Abonneer Log in

Peilingen

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 2 (februari), pagina 1 tot 2

Voor mij ligt De Standaard van 1 februari. De krant besteedt de frontpagina en nog drie andere bladzijden aan een peiling die ze samen organiseerde met de VRT en mijn collega, Stefaan Walgrave. De drie partners hadden reeds in oktober een gelijkaardige peiling gehouden. Tegenover die peiling blijkt vooral een zeer grote stabiliteit. Eigenlijk is er geen enkele statistisch significante verschuiving op te tekenen. CD&V en VLD halen beiden om en bij de 24%, de sp.a is de derde partij met 19%. Het Vlaams Blok zou rond de 15% halen en Agalev zou nipt onder de 10% blijven. Al bij al is het een voor de sp.a geruststellende peiling: de gestelde drempel van 18% wordt gehaald en Steve Stevaert is de populairste politicus van het land.

Van alle vijf de provinciale lijsttrekkers kan 30% van de bevolking zich inbeelden ervoor te stemmen. Daarmee is uiteraard niet gezegd dat die mensen dat ook zullen doen maar het is toch hoopgevend. Daarbij komt dat de respondenten de thema’s gezondheidszorg, sociale zekerheid, werkgelegenheid en verkeersveiligheid naar voren schuiven. Dat zijn thema’s waarvan de bevolking meent dat de sp.a de meest geschikte partij is om ze aan te pakken. Ook hier blijkt echter een zeer grote stabiliteit. De thema’s die vandaag naar voren worden geschoven, zijn dezelfde die al in de jaren 90 als cruciale beleidsthema’s werden genoemd.

Men moet wat opletten met dit soort peilingen. De statistische fout van een dergelijke peiling ligt om en bij de drie procent. Dat is ongeveer evenveel als het verschil tussen een eclatante overwinning en een teleurstellende nederlaag. Over het verschil tussen de CD&V en de VLD kan men al helemaal niets zeggen, noch over de vraag of zij samen een meerderheid van de zetels zullen halen in de Kamer.

Bovendien is de kiesstrijd nog maar pas begonnen. Het is vooralsnog onduidelijk wat het thema van de verkiezingen zal zijn. Om nog maar te zwijgen van ongelukken als de dioxinecrisis of erger. De peilers weten uit ervaring dat het Vlaams Blok onderschat en Agalev overschat wordt. Daarom ‘corrigeren’ ze de uitslag. De uitslag van het Vlaams Blok wordt wat opgetrokken en deze van Agalev wat naar beneden gehaald. Dat is op zich geen probleem maar de manier waarop gecorrigeerd wordt is niet altijd even duidelijk en zeker niet vergelijkbaar tussen de verschillende peilers. De peiling van De Standaard, de VRT en Stefaan Walgrave vergelijken met de peiling die enige tijd geleden in Le Soir stond is ondoenbaar.

Er is iets fundamenteel veranderd in ons gebruik van dergelijke peilingen. In het verleden werden ze gebruikt door politieke partijen en vooral dan door hun reclamebureaus. Zij baseerden er hun strategie op en vaak hadden dergelijke peilingen invloed op de samenstelling van de lijsten. Vandaag zijn het niet enkel de marketingjongens en -meisjes die een grote interesse ontwikkelen voor dit soort onderzoek. Ook en vooral de media willen wat graag berichten over de tussenstand. De emotie van ‘winnaar’ en ‘verliezer’ is blijkbaar mediageniek. Het is natuurlijk niet nieuw dat massamedia een invloed heeft op wat kiezers denken en doen maar het gebruik van opiniepeilingen geeft toch een andere dimensie aan die invloed. Mensen stemmen misschien graag op winnaars of men krijgt sympathie voor de underdog. In de VS is het om die reden niet toegelaten de uitslagen van de oostelijke staten te publiceren vóór de kieshokjes in de westelijke staten zijn gesloten.

Het verslaan van de kiesstrijd als een horse race verdoezelt ook een belangrijke bevinding die men kan trekken uit dergelijke opiniepeilingen. Als een respondent zegt zich te kunnen inbeelden voor Steve Stevaert te stemmen, is de kans redelijk groot dat deze respondent ook aangeeft misschien te zullen stemmen voor b.v. Frank Vandenbroucke of Mieke Vogels. De kans dat deze respondent te kennen geeft misschien voor Karel De Gucht te stemmen is dan weer eerder klein. Misschien komt dit de lezer voor als een triviale bevinding maar dat is allerminst het geval. Men kan op basis van de opiniepeiling de kandidaten duidelijk verdelen in een linkse een rechtse groep. De kans dat een respondent zowel een linkse als een rechtse kandidaat aangeeft als mogelijke keuze is redelijk klein. Hetzelfde geldt voor zogenaamd zwevende kiezers. Vaak zijn dat mensen die twijfelen tussen twee of drie partijen die ook objectief - dus in termen van hun standpunten - relatief dicht bij elkaar liggen. Het concept ‘zwevende kiezer’ lijkt te suggereren dat het kiezers betreft die op gelijk welke partij zouden kunnen stemmen, terwijl het in werkelijkheid mensen zijn die twijfelen tussen twee partijen met verwante standpunten. De opsplitsing die de bevolking maakt tussen linkse kandidaten en rechtse kandidaten is bovendien ook stabiel. Kandidaten wisselen niet zomaar van kamp in de hoofden van de kiezers. Die bevinding heeft een erg belangrijke implicatie: het is niet waar dat de klassieke links-rechtsbreuklijn geen invloed meer zou hebben. Die breuklijn stuurt nog steeds in belangrijke mate de keuze van kiezers. Daarmee is niet gezegd dat de media geen invloed hebben maar wel dat mensen ook een inhoudelijke keuze maken.

Die bevinding zou ons een beetje terughoudend moeten maken tegenover het grote belang dat wordt gehecht aan peilingen. Ze hebben hun belang. Het is verstandig dat partijen mensen naar voren schuiven die op de instemming van de bevolking kunnen rekenen. Dat is allemaal waar maar de kiesstrijd moet ook ergens over gaan. Er is een duidelijk verschil tussen een links en een rechts project voor deze samenleving en dat moeten we ook aan de kiezer duidelijk maken. We moeten zeggen dat er een verschil is tussen een linkse en een rechtse minister van onderwijs voor wat betreft de financiering van het onderwijs. Dat verschil is er voor alle beleidsdomeinen. Het is dan ook te hopen dat de campagne daarover gaat en niet over wie er een procent voor ligt in de laatste peiling.

Koen Pelleriaux
Docent sociologie verbonden aan de UIA

edito - verkiezingen - media en politiek

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 2 (februari), pagina 1 tot 2