Abonneer Log in

NIET met de computer werken

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 5 (juli), pagina 43 tot 44

De eenentwintigste eeuw brengt ons een rooskleurige digitale toekomst. De digitale samenleving moet de Europeanen economische groei, sociale gelijkheid en culturele emancipatie brengen. Dat wordt ons althans op alle mogelijke manieren voorgespiegeld.

Verwacht wordt dat in deze samenleving alles beter, gelijker en democratischer zal zijn. Haalt de (virtuele) Internet-gemeenschap immers niet de economische, sociale en culturele barrières neer? Het ergste wat ons dus zou kunnen overkomen, is de digitale trein te missen. Dat idee wordt ook uitgedragen door onder meer de internet roadshows van de federale regering. Het credo - meer, beter en sneller communiceren staat gelijk met beter leven - is zowaar een ideologie geworden. Waarom?

Communicatie

Door het verdwijnen van de grote verhalen die een samenleving structureren - de Verlichting, de welvaartsstaat, het anticommunisme - heeft het Westen nood aan nieuwe ideés-moteurs. Want mensen hebben, zoals Leo Apostel zo mooi beschreef, nu eenmaal zingevingsidealen nodig. Communicatie lijkt een prima mobiliserende gedachte te zijn en vervangt daarom meer en meer vooruitgang als dominant paradigma voor de dromen van de mensen.
Een uitnodigend paradigma weliswaar, want wie wil nu niet waar ook ter wereld met zijn kinderen, ouders of vrienden kunnen communiceren. Nieuwe informatie- en communicatietechnologieën (ICT’s) als het Internet passen alvast in de menselijke zoektocht naar het overbruggen van ruimtelijke en tijdelijke grenzen. In een postmodernistisch tijdperk waar men lak heeft aan grenzen en hiërarchieën komen de ICT’s eveneens als geroepen. Kortom, de mooiste van alle mogelijke werelden is voor morgen. Of toch niet?

Snelheid

Algemeen maatschappelijk bekeken leidt het feit dat we in een planetaire tijd en ruimte leven, in een temps unique mondial, ongetwijfeld tot een enorme versnelling van de economische en politieke processen die een samenleving schragen. Maar snelheid, dat weten we, is goed als de baan recht is en er weinig verkeer is. Zodra er bochten komen of er te veel verkeer is, wordt het gevaarlijk. De ontsporingen van snelle berichtgeving in de trant van CNN zijn ondertussen legio geworden. De desastreuze gevolgen van de wereldomvattende, want door pc’s aan mekaar verbonden financiële speculatie à la seconde worden ondertussen ook steeds meer zichtbaar. De snelheid waarmee politiek bedreven wordt als een gevolg van het alziend oog van de media, is waarschijnlijk al evenzeer problematisch. Maar onderzocht is dat allemaal nog niet.
Naast een breed maatschappelijke component heeft dat credo van meer, betere en snellere communicatie ook gevolgen voor het individu. Want doodt een teveel aan communicatie niet de echte communicatie? Is chatten met een verre onbekende niet ten dele een surrogaat voor het verlies aan communicatie met de buur? En kan iemand eigenlijk wel de massa gegevens aan die hij dagelijks te verwerken krijgt uit alle uithoeken van de planeet? Is een permanente bereikbaarheid, gsm in de hand, de consecratie van het vrijheidsideaal? Of voeren we integendeel niet de moderne virtuele versie van het negentiende-eeuwse lijfeigenschap in? Ook toen moest men permanent beschikbaar zijn.
De media, waaronder het Internet, stellen ons een dorp voor dat zo groot is als de wereld. Maar is een dorp doorkruist door informatiesnelwegen niet eerder een metafoor voor vervreemding dan voor planetaire verbondenheid en het dorpsgevoel? Doodt een teveel aan planetaire bewustwording bovendien niet die bewustwording zelf? En leidt dat in laatste instantie niet tot een zich terugplooien op zichzelf, op wat beheersbaar is op het kleine, lokale, zelfs louter individuele niveau? Vermoedelijk is dat het geval voor een groot deel van de bevolking.

Contradictie

Hoewel de media ons een dorp voorstellen dat zo groot is als de wereld, lijkt het alsof mensen een dergelijk perspectief niet aankunnen. Dat kan althans afgeleid worden uit de toenemende verrechtsing, nationalismes of fundamentalismes. Want is het Vlaams nationalistisch gevoel niet ten dele een reactie tegen dat gigantische Europa dat we verstandelijk niet begrijpen, waar we zelfs de tijd niet voor hebben het te leren begrijpen omdat de economische en politieke temps unique mondial nu eenmaal geen uitstel duldt? Of zoals Jacques Delors zegt: ,,les élites ont la tête dans le monde global, la population dans le territoire national’’. En is ten slotte het opkomend fundamentalisme of integrisme niet evenzeer een reactie tegen het overaanbod van andere zingevingskaders die ons dagelijks via allerhande communicatietechnologieën bereiken?
Deze contradictie tussen het overaanbod van informatie en communicatie als ultiem resultaat van het zoeken naar de overbrugging van tijd en ruimte, en daar tegenover het intellectueel en sociaal niet aankunnen daarvan, lijkt een van de fundamentele problemen van de komende decennia. Intellectuele eerlijkheid noopt natuurlijk tot nuances. Doemdenken is inderdaad een slechte raadgever, maar de huidige hype is dat evenzeer. De hype die rond nieuwe ICT’s hangt en opduikt telkens wanneer een nieuwe technologie wordt geïntroduceerd, staat immers vaak haaks op de reële toepassing ervan. Het discours rond de introductie van telegraaf, telefoon, radio, televisie en Minitel vertoont inderdaad grote gelijkenissen met dat rond de informatiesnelweg: revolutionaire veranderingen worden verwacht, ingrijpende sociale gevolgen voorzien, spectaculaire doorbraken in het oplossen van maatschappelijke problemen verhoopt.

Inzicht

Een dergelijke technology push-visie (wat technologisch kan, zal gebeuren) is niet alleen vulgair wetenschappelijk, aangezien maatschappelijke veranderingen nooit monocausaal zijn. Ze vertoont bovendien een fundamenteel gebrek aan inzicht in de gebruiker. Want uiteindelijk geldt voor heel veel verhalen inzake de innovatie van communicatietechnologieën hetzelfde: innovatie wordt te zeer geconcipieerd vanuit de logica en de behoeftes van een kleine groep, terwijl het gros van de ICT-producten geconsumeerd moet worden door mensen wier logica bepaald wordt door een geheel andere socio-economische en culturele realiteit. De kloof tussen die twee logica’s overbruggen, is een bijzonder belangrijke én uitdagende opdracht voor de toekomst.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 5 (juli), pagina 43 tot 44