Abonneer Log in

De sociale fora: nieuwe bedevaartplaats of nuttig instrument?

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 3 (maart), pagina 30 tot 37

Zestigduizend deelnemers voor het Europees Sociaal Forum in Firenze, met als toetje een betoging met een klein miljoen mensen. Honderdduizend deelnemers op het derde Wereld Sociaal Forum in Porto Alegre in januari 2003. Is dit een nieuw soort bedevaart of een nuttig instrument in de uitbouw van een krachtige anderglobaliseringsbeweging? We proberen in dit stukje de rol van de sociale fora wat in te schatten.

De nieuwe beweging: weet je nog wel oudje?

Het lijkt alweer een tijd geleden. Eind vorige eeuw veroverde een nieuwe beweging een plaats in de media en in het politiek discours. De start ligt ergens rond 1996, met de strijd tegen een Multilateraal Akkoord over Investeringen. Het MAI zou transnationale bedrijven een gunstig kader geven voor buitenlandse investeringen met meer rechten en minder plichten t.o.v. mogelijke gastlanden. Het MAI werd afgeblokt, door onenigheid tussen enkele grote spelers, maar zeker ook door een brede coalitie van de meest uiteenlopende organisaties in een lange resem landen. Het bindmiddel van de coalitie was razendsnelle en gerichte e-mailcommunicatie en een gemeenschappelijke zorg om het ‘hachelijk’ beleid dat door grote bedrijven en internationale instellingen wordt gevoerd. De echte mediastart van de ‘anti-globaliseringsbeweging’ kwam in 1999 in Seattle toen protest tegen de ministeriële vergadering van de Wereldhandelsorganisatie voor het oog van de wereldpers in politiegeweld werd gesmoord. Vanaf dan werd zowat elke vergadering van IMF, Wereldbank of Wereldhandelsorganisatie prettig of op iets grimmigere wijze verstoord door betogingen en andere acties. Voor de ‘oude’ sociale bewegingen zoals vakbonden en ngo’s was de nieuwe trend een uitdaging en een kans. De andersglobaliseringsbeweging nam grote stukken van oude eisenprogramma’s zonder meer over, en richt zich doorgaans op dezelfde doelwitten die al jarenlang door ngo’s en vakbonden werden bestookt. Het verschil en de vernieuwing zat meer in de nieuwe stijl en in een manier van werken die niet meteen compatibel was met de comité- en vergadertraditie die zo bepalend was bij de ouderen. Tegelijk lag hier een reusachtige kans op verbreding naar een groep mensen die zich tot dan toe weinig of niet met het nationaal of internationaal beleid hadden ingelaten. Een portie jong en heilig vuur was ook erg welkom voor een groep organisaties die zich ondanks alle goede wil en engagement soms wat teveel in het bestaand beleidskader had genesteld.

Van anti-Davos naar Porto Alegre. De manifestaties richtten zich ook tegen het World Economic Forum. Het WEF (‘Davos’ in het vakjargon) was een dankbaar slachtoffer. Het schandaalgehalte van een selecte en peperdure bijeenkomst van honderden topmanagers in een Zwitsers skioord is niet gering. Tv-beelden over suites van pakweg 1.000 euro per nacht, over de consumptiegrillen van de rijken der aarde (krokodillenvlees op elk moment van dag of nacht), en over kruiperige pogingen van regeringsleiders uit het zuiden of het vroegere Oostblok om de gunst van mogelijke investeerders te winnen, spraken tot de verbeelding van de gemiddelde andersglobalist. Het eerste Wereld Sociaal Forum was nog wel een tegenzet voor Davos maar ging meteen een stap verder dan het pure protest. Het forum moest een schandpaal worden voor het neoliberaal beleid, maar had tegelijk ambities als kweekvijver voor nieuwe allianties, acties en maatschappelijke alternatieven.
De keuze van Porto Alegre was niet toevallig. De middelgrote stad in het naar Braziliaanse normen niet al te arme zuiden van het land had een gemeentebestuur van linkse signatuur, en deed experimenten in participatieve budgettering en democratie. Basisgroepen hadden er goede banden met de Franse Attac-beweging die intussen een hoofdrolspeler was geworden in de Europese andersglobaliseringsbeweging.

