Log in

Culturele diversiteit en interactie

In april jongstleden vroeg Mohamed Talhaoui zich in De Morgen af wat de migrantenactualiteit in Vlaanderen uitmaakte. Hij definieerde de migrantengemeenschap toen ,,als de islamitische allochtone gemeenschap die in hoofdzaak bestaat uit Turkse en Marokkaanse migranten’’.1 Het is een verengende visie op de allochtonenproblematiek die ik niet graag onderschrijf. Ook als Bob Van den Broeck tegen het ,,kaartenhuis van de multiculturele samenleving” aanleunt,2 zegt hij dat de (allochtone) ,,vlag in eerste instantie gebruikt wordt om de allochtonen uit de moslimgemeenschap aan te duiden. De samenlevingsproblemen die velen terecht of ten onrechte menen te ontwaren hebben immers vaak met leden van deze gemeenschap te maken.’’

Om een aantal redenen heb ik het moeilijk met elke tweedeling die islamitische probleemburgers tegenover de rest van meerkleurig Vlaanderen plaatst. Ik weiger immers hardnekkig te geloven dat er enig oorzakelijk verband zou bestaan tussen het ,,behoren tot de moslimgemeenschap’’ - waarbinnen overigens nogal wat schakeringen bestaan - en allerlei samenlevingsproblemen en daarmee toe te treden tot ideologische hobbyclubs die de samenlevingsproblemen in Vlaanderen menen te moeten toeschrijven aan de oprukkende islamisering.

Eerlijkheid

Bovendien zou het van intellectuele eerlijkheid getuigen om een term (in casu ,,allochtoon’’) niet zomaar volgens de behoeften van het moment te verdunnen of aan te dikken. De terminologie die in het maatschappelijk overleg en in de politieke besluitvorming gehanteerd wordt, is geen roesmiddel dat je in functie van zijn straatwaarde versnijdt. Wie allochtonen per se als een probleemgroep wil behandelen, moet het dan maar meteen over álle allochtonen durven hebben, ook over allochtonen die niét uit Maghreblanden komen, over allochtonen die wél ter kerke gaan en ook over allochtonen die (nog) geen (numeriek) sterke groep vormen. Anders hebben de allochtonen er meteen alle belang bij om (1) zich zo talrijk mogelijk op onze gastvrije stranden aan te dienen en (2) zo zichtbaar mogelijk voor zoveel mogelijk samenlevingsproblemen te zorgen.
Soms heb ik de indruk dat een aantal partijen in dit moeilijke debat poogt een allesbehalve gelijkbenige driehoek te tekenen, waarin moslimgemeenschap en samenlevingsproblemen de twee eerste scherpe hoeken vormen, en beleidsaandacht de onvermijdelijke derde (stompe) hoek wordt. Andere allochtone groepen, waarbinnen ,,velen terecht of ten onrechte geen of minder (zichtbare) samenlevingsproblemen menen te ontwaren (ik parafraseer even Bob Van den Broeck) of die niet ,,tot de moslimgemeenschap behoren’’ vallen op die manier uit de beleidsmatige boot.En mogelijk zijn dergelijke verengde definities alleen maar koren op de molen van bepaalde politieke groepen, die zich via het diaboliseren van de islam of het demoniseren van leden van de moslimgemeenschap moeten legitimeren. Een leerkracht uit Borgerhout vertelde me onlangs dat een van haar allochtone leerlingen heel zeker wist dat allochtoon een synoniem was van crimineel. Misschien hebben we wel gewoon nood aan een ander discours of aan betere definities.

Herziening

De integratie-ideologie is dringend aan herziening toe. Het lijkt me echter een onfatsoenlijke veralgemening te stellen dat alle integratiedenkers al dan niet stiekem een volledige assimilatie van alle allochtonen casu quo de moslimgemeenschappen beogen. Ik stel met ongenoegen vast dat de bloemkool-met-worst-gedachte nog behoorlijk springlevend is bij een aantal deelnemers aan het inburgeringsdebat - een debat dat hier overigens pas salonfähig werd toen we heel zeker wisten dat de progressieve, tolerante Nederlanders het ook deden (verplicht sedert 1998). Sommige schrijvers hebben natuurlijk wel overschot van gelijk als ze stellen dat de term integratie een lege doos is, waarin eenieder mag wegstoppen wat hij er zelf in kwijt wil en waarin niemand terugvindt wat hij eruit had willen halen.
Moeten we het begrip integratie dan maar verlaten? Is de onvolkomenheid, de dubbelzinnigheid en de meerduidigheid van het begrip een voldoende reden om de archipelisering van onze maatschappij te bepleiten, om alle instellingen en voorzieningen te allochtoniseren, om te kiezen voor het segregatiemodel, om het apartheidsdenken te koesteren en om te dromen van een “joods gemeenschapsmodel voor de allochtonen met islamitische achtergrond”?3 Het denken rond multiculturaliteit wordt versluierd door de veronderstelling dat er altijd ergens een keuze moet worden gemaakt tussen drie modellen: inpassing/aanpassing (assimilatie, integratie, inburgering), etnische soevereiniteit (gescheiden ontwikkeling, geen aanpassing, volledige vrijheid binnen de eigen groep) en een interactie- en confrontatiemodel.

