Abonneer Log in

Heiligen de middelen het doel?

Voorstel Dewael inzake risicokapitaal

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 2 (februari), pagina 46 tot 48

De Vlaamse minister-president Patrick Dewael stelde op de nieuwjaarsreceptie van het Vlaams Economisch Verbond voor om particuliere investeringen in risicokapitaalfondsen (zogenaamde Small Business Investment Companies) fiscaal aftrekbaar te maken in de personenbelasting. De risicokapitaalfondsen zouden dan het verzameld kapitaal moeten investeren in duurzaam ondernemende KMO’s.

De liberalen en de werkgeversorganisaties stellen al jaren dat er in België en Vlaanderen een tekort is aan risicokapitaal. Klopt dit wel? Studies van het IWT en het Federaal Planbureau doen ons besluiten dat België het niet zo slecht doet als wel eens wordt beweerd. Indien we de investeringsbedragen bekijken in verhouding met de grootte van de Belgische economie, stellen we zelfs vast dat de we 4de staan op de Europese ranglijst. Ons omringende landen zoals Frankrijk, Finland, Italië, Duitsland, … doen het slechter. Alleen het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Nederland doen beter. Bovendien is er de laatste jaren een duidelijke groei van de markt voor risicokapitaal. De kans is bijgevolg groot dat, zelfs zonder fiscale gunstmaatregelen, België verder in deze rangschikking zal klimmen. Uit de studie van het Federaal planbureau blijkt trouwens ook dat starters in Vlaanderen - meer dan in andere landen - het nodige risicokapitaal vinden. Waar ligt dan wel het verschil tussen België en de ons omringende landen, en dus de frustratie van Dewael, het VEV en co? Het verschil zit vooral in de rol die de overheid bij ons speelt inzake risicokapitaal. Onze buurlanden verkiezen om risico-investeringen te stimuleren via indirecte overheidssteun, zijnde waarborgregelingen en fiscale tegemoetkomingen. In België gebeurt dit vooral via directe overheidsinvesteringen waarbij overheidsinstellingen zoals de GIMV, de Vlaamse Milieuholding, de Limburgse Reconversiemaatschappij, … nog steeds meer dan 60% van het risicokapitaal verschaffen. Het voorstel Dewael wil dit doorbreken en stimuleert vooral het indirect overheidsinitiatief inzake risicokapitaal. Het Vlaams ABVV reageerde afwijzend. Hierna gaan we in op het waarom.

Voordeel voor rijke privé-investeerders

De praktijk bewijst dat het vooral kapitaalkrachtige privépersonen zijn die bereid zijn om een deel(tje) van hun spaarcenten te beleggen in risicokapitaal. De huidige Business Angels bestaan inderdaad voornamelijk uit welstellende zakenmannen zoals Aimé Desimpel en co. Het voorstel Dewael zal hieraan niets veranderen. Het zullen wel altijd diegene blijven die nu reeds bovenaan de sociale ladder (en in de hoogste belastingschalen!) staan, die het meest voordeel zullen halen uit een dergelijke belastingaftrek. Want op de hogere inkomens zijn hogere belastingschalen van toepassing. Dit maakt dat hoe meer je verdient, hoe groter het belastingvoordeel zal zijn en dus hoe kleiner het risico wordt om een ‘echt’ verlies te hebben. Het was trouwens die categorie van de bevolking die bij de laatste hervorming in de personenbelasting ook al het best bediend werd. Het herverdelingseffect van de personenbelasting wordt door deze maatregel nog maar eens verder aangetast. De werkgevers samen met de liberale politici stellen steevast dat arbeid te veel belast wordt. Het ABVV gaat akkoord met minder belastingen op arbeid, op voorwaarde dat dit voldoende gecompenseerd wordt door het meer belasten van die andere productiefactor, zijnde kapitaal. Maar wat stellen we vast? De maatregel Dewael zal de kloof tussen de belastingen geheven op arbeid en deze geheven op kapitaal nog verder doen groeien. Indien Dewael naar de ons omringende landen kijkt voor het stimuleren van risicokapitaal, dan zou hij dat beter ook doen voor de fiscaliteit op de meerwaarden van aandelen. België is immers wat dat betreft uniek: de belasting op meerwaarden is bij ons gelijk aan 0! In de ons omringende landen varieert het belastingstarief op meerwaarden van 20 tot 40%.