Porto Alegre: het nieuwe centrum van de wereld?

Deelname aan een World Social Forum is een opkikker. Je ziet er massa’s mensen waarmee je samen actie voert, maar die je tevoren alleen kende als e-mailadres. Je hoort er sprekers die de agenda van de beweging sterk mee bepalen, maar die België slechts sporadisch aandoen. Je merkt er vooral, ook fysiek, dat je niet alleen staat in het noeste, niet altijd even opbeurend werk aan een ander beleid. En je moet al een erg koele kikker zijn om niet warm aan te lopen in een slotmeeting met duizenden mensen met levensechte getuigenissen over onrecht en de strijd daartegen, met solidariteitsoproepen die voortdurend worden opgejaagd door handgeklap en sambageroffel.
Grote liefde dus, maar er liggen ook wel kruimels in het bed. Je blijft toch ook kritisch tegenover de onontwarbare overdaad aan conferenties en workshops, de soms wat makkelijk scorende speeches van de vedetten van de beweging, het hoge Che-Guevaragehalte van de info- en animatiestands, de dubbelzinnigheid tegenover politieke partijen, het gebrek aan gerichte strategiediscussies (al lijkt er op dat vlak veel vooruitgang geboekt op het derde wereldforum), de hoge kost van dergelijke mammoetonderneming, of het bij momenten doorwegend Latijns-Amerikaans overwicht.

De wonderbare forumvermenigvuldiging: van Porto Alegre naar Bommerskonte

In Porto Alegre is de wereld immers iets te Braziliaans. Of liever, grote stukken mensheid uit Azië en Afrika zijn er te dunnetjes vertegenwoordigd. Op WSF 2 in 2002 werd dan ook beslist om het Wereld Sociaal Forum van 2004 te laten plaatshebben in India. Er zou ook gedecentraliseerd worden naar continentale sociale fora. Dat brengt het debat dichter bij de mensen, laat volk in de kring dat tijd of geld mist om de trip naar Porto Alegre te maken. Je zit er ook dichter bij het beleidsniveau dat je vanuit de eigen directe actie kan aanspreken. En er is op zijn minst kans dat het Wereld Sociaal Forum vanuit verschillende continenten beter wordt voorbereid. Een flink stuk van dit vrome, ambitieuze voornemen werd binnen het jaar gerealiseerd. En dat is een krachttoer.
Het Europees Sociaal Forum in november 2002 had zijn locatie mee. Je wil ook zonder forum wel eens naar Firenze. Maar het enthousiasme kwam van de mensen. Het waren er zestigduizend. Veel Italianen, opvallend veel jongeren. Veel Belgen, met stevige delegaties van vakbonden, Attac, en allerlei ngo’s. Ook in Firenze lag een lijst met meer workshops en briljante sprekers dan een mens kan verteren. Tegenover het wereldforum waren er accentverschillen: er was iets meer aandacht voor topics die dichter bij huis liggen zoals migratie en vluchtelingen of het conflict tussen Israël en Palestina. De dreiging van oorlog in Irak kwam sterk op de voorgrond. En er werd in Firenze meer over strategie gepraat dan in de wereld sociale fora die er aan vooraf gingen.
België bleef niet achter. Op 21 september 2002 was er de proefversie van een Sociaal Forum in België (SfiB) met 2000 mensen op de VUB-campus. Dat was ver boven de verwachtingen voor een al bij al taai programma van meer dan dertig werkgroepen en informatieve sessies. De thema’s zijn gekend: wereldhandel, controle op de financiële sector, de schuldenlast van derdewereldlanden, uitsluiting, gender, arbeids- en mensenrechten, enz. De spots waren er toch vooral gericht op het dienstenakkoord (GATS) dat momenteel binnen de wereldhandelsorganisatie wordt onderhandeld. Als er niet voor tegenwind wordt gezorgd, ondermijnt dit akkoord op termijn de toegang tot essentiële diensten. En niet alleen ver weg in derdewereldlanden, maar ook hier bij ons.
Met een ruim gamma complexe onderwerpen, die zowel op hun impact hier als in het zuiden worden getaxeerd, met analyses en remedies vanuit syndicale, derdewereld-, vredes- en ecologische hoek wordt dit soort bijeenkomst al gauw een toren van Babel. Het Belgisch Sociaal Forum bleef een meevaller. De meeste werkgroepen haalden het olympisch minimum voor deelname en kwaliteit, en de focus op de GATS was midden in de roos qua belang en timing. Ook hier leren we best uit leemtes en fouten: te grote panels met een overdaad aan expertspeeches laten te weinig tijd voor echt debat. De mobilisatie en de aard van het evenement sloeg beter aan in het Franstalig landsgedeelte dan in Vlaanderen. Er was (nog) geen aansluiting met jongeren of met de ‘zonder’-lingen (mensen zonder papieren, daklozen, enz.). Sommigen trokken het idee van Porto Alegre door tot op gemeentelijk en wijkniveau. Het oprichten van lokale fora staat uitdrukkelijk op het werklijstje van het SfiB. Hoe zo’n forum er moet uitzien ligt helemaal open. In de praktijk nemen de lokale fora allerlei vormen aan. Van echte lokale organisaties tot heel flexibele lokale samenwerkingsverbanden die zich beperken tot het samen organiseren van vorming of acties.