Aanpassing

Waar het misloopt met de verschillende vormen van aanpassing (al dan niet verplichte, al dan niet vergaande integratie), weten we al: de Vlaamse samenleving stelt zich dominant op en eist van nieuwkomers dat ze zich aanpassen aan (alle of een gedeelte van de) hier geldende (impliciete of expliciete) normen. De vraag is of de Vlaamse samenleving wel het recht heeft om zich überhaupt nog dominant te noemen. Wordt ze zelf niet behoorlijk vergaand gedomineerd door de nieuwe wereldcultuur van objectieve berichtgeving à la CNN, van Internet, van een economisch liberale schijndemocratie naar Amerikaans model, van het vrijemarktdenken en de daarbij horende Noord-Zuid-ideologie en van complexloze, ongegeneerde overconsumptie?

Het tweede model, dat van het cultuurrelativisme, stelt daarentegen dat de normen van de autochtone Vlamingen alleen gelden voor het historisch gedefinieerde eigen volk en zijn autochtone Vlamingen. Andere culturen en subgroepen doen het - zelfs binnen onze maatschappij - nu eenmaal anders en daarvoor moeten zij ook lang na hun aankomst als immigrant alle kansen en mogelijkheden krijgen. Deze vrijheid of etnische soevereiniteit gunt culturele minderheden het recht op een eigen ontwikkeling, op de eigen godsdienst, op een eigen opvoedingsmodel, op de eigen taal: ze worden baas in eigen kring.

Interactie

Het interactiemodel fungeert zowat als dialectische synthese van de twee eerdere modellen. Interculturele interactie - het nog steeds volop evoluerende ideaalbeeld van vele progressieve (naïeve?) Vlamingen - berust uiteraard op onderlinge discussie, op open dialoog, op creatieve confrontatie. In dat model beseffen alle partijen dat het nodig is de eigen waarden in vraag te stellen, de eigen roots te bevragen en samen nieuwe waarden te zoeken en te ontwikkelen.
Elke vorm van debat die zich door slechts een van de drie hoger geschetste visies laat leiden, gaat vroeg of laat hopeloos uit de bocht. Ook binnen het moderne interactiemodel, met al zijn verwachtingen rond creatieve confrontatie, is maar weinig ruimte voor discussies over de zogenaamde gearrangeerde of gedwongen huwelijken of rond vrouwenbesnijdenis (voorbeelden van heikele thema’s voor de westerse gesprekspartners) of voor discussies rond euthanasie en homoseksualiteit (voorbeelden van items die de meeste allochtone groepen liever niet op de agenda zetten).

Wil men de drie modellen - assimilatie, gescheiden ontwikkeling, culturele interactie - min of meer succesvol overbruggen, dan zal men dringend moeten leren een aantal gegevenheden erkennen. De dominantie van gastland Vlaanderen bijvoorbeeld is, hoe onsympathiek de term ook moge klinken, een van die gegevenheden.4 Maar de noodzaak om rekening te houden met de wensen en verwachtingen van anderen die uit andere culturen afkomstig zijn en zich hier blijvend vestigden en vestigen, is net zo goed een gegevenheid.

Waarden

De permanente bevraging van die gegevenheden is daarbij uiterst belangrijk, zowel aan de kant van de dominante maatschappij als aan de zijde van de allochtone gemeenschappen. Over welke universele waarden hebben de dominante Vlamingen het eigenlijk? En hoe kwamen die waarden dan wel tot stand? Hoe democratisch is onze democratie? Hoe onveranderlijk zijn onze waarden? Bij de dominante gemeenschap zal men het ooit moeten aandurven om die fameuze universele en onveranderlijke waarden ter discussie te stellen, met inbegrip van de mensenrechten, het recht op individualisme, de scheiding van kerk en staat, de gelijkheid tussen vrouwen en mannen. We moeten durven vaststellen dat al die waarden juist niet onveranderlijk zijn. Vóór de Groote Oorlog waren gearrangeerde huwelijken ook hier de regel. Een eeuw geleden hadden we als Vlaming geen recht op eigen cultuur. Ze zijn dynamisch, maken evoluties door en behoeven voortdurend herbronning en verfijning. Die vaststelling vormt een goed vertrekpunt voor de autochtone bevraging.