‘Risico’-kapitaal? Super-rendement

Het belangrijkste kenmerk van risicokapitaal is dat de belegger niet weet hoeveel de investering hem uiteindelijk zal opbrengen. Hoe hoger de belegger het risico inschat, hoe hoger de opbrengst zal moeten zijn om dit risico te vergoeden. Vandaar dat spaarboekjes, die risicoloos zijn, amper intrest opbrengen. Maar kunnen we bij het voorstel van Dewael nog wel spreken van risico? Het voorgestelde stimuleringsinstrument is immers niet min: de belegger zal een bepaald percentage van het bedrag besteed aan risicoaandelen van zijn belastbaar inkomen kunnen aftrekken. We stellen vast dat landen die eveneens gebruik maken van deze techniek, de aftrek beperken tot 50% van de beleggingswaarde. We kunnen dus veronderstellen dat Dewael ook dit cijfer in zijn achterhoofd heeft. Concreet betekent dit dat iemand die ongeveer 50.000 euro belegt in dergelijke Small Business Investment Companies (en dit is niet onrealistisch) een belastingaftrek krijgt van ongeveer 25.000 euro! Dit betekent dat de belegger hierdoor 7.500 euro (zijnde 25.000\*30%, gemiddelde aanslagvoet) minder belastingen moet betalen. Dit betekent dat zijn belegging met 15% (7.500/50.000 euro) in waarde mag dalen opdat sprake kan zijn van een ‘echt’ verlies! De eerste 15% waardedaling van zijn aandelen worden m.a.w. volledig afgewenteld op de maatschappij. En dit terwijl eventuele meerwaarden (koerswinsten) totaal niet belast worden! In België bestaan er momenteel een 30 à 40-tal bedrijven die actief zijn als risicokapitaalverschaffers. Een nadere analyse van de samenstelling van hun aandelenportefeuille toont aan dat ook zij aan risicospreiding doen. Zij investeren in verschillende bedrijven die actief zijn in verschillende sectoren. Ook zij zijn immers op zoek naar een evenwicht tussen een maximaal rendement en een verantwoord risico (cf. websites huidige private kapitaalverstrekkers). Het gaat hier immers niet om liefdadigheidsinstellingen. Dit betekent dat de kans vrij groot is dat deze investeringen een hoger rendement zullen opleveren dan risicoloze beleggingen. Indien we dit koppelen aan de belastingaftrek (veronderstel dat 50% aftrekbaar is) dan is de kans groot dat dergelijke investeringen een super-rendement opleveren! Een belegging van 12.000 euro dat jaarlijks een (minimale) winst oplevert van slechts 5 %, brengt al snel 20% op in het jaar van de belastingaftrek (12.000\*5%) + (6.000 \* 30%, gemiddelde belastingsvoet) !

Onbekend en ongewenst effect op de Vlaamse begroting

De Vlaamse regering heeft heel wat moeite gehad om de recente begrotingsbesprekingen binnen de begrotingsnormen af te ronden. Dit bewijst dat de huidige inkomsten slechts volstaan om de Vlaamse uitgaven te betalen. Belastingsvermindering leidt echter ongetwijfeld tot structurele minderinkomsten voor de overheid. Niemand weet echter hoeveel want niemand kan inschatten welk effect deze maatregel zal hebben op het aanbod van risicokapitaal en dus ook niet welk effect er zal zijn op de begroting. We zijn in elk geval van oordeel dat Vlaanderen nog tal van andere noden te vervullen heeft vooraleer dergelijke fiscale gunstmaatregelen kunnen worden toegekend. Denken we hierbij maar aan investeringen in het openbaar vervoer, wegenwerken, de uitbouw van sociale voorzieningen, de onderwijssector, …

