Abonneer Log in

Het socialisme zal moedig zijn, of het zal niet zijn...

Enkele beschouwingen naar aanleiding van de sp.a-voorzitterverkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 8 (oktober), pagina 5 tot 11

De vraag hoe politici hun boodschap moeten overbrengen aan een potentieel kiespubliek is ongetwijfeld van alle democratische tijden, maar staat nu centraler dan ooit. Wie zich een beetje met politiek inlaat weet dat deze vraag - impliciet of expliciet - quasi voortdurend (en dus niet alleen in die enkele weken voor verkiezingen) overheersend is, dusdanig zelfs dat het niet eens onzinnig lijkt voor politieke wetenschappers en journalisten om elke politieke handeling vanuit die vraagstelling te analyseren en te becommentariëren.

Het toenemend belang van de vorm

Er zijn verschillende factoren die maken dat de vraag hoe politici hun boodschap moeten overbrengen nu veel meer de aandacht opeist dan pakweg vijftig jaar geleden. Door de ontzuiling, de secularisering en detraditionalisering van de Vlaams-Belgisch-Europese samenleving wordt het kiesgedrag steeds meer individueel bepaald. Men wordt niet meer geboren in een socialistisch of liberaal keurslijf waarvan men zich nooit meer kan bevrijden. Er is een grotere groep dan vroeger die niet langer sociaal gedetermineerd is om christelijk, liberaal of Vlaams te stemmen. Bij elke verkiezing zijn dus vrij veel kiezers te winnen en/of te verliezen. De politieke partijen besparen zich dan ook kosten noch moeite om het grootste deel van die taart voor zich te winnen. Bij dergelijke operaties spelen naast inhoud, ook de vorm en de stijl een bijzonder belangrijke rol. Veel ontzuilde mensen kiezen immers voor een sympathiek gezicht, een tof imago of voor iemand die de indruk geeft kort en krachtig te kunnen zeggen waar het op staat.

Voor veel mensen is het bovendien geen enkel probleem om bij verschillende verkiezingen op verschillende partijen te stemmen, naargelang de tijdsgeest, de hoeveelheid dioxine die men in het kippenvlees heeft aangetroffen, het aantal keer dat men een bepaalde kandidaat op de televisie heeft kunnen bewonderen of verafschuwen, etc. Verkiezingen zijn een momentopname, maar weinig of niets garandeert dat de kiezer die nu socialistisch stemt, hetzelfde zal doen bij de verkiezingen over een jaar, laat staan in de zovele verkiezingsrondes die later nog volgen. Agalev was op 18 mei 2003 het duidelijkste slachtoffer van de wil van die ‘vlottende kiezers’.
Hiermee is zeker niet gezegd dat in onze tijd de (vlottende) kiezers volledig autonoom hun kiesgedrag bepalen. Nog steeds zijn er tal van bewuste en onbewuste beïnvloedingsmechanismen. De media spelen op dit punt vanzelfsprekend een bijzondere rol. De politiek is meer dan ooit gemediatiseerd en de media zorgen er op hun beurt voor dat de politiek steeds meer wordt gepersonifieerd en gedramatiseerd. Naast de mediatisering van de politiek en de detraditionalisering van de samenleving is er nog een derde element dat de aandacht heeft doen verschuiven naar de vraag hoe politici hun boodschap aan de potentiële achterban moeten overbrengen: de ontideologisering van de politiek. Door verschillende maatschappelijke en historische evoluties is de klassieke breuklijn tussen links en rechts minder diep geworden. Zowel de liberalen als de socialisten zijn naar het centrum opgeschoven. Beiden vertrekken van de idee van een sociaal gecorrigeerde markt en op tal van niet-economische thema’s kunnen heel veel liberalen en socialisten elkaar vinden. Significant in dat verband was het uiteenvallen van spirit in enkele sociaal-liberalen enerzijds en het sp.a-spirit-kartel anderzijds.

