Abonneer Log in

Eerst nog wat zuchten en dan...

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 8 (oktober), pagina 1 tot 2

De morgen na de dochter van alle verkiezingen.
Het kan soms deugd doen om eens diep te zuchten. Aan de situatie verandert het niets wezenlijks, maar het drukt meer uit dan twee pagina’s editoriaal. Op de verkiezingsavond heb ik zo’n allesomvattende zucht de wereld ingestuurd. Er was de zucht voor die aanhoudende overwinningen van het Blok. De personencultus in de media en de eindeloze uitzendingen met geleuter over de lokale verkiezingen: dit is eindelijk gedaan voor een tijdje. De blunderende exit-poll van VTM, waarvoor de echte wetenschappers hadden gewaarschuwd, is een zucht waard. Maar vooral, en dat is waarschijnlijk het ergste, dat een mens zijn geloof in de mensheid zou verliezen, of beter gezegd in de kiezer.

Ik zie zoveel mensen in de lokale politiek hun best doen en zich uitsloven om enkele percenten stemmen te veroveren. Het Blok komt, verspreidt tonnen pamfletten vol kankercellen, en de zetels volgen als vanzelf. In het onderwijs wordt op grote schaal aan politieke bewustmaking gedaan. Het schijnt de jeugd niet af te houden van het Blok. In steden werd geld gestoken in de achtergestoken wijken. Goed, maar niet afdoende om het stemgedrag om te buigen. Het Blok heeft het meest trouwe kiespubliek. Proteststem, zei u? Allang niet meer, maar wat het wel is, dat blijft nog altijd koffiedik kijken. Hoe te verklaren dat in een rijke gemeente als Schoten het Blok de grootste partij wordt? De stem van de radeloze apolitieke economisch achtergestelde?
Er is toch wel wat meer aan de hand. Het gaat ook niet om personen in deze partij. De lijsten in Brussel zijn daar het beste voorbeeld van. Bijna Nederlandsonkundigen worden als ex-Front National op de lijst gezet en worden vlot verkozen. Wat als FN niet kan, kan onder het label ‘Blok’ plots wel. De naam ‘Vlaams Blok’ wordt een garantielabel van succes en authentiek protest. En aan Franstalige kant maar zeggen dat bij hen extreemrechts niet bestaat.Alleen zijn het in Brussel wel de Franstaligen die het Blok aan stemmen helpen. Laat ons samen zuchten.

Stilte

De overvloed van informatie die voor de verkiezingen door alle partijen in de bus werd gegooid en op het scherm werd uitgestald, staat in schril contrast met de stilte die er hangt rond de coalitievorming. Wie begaan is met de toekomst van de gemeente zou liever nu wat meer horen van die partijen die onderhandelen. Want verkiezingsfolders zijn maar beloftes om de kiezer te overtuigen om voor de goede partij te stemmen. Het is in de periode daarna dat het eigenlijke beleid wordt bepaald, dat de prioriteiten worden gelegd en de financiële grenzen worden getrokken. Over deze besprekingen horen we weinig of niets, en daar zijn verschillende verklaringen voor.

De meest voor de hand liggende verklaring is dat er nog steeds veel absolute meerderheden zijn in Vlaanderen. Het is niet omdat de CVP over bijna heel de lijn verliest, dat ze ook veel meerderheden heeft moeten inleveren. Deze partijen hebben geen enkele goede reden om hun programma niet uit te voeren. De kans is wel groot dat ze in hun folders wat te grootsprakerig zijn geweest, en dat gewoon de middelen ontbreken, of er binnen de partij er toch geen meerderheid is gevonden om de plannen echt uit te voeren. Maar de stemmen zijn binnen van al diegenen die erin wilden geloven, dus ...
Erger is het gesteld met die gemeenten, waar er wel gesprekken zijn, maar waar het onderwerp van onderhandeling beperkt blijft tot het verdelen van de mandaten. Op de avond van de verkiezingen is alles al geklonken. Zodra de schepenambten zijn verdeeld is er blijkbaar een akkoord. “We hebben nog zes jaar tijd om beleid te voeren, nu boter bij de vis”, is de meest gehoorde uitspraak bij deze partijen. Het is effectief zo dat in deze gemeenten ook na januari een beleid zal gevoerd worden, maar alles wijst erop dat het niet zal gedragen worden door een visie. Agendapunt na agendapunt zal worden besproken, met het grote gevaar dat het geheel ook keer op keer zal worden uit het oog verloren. Op zich moet dit niet leiden tot rampzalige toestanden, maar het is wel dodelijk voor het aanwakkeren van een dynamiek, die gemeenten en hun besturen goed kunnen gebruiken. Er is immers iets meer dan de eigen gemeente. Zoveel besturen klagen over het feit dat ze meer en meer taken krijgen toebedeeld van de overheid. Zoveel besturen klagen over de betutteling, die uitgaat van de minister(s) en hun regering.

