Log in

'Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2000'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 4 (april), pagina 54

Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2000

Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2000
Vranken Jan, Geldof Dirk, Van Menxel Gerard en Van Ouytsel Jeff (red.)\nAcco, Leuven

Armoede en sociale uitsluiting, jaarboek 2000’ is al het negende deel in de reeks. Het bevat, net als de vorige uitgaven, een schat aan informatie over het aantal armen, bestaansminimumtrekkers, werklozen, inkomensverdelingen, enz. Al deze gegevens zijn samengebracht in een aantal overzichtelijke bijlagen. ‘Armoede en sociale uitsluiting’ is een boek dat gekocht en gelezen wordt voor deze bijlagen. Dat is echter niet helemaal terecht. De body van het boek is even belangrijk als het cijfermatige overzicht. In vier delen wordt een overzicht gegeven van wat het nationale en internationale armoedeonderzoek vandaag te bieden heeft en wordt stilgestaan bij het armoedebeleid.
De klemtonen die gelegd worden hebben eigenlijk allemaal te maken met de heropleving van de economie. Karel Van den Bosch schetst de situatie duidelijk: de relatieve armoede lijkt toegenomen tussen 1992 en 1997 maar die toename kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Ze is niet statistisch significant. Als men voor de berekening van het aantal armen enkel rekening houdt met de koopkracht en niet met de (gestegen welvaart) is er tussen 1992 en 1997 geen stijging van de armoede. Niet moeten waarschuwen voor een dijkbreuk in de armoedeproblematiek is gunstig voor het armoedeonderzoek. Er kunnen dan een aantal conceptuele problemen aan bod komen. Zo is er de evidente vaststelling dat armoede een multi-aspectueel karakter heeft. De auteurs zetten stappen om die multidimensionele armoede beter te meten. Een tweede klemtoon ligt op het ruimtelijk aspect van de armoede. Armen zijn geconcentreerd in steden en in bepaalde wijken. De auteurs ondersteunen volmondig het adagio dat het geheel meer is dan de som van de delen. Daarom vereist geconcentreerde armoede een specifieke benadering. Een derde klemtoon in het boek ligt op het internationale aspect van de armoede. De georganiseerde solidariteit in de verzorgingsstaat is beperkt tot een bepaalde natie. De vraag hoe solidariteit uitgebreid kan worden naar mensen die geboren werden in minder fortuinlijke naties, drijft Tom De Herdt naar de kernvraag van de sociologie, nl.: ‘wat is een gemeenschap?’. Voor De Herdt is het evident dat de definitie van wie wij rekenen tot de eigen groep moet uitgebreid worden. Vraag blijft hoe je dat doet. De definitie van de gemeenschap, en dus de afbakening van de groep mensen met wie we solidair zijn, is een culturele definitie. Het uitbreiden van de solidariteit is daarom veel eerder een cultureel dan een institutioneel probleem. Wat betreft de klemtonen in de beleidsaanbevelingen zijn, volgens de auteurs, drie sleutelwoorden cruciaal. Het armoedebeleid moet gebiedsgericht zijn, inclusief en structureel. De gebiedsgerichtheid heeft te maken met concentratiewijken. Een inclusief armoedebeleid vereist een aandacht voor armoede doorheen de verschillende beleidsdomeinen. Een structureel armoedebeleid vraagt een continue aandacht, ook als het economisch wat beter gaat. De observatie dat het aantal armen niet, of slechts licht, toeneemt betekent ook dat het aantal zeker niet gedaald is, ondanks de economische vooruitgang.
Lezers die specifiek geïnteresseerd zijn in een bepaald (beleids-)domein van armoedebestrijding zullen hun gading vinden in het derde deel van het boek. Per domein wordt daar een stand van zaken gegeven. Aan bod komen de discussie over de vermogensbelasting, de bestedingen en de schuldoverlast, de werkloosheid, het onderwijs, de woonproblematiek, de gezondheid en de toegankelijkheid van de welzijnssector. Voor verschillende van die domeinen worden zeer specifieke aanbevelingen gedaan. Al bij al is het negende armoederapport, net als de vorige edities, het lezen, en voor wat betreft het cijfermateriaal, het bestuderen waard.

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 4 (april), pagina 54