Van evenement naar permanent samenwerkingsverband

Voor het Belgisch Sociaal Forum was koffers pakken en enthousiast gaan deelnemen niet genoeg. We moesten het massa-evenement zelf organiseren. Dat, en de nood aan overleg rond dringende actiepunten zoals de GATS maakte van het Sociaal forum in België al snel een permanent samenwerkingsverband. Het SfiB maakte enkele belangrijke keuzes. Uitgangspunt van de werking werd een charter dat nauwelijks afwijkt van de basistekst van het wereld sociaal forum. Politieke partijen zijn er als zodanig niet welkom, politiek geëngageerde individuen wel. Het forum zou tot nader order forum blijven. De nadruk ligt op debat en kruisbestuiving van ideeën zonder pogingen om te komen tot een tot de laatste letter onderhandeld gemeenschappelijk eisenpakket. Debat staat in dit geval niet voor interne bespiegelingen. Het forum wil naar het publiek.
In het SfiB zit je aan tafel met geïnteresseerde individuen en kleine militante organisaties, met gespecialiseerde groepen uit de vredesbeweging, met een nieuwe beweging zoals Attac, maar ook met vertegenwoordigers van relatief zware structuren zoals de twee grote vakbonden en met grote campagne-ngo’s (Oxfam solidariteit, 11.11.11, enz.). Zo’n groep op de sporen houden is niet makkelijk. De vrees voor recuperatie door vakbonden of grote ngo’s zit er trouwens dik in. Uitgesproken leiding wordt er niet getolereerd. Alle beslissingen zijn voorbehouden aan een volkomen open algemene vergadering met een roterend dubbel voorzitterschap. De groep die de algemene vergaderingen voorbereidt is ook open, en werd erg bewust geen ‘stuurgroep’ maar een verbindingscomité. Dat geeft vaak een hoger palavergehalte en minder directe efficiëntie dan je zou wensen. Maar als je er op die manier echt in slaagt om een bredere groep mensen actief betrokken te houden, nieuwe ideeën binnen te laten, en betere acties op te zetten, is het de prijs wellicht waard.

