Log in

'Ecologie en burgerschap, pleidooi voor een nieuwe levensstijl'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 5 (mei), pagina 47 tot 48

Ecologie en burgerschap, pleidooi voor een nieuwe levensstijl

Dirk Holemans
Stichting Leefmilieu - Uitgeverij Pelckmans, Antwerpen-Kapellen, 1999

Al dertig jaar leeft het besef dat het milieu in crisis is. Ondanks alle inspanningen gaat het verder bergaf. Dirk Holemans denkt dat het huidige model van democratie fundamentele oplossingen niet toelaat. Hij wil een dialogische democratie, waarvan de essentie is dat de burgers mee participeren aan het beleid. Democratie is immers geen statisch gegeven. De wereld is veranderd: mondialisering, turbokapitalisme en risicomaatschappij hebben ervoor gezorgd dat de besluitvorming veel minder bij de politiek ligt en meer bij onderzoekslabs en comités van deskundigen. Daar moet echter niet op gereageerd worden door de democratie af te schaffen, maar door ze om te bouwen. Dat moet worden verankerd in nieuwe grondrechten, met onder meer een onvoorwaardelijk recht op een basisinkomen en een gezond milieu.
De grondslagen van het samenlevingsmodel zijn volgens de auteur aan verandering toe. De burgers moeten hun mening kunnen vormen, de discussie mag niet stranden in technische compromissen tussen belangengroepen. De vraag is dan niet wie er beter van wordt, maar hoe we er allemaal beter van worden. Het open publiek debat moet de gemeenschapsdimensie herstellen. Daartoe volstaat het niet om een referendum te organiseren. Het gaat ook niet om een compromis, waarbij iedereen water in zijn wijn doet. Door de confrontatie van ideeën en argumenten moet iedereen bereid zijn om zijn uitgangspositie bij te stellen, in functie van het algemeen belang.
Om op dat niveau een kwalitatief debat mogelijk te maken, is er nood aan nieuwe publieke ruimtes. Men kan als voorbeeld de burgerjury’s nemen, die in het begin van de jaren zeventig in de Verenigde Staten ingevoerd werden. Bij controversiële milieuproblemen worden burgers drie tot vier dagen samengebracht. De samenstelling moet een weerspiegeling van de samenleving zijn. De jury moet zich informeren over het probleem, waarbij zij beroep kan doen op deskundigen. De verschillende belangengroepen kunnen als getuigen gehoord worden. Maar het is de jury zelf die uiteindelijk een oordeel moet vormen.
De auteur benadrukt dat hij geen pleidooi wenst te houden voor minder staat. Al de nieuwe machtscentra moeten integendeel meer gecontroleerd worden. Maar de sturing moet indirect gebeuren, het moet een metasturing zijn. De nieuwe machtscentra, zoals onderzoekslabs en bedrijven, moeten bij wet een intern democratisch karakter opgelegd krijgen. Ze moeten in elk geval transparant gemaakt worden en de randvoorwaarden moeten bindend worden vastgelegd. Bij dat alles moet de bevolking betrokken worden. Dat mag echter niet in een eindfase gebeuren, nadat een beslissing eigenlijk al genomen werd, maar van bij het planningsproces.
De manier waarop in Gent de burger met het vervoerplan geconfronteerd werd, is een slecht voorbeeld. Eerst hebben deskundigen een plan opgesteld en pas daarna werd het aan de bevolking voorgelegd, waarbij het beleid het plan alleen maar verdedigde. Dat het anders kan, bewijst wat op een bepaald moment in Deventer gebeurd is. Daar zijn drieduizend van de zevenduizend inwoners actief betrokken geweest bij de opstelling van een verkeersplan.
Wie de burger zo ver wil betrekken in het beleid, moet vertrouwen hebben in zijn oordeelsvermogen. Holemans vindt dat democratie precies neerkomt op dat vertrouwen.
