Abonneer Log in

Geen matrakken maar politieke dialoog

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 7 (september), pagina 1 tot 2

Het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie begon nochtans veelbelovend. Verhofstadt werd na zijn maidenspeech in het Europees parlement bijna doodgeknuffeld. Want was hij in Nice niet nagenoeg de enige geweest die - tevergeefs weliswaar - zijn nek had durven uitsteken voor meer Europa? Bovendien is het programma van de Belgische regering voor Europa erg ambitieus en de sterke rode en groene prioriteiten zorgen ervoor dat vele sceptici aan de blauwe raadsvoorzitter het voordeel van de twijfel gunnen. De kers op de taart moet uiteraard de verklaring van Laken worden, waarin het scenario voor de toekomst van Europa geschreven wordt.

In juni zette het Ierse ‘neen’ aan het Verdrag van Nice een eerste domper op de vreugde, omdat het zo duidelijk liet zien dat er een reusachtige kloof gaapt tussen de Europese Unie en haar burgers. Maar het enthousiaste Belgische voorzitterschap put daaruit terecht nog meer argumenten voor de noodzakelijke hervormingen van de Europese Unie. Europa moet opnieuw de mensen begeesteren, het moet socialer, democratischer en doorzichtiger worden. Met de Verklaring van Laken zal het Belgisch voorzitterschap dan ook veeleer een politiek dan een institutioneel antwoord moeten geven op de vraag welke toekomst wij voor Europa willen.
Eind juli werden in Genua nochtans alle kaarten drastisch dooreengeschud. Met meer dan 150.000 betogers was Genua het voorlopig hoogtepunt van de nieuwe protestbeweging die in Seattle begon en sindsdien in Praag, Nice, Göteborg en nu in Genua dus, steeds meer en vooral ook jong volk op de been krijgt tegen de wilde globalisering van economie en kapitaal. Maar de rellen, de ravages door een harde kern black blockers en het massale politiegeweld, de dood van Carlo Giuliani en de meer dan 600 gewonden hebben van Genua vooral een nachtmerrie gemaakt.

Natuurlijk moeten er lessen getrokken worden om te voorkomen dat Brugge, Luik, Gent of Laken nieuwe slagvelden worden van enkele gewelddadige amokmakers. Het is onaanvaardbaar dat Europese topbijeenkomsten steevast leiden tot ravages in de straten, brandende auto’s en stukgeslagen ruiten. Maar het lijkt erop dat de regeringen van de lidstaten de verkeerde lessen aan het trekken zijn. Want de gespierde plannen voor ordehandhaving die onlangs op Europees niveau gesmeed werden lijken er niet alleen op gericht om de harde kern black blockers aan te pakken. Ze zetten ook de deur wagenwijd open voor ongecontroleerde screenings en registratie van protestorganisaties, huiszoekingen bij en aanhoudingen van ‘verdachte’ actievoerders van wie de enige ‘misdaad’ erin bestaat dat ze twijfelen aan de weldaden van de globalisering. Terecht heeft het Europees parlement dan ook beslist om concrete voorstellen uit te werken om de Europese politie-samenwerking te controleren en maatregelen te eisen die enerzijds het betogingsrecht en het recht op vrije meningsuiting garanderen en anderzijds de casseurs isoleren.

Het is niet met een versterkte Schengen-samenwerking, de sluiting van de grenzen voor actievoerders of de uitbreiding van de bevoegdheden van Europol dat een antwoord gegeven wordt op de vragen van de antiglobalisten. Betogers in splendid isolation ver weg houden van de topbijeenkomsten van de staatshoofden en regeringsleiders door gans Laken tot verboden zone te verklaren, werkt de frustratie van vreedzame manifestanten alleen maar in de hand. En is er geen levensgrote contradictie tussen de verwijten dat burgers zich nauwelijks interesseren voor Europa en de matrakken, en zelfs kogels, voor diegenen die betogen om hun mening duidelijk te maken?
Dus ligt het juiste antwoord in een echte dialoog met die organisaties die de proteststemmen van vele duizenden mensen vertolken. Alle democratische partijen hebben ondertussen al aangekondigd dat ze met de protestbeweging willen praten. Die dialoog mag geen dovemansgesprek worden.
Alhoewel de protestbeweging tegen globalisering niet echt een gemeenschappelijk eisenplatform heeft, eist de beweging wel duidelijk radicale veranderingen van de economische verhoudingen, zowel tussen Noord en Zuid als binnen het rijke Westen. De bijeenkomsten van de G7/8 zonder enige democratische controle zijn natuurlijk erg verschillend van het Europese verhaal, maar de antiglobalisten wijzen ook op een aantal Europese ongerijmdheden. Economische samenwerking mag dan al geleid hebben tot meer welvaart in Europa, maar het wordt moeilijk om de weldaden daarvan te blijven verdedigen tegenover de werknemers die ontslagen worden bij bedrijfssluitingen of tegenover de duizenden armen en uitgeslotenen die Europa nog telt.
Eén voorzitterschap kan natuurlijk geen mirakels doen op enkele maanden. Maar het Belgisch voorzitterschap moet in zijn programma wel bewijzen dat er stappen gezet worden om Europa socialer te maken en om het op internationale fora een politieke stem te geven voor een rechtvaardiger wereld. Er liggen vele concrete dossiers op tafel waarin België kan bewijzen dat een geloofwaardig Europees antwoord kan gegeven worden ten aanzien van de globalisering. De Tobin-taks staat eindelijk op de Europese agenda, maar de liberalen in de Belgische regering en socialistische toplui zoals Tony Blair of Hans Eichel zijn nog ronduit tegen. Ook in eigen Europees huis wacht het Monti-pakket voor een meer rechtvaardige fiscaliteit op concrete uitvoering. Met de ratificatie van het Kyoto-protocol kan Europa in Marrakech neen zeggen aan de wereld volgens Bush, maar dan mag het ook niet toegeven aan de machtige kernlobby in de lidstaten. In Qatar, waar het protest van de antiglobalisten geen kans krijgt, moet de Europese Unie hun standpunten tegen de liberalisering van onderwijs en gezondheidszorg verdedigen. Maar Europa mag evenmin toegeven aan de wilde liberaliseringsdrang van Europees commissaris Bolkestein in het Europees dossier van de post bijvoorbeeld.
De socialistische ministers in de Belgische regering hebben goede kaarten in handen om Europa socialer te maken: een stevig plan om de armoede uit te bannen en één om de pensioenen ook in de toekomst veilig te stellen; nieuwe Europese sociale wetgeving die ervoor moet zorgen dat de vakbonden beter weerwerk kunnen geven tegen afdankingen omwille van dalende winstcijfers; een nieuw elan voor sociale economiebedrijven in Europa en sociale labels voor een eerlijker wereldhandel. Om er maar enkele, heel belangrijke, te noemen.
Het Belgisch voorzitterschap kan in de komende maanden bewijzen dat Italiaanse toestanden geen synoniem zijn voor Europees beleid. De protestbewegingen op straat zullen dan eerder een bondgenoot dan een vermeende tegenstander zijn.

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 7 (september), pagina 1 tot 2