Abonneer Log in

Verkiezingstruc: alle partijen gaan winnen

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 5 (juli), pagina 1 tot 2

Zoals de zaken er nu voor staan, wordt het even wennen. Alle partijen gaan bij de volgende verkiezingen winnen. De scenario’s om deze onmogelijkheid waar te maken, werden zorgvuldig door de partijbesturen geschreven en al sinds enkele maanden op de goedgelovige burger losgelaten. Diezelfde burger zal moeten uitmaken of het een illusie is of een wonder.

Wanneer zal een goochelaar/illusionist ooit het geheim van de goocheltruc van een collega verklappen? Juist. Dat doet hij niet om de pret niet te bederven. De toeschouwer weet dat wat hij ziet onmogelijk is, maar blijft met de vraag achter hoe ze het doen. Er is maar één uitzondering. Als de goocheltruc wordt voorgesteld als een ingreep met bovennatuurlijke krachten en het dus om een bedrieglijke praktijk gaat. Dat is precies wat er in de politiek gebeurt bij gemeenteraadsverkiezingen, namelijk de partijen doen geloven in de illusie van winst of verlies met de kiezers als bovennatuurlijke kracht. Het is tijd om te ontmaskeren.

Illusies

De eerste illusie gaat over het feit dat dit verkiezingen zijn met nationale gevolgen. Die gevolgen zijn er enkel als de partijen dat zelf geloven en willen. Tot nader order stemmen kiezers voor een nieuw bestuur in hun eigen gemeente of provincie, en staan de federale en regionale regeringen daar buiten. Het zou nochtans niet de eerste keer zijn dat een regering opstapt omdat de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen tegenvalt voor de regeringspartijen. Dat gebeurde in de jaren twintig in België en recent nog in Italië. Maar dat is dan niet de wil van de kiezer geweest. Het zijn de partijen zelf die dat bepalen. Het is opvallend dat het telkens de oppositiepartijen zijn die willen doen geloven dat de kiezer zich ook nationaal uitspreekt.
Een tweede illusie is dat de nationale partijen zomaar zijn terug te brengen tot het lokale vlak. De weinige studies die er over de lokale politiek zijn gemaakt, wijzen allemaal in dezelfde richting. Sinds de fusies zijn er meer en meer nationale partijen in de gemeenten opgedoken, maar het lokale gebeuren blijft zeer sterk aanwezig en neemt niet noemenswaardig af. In een recente studie aan de KULeuven werden de cijfers door Bram Wauters nogmaals bevestigd: in 1994 had de kiezer slechts in 12 procent van de gemeenten in Vlaanderen een keuze tussen de zes nationale partijen in zuivere vorm en met de eigen naam.
Nationaal gekleurde verkiezingen zei u? In het verlengde daarvan ligt de vraag hoe nationale partijen het doen om percentages te berekenen. Hoeveel lokale partijen verhuizen niet voor een dag in de cijfermolen van de groten? De lokale kartels zorgen hier voor het gegoochel. Hoe kan hun uitslag opgesplitst worden? Het eenvoudigste is ze niet op te splitsen en iedere nationale partij de uitslag bij zichzelf te laten optellen. Geen verdwijntruc maar verdubbeling. Zo is het niet zo moeilijk om te winnen.

Ontmaskeren

In feite zijn de aangehaalde problemen of trucjes nog maar marginaal te noemen. Niemand ligt er echt wakker van dat Gemeentebelangen in Bommerskonten wel eens bij de VU, dan wel bij de CVP wordt geteld. Als ze daar beide blij mee zijn, is het hun gegund. Veel storender is dat die opgetelde percentages telkens opnieuw vergeleken worden met de verkeerde cijfers. Gemeenteraadsverkiezingen moeten vergeleken worden met zichzelf en niet met Europese of federale of regionale uitslagen. Het getuigt van kwade trouw als men dat niet doet. Vandaar mijn drang om te ontmaskeren, want zeker door de politieke partijen gebeurt dat met voorbedachte rade.
Als de CVP hoog van de daken schreeuwt dat de kiezer de regering in oktober zal afstraffen omdat zij nu zeker meer dan 21 procent zullen halen en dus winnen, dan zouden bij elke goedgeaarde burger de haren moeten rechtveren. Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen in 1994 haalde de CVP 30 procent. Elke score eronder is dus verlies. We gaan er gemakshalve even van uit dat we niet ‘smossen’ met lijstinterpretaties. Niet alle partijen gaan zich moeten forceren om zich als winnaar voor te doen. Agalev en Vlaams Blok zijn bijna zeker van winst. Het zou al heel erg zijn voor de betrokken partijen als dat niet zo was, want ze komen beide in veel meer gemeenten op dan zes jaar geleden. Zij zullen zelf nooit de vergelijking maken met nationale uitslagen. Zo verstandig zijn ze wel.

Populair

De VLD zal ook liefst niet te fel in de nationale richting kijken. In 1994 was het voor hen volop ‘overlopers’-tijd, een beweging die nu lijkt afgesloten. De winst van 15 naar 17,7 procent was in hoofdzaak te danken aan enkele kopstukken die tevoren van petje hadden gewisseld. Volgens de nationale partijlogica werden de lokale absolute meerderheden vlot overgenomen. Die trukendoos blijft voor de VLD voorlopig leeg. Zij moeten hopen op nationale ontwikkelingen, maar die gaan niet in de richting van één grote partij die een overwicht haalt.
Bij de VU lijkt alles erop dat ze wel degelijk de hulp van bovenaf zullen kunnen gebruiken. Zij gingen in 1994 van 8,7 naar 4,3 procent. De nationale uitslagen, waar de partij zich aan optrok om te blijven bestaan, waren sterk bepaald door enkele populaire figuren. Over de lokale spreiding van de partij zijn de grootste twijfels. Het is zeker niet de ID21-verruiming die voor de nodige kentering zal zorgen. Het is maar te vrezen voor de VU dat ze apart zullen opkomen. De Volksunie zal een heel oude truc moeten toepassen om de illusie van winst hoog te houden: wij hebben minder verloren dan de opiniepeilingen voorspelden. Die toverspreuk is echter zo achterhaald en zo weinig geloofwaardig geworden, dat hij bij de partijen wat buiten gebruik is. Voor de optimisten is dat een teken van nieuwe politieke cultuur. Als de nederlaag zo erg is, wordt ze zelfs toegegeven.

SP

De SP ten slotte maakt het zichzelf niet echt gemakkelijk. Zij blijven, op enkele uitzonderingen na, steeds de partijnaam trouw. Er kan dus moeilijk geschoven worden met uitslagen van lokale lijsten. De dalende trend is niet te ontkennen. De 16,3 procent in 1994 was een gemeentelijk historisch dieptepunt. Het komt dicht in de buurt van de percentages die nu bij nationale verkiezingen worden behaald. De uitspraak ,,wij verliezen geen leden, ze sterven alleen maar’’ doet niet vermoeden dat de tijd raad gaat geven.
Een truc die het altijd doet, is enkele goede uitslagen op de verkiezingsavond naar voor schuiven. Die moeten dan aantonen dat het socialisme nog niet dood is en dat er nieuw leven mogelijk is als ze de stap naar verjonging durft te zetten. Alleen wordt het jaar na jaar lastiger om Stevaert en Vandenbroucke op te voeren als verjonging. Ze hebben mijn leeftijd. Een goochelaar kan veel, maar mij jong maken? Er zijn grenzen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 5 (juli), pagina 1 tot 2