Abonneer Log in

Wat is er aan de hand met onze democratie?

Bemerkingen van een Vlaamse sociaaldemocraat

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 4 (april), pagina 28 tot 31

Naar aanleiding van het debat over het Vlaams Blok en de immigranten op 12 december 2000 in La Tentation in Brussel, wil ik graag volgende opmerkingen kwijt. Ik hoop hiermee bij te dragen tot een inhoudelijke discussie op politiek, sociologisch, filosofisch en psychologisch vlak. Er was al het artikel van Burggraeve, Corijn en Verbraeken ‘Wat we zelf doen, doen we beter…niet’. Intussen is ook de reeks essays van Manu Claeys in De Standaard verschenen: ‘Het Vlaams Blok in elk van ons’. De polemiek daarover heeft mij extra geïnspireerd. Er was tenslotte het essay van Piet de Moor ‘Weimar aan de Schelde’ in De Morgen van 6/1/2001.

In La Tentation hielden zowel Filip Rogiers als Marc Reynebeau zich aan de armtierige aanbeveling ‘gewoon je werk goed doen’. De 500.000 Vlaams Blok-kiezers zullen wel terugkomen op hun stemgedrag en voor een democratische partij kiezen, als we maar met z’n allen goed ons werk doen! Maar de oproep tot de Vlaamse medeburger om ‘gewoon je werk goed te doen’ zodat alles weer beter wordt, is voor mij een nieuwe wanhoopsvariant van de dooddoener uit de jaren zestig ‘wanneer eenieder voor zijn eigen deur veegt, is de hele straat proper’. Meer dan 30 jaar geleden hebben politici en sociologen echter met grondige argumenten aangetoond dat dit een oproep was om de eigen kneuterigheid te consacreren en vooral NIET deel te nemen aan het politieke forum: niet in je straat, je dorp, je stad, je land of de wereld. Het is beschamend dat dit de enige loze kreet is die de murw geslagen progressieve beweging nog weet te mompelen na de rechtse uppercut van 13 juni 1999 en 8 oktober 2000. Het getuigt bovendien van een merkwaardige arrogantie tegenover de vele honderd duizenden die in ons land in eer en geweten ‘hun werk goed doen’ en vooral gedaan hebben in de hoop een respect- en vredevolle samenlevingsvorm op te bouwen. Wat is trouwens het criterium voor dit ‘goed je werk doen’? Waar is hier een objectieve maatstaf die verder gaat dan de subjectieve intentie? Wie zal die stellen?
De verklaring voor dat half miljoen Vlaams Blok-stemmers zit naar mijn mening in de organisatie van onze democratische samenleving en niet in de mate waarin eenieder het ‘goede doet’. In een democratische staatsvorm delegeert de burger zijn soevereine macht via politieke partijen en verkiezingen aan een parlement dat een regering aanwijst om de beslissingen uit te voeren en een rechterlijke macht aanduidt om controle uit te oefenen. Dat is essentieel om de conflicten eigen aan iedere samenleving, van een mogelijke gewelddadige en inefficiënte oplossing te vrijwaren. Wanneer het staatsapparaat niet in staat is de macht naar tevredenheid van de burgers uit te oefenen, kunnen de burgers een wijziging in het parlement en de regering realiseren met hun stemgedrag. En als de bestaande politieke meerderheid er niet in slaagt hun noden, verwachtingen en angsten adequaat te benaderen, zullen zij voor de oppositiepartijen kiezen. Wanneer er geen democratische oppositie meer bestaat of wanneer deze haar taak niet goed opneemt (vb. afspiegelingscollege’s in een gemeenteraad of noodgedwongen brede coalities met alle mogelijke partijen) zullen zij zelf of via door hen opgerichte organisaties taken van het staatsapparaat opnemen waardoor de legitimiteit van het democratische staatsapparaat op de helling komt te staan. In het kader van hun ‘stemplicht’ zullen de ontevreden kiezers hun stem geven aan een niet democratische oppositiepartij zoals het Vlaams Blok. Om te werken aan het voortbestaan van een democratische samenleving moet dus dringend een intensieve discussie gevoerd worden binnen de bestaande democratische politieke partijen. Het probleem kan niet meer afgedaan worden met slogans als ‘zwijg erover, want ieder noemen van hun naam levert hen stemmen op’. De taken die de burger in een democratisch staatsbestel aan de overheid delegeert, moeten naar behoren worden uitgevoerd en er moet daar degelijke communicatie over bestaan. Dat zou je nog kunnen omschrijven als ‘gewoon je werk goed doen’. De communicatie van politieagenten met de slachtoffers van inbraken of kleinere criminaliteit kan en mag geen bevestiging zijn van de angst en wanhoop van de bedreigde burger. In zo’n geval voelt de burger dat het monopolie dat hij aan de staat heeft gedelegeerd om het geweld onder controle te houden, doorbroken wordt.

