Log in

'Voorbij de multiculturele samenleving'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 2 (februari), pagina 47 tot 48

Voorbij de multiculturele samenleving

Han Entzinger
Van Gorcum, Assen, 2002

Als het in Nederland over het minderhedenbeleid gaat, dan is de naam Han Entzinger nooit ver weg. Hij heeft tal van publicaties en onderzoeken over het minderhedenbeleid en de multiculturele samenleving op zijn naam staan. Entzinger is een kritisch waarnemer van het migratie- en integratiebeleid in Nederland en Europa, maar is zeker geen kamergeleerde. Zo was hij een tijd voorzitter van de Stichting Wetenschappelijk Bureau van D66 en als lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft hij belangrijke adviezen gegeven aan de Nederlandse overheid om het zogenaamde inburgeringsbeleid gestalte te geven. Samen met Arie van der Zwan is hij immers de auteur van de belangrijke adviesnota beleidsopvolging minderhedendebat van 1994 waarin hij onder meer voor het invoeren van verplichte inburgeringstrajecten pleit. De Nederlandse overheid heeft dat advies toen overgenomen.
Entzinger was sinds 1986 als hoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht en is stafmedewerker van de bekende internationale onderzoeksgroep Ercomer (European Research Centre on Migration and Ethnic Relations) dat ook in Utrecht gevestigd is. In het voorjaar van 2002 werd Entzinger benoemd tot hoogleraar Migratie- en Integratiestudies aan de faculteit der Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Naar aanleiding van die benoeming sprak hij de oratie uit met de licht provocerende titel ‘Voorbij de multiculturele samenleving’. Een uitgebreide versie van deze tekst verscheen als een boekje met de gelijknamige titel.
De titel refereert aan de beroemde studie van Nathan Glazer & Daniel Moynihan: Beyond the Melting Pot (1963, Mit Press) waarin afscheid wordt genomen van de assimilatiestrategie die lange tijd gangbaar was in de VS. Ondertussen, zo schrijft dezelfde Glazer in 1997, zijn we allemaal multiculturalisten (We are all multiculturalists now, Harvard University Press) waardoor de term ‘multiculturalisme’ eigenlijk nietszeggend wordt. Van de weeromstuit ontstaat er een tendens die terug naar assimilatie en nationalisme neigt. Entzinger wil zich hiertegen verzetten. Nu we allen multicultureel zijn moeten we verder en Entzinger laat zich hierbij leiden door de uitdagingen die het transnationalisme stelt ten aanzien van de klassieke natiestaat.
Bij wijze van inleiding maakt Entzinger ons attent op de bijzondere context waarbinnen de tekst zich situeert. Deze is uitgesproken twee dagen na de beruchte gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam (6 maart 2002), aan een universiteit die in haar naam het humanisme van een van de grootste Europese denkers en het kosmopolitisme van de grootste Europese havenstad verenigt.
Entzinger wil in zijn rede duidelijk maken dat we ons in Europa voorbij de multiculturele samenleving begeven in de richting van wat hij een ‘immigratiesamenleving’ noemt. Deze immigratiesamenleving is nog geen volwaardige realiteit, maar er zijn al verschillende factoren die onvermijdelijk in die richting lijken te wijzen. De immigratiesamenleving wordt gekenmerkt door verschillende elementen. Vooreerst is er de erkenning van blijvende - zowel gewenste als ongewenste - immigratie. De mythe van de migratiestop moet worden doorprikt. Bovendien moeten we ons bewust worden van de volgende paradox: de economische en demografische ontwikkelingen in Europa wijzen op een groeiende noodzaak voor immigratie, maar de ‘politiek’ en de ‘samenleving’ blijven immigratie zien als een grote bedreiging en proberen deze ontwikkeling tegen te houden.
Een tweede belangrijke eigenschap van een immigratiesamenleving zoals Entzinger die typeert is de erkenning van het ontstaan van transnationale gemeenschappen: onder meer onder impuls van de globalisering zullen er steeds meer mensen zijn die bindingen hebben met meer dan één natiestaat.
