Abonneer Log in

'Eco-economy, building an economy for the earth'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 6 (juni), pagina 70 tot 71

Eco-economy, building an economy for the earth

Lester R. Brown
Earthscan publications LTD, London, 2001\n(Verspreiding voor België: Acco, Leuven)

Lester Brown geeft sinds 1984 een State of the world uit. Jaarlijks wordt een soort gezondheidstoestand van de wereld opgemaakt. Hij heeft nu geprobeerd een ecologische economie of een duurzame milieueconomie te ontwerpen. De milieuproblemen zijn er de laatste 25 jaar immers niet kleiner op geworden, terwijl de milieubeweging naar zijn mening geen gemeenschappelijke visie ontwikkeld heeft. Daar wil zijn boek aan tegemoet komen.

Voor Brown impliceert dit een nieuwe Copernicaanse revolutie in ons wereldbeeld, in termen van Thomas Kuhn een paradigmawissel. De huidige economische wetenschap verklaart niet hoe de economie het natuurlijk systeem van de wereld aan het vernietigen is, waarom de Noordpool smelt, waarom in Noord-China grasland tot woestijn herschapen wordt, waarom in de zuidelijke Pacifiek koralen afsterven, waarom visbanken in New Foundland uitgeput raken en waarom steeds meer soorten van planten en dieren uitsterven. Het milieu wordt ondergeschikt aan de economie. Dat moet nu precies veranderen. Ecologische principes moeten het kader aanreiken voor een economische politiek. Dat veronderstelt een totaal andere manier van redeneren, maar stilaan raken de economisten er toch van overtuigd dat het natuurlijk kapitaal uitgeput raakt. De formidabele groei zal niet verhinderen dat we onszelf kapot maken. Ecologisch denken betekent het aanvaarden van grenzen, het denken in cycli, maar vooral het echt aanrekenen van alle kosten. De klassieke economie ziet geen grenzen, denkt lineair en laat alles over aan de markt. Ze ziet niet dat die markt de waarheid niet vertelt, maar kosten gewoon doorschuift.
Brown illustreert de milieuproblemen op wereldvlak met een indrukwekkende lijst van problemen. Ze zijn niet nieuw. Ik beperk het tot een verwijzing naar China: als de Chinese gezinnen zich straks allemaal een of twee auto’s aanschaffen, verbruiken zij meer olie dan de hele wereld op dit ogenblik. Daarmee wordt de noodzaak geïllustreerd om de globale economie te herstructureren. Vooruitgang moet compatibel zijn met het ecosysteem van de aarde. Een economie die gebaseerd is op olie, die zich concentreert op de auto en die maar wegwerpt, moet vervangen worden. Cruciaal is dat de reële kost aangerekend wordt. De vice-president van Esso Noorwegen drukte het zo uit: ‘Socialisme is ingestort omdat het niet aanvaardde dat zijn prijzen de economische waarheid vertelden. Kapitalisme zou wel eens kunnen instorten omdat het niet aanvaardt dat prijzen de ecologische waarheid uitdrukken.’
We kunnen ons niet langer veroorloven dat de economie pas achteraf probeert de ecologische schade op te lossen. Ecologische principes moeten van bij het begin gerespecteerd worden. Men kan het gewoon niet aan de markt overlaten. Heel vaak subsidieert de overheid de uitputting van bronnen of activiteiten die het milieu beschadigen. Ze legt bijvoorbeeld wegen aan in de bossen, zodat die gewoon sneller kunnen gerooid worden. Er is geen keuze en het moet trouwens vlug en systematisch gebeuren. Heel veel landen hebben trouwens al belangrijke stappen gezet. Neem bijvoorbeeld Denemarken, dat inzake windenergie al heel ver staat. Andere landen hebben voorsprong op andere vlakken. Het komt erop aan vooral inzake energie en gebruik van materialen het roer om te gooien. En dat hoeft absoluut niet overal op dezelfde manier te gebeuren. Brown geeft een indrukwekkend voorbeeld: de energie-efficiëntie lijkt in de VS 30 % lager te liggen dan in Europa. Louter door die efficiëntie op een gelijk niveau te brengen zou de VS op zijn ene been de Kyotonorm kunnen halen.

Hoe komen we zover? Cruciaal zal de stabilisering van de vruchtbaarheid zijn. Brown denkt dat die zich overigens hoe dan ook zal voordoen: ofwel doen we er iets aan, ofwel zal de natuur ervoor zorgen door massale sterfte. Voor het overige grijpt hij terug naar heel klassieke instrumenten: fiscale politiek, regelgeving, labeling, handelsbelemmeringen. Taksen zijn het belangrijkste wapen. Zijn dat nieuwe taksen? Hij verwijst naar een studie die toont hoe jaarlijks 700 biljoen dollar aan subsidies gegeven wordt voor zaken die negatief zijn voor het milieu. Het gaat dan om gebruik van pesticiden, fossiele brandstoffen, gebruik van water enzovoort. Men komt al een heel eind verder door dit bedrag om te turnen tot ‘constructieve subsidies.’ Brown is absoluut niet pessimist. Hij is ervan overtuigd dat we het roer op tijd kunnen omgooien. Alle maatregelen die hij voor ogen heeft worden reeds door minstens 1 land uitgevoerd. Als iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt - politiek, media, bedrijven, ngo’s, komen we er wel.

Het boek geeft een behoorlijk overzicht van de milieuproblemen op wereldniveau, zonder daarbij al te technisch te worden. Het pleidooi van Brown voor een ecologische economie is op zich vrij overtuigend. Zijn optimisme is minder aanstekelijk. Uiteindelijk kan hij weinig nieuws aanbrengen. Dat betekent dat bijna alle problemen al langer bekend zijn. We slagen er desondanks niet in de milieukost echt door te rekenen. Natuurlijk zijn er goede voorbeelden op te sommen. Probleem is dat we al die voorbeelden niet zo makkelijk zullen samenkrijgen. Dan wordt de milieukost immers plots al te gigantisch. Een aspect daarvan wordt door Brown trouwens onderbelicht: de factuur is in het verleden niet alleen naar de toekomstige generaties doorgeschoven, ze is ook vooral aan de Derde Wereld gepresenteerd. Het Noorden heeft het restaurant voor zichzelf gereserveerd, heeft het voedsel van anderen opgegeten en weigert nu ook de rekening te betalen. Welke realpoliticus is bereid die factuur echt op tafel te leggen? Kijk naar wat er met Kyoto gebeurt. Welke politicus durft luidop zeggen dat de Antwerpse chemische industrie ondergeschikt is aan het halen van de norm? Het woord taks alleen al bezorgt kippenvel. Brown heeft natuurlijk gelijk dat er maar een weg is, het echt betalen van de rekening. Tegelijk geeft hij voorbeelden van beschavingen die ten onder gegaan zijn omdat ze die precies niet betaalden. Valt niet te vrezen dat het Noorden zich eerder zal vastklampen aan de illusie dat er toch nog een andere en technische oplossing komt? Een of andere wetenschapper gaat vandaag op zoek naar een alternatief om de CO2-uitstoot te beperken. Nee geen taks, maar via micro-organismen in de oceanen. Ik ben er zeker van dat zijn dwaze onderneming aangegrepen zal worden om nog maar te wachten met een CO2-taks.

Het boek toch lezen, zou ik zeggen. Het is trouwens heel toegankelijk en mooi uitgegeven. Je weet maar nooit.

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 6 (juni), pagina 70 tot 71