Effectief oppositie voeren

De burger moet de kans hebben om zijn ontevredenheid via zijn stemgedrag te uiten. Zonder de ‘plicht’ om aan die stemming deel te nemen, want het niet deelnemen is ook een uiting van afwijzing. De ‘stemplicht’ is een discriminatie tegenover het ‘stemrecht’ van EU-ingezetenen en allochtonen die ‘stemrecht’ zouden krijgen bij gemeenteraadsverkiezingen. Dit houdt een fundamentele discriminatie in en is dus een potentiële bron van ergernis! De overheid heeft de taak om haar burgers te motiveren en uit te nodigen tot deelname aan de stemprocedures. Dat de stemplicht in stand wordt gehouden omdat anders de belangen van kansarmen en sociaal zwakkeren uit het oog zouden verloren worden, getuigt van een hoge infantilisering.
Een democratische oppositie moet effectief oppositie voeren. Of dit nu met een hergroepering tot twee koepels of met meerdere partijen moet gebeuren, lijkt mij niet zo belangrijk. Een tweedeling leidt doorgaans wel tot meer duidelijkheid voor de kiezer. Eenthemapartijen hebben dan ook minder zin en zullen een efficiënte werking van meerderheid en oppositie niet kunnen blokkeren of vertroebelen. Afwijkende maatschappelijke stromingen zullen onderdak zoeken binnen een meer verwante grote politieke koepel. Deze koepels of partijen moeten ernaar streven ook intern een democratische structuur aan te houden.
Het voorstel van VLD-europarlementslid Ward Beysen om een nieuwe rechtse, maar democratische formatie op te zetten waar ontevreden CVP’ers, VLD’ers, VU‘ers en Blokkers terecht kunnen, klinkt goed, maar mist basis. Een ondertekende basisverklaring over de rechten van de mens is geen garantie voor een blijvend democratisch karakter. Om dat te realiseren, moet je iedere dag open staan voor discussie, je verantwoordelijkheid opnemen, respect opbrengen voor andere meningen en doortastend optreden tegen democratiebedreigende uitwassen binnen een samenleving. Ons eigen historisch voorbeeld van de BWP illustreert dit. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog verzwonden leden van de socialistische partij- en vakbondstop in nazi-ideeën en -organisaties!

De democratie beschermen

De democratische staat heeft van haar burgers de opdracht gekregen om zichzelf en haar onderdanen te beschermen tegen stromingen en partijen die het democratische bestel ondermijnen of afwijzen. Daartoe moet de rechterlijke macht correct optreden: de processen tegen het Vlaams Blok wegens inbreuken op de anti-racismewetten moeten tot een goed einde gebracht worden. De uitspraak van een Brusselse rechtbank dat het haatopwekkende lied van Jef Elbers niet als racistisch mag worden beschouwd, is een voorbeeld van een slecht werkende magistratuur. In dat geval dient de minister van justitie tussen te komen. Dat is trouwens vrij stipt gebeurd in Nederland. De burgers weten op die manier zeer duidelijk waar de grenzen van een democratische en respectvolle samenlevingsvorm liggen. Daartoe moeten de media hun verantwoordelijkheid opnemen zoals trouwens zeer efficiënt in Wallonië en Nederland gebeurt. Indien het Vlaams Blok het cordon sanitaire kan doorbreken, zal zij in eerste instantie de persvrijheid, de vrijheid van vereniging en de gelijke rechten van alle burgers aan banden leggen. Zij zal via een verhaal van zerotolerantie haat zaaien tussen groepen burgers van dit land: verdeel en heers. Onze Waalse broeders blijken tot op heden trots gespaard van een Vlaams Blok-situatie en lijken dit te wijten aan de baronieën waaronder zij hun gewest hebben verdeeld. Wanneer echter een lokale baron zou sterven, dreigt wellicht ook daar het machtsvacuüm op een niet-democratische manier te worden ingevuld. Helemaal onhoudbaar lijkt mij de manier waarop Siegfried Bracke, in De Zevende Dag, de salonfähigkeit van het Vlaams Blok-kader bevordert. Hij presteerde het om Paul Meeus, sinds jaren parlementair medewerker van Gerolf Annemans, een vraag aan kardinaal Daneels te laten stellen over het gebrek aan katholieke consequentie in het onderwijs, waar de leerlingen niets of nauwelijks nog wat leren over de roomse godsdienst en er nog nauwelijks een onderscheid is met de lessen zedenleer. Bracke laat deze uiterst rechtse meneer nadien onthullen dat hij geen racist is maar voor een katholieke herwaardering opkomt van de christelijke waarden. Hij kan dan de verbouwereerde kardinaal de mantel uitvegen. Als gemeenteraadslid van het Vlaams Blok in Turnhout is hij ook nog acoliet in de Begijnhofkerk en oblaat van dienst! En er komt daar geen of nauwelijks reactie op, ook niet vanuit het hoogste niveau van de verschillende partijen. Enkel Karel De Gucht zou zich aan de hoogste boom ophangen als alle VLD-afdelingen zouden zijn zoals die van Ludo Van Campenhout in Antwerpen. En minister-president Patrick Dewael heeft een goed bedoelde oproep aan de media gedaan om toch correcte berichtgeving na te streven en op te houden een forum te bieden aan het Vlaams Blok.
En er zijn nog manieren om de democratie te beschermen. Het politieapparaat (zeker nu met de vereniging van rijkswacht, GP en politiediensten) en het leger moeten correct opgeleid worden en gezuiverd worden van alle elementen die een bedreiging vormen voor de democratische staatsvorm. Het onderwijs moet middelen en personeel toegewezen krijgen om onze jongeren democratische omgangsvormen te laten oefenen. Bedrijfsleiders moeten eenzelfde theorie én praktijk toepassen in hun ondernemingen. Dat is een onderdeel van het verantwoord ondernemersschap. Het migratievraagstuk en het samenleven met mensen van allochtone komaf in dit land moeten openlijk besproken worden. Eenieder kan dan deelnemen aan de discussie zonder zich langer te verbergen achter angst en vooroordelen. Enkel wanneer wij met alle democratische politieke partijen aan de versteviging van onze democratie werken, kan deze specifieke staatsvorm - die ontstaan is in de West-Europese lappendekencontext - zijn volle rijkdom op economisch, cultureel en sociaal vlak aan Europa én aan de wereld laten zien.

