraat.
Wat verklaart die discrepantie? Daar zit de pers voor veel tussen. Politici en partijstrategen hebben vandaag meer oog hebben voor de kwaliteitskranten en voor de actualiteitenprogramma’s op TV, dan voor hun kiezers. Alle opinieleiders - de hoofdredacteurs van kranten, de commentaarschrijvers in tijdschriften, de spraakmakende Wetstraatjournalisten - zitten vandaag enigszins links van het centrum. Die opinieleiders vormen het klankbord en de toetssteen van het politieke bedrijf.
Ik denk dat die links-liberale consensus overigens veel van het succes van het Vlaams Blok verklaart. Vlamingen zijn niet racistischer of onverdraagzamer dan Nederlanders of Duitsers. Alleen: hier te lande bestaat geen centrumrechtse of conservatieve partij, zoals de VVD of de CDU, die de spreekbuis vormt van de behoudsgezinde burger. Naarmate alle partijen opschoven naar het links-liberale centrum, groeide de aanhang van het Vlaams Blok.
Als de CVP zichzelf en de democratie een dienst wil bewijzen, schuift ze een stuk op naar rechts. Niet alleen zit daar een deel van de kiezers dat zich nog moeilijk kan oriënteren in het politieke landschap. Bovendien zou het hele politieke bedrijf er bij winnen als er minder consensus en meer debat zou zijn. De democratie heeft behoefte aan duidelijke alternatieven, aan een rechtse pool die de linkse in evenwicht houdt, aan een conservatieve stem die de progressieve van antwoord dient. Zo’n sterke centrumrechtse oppositie zou overigens ook de regerende coalitie ten goede komen. Precies omdat er vandaag zo weinig weerwerk te verwachten valt van de oppositie, kunnen de ministers het zich permitteren om publiek over alles en nog wat van mening te verschillen. Dat zal beteren als de CVP haar eigen stem terugvindt. Dan wordt het menens voor paars.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 2 (februari), pagina 34 tot 35