Geen wondermiddel maar een nuttig instrument

Met de sociale fora van allerlei schaal hebben we geen toverstaf in de hand. Maar het is een instrument met mogelijkheden. We overlopen er enkele:

Een forum is een statement. Af en toe is een duidelijke manifestatie van de macht van het getal belangrijk. Massale aanwezigheid op fora-evenementen is krachtig verweer tegen de kritiek dat de andersglobaliseringsbeweging niet meer is dan een handvol beroepsklagers zonder maatschappelijke representativiteit of relevantie. Een stukje numeriek machtsvertoon is ook belangrijk voor de mensen binnen de beweging. Het geeft brandstof voor het soms eenzame en niet altijd even dankbare werk.

Een forum is een ontmoetingsplaats. Je krijgt er zicht op wat de verschillende bewegingen denken en doen. En er wordt gezocht naar raakvlakken voor gezamenlijke actie. Die blik om het muurtje is boeiend, maar er is niet altijd hartverwarmende eensgezindheid. Zelfs met een breed akkoord rond de algemene doelstellingen zijn er nog erg stekelige twistpunten over strategie, specifieke eisen en stijl. Het gamma meningen is breed, de spreidstand tussen de uitersten niet te onderschatten. Bij de infostands in Firenze vond je grote bewegingen zoals Attac en de prominent aanwezige vakbonden. In een ander hoekje zat een groepje niet zo jonge jongeren voor een indianentent op djembes te klungelen. De eenheid houden, maar tegelijk de essentiële discussiepunten duidelijk en actiegericht op tafel leggen, is een kunst. In de directe actie leiden scherpe opmerkingen en allergische reacties soms tot kortsluiting en een breuk in het elan. De fora liggen net achter de frontlijn. Er is iets meer afstand en speling. Dat schept ruimte voor rustigere argumentatie en voor het verfijnen van analyse en voorstellen. En er is tijd om wonden te likken als het al eens misloopt. Samenwerking binnen de fora produceert wederzijds vertrouwen en krediet. Dat is leuk op zich, maar het maakt ook dat mensen en organisaties minder koudwatervrees vertonen als er gezamenlijke actie moet worden gepland

Een forum is een kweekplaats voor concrete coalities. Het is niet de bedoeling dat een forum zelf campagne voert of acties onderneemt. Een overkoepelende ‘moeder’ van alle actiegroepen die alle campagnes en acties tot in de puntjes coördineert en uitwerkt is voor deze beweging topzwaar en te weinig flexibel. Dat geldt nog meer voor een Europees of een Wereld Forum. Toch hebben de fora acties en campagnes van de voorbije jaren gevoelig versterkt. In Porto Alegre, in Firenze én in Brussel werden met groepen uit het forum nieuwe coalities gevormd. Oude allianties werden uitgebreid en verstevigd. Controle op de financiële sector (met o.a. de Tobintaks op munttransacties) is bijvoorbeeld een belangrijk thema voor de beweging. Het is onvermijdelijk een werkgroeponderwerp op de fora. Maar het is wel FAN (Financieel Actie Netwerk) dat in Vlaanderen de concrete acties opzet. In FAN zitten ABVV, ACV, 11.11.11 en andere grote ngo’s, Attac Vlaanderen, netwerk Vlaanderen, en de Bond Beter Leefmilieu. Niet toevallig groepen die ook binnen het SfiB actief zijn. Rond een thema als GATS is de coalitie bijna zo breed als het forum zelf. De lijst organisaties op de affiche voor de Stop-Gatsbetoging van 9 februari valt nagenoeg samen met de ledenlijst van het SfiB. In dat geval wordt de scheidingslijn tussen forum en actiegroep wel flinterdun

Het forum is een lanceerbasis voor snelle mobilisatie. Mobilisatie rond ingewikkelde internationale thema’s is doorgaans een kwestie van lange adem en systematische opbouw. De weg van een alarmerend dossier van een expert naar een massa-evenement om beleidsverandering af te dwingen is vaak lang en moeilijk. Soms duikt een probleem plots op, en is er gewoon niet de tijd om het allemaal volgens de regels van de mobilisatiekunst aan te pakken. In dat geval is het handig als je kan terugvallen op een forum waar mensen en groepen bij elkaar zitten die relatief vertrouwd zijn met je werkterrein en je actiemiddelen. Als ze ook nog een stevig stuk basis vertegenwoordigen heb je kans op een actie met een vliegende start. Dat is niet louter theorie. Het idee voor een betoging tegen GATS rijpte op het ESF. Het plan om van 15 februari een Europese protestdag tegen oorlog in Irak te maken werd ‘mondiaal’ gemaakt op het WSF in Porto Alegre, met de intussen gekende resultaten. Op die manier ontstaat er een bijzonder nuttige wisselwerking tussen de fora en de (inter)nationale netwerken die concreet actie voeren.