Gastvrije stadsstaten

Voor Vlaanderen dringt zich bovendien een bestuurlijke reorganisatie op waarbij de stedelijke agglomeraties - moderne versies van de stadsstaten - knooppunten vormen in ons demografisch en economisch netwerk. Vooral onze grote en middelgrote steden moeten de kans en de middelen krijgen om de bevolkingsaangroei en -instroom (ook nieuwkomers van over de landsgrenzen) op te vangen. Zo kunnen zij tot kleurrijke, multiculturele centra opbloeien. Nu worden ze gewurgd door de kerktorenmentaliteit in al te veel landelijke gemeenten, waarvan de burgemeesters en schepenen de wetgevende dienst uitmaken in Vlaanderen. Hoe graag willen zij bijvoorbeeld de resterende open ruimte niet verder verkavelen?
Een dichtbevolkte, economische topregio als de lage landen aan de monding van Rijn, Maas en Schelde verdient een bestuur met een visie waar de stedelijke cultuur de toon zet. De demografische druk, de mobiliteits- en infrastructuurproblemen, eigen aan een versnipperd landelijk lappendeken, vagen om een consequent stedelijk geïnspireerd beleid. Alleen dan zal de woon- en leefkwaliteit in onze steden ten volle uitnodigen in plaats van gezondheids-, onderwijs-, cultuur- , woon-, werk- en ontspanningsproblemen te creëren. Onze steden zullen dan niet langer als problematische vuilcontainer van de Vlaamse boerenbuiten functioneren.
De SP dient in deze discussie een duidelijk standpunt te formuleren naar haar kaders en leden en naar de andere politieke partijen en de Vlaamse kiezers.

‘Gelijke kansen’ versus ‘Eigen volk eerst’

Het gelijkekansenverhaal van Patrick Janssens lijkt mij inhoudelijk een forse vernieuwing die een verpletterende verantwoordelijkheid zal leggen op de leden van onze samenleving.
Vandaag lijkt het wel of de socialistische boodschap van emancipatie door solidariteit tussen alle arbeiders en onderdrukten over de hele wereld honderd jaar lang in essentie draaide om het eigen-volk-eerstprincipe. Louis Tobback zou het ooit visionair omschreven hebben als: ‘socialisme kan drijven op jaloezie’. Het eigen volk was in dit geval het onderdrukte proletariaat, dat de schepper was van de maatschappelijke rijkdom en daardoor ook recht had op die rijkdom. Vandaar de zeer mobiliserende eis tot gelijkheid in kansen, maar ook in rijkdom, enz. Eens het proletariaat geëmancipeerd, zouden in de natte droom van de marxisten de andere maatschappelijke klassen als gelijken kunnen delen in die rijkdom. Het bleek echter anders te lopen, zowel in de landen van het ‘reëel bestaande socialisme’ als in die met een sociaaldemocratisch regime.
Gezien onze marxistische variant van ‘eigen-volk-eerst’ besmuikt opgeborgen werd na de val van de muur, is er een ideologisch vacuüm ontstaan waar nu een andere variant opbloeit, de angstvariant van wie zich in zijn eigen identiteit en integriteit bedreigd voelt. De globalisering van de wereldeconomie en de daarmee gepaard gaande migratiebewegingen drijven onvermijdelijk meer mensen in de armen van de actuele eigen-volk-eerstprofeten. Enkel een volgehouden democratische opvoeding, communicatie en beleid met een duidelijke emancipatorische missie/visie kunnen dit probleem ontmijnen. De optie van de ‘gelijke kansen’ en de individuele verantwoordelijkheid van eenieder die daarin schuilt, is een bruikbare en ethisch verantwoorde optie, ook op lange termijn.

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 4 (april), pagina 28 tot 31