Geen twijfel dat er nog fundamentele verschillen bestaan tussen de liberalen en de socialisten en hun respectievelijk electoraat, maar op verschillende punten is het verschil niet meer zo groot als vroeger, waardoor het opnieuw interessanter wordt om meer aandacht te geven aan de vormgeving van de boodschap dan aan de (eengemaakte) boodschap zelf. Dit geldt trouwens niet enkel voor de oude links-rechtsbreuklijn. Ook heel wat andere thema’s zijn uitgewaaierd. Elke Vlaamse partij profileert zich ondertussen wel als een Vlaamse partij en ook het groene gedachtegoed kan steeds in mindere mate enkel door één partij worden geclaimd. Inhoudelijke verschillen worden kleiner, maar de manier waarop men over de Vlaamse en groene gedachte communiceert wordt belangrijker…
Tot slot is er de groeiende complexiteit van de politieke materie. Bepaalde ideologische schema’s blijken niet altijd even bruikbaar meer om op de sociale realiteit los te laten. De zaken liggen altijd wel iets ingewikkelder en genuanceerder, meer internationaal of multidimentioneel dan de klassieke denk- en interpretatieschema’s. Onmogelijk om bepaalde thema’s in hun volledige samenhang nog overzichtelijk aan de mensen uit te leggen. De aandacht verleggen naar de manier waarop de boodschap wordt overgebracht kan dan een welkome bliksemafleider zijn, zowel voor de politici zelf, maar ook voor de kiezers en de media voor wie het liefst ook allemaal niet al te serieus of langdradig mag zijn. De inhoud van de politiek, dat is voor enkele experts, techneuten en cabinetards, wij mensen houden ons liever bezig met intriges, met de vetes aan de oppervlakte en het opgezette ‘spel’ in de televisiestudio’s.

Politiek met stijl

De vier genoemde evoluties, maar ongetwijfeld zijn er nog meer, dragen er alvast toe bij dat de politiek zichzelf steeds meer is gaan (moeten) denken in termen van marketing, verkoopstechnieken en stijl. Spin doctors en communicatiedeskundigen krijgen steeds meer in de pap te brokken en bepalen het politieke reilen en zeilen tot in de hoogste regionen. De core business van politici is het ‘aan de man brengen’ van de partij waarvoor men staat. Het best zijn die mensen die op de één of andere manier er ook in slagen om de boodschap van de partij te ‘incarneren’ (niet alleen de vorm van de boodschap maar ook die van de kandidaten is belangrijk). Zowel de boodschap die de politicus brengt, als de verschijning van de politicus zelf moet wervend zijn en moeten de boodschappers populair maken. De politieke boodschappen moeten kiezers informeren én mobiliseren.

Dat partijen meer dan vroeger aandacht, tijd en middelen besteden aan de vorm van de politieke boodschap is noodzakelijk gelet op de genoemde evoluties. Betekent dit dat partijen minder inhoudelijk werken dan vroeger? Nee. Dit zou een foute redenering zijn waar nogal wat zwartkijkende, ‘vroeger-was-het-toch-veel-beter’-commentatoren zich graag aan bezondigen. Dat de inhoud (anders) wordt verpakt, en dat we af en toe zelfs eens met een lege doos worden geconfronteerd, betekent niet noodzakelijk dat er geen degelijk inhoudelijk werk meer geleverd zou kunnen worden door politici en hun medewerkers binnen de verschillende partijen.
Nu, wat de stijl betreft waarin de politieke boodschap wordt verpakt of verhuld, is er een duidelijke evolutie naar een vorm van populisme merkbaar: een discours dat voortdurend appelleert aan de mensen. De christendemocraten zoeken zich al enkele jaren met wisselend succes een plaats ‘midden de mensen’ en Verhofstadt en co. waren verzot op ‘de burger’ en alles wat hem/haar aanbelangt. In de verkiezingsperiode voor 18 mei trok het kartel sp.a-spirit ook duidelijk dezelfde kaart: slogans als Politiek gaat over de mensen en Socialisme is wat goed is voor de mensen spreken voor zich.
Gelet op de genoemde evoluties kunnen we de drang naar een vorm van populisme als beredeneerde politieke stijlfiguur niet zomaar veroordelen. Met de woorden van M. Elchardus: een vorm van gematigd populisme is in de dramademocratie onvermijdelijk. Het moge bovendien duidelijk zijn dat het populisme waarvan bijvoorbeeld de sp.a zich bedient kwalitatief van een totaal andere aard is dan dat van het Vlaams Blok. Dat laatste kan getypeerd worden als een vorm van negatief populisme, dat als bedoeling heeft mensen tegen elkaar op te zetten en groepen mensen en minderheden uit te sluiten. Het negatief populisme laat zich voeden door antipolitieke en anti-establishment sentimenten en wakkert die sentimenten bovendien nog aan. Bovendien wil het Vlaams Blok slechts appelleren aan een deel van de mensen - het eigen volk. Het positief populisme dat heel wat volkspolitici hanteren verschilt op die punten heel duidelijk van het discours van extreemrechts.

