Log in

'Vijftig jaar volksvertegenwoordiging. De circulatie onder de Belgische parlementsleden 1946-1995'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 5 (mei), pagina 46

Vijftig jaar volksvertegenwoordiging. De circulatie onder de Belgische parlementsleden 1946-1995

Verhandelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten - nieuwe reeks nr. 1
Stefaan Fiers\nBrepols, Turnhout, 2000

De oorspronkelijke dataverzameling voor dit boek vond plaats in 1993 maar werd herhaald tijdens het academiejaar 1999-2000. Auteur is Stefaan Fiers die, zoals een vriendelijk begeleidend schrijven mij doet herinneren, als postdoctoraal onderzoeker is verbonden aan de Katholieke universiteit Leuven en eerder publiceerde over de partijvoorzitters in België. Opzet van dit boek was de circulatie van de Belgische parlementsleden te onderzoeken in de periode tussen 1946 en 1995.

De keuze om het onderzoek in de tijd te beperken tot 1995 is niet toevallig. Sedert dat jaar is de samenstelling van het federale parlement immers drastisch gewijzigd zodat opname van deze gegevens de conclusies enkel zouden kunnen vervormen. Naast andere wijzigingen verminderde na de verkiezingen van dat jaar het aantal volksvertegenwoordigers en senatoren, verdween de categorie van de provinciale senatoren en zag een nieuwe categorie senatoren het levenslicht: de gemeenschapssenatoren. De beperking van het onderzoeksdomein tot 1995 is dan ook wetenschappelijk verantwoord, maar lijkt de auteur wel parten te spelen: zo wordt soms melding gemaakt van politieke gebeurtenissen of feiten, zoals herverkiezingen, die na 1995 hebben plaats gevonden. Alleen doet Fiers dit noch eenduidig (soms in hoofdtekst soms in voetnoot) noch consequent: hij beschrijft wel het rigide rotatiesysteem dat de groene partij Agalev in haar jonge jaren huldigde (waardoor parlementsleden na twee termijnen in principe niet meer mochten verkozen worden binnen dezelfde assemblee), maar vermeldt niet dat dit rotatiesysteem ondertussen om politiek pragmatische redenen is verlaten.
Het boek is opgedeeld in vijf hoofdstukken. Het eerste betreft het institutionele kader waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de relevante grondwettelijke bepalingen, de kieswetgeving en de statutair voorziene werkwijze voor de lijstsamenstelling in de partijen. Zo bespreekt Fiers onder andere het belang van de ‘nuttige volgorde’ op de kieslijsten zodat kandidaten die niet (meer) gesteund worden door de partijkaders enkel op basis van voorkeursstemmen een mandaat kunnen behalen, wat trouwens zeer zelden gebeurde. In het tweede hoofdstuk wordt de circulatie van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers besproken. De hoofdstukken drie, vier en vijf bespreken de loopbaan en circulatie van drie categorieën senatoren, respectievelijk de rechtstreeks verkozen senatoren, de provinciale en de gecoöpteerde senatoren.

In grote mate volgt Fiers in de laatste vier hoofdstukken een vast stramien waarbij volgende vragen worden beantwoord: hoelang blijft iemand gemiddeld in het parlement? Is er een verschil naargelang het geslacht van de mandataris? Welke partijen kenden de grootste circulatie en in welke partijen hebben de mandatarissen de beste vooruitzichten op een lange loopbaan? Kan er een verband opgetekend worden tussen de gemiddelde duur van het mandaat en het arrondissement waarin men verkozen wordt? In hoeverre is de circulatie bij verkiezingen het gevolg van het niet-deelnemen van aftredende mandatarissen? Of van de verkiezingsuitslag?

De waarde van Fiers werk is tweeledig. In annex zijn alle leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat opgenomen, in alfabetische volgorde, met vermelding van partij en duur van parlementaire loopbaan, een handig naslaginstrument (hoewel de tabellen iets groter afgedrukt mochten worden - niet iedereen heeft arendsogen) waar ik al verscheidene malen gebruik van heb gemaakt. Daarnaast schuilt het belang voornamelijk in de statistiek. De man of vrouw die een politieke loopbaan beoogt, kan na het lezen van dit boek tal van strategische beslissingen treffen. Wellicht moet hier wel één disclaimer aan toegevoegd worden: de berekeningen gelden voor het verleden en verlenen geen zekerheid voor toekomstige winsten.

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 5 (mei), pagina 46