Een forum is een ‘natuurlijk’ selectieproces voor prioriteiten. Het eisenlijstje van de beweging is lang. Dat heb je met al dat werk aan een andere wereld, van de meest lokale tot de meest wereldomvattende probleemsituatie. Er worden geen verkiezingen georganiseerd om uit te maken welk probleem de top haalt. Toch merk je dat uiterst dringende of essentiële kwesties gewoon komen bovendrijven. In het voorbije jaar ging het dan vooral om de oorlogsdreiging tegen Irak, of de dreigende uitverkoop van essentiële dienstverlening via het dienstenakkoord van de wereldhandelsorganisatie. De fora, van lokaal tot mondiaal, zijn daarvoor een uitstekende thermometer. Ze zijn een geschikte plaats om topagendapunten te detecteren en om ze ook te verankeren in de beweging.

Een forum is een oefening in democratie. In de buitenwereld opkomen voor herverdeling van macht en middelen, voor inspraak van mensen in beslissingen die een grote impact op hun leven kunnen hebben is één ding. Dezelfde basisregels toepassen op de eigen werking is nog iets anders. Toch is interne democratie essentieel voor de geloofwaardigheid van de beweging. De fora zijn ook wat dat betreft een experiment. Het experiment lukt niet altijd. Ook de anderslobaliseringsbeweging heeft haar ego’s, haantjesgedrag, en tegenstrijdige institutionele belangen.

Het blijft spannend

De fora moeten in de komende jaren afrekenen met een aantal spanningsvelden. Die moeten niet noodzakelijk worden opgeheven. Soms zullen er duidelijke keuzes moeten gemaakt worden. Soms zijn de spanningen gewoon het gevolg van de diversiteit van de beweging en van de enorme opdracht die ze zich stelt. In dat geval zoeken we naar een leefbaar evenwicht dat de samenwerking vooruit helpt. We signaleren enkele knelpunten.

Forum of actiegroep? Richten fora zich in de eerste plaats op uitwisseling van informatie en plannen of moeten ze uitlopen op het formuleren van een gemeenschappelijke strategie en het oproepen tot gemeenschappelijke actie? Die discussie is niet rond. Het WSF wil bewust geen collectieve eindtekst. De sociale bewegingen (Attac, grote boerenbewegingen, enz) die een hoofdrol spelen in de organisatie pakken wél telkens uit met een gemeenschappelijke verklaring over de prioriteiten in het komende jaar. Maar hoe beslis je over een tekst met 100.000 mensen op je deelnemerslijst? De oplossing ligt waarschijnlijk in het aanhouden van de open-forumformule, met daarin nog meer uitdrukkelijk plaats voor strategiediscussies in ‘kleinere’ groepen over specifieke thema’s, problemen en alternatieven. Af en toe, maar alleen als het water heel hoog staat (denk aan Irak), zal een forum ook oproepen tot actie. Het eerste Europese forum, en het derde WSF gingen in die richting.