Van de allochtone gemeenschappen wordt een gelijkaardige bevraging verwacht - een bevraging die alleen maar meervoudig kan zijn, want de waarden van de Marokkaanse gemeenschap zijn niet dezelfde als bij de Turkse, Afghaanse, Koerdische, Congolese, Ecuadoriaanse of Nigeriaanse minderheid. Over welke waarden hebben zij het? Hoe universeel en hoe onveranderlijk zijn die? Impliceren de vrijheid van godsdienst en het recht op godsdienstbeoefening de verplichting tot religiositeit of tot godsdienstig gedrag binnen deze of gene gemeenschap? De bevraging van de waarden van de allochtone gemeenschap begint bij de vaststelling dat hun onveranderlijke waarden in gastland Vlaanderen nu reeds op heel andere wijzen worden beleefd dan in het thuisland en dat het herstel van (reële of vermeende) waardepatronen uit het thuisland of het verpotten ervan naar het gastland doodlopende straatjes zijn.
De bevraging van de waarden van de nieuwkomers impliceert bijvoorbeeld ook de erkenning van de interne diversiteit, die ervoor zorgt dat verschillende subgroepen hun waarden op heel uiteenlopende manieren invullen en beleven. Veralgemeningen blijven in geval van een eerlijke bevraging niet lang overeind. Net zoals de autochtone subgroep katholieken zowel extreemconservatieve als nostalgische, zowel extreemprogressieve als warmbloedige families omvat, bestaan er binnen de islamitische en joodse minderheden talrijke varianten die allen erkenning verdienen, zowel van de autochtone meerderheid als van de eigen en van de andere allochtone minderheden.

Sukkelstraatje

Vervelend blijft dat de wet van de getallen - hoe democratisch is dié? - ervoor zorgt dat minderheden per definitie niet in een positie verkeren om van de cultureel dominante meerderheid een aanpassing aan de eigen waarden en normen af te dwingen. Het risico lijkt reëel dat minderheden die vasthouden aan waarden die botsen met de (alles over)heersende waarden van de meerderheid, op termijn in het sukkelstraatje van marginalisering en gettovorming zullen verzeilen. Dat het debat over de erkenning van de minderheden vooral vanuit de dominante samenleving gevoerd wordt en zal worden, lijkt een evidentie.
Het kan echter een zinnig en eerlijk debat worden, gesteld dat de dominante samenleving niet alleen bereid is om kansen te geven aan en ruimte te scheppen voor de minderheden, maar ook bereid is om haar eigen waarden en haar eigen identiteit pijnlijk eerlijk te bevragen. Onderdeel van die bevraging is de gegevenheid dat de ruimte voor minderheden geen verzameling van conflict-driven toegevingen mag zijn, die met tegenzin en schoorvoetend wordt ingeruimd op een aantal beleidsmatige braaklanden. Het is een verdomde democratische plicht, een opdracht die zich in het centrum van het beleid (en van de macht) situeert.

Democratie

Persoonlijk hou ik nogal van de termen culturele diversiteit en culturele interactie. Als ik zie in hoeveel barensnood de multiculturele samenleving tot stand komt, vind ik het moeilijk om te stellen dat de multiculturele samenleving een feit is, zoals de mensen van Al Rabita in De Morgen stelden.5 Ik wil vooral een gewone, normale democratische samenleving waarin iedereen beter wordt van de - nu al aanwezige - culturele diversiteit. Wat ik met die democratische samenleving bedoel, zal duidelijk zijn: een samenleving die voortdurend en bewust verder evolueert naar meer democratie en naar betere vormen van volwaardige participatie van alle burgers. De democratie op zich blijft een project dat voor verbetering vatbaar is. Zolang allochtonen in België geen stemrecht hebben (en voor dat succesje mogen andere partijen dan het Vlaams Blok de pluim op hun hoed steken), is er nog heel wat werk aan onze democratische winkel.
Het helpt als we in dit debat afstappen van het achterstellingsdiscours, hoe reëel die achterstelling bij bepaalde allochtone subgroepen ook mag zijn, en als we het probleemdenken even aan de kant schuiven, hoe reëel de samenlevingsproblemen ook mogen wezen. Het lijkt me prettiger, productiever en positiever om culturele diversiteit als een kracht en een verrijking te beschouwen. Toen publicist Peter De Roover de noodkreet ,,Moeder, waarom ben ik geen allochtoon?’’6 lanceerde, deed hij dat niet omdat hij ook een hap wil van de ,,veel te aanzienlijke subsidiestromen’’ die volgens het Vlaams Blok afvloeien naar de allochtonen. Hij was leesbaar een beetje jaloers op allochtone waarden vanuit de vaststelling dat ,,Vlaamse volksidentiteit een verdacht iets is geworden. (...) De allochtonen hebben duidelijk minder last van die wortelangst’’.