De risico’s van volkskapitalisme

Na de wet op de werknemersparticipatie waarbij werknemers aangemoedigd worden om aandeelhouder te worden van hun bedrijf, volgt nu het voorstel Dewael om alle Vlamingen (risico)aandeelhouder te maken. De FET blokletterde op 27/06/98: ‘risicokapitaal staat de jongste maanden in de belangstelling. De succesverhalen van Lernout & Hauspie, Xeikon,… zijn daar waarschijnlijk niet vreemd aan. Zonder de centen van risico-investeerders waren zij nooit geworden wat ze nu zijn …’. Onder impuls van de toenmalige Vlaamse Minister-president, Van Den Brande, waren veel West-Vlaamse ondernemers maar ook werknemers, bereid om te investeren in dergelijke bedrijven. De ‘sfeer’ was zodanig positief dat de vraag naar dergelijke aandelen sterk toenam, met abnormale koersstijgingen tot gevolg. De koersen stegen zodanig dat ze niet meer in overeenstemming waren met de economische realiteit van die bedrijven. Indien Dewael wordt gevolgd, zullen ongetwijfeld opnieuw meer mensen bereid zijn te investeren in risicokapitaal omwille van het grote financiële voordeel. Hierdoor bestaat de kans dat de vraag naar aandelen en dus de prijzen ervan kunstmatig zullen toenemen. Dit verhoogt uiteraard de kans op een overwaardering van de aandelen, met alle risico’s van dien.

Duurzaam ondernemen

In het voorstel Dewael is de fiscale aftrekbaarheid van de belegging gekoppeld aan duurzaam ondernemen. Enkel de aandelen die geïnvesteerd zijn in duurzame bedrijven zouden aftrekbaar zijn. Ook het Vlaams ABVV is al jaren vragende partij om inzake overheidssubsidiëring de voorkeur te geven aan duurzame ondernemers. Maar wat is duurzaam? Onze definitie van wat duurzaam ondernemen is wijkt alleszins sterk af van deze gehanteerd door de liberale regeringspartner. Zo lanceerde Reynders een aantal maanden geleden het voorstel om de restaurantkosten 100% aftrekbaar te maken indien het restaurant zich duurzaam gedroeg. Reynders verstond hieronder: het engagement van het bedrijf om de sociale en fiscale regels te respecteren. Dit lijkt ons wel een heel minimalistische invulling van het begrip duurzaam ondernemen! In het buitenland wordt risicokapitaal vooral verschaft door de private sector. In België is het vooral de publieke overheid die instaat voor de investeringen in risicokapitaal. Dit maakt dat de investeringen in de zaai- en startfase van ondernemingen groter zijn in Vlaanderen en België dan in de ons omringende landen. Dit betekent dat jonge, startende en innovatieve bedrijven die belangrijk zijn voor een groei-economie, in België meer dan in andere landen het nodige risicokapitaal vinden. Uiteraard heeft dit te maken met het feit dat private risicokapitaalverstrekkers, zoals we reeds hierboven vermeldden, eveneens op zoek zijn naar een maximaal rendement en dus bij voorkeur niet investeren in de risicovolste bedrijven. Overheidsinstellingen zoals de GIMV, de Vlaamse Milieuholding, Biotech Fonds Vlaanderen, investeren in bedrijven met als enige voorwaarde dat het initiatief een normale (i.p.v. maximale) bedrijfseconomische rendabiliteit oplevert. Vandaar dat we als Vlaams ABVV gekant waren tegen de beursgang van de GIMV. Dit verplicht haar immers om, onder druk van de aandeelhouders, eveneens een maximalisatie van het rendement na te streven.
We begrijpen de nobele doelstelling van de Vlaamse liberalen wel. Meer nog, wij onderschrijven zelfs het belang van risicokapitaal in ons land. De vraag is evenwel of fiscale aanmoediging dé manier is om het risicokapitaal te stimuleren. Het bovenstaande bewijst immers dat een directe vertegenwoordiging van de overheid op de markt van het risicokapitaal de beste optie is. Men kan zich trouwens afvragen of Vlaanderen zo’n financiële inspanning t.a.v. risicokapitaal hoeft te doen. Verschillende studies tonen immers aan dat Vlaanderen goed scoort inzake beschikbaarheid van risicokapitaal. De bedoelingen van Dewael situeren zich dus duidelijk op een ander niveau.

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 2 (februari), pagina 46 tot 48