De burger moet zelf macht uitoefenen. Tegenover het smalle burgerschap van de liberalen plaatst hij het ecologisch burgerschap, waarvoor vrijheid, autonomie en oordeelsvermogen kenmerkend zijn. In de opvoeding van kinderen, maar ook in de volwassenenopleiding moet het ontwikkelen van dat vermogen centraal staan. Het sociaal kapitaal benutten, daar komt het op neer. De term is ontleend aan Putnam, die onderzoek deed naar het functioneren van regionale regeringen in Italië. Ze bleken het best te functioneren waar burgers het meest actief betrokken waren. En dat loopt het best in die regio’s - het Noorden van Italië - waar het verenigingsleven het meest bloeit. Dat bevordert duidelijk het wederzijds vertrouwen en verhindert dat iedereen alleen maar zijn eigen belang nastreeft.
Er moeten bijzondere inspanningen geleverd worden om ook kansarmen te betrekken in de uitbouw van het sociaal kapitaal. Ze zijn best in staat om ook over nieuwe technologieën een oordeel te vormen. We moeten ook beseffen dat wetenschap in de huidige complexe wereld op enorm veel onzekerheden stoot. Een nieuw en ecologisch burgerschap gaat ervan uit dat de burgers mee verantwoordelijk zijn.
Holemans heeft een mooi essay afgeleverd. Het is geen tot in de details uitgewerkt wetenschappelijk gewrocht, maar de ontwikkeling van een gedachtegang. Het is ook professioneel uitgegeven,wat meer zou moeten gebeuren. Ideaal zou zijn dat er dan ook nog een uitgebreide dialoog uit voortspruit, waar Holemans voor pleit. Zijn dialogische democratie klinkt modieus, maar voor Holemans kan dat niet door de introductie van wat nieuwe procedures. En hij getuigt van een bijna ontroerend vertrouwen. Ik moet toegeven dat ik er aan twijfel of de bereidheid bij de burger zo ver gaat. Ik denk ook niet dat men zo maar bij wet kan opleggen dat instellingen democratisch worden.
Wel ben ik in ieder geval van mening dat het vertrouwen inderdaad moet worden uitgeprobeerd. De technocraten hebben al voldoende kansen gekregen, zij hebben het bewijs geleverd dat zij de maatschappelijke problemen de baas niet kunnen. Het idee dat die maatschappelijke problemen in essentie geen technische problemen zijn, is heel belangrijk. Alleen dan kan natuurlijk aanvaard worden dat ook mensen meepraten die geen deskundigen zijn. Ik hoor in milieus van intellectuelen meer en meer smalende uitlatingen over het oordeelsvermogen van de minder hoog geschoolden. Holemans durft het aan, hun deelname aan het maatschappelijk gebeuren belangrijk te blijven vinden. Interessant is ook nog zijn opvatting dat het doel van een dialoog geen compromis kan zijn. Het zal even wennen worden, in een context waarin het compromis het belangrijkste politieke instrument heet te zijn. Iedereen wordt geacht een stukje van zijn eigen doelstellingen in te leveren, op voorwaarde dat hij in het resultaat ook nog een groot stuk wel terugvindt.
In Holemans’ opvatting moet het resultaat het algemeen belang dienen. Er moet gewoon gediscussieerd worden tot alle partijen in een discussie het resultaat als het beste kunnen onderschrijven. Wat ze dan van hun oorspronkelijke positie terugvinden is van ondergeschikt belang. Ik kan er inkomen. Maar er zal ongetwijfeld nog veel water naar de zee stromen voor het zover is. In de praktijk van alledag wordt bijna met het vergrootglas nageplozen hoeveel terug te vinden is van ieders positie. Hoe dan ook, Holemans biedt stimulansen voor de discussie. Een enkele keer maakt hij er zich toch wat makkelijk vanaf. Ik heb het dan over zijn pleidooi voor een onvoorwaardelijk recht op een basisinkomen. Hij gaat gewoon straal voorbij aan de financiële problemen die het zo moeilijk maken om het basisinkomen te realiseren. Maar hij heeft kennelijk ook geen oor voor een visie op arbeid waarbinnen een dergelijk basisinkomen moeilijk in te passen valt. Zijn boek wordt erdoor wel niet minder voortreffelijk.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 5 (mei), pagina 47 tot 48