Log in

'Het geheim van Fatima: twaalf jaar tussen buren en burgers'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 10 (december), pagina 47 tot 48

Het geheim van Fatima: twaalf jaar tussen buren en burgers

Fatima Bali
Van Halewyck, Leuven, 2000

Twaalf jaar geleden was Agalev koortsachtig op zoek naar een migrant(e) om haar Antwerpse gemeenteraadslijst te versterken. Fatima Bali, geboren en getogen in Borgerhout, was als enige bereid deze uitdaging aan te nemen. Bali besefte dat ze zich door haar keuze moeilijkheden op de hals zou halen en dit zowel binnen haar (Marokkaanse) gemeenschap als binnen haar familie, maar zette door. Wat Agalev van haar verwachtte, daar had ze minder kijk op. De gevolgen zijn bekend: nog voor de gemeenteraadsverkiezingen werd Bali een Bekende Vlaming, overvraagd door de media. In oktober 1988 werd zij verkozen, waardoor zij de eerste Vlaams-Marokkaanse politica van het land werd.
De Antwerpse kiezer verlengde ook bij de recente gemeenteraadsverkiezingen (8 oktober 2000) haar mandaat. Bali behaalde met haar 3719 voorkeursstemmen een mooie persoonlijke score. Weliswaar nog altijd enkele duizenden minder dan lijstduwster Maria “Mieke” Vogels of lijsttrekster Chantal Pauwels maar wel beduidend beter dan de resultaten van de twee aftredende schepenen, Dirk Geldof en Erwin Pairon, van kamerlid Fauzaya Talhaoui en van staatssecretaris Eddy Boutmans die, ter vergelijking, strandde op 800 en een kluts voorkeursstemmen. Kortom, Bali is voor Agalev een stemmenkanon, maar wel een stemmenkanon dat zich hoe langer hoe minder “thuis” voelt in haar partij. Bali wenst immers méér dan één van de vijfenvijftig Antwerpse gemeenteraadsleden te zijn; zij ambieert een schepenambt. Alleen lijkt haar partij deze carrièremove niet echt te smaken; al dan niet openlijk twijfelt men aan haar bestuurskwaliteiten.
Ook hierover gaat haar boek Het geheim van Fatima: twaalf jaar tussen buren en burgers, dat enkele weken voor de gemeenteraadsverkiezingen in de winkelrekken lag. Bali verhaalt hoe zij in het verleden met lede ogen heeft moeten aanzien hoe zij keer op keer andere partijgenoten of verruimers, zoals Patsy Sörensen, moest laten voorgaan bij de verdeling van de schepenambten. Voor “hogere” mandaten verkiest Agalev immers politici die minimaal één universitaire graad op het curriculum vitae kunnen vermelden. Enigszins bitter besluit zij dat de groene partij duidelijk lijdt aan een “eigen hoogopgeleid volk eerst”-mentaliteit. En Bali is niet hoogopgeleid, vertelt ze; op haar zeventiende was zij nog bijna analfabeet: lezen ging immers moeizaam, schrijven haast niet. Vandaag is lezen geen probleem meer, met schrijven blijft ze zich onzeker voelen. Gelukkig kan ze voor raad en daad terecht bij enkele toeverlaten waaronder oud-gemeenteraadslid Harry Schram. Deze laatste heeft trouwens, samen met Aad Van Maanen, de redactie van dit boekje (zelfs met een ruime bladspiegel telt het net geen 130 pagina’s) op zich genomen.
Het boek is uiteraard meer dan het relaas van een tot op heden gefnuikte carrière. In de inleiding bejubelt inleider van dienst Etienne Vermeersch de politica omdat zij zich niet verhult in een “langue de bois” maar rechttoe rechtaan haar waarheid vertelt. Bali durft inderdaad om zich heen te schoppen. Zij hekelt de autochtone gemeenschap die wel eisen maar nooit voldoende middelen ter beschikking stelt: zo moeten allochtonen de streektaal beheersen, terwijl het cursusaanbod Nederlands (nog steeds) veel te klein is. Zij bekritiseert de Centra voor Leerlingenbegeleiding (in het boek nog verkeerdelijk als PMS-centra aangeduid) die allochtone studenten nog al te vaak en al te gemakkelijk doorverwijzen naar technisch onderwijs en/of beroepsonderwijs.
Bali is echter ook hard voor de “eigen” gemeenschap. Zij heeft geen goed woord over voor allochtone ouders die hun kinderen van de kleuterschool houden (omdat daar de basis voor een goede schoolloopbaan wordt gelegd) of die zonen (die alles mogen) anders opvoeden dan dochters (die, alle educatie ten spijt, nog steeds voor een leven in de keuken voorbestemd zijn). Deze hardheid maakt haar niet altijd geliefd; sommige allochtonen verwijten haar zelfs racistische standpunten te vertolken, een mijns inziens nogal gemakkelijk geuit verwijt tegenover iedereen die in dit debat op handel en wandel, op doen en laten kritiek durft formuleren. Het Antwerpse gemeenteraadslid pleit dan ook voor een constructieve en kritische houding van “haar” gemeenschap die best wat meer aan introspectie mag doen in plaats van zich te wentelen in “die vreemde cocktail van verwijten en zelfbeklag, die alleen leidt tot betutteling, paternalisme en een negatief zelfbeeld” (pagina 49).
Bali is in haar boek zoals zij door Vermeersch wordt getypeerd: nooit verhullend maar altijd recht voor de vuist, eerlijk en kritisch. Wellicht is zij daarom voor velen té recht voor de vuist, té kritisch en té eerlijk. En dat zijn normaliter niet de eigenschappen die de gemiddelde politicus (m/v) naar de top brengen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 10 (december), pagina 47 tot 48