De commissie voor bestuurlijke organisatie van Vlaanderen wijst in haar rapport op de noodzaak om gemeenten op verschillende manieren te kunnen laten samenwerken en dit te laten afhangen van de noden van die gemeenten zelf. Een samenwerkingsvorm die goed is voor enkele landelijke gemeenten, is dat niet noodzakelijk voor bijvoorbeeld een stad als Gent en omgekeerd. ‘Schaaldifferentiatie’ is het sleutelwoord van dit volop geprezen rapport. Maar hoe kunnen gemeenten opkomen voor hun belangen en (terecht) zelf gaan bepalen hoe ze willen samenwerken, als ze in de eigen gemeente nog niet bekwaam zijn om een visie te ontwikkelen over waar ze naartoe willen? Blijkbaar is het hebben van een visie een goede troef in de verkiezingen. Dat is toch het besluit dat we moeten trekken als we kijken naar SP-kopstukken zoals Stevaert en Van de Lanotte.
Wie enkel onderhandelt over het aantal mandaten en de postjes, moet niet verbaasd zijn dat de kiezers het woord ‘politiek’ associëren met eigenbelang en opportunisme. In een pamflet wordt dat: ‘vriendjespolitiek en zakkenvullerij’. Dan hebben we het nog niet over die partijen, die twee akkoorden op zak hebben met twee verschillende partijen. Dat lijkt in nogal wat gemeenten een courant gebruik te zijn. Wil de politicus rechtstaan die kan uitleggen hoe dit de geloofwaardigheid in de politiek verhoogt?

Inhoud

Uit recent onderzoek bij lokale verantwoordelijken van nationale partijen blijkt dat er wel steeds meer en meer over inhoud wordt gesproken in de coalitieonderhandelingen dan vroeger. Dat is een gunstige evolutie, die hopelijk zijn weerslag zal hebben op het gevoerde beleid. Die gemeenten, die deze onderhandelingen ernstig opvatten, zullen dan ook geen moeite hebben om de inhoud van de overeenkomst kenbaar te maken aan het grote publiek. In deze gemeenten mogen we dus de komende maanden een folder in de bus verwachten met het beleidsplan erin voor de komende legislatuur. De foto’s van het verkiezingsdrukwerk kunnen gebruikt worden om de burgemeester en de schepenen kenbaar te maken aan het grote publiek, met voor elk een halve bladzijde om hun betrachtingen neer te schrijven als lid van het schepencollege.

De nieuwe en hogere vergoedingen die vanaf januari zijn ingeschreven in de gemeentelijke begroting, kunnen misschien een andere groep van politici aanspreken. De meeste schepenen hebben een voltijdse job, en kwamen na hun uren even langs op het gemeentehuis om wat papieren te tekenen en dossiers in te kijken. Veel contact met het uitvoerend personeel zat er meestal niet in. De verhoogde vergoedingen laten nu toe om van het schepenambt een volwaardige deeltijdse baan te maken. Het risico wordt steeds groter dat schepenen en burgemeester de plaats gaan innemen van de diensthoofden en de gemeentesecretaris. Het risico wordt groter dat zij zullen overgaan tot de controle op de werken, in plaats van in eerste instantie de bedenkers en de bezielers te zijn van de uit te voeren projecten. De spanningen liggen zo voor het grijpen en die zullen niet bevorderlijk zijn voor het optimaal functioneren van de gemeente. Wie daar garen van kan spinnen, weten we onderhand wel. Zucht.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 8 (oktober), pagina 1 tot 2