Verdiepen of verbreden? Goed politiek werk vraagt om stevig onderbouwde analyse en voorstellen. Je wil ook dat mensen die meewerken aan een campagne op zijn minst de grote lijnen van het thema beheersen. Tegelijk weet je dat politiek werk pas echt rendeert als het breed gedragen wordt en weerklank vindt bij de publieke opinie. Hoe vinden de fora het evenwicht tussen meer doorgedreven vorming van de eigen troepen en een veel simpelere vertaling van complexe boodschappen die ook mensen buiten de eigen kring aanspreken? In deze fase ligt de nadruk volgens mij op verbreding. We mogen de beweging niet verengen tot alleen maar een betere samenwerking tussen organisaties zoals vakbonden, milieukoepels en grote ngo’s die de voorbije twintig jaar al de dienst uitmaakten. Hoe nuttig die samenwerking op zich ook is.
Verbreden betekent niet alleen thema’s bespelen die mensen echt aanbelangen of moeite doen om in analyses vakjargon en moeilijke woorden te vermijden. We zullen ook uitdrukkelijk moeten investeren in het aanspreken van nieuwe groepen en met hen het debat aangaan. De aard van de evenementen die we plannen en de manier waarop de permanente werking georganiseerd wordt moeten verbreding bewust in de hand werken. Als we wat dat betreft op automatische piloot vliegen is het risico groot dat we teveel terugvallen op de wat belegen mechanismen die we goed kennen en beheersen.
Alleen rekenen op vertrouwde elementen en de oude kennissenkring zou dodelijk zijn voor de fora. Het is tekenend dat naar aanleiding van WSF 3, bewegingen van ‘Uitgeslotenen’ verklaarden dat ze te weinig plaats kregen in het wereldforum. De deur open houden en de drempel laag is de boodschap.

Met of zonder politieke partijen? Dit was een heikel punt op het WSF, het ESF én in het SfiB. Het werd zelfs mediastof toen premier Verhofstadt zichzelf uitnodigde op het tweede WSF, maar uiteindelijk wegbleef toen bleek dat hij enkel als gewone deelnemer binnen mocht. Hoe hou je de partijpolitieke belangen buiten zonder te vervallen in antipolitiek? Hoe ga je om met mensen die zich uitdrukkelijk engageren in een politieke partij en tegelijk hard werken aan het verwezenlijken van de eisen van de beweging. De discussie is niet afgerond. Maar we kunnen goed leven met wat tot nu toe in het WSF en het SfiB als regel geldt. In grote lijnen komt het er op neer dat politieke partijen geen lid zijn van het forum, en er ook geen stem krijgen. Partijpolitiek geëngageerde mensen zijn welkom, als ze het forumcharter onderschrijven en niet als vertegenwoordiger van hun partij optreden. Het Belgisch forum wil, maar dan op eigen voorwaarden, wel de dialoog met de politieke wereld aangaan. De vraag naar de verhouding met de politieke wereld is soms heel concreet en het antwoord niet altijd vanzelfsprekend. Dat bleek bijvoorbeeld in de discussie over al dan niet deelnemen aan de globaliseringsconferentie van Verhofstadt in november 2002. De kwestie zal zich ook stellen wanneer op het eerste echte Belgisch sociaal forum op 10 mei 2003, een week voor de parlementsverkiezingen, potentiële mandatarissen zich aan de ingang van het forum zullen verdringen

Routineus of radikaal anders? In de eerste jaren was de andersglobaliseringsbeweging stekelig en ludiek explosief. Ze oogde jonger en was een stuk bonter en diverser dan de tegenbeweging uit de vorige decennnia. Ze was niet bang voor radicale standpunten en zorgde voor hevige en vaak allergische reacties bij de gevestigde orde. De tegenmanifestaties rond vergaderingen van het IMF of de G-8 hadden dat cachet. De sociale fora zijn de rebelse sfeer nog niet helemaal verloren. Intussen is de ‘nieuwe’ beweging wel weer meer vergroeid met de meer gevestigde organisaties. Ngo’s verklaarden zich actief onderdeel van de beweging. Vakbonden zijn met grote delegaties aanwezig op de fora. Die bundeling van krachten is een goede zaak, als het ‘nieuwe’ element niet wordt doodgedrukt door de routine en het organisatorisch overwicht van de oude rotten. Het wordt een belangrijk aandachtspunt bij het organiseren van fora in de toekomst. Zijn ze genoeg actief en interactief? Laten ze genoeg ruimte voor wat leeft buiten de traditionele kring van vrijgestelden en experts? Het is ook een kwestie van stijl. Vallen we te gemakkelijk terug op de geijkte formule met speeches, panels, standjes en een concertje na? Of proberen we eens iets radikaal anders?