Als dusdanig is de immigratiesamenleving een enorme uitdaging voor de klassieke staatsopvatting: immigratie verwijst naar een open systeem, terwijl de staat vooral een gesloten systeem is. De spanning uit zich onder meer in drie verschillende fenomenen. Ten eerste wordt het toelatingsbeleid steeds strenger, terwijl de omvang van de migratie blijft toenemen. Ten tweede is er de - zeker voor sociaaldemocraten - bekende immigratie-verzorgingsstaat-paradox. De verzorgingsstaat kan pas bestaan als afgesloten systeem waarbinnen solidariteit heerst, maar juist die geslotenheid wordt door de migratierealiteit uitgedaagd. Tot slot is er de spanning tussen het klassieke concept van staatsburgerschap op basis van de nationaliteit aan de ene kant en het concept transnationale burgerschap aan de andere kant. Entzinger verwijst zelf naar het Belgische debat over het migrantenstemrecht als symptoom van deze spanning.
Entzinger levert ons een dappere en eerlijke analyse van de immigratiesamenleving zoals ze zich bij het begin van de 21ste eeuw aandient. Entzinger heeft geen last van politieke correctheid en doorbreekt clichés. Ik geef hier slechts enkele voorbeelden. Het behoud van identiteit mag geen heilige koe zijn. Het geïnstitutionaliseerd multiculturalisme is volgens hem in de fout gegaan waar het onder het mom van identiteitsbehoud geen aandacht had voor de sociaaleconomische noden en achterstand van een grote groep mensen. Veel nieuwkomers hebben nood aan enige coaching vooraleer men echt over gelijke kansen kan spreken. Anderzijds reageert Entzinger ook tegen opiniemakers als Scheffer, Schnabel en Balkenende die al dan niet verdoken een oudbakken naar spruitjeslucht geurend nationalisme verkondigen. Of verder: de overheid verplicht terecht aan ieder om zich aan de grondwet aan te passen, maar zo stelt hij, de overgrote meerderheid van de nieuwkomers heeft met deze vorm van aanpassing niet de minste moeite.
Entzinger biedt ook de 11-september-onheilsprofeten een wederwoord: uit onderzoek blijkt dat de Islam die zich binnen de migrantengemeenschap ontwikkelt veel liberaal-individualistische trekken heeft en dat b.v. slechts 5% van de Turkse jongeren zich aangetrokken voelt tot radicale islamitische organisaties.
Entzinger geeft in zijn conclusie enkele belangrijke zaken mee, die we hier zelf wat verder aanvullen. Voorbij de multiculturele samenleving moeten we niet langer discussiëren over de vragen ‘kunnen we migratie stoppen?’ of ‘moeten nieuwkomers zich al dan niet aanpassen?’. Wat aan de orde zou moeten zijn, zijn vragen als ‘hoe kunnen we migratie het best beheren, gelet op de demografische, economische en migratierealiteit?’, ‘hoe kunnen nieuwkomers voldoende toegerust worden om in onze samenleving te functioneren?’ en ‘waar moet de acceptatie van het verschil beginnen en eindigen?’. Een immigratiesamenleving houdt rekening met de blijvende komst van nieuwkomers en met het ontstaan van tweede, derde en vierde generaties waardoor de dichotomie allochtoon-autochtoon steeds minder bruikbaar wordt. Een immigratiesamenleving houdt rekening met globalisering, het bestaan van transnationale netwerken en met de dynamiek en de weerstand van verschillende culturen.
Wat ik vooral onthoud uit zijn boekje is dat de realiteit van de immigratiesamenleving niet enkel (of op de eerste plaats) een uitdaging is voor de immigrant, maar vooral voor diegenen die zich vastklampen aan de idee van de klassieke natiestaat. Het lijkt er sterk op dat de bange autochtoon minstens evenveel zal moeten ‘inburgeren’ en zich ‘aanpassen’ aan de nieuwe situatie als de immigrant. Als de ontvangende samenleving zich niet aanpast zal een evenwaardige participatie van nieuwkomers op zich laten wachten. De ontvangende samenleving is er zich alsnog te weinig van bewust wat het echt betekent een immigratiesamenleving te zijn. Gelukkig zijn er de Entzingers die minstens proberen ons dit besef bij te brengen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 2 (februari), pagina 47 tot 48