Kracht

De moslimgemeenschap gaf jarenlang het goede voorbeeld en zorgde met eigen middelen en met grote verbetenheid voor de eigen religieuze gebouwen en voorzieningen - een graad van betrokkenheid en overtuiging die christelijk Vlaanderen al sedert Napoleon niet meer kan opbrengen. Net zoals het hedendaagse muzieklandschap niet zou zijn wat het is zonder de - overigens door de dominante cultuur gerecupereerde - wereldmuziek, is de hedendaagse Vlaamse cultuur slechts wat ze is met (en dankzij) de inbreng van allochtone muzikanten, acteurs, dansers of sportfiguren.
Culturele diversiteit is allang geen uitdaging meer, waartegen een mens zich vooral moet wapenen. Ze is een belangrijk, onvermijdelijk aspect van de nieuwe en vernieuwende culturele omgeving en mogelijk zelfs een van de belangrijkste factoren van vernieuwing en van anders denken. Ook al staan de partijen in het multiculturele debat nog vaak met getrokken messen tegenover elkaar, toch werkt culturele diversiteit vooral ontwapenend, omdat alle betrokken partijen nu eenmaal een deel van hun zekerheden op de helling moeten durven zetten, hun al dan niet heilige huisjes moeten verlaten en hun waarden moeten relativeren.

Ruggengraat

In het voorbeeldig tolerante Nederland verscheen anno 1996 een cultuurnota met de titel ,,Pantser of ruggengraat’’, die vooral interculturele uitwisseling wilde bevorderen binnen de bestaande infrastructuur - een idee dat overigens ook in Vlaanderen nooit ver weg is. De nota beschouwde de behoefte om de eigen cultuur te behouden als een naar achteren gerichte beweging, als een vorm van stilstand die haaks stond op de ontwikkelingsgedachte, als een ,,pantsering, bij gebrek aan ruggengraat’’. Dat gepantserd cocondenken bij Vlaamse allochtonen bestaat, lijdt geen twijfel. Verwonderlijk is het echter niet: ze kunnen hun mosterd halen bij de meer virulente autochtonen van extreemrechtse signatuur.

Niemand zal in het licht van het huidige debat sommige Vlaamse allochtone gemeenschappen een gebrek aan ruggengraat kunnen verwijten. Stevigheid is een belangrijke eigenschap voor ruggengraten. Soepelheid en flexibiliteit zijn dat echter ook. Culturele diversiteit is een uitnodiging om vooral veel te oefenen. Het houdt de wervelkolom stevig en soepel en voorkomt culturele stroefheid. Het risico dat je op een ochtend hulpeloos op je rug ligt te spartelen wordt dan misschien iets kleiner. En misschien komt onze samenleving dan toch nog op haar interculturele pootjes terecht.

Noten
1. Talhaoui, M., “Naar een actieve migrantenbewustmaking”, De Morgen, 27 april 2000.
2. Van den Broeck, B., “Het multiculturele kaartenhuis. Pleidooi voor een debat over harmonieus samenleven”, Samenleving en politiek, jg.7/5 en De Morgen, 22 juli 2000.
3. Vreemd overigens dat vanuit joodse hoek geen enkele reactie kwam op de beweringen van de mensen van Al Rabita of op het wederwoord van Bob Van den Broeck (,,Hebt u ooit al eens een chassidische jood als bediende bij de supermarkt om de hoek gezien? Of als politieagent?’’).
4. En een relatieve gegevenheid. Wordt de Vlaamse cultuur niet gedomineerd door een Angelsaksische eenheidsworstcultuur? Is Brussel een stad met een dominant Vlaamse cultuur? Bestond er honderd jaar geleden dan wel ergens een dominante Vlaamse cultuur?
5. Jahjah, D.A., Arkob, H., Azzuz, A., Ahmed, A.A., “Wij zijn hier en wij blijven hier”, De Morgen, 26 mei 2000.
6. De Roover, P., “Moeder, waarom ben ik geen allochtoon?”, Gazet van Antwerpen, 28 april 2000.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 7 (september), pagina 40 tot 44