Leiders en schapen? De fora zijn open, de voorbereidende vergaderingen zijn dat ook. Het SfiB heeft geen vaste voorzitter. Belangrijke kwesties worden er beslecht in de algemene vergadering. Je hoort er al eens spreken over directe democratie. Dat soort open, niet duidelijk omlijnd, leiderschap vind je in grote lijnen ook terug in de voorbereiding van het Europees en het Wereld Sociaal Forum. De beweging lijkt niet hoog op te lopen met leiders, al heeft ze ook haar portie goeroes en vedetten. Volgens sommigen werd op het succesvolle derde WSF teveel plaats ingeruimd voor ‘grote’ namen zoals de kersverse Braziliaanse president Lula, of voor topsprekers zoals Chomsky. Daardoor dreigde men weg te drijven van de kernidee van het forum: uitwisseling tussen de basismensen van de beweging
Het is goed dat organisaties met de meeste leden, de sterkst vertakte structuur, de dikste geldbeugel niet per definitie het opzet en de uitwerking van de fora bepalen. Meer stemmen in het kapittel laten ruimte voor meer ideeën en een grotere kans op vernieuwing van de aanpak. Tegelijk moeten we opletten voor teveel onduidelijkheid in de beslissingsstructuur. De fora zijn niet immuun voor verborgen agenda’s en een vleugje manipulatie. En die floreren makkelijk in een te wazig kader.

Een kwestie van timing? De fora zitten met een timingprobleem. Gaan we elk jaar voor een forum op elk niveau? Zijn een wereldforum in het begin van het jaar, een Europees forum op het einde, en daar doorheen geweven een nationaal en een lijstje lokale sociale fora niet teveel van het goede? Vooral de internationale fora zijn een organisatorische krachttoer en vergen een zware investering van financiële middelen en menskracht. Maar ook los van de praktische problemen zijn er goede redenen om deze piekmomenten van de beweging meer in de tijd te spreiden. Tenslotte is het de bedoeling dat op de fora ervaringen en inzichten uit de dagelijkse concrete actie bij elkaar worden gebracht en gedeeld. Dat delen wordt wel schraal als je niets anders doet dan te hoppen van het ene forum naar het andere. Het zwaartepunt van de actie ligt nog steeds op het terrein, waar beslissingen kunnen worden tegengehouden of afgedwongen. In de komende jaren gaat men best naar een systeem waarbij Wereld-, Europees- en nationale fora worden afgewisseld.

Een voorlopige conclusie en tot 10 mei

We hebben zeker niet alle vragen over de sociale fora de revue laten passeren. We hebben het nauwelijks gehad over de inhoudelijke thema’s die er aan bod komen, over de al dan niet radicale standpunten die er worden ingenomen, over de vraag hoe de beweging sterker kan worden georganiseerd en uitgebouwd. Die vragen zijn op de fora zeker aan de orde, maar ze stellen zich voor de beweging als geheel, en gaan de grenzen van dit stukje te buiten.
Wat er in de toekomst met de sociale fora ook gebeurt, op dit ogenblik zijn ze een belangrijk instrument in de opbouw en de werking van de andersglobaliseringsbeweging. Ze zullen hun rol maar optimaal spelen als stevig geïnvesteerd wordt in het open karakter van de evenementen, in de gemakkelijke toegang voor nieuwe mensen en groepen, in een goede timing en wisselwerking tussen wereld- lokaal- en andere niveaus, in een goede aansluiting met de strategiediscussie en de concrete actie op het terrein, in het democratisch gehalte van de voorbereiding, en in de constante vernieuwing van de aanpak. U kan op 10 mei al eens komen kijken.

Rudy De Meyer
11.11.11

andersglobalisme - Porto Alegre

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 3 (maart), pagina 30 tot 37