Alle waarnemers lijken het erover eens: sinds Patrick Janssens is de sp.a op zoek gegaan naar een nieuwe manier om de progressieve boodschap waar de socialistische partij voor staat aan de man te brengen. En sinds Steve Stevaert pertinent op de voorgrond is getreden, spreken socialisten effectief een andere taal dan vroeger. Zoals al aangegeven, is ook het Vlaams socialisme bezweken voor de lokroep van het positief populisme. De intentieverklaring van Stevaert die alle sp.a-leden keurig op tijd in de brievenbus hebben gekregen, naar aanleiding van de sp.a-voorzitterverkiezing in het najaar, is daar een duidelijk exponent van. De intentieverklaring telt een twintigtal kleine bladzijden en bevat een bloemlezing van de verschillende slogans en oneliners die in de verkiezingstijd vóór 18 mei de dienst hebben uitgemaakt. Geen Vlaams beeldbuiskind dat ze niet herkent: ‘Het socialisme zal gezellig zijn, of niet zijn.’; ‘Socialisme is sexy’; ‘Socialisme is wat goed is voor de mensen, en wat goed is voor de mensen is daarom socialistisch.’; ‘Alle thema’s belangen socialisten aan omdat alle thema’s de mensen aanbelangen’.
De belangrijkste zaken waar Stevaert mee uitpakt zijn nagenoeg bekend want hij heeft ze al uitgebreid in allerhande media kunnen uiteenzetten: zijn gratisverhaal, het bezit van een eigen huis als een vorm van sociale zekerheid, de strijd tegen fiscale fraude en voor een socialer Europa, zijn pleidooi voor het bundelen van progressieve krachten. Het wordt in de intentieverklaring allemaal nog eens kort en krachtig uitgelegd. En, zoals het een nieuwe voorzitter betaamt, wil hij nog meer leden en wil hij de komende verkiezingen winnen om het socialistisch project in praktijk om te kunnen zetten. Het pleit voor Stevaert dat hij hiertoe ook de ontzuiling verder wil doorvoeren. Hij is bereid mensen van allerlei slag in zijn progressief project te betrekken.

Het zou een absurde bezigheid zijn een recensie te schrijven van de genoemde intentieverklaring van Stevaert en het zou vals zijn de sp.a als partij vast te pinnen op wat daarin neergeschreven staat, alsof er niet nog heel wat andere meer inhoudelijke teksten bestaan. Toch is de intentieverklaring onze aandacht waard, voor zover het het discours belichaamt waarmee we voortdurend worden geconfronteerd. Het is een mooie weergave van de manier waarop de partij naar buiten treedt en zich onder Stevaert verder zal profileren. De kanttekeningen die hieronder zullen worden geformuleerd slaan dus niet in de eerste plaats op het boekje zelf, noch op de auteur ervan, maar op de vorm van het discours waarmee de sp.a zich wenst te profileren.

Positief populisme

Het positief populisme bevat verschillende componenten. Zoals al aangegeven is het geen uitsluitingsdiscours dat de bedoeling heeft mensen en groepen tegen elkaar op te zetten, wel in tegendeel. Het socialisme van Stevaert wil zich heel duidelijk richten tot alle mensen: allochtonen en autochtonen, werknemers, middenstanders en werkgevers, gelovigen en atheïsten, groenen en regionalisten. Alleen voor zeurpieten lijkt er geen plaats in de socialistische herberg, want Stevaert wil er graag een ‘gezellige boel’ van maken. Ten tweede wordt een anti-elitair discours gebruikt waarin de gewone mensen en hun bekommernissen centraal staan. ‘We moeten ons zorgen maken over de dingen waar de mensen zich zorgen over maken.’

Socialisten moeten ‘bescheiden luisteren’ naar wat er onder de doorsnee bevolking leeft. Ten derde wordt geprobeerd om een positieve sfeer te creëren. Ook op dit punt verschilt het sp.a-discours radicaal van het negatief populisme van oppositiepartijen als bijvoorbeeld het Vlaams Blok. De sp.a is niet langer de partij van de zwakken en hun miserie, maar is een partij waarin opnieuw rozen mogen bloeien, waarin al eens gelachen mag worden en waarin iedereen zich thuis en op zijn gemak moet kunnen voelen. De sp.a is een partij die het ziet zitten en er met de nodige schwung wil voor gaan. Natuurlijk is ook de goednieuwsshow een essentieel onderdeel van het discours. Het socialisme zal ‘gul’ zijn voor iedereen: ‘alles voor iedereen maar niet teveel’. Dat socialisten aan de macht zijn zal alle mensen ten goede komen. Er wordt zelfs het geloof verkondigd in het feit dat een economie die aandacht heeft voor de zwakkeren, ook goed is voor de sterkeren. Socialisten à la Stevaert lijken ook nergens tegen maar overal voor: niet tegen auto’s, wel voor het milieu en het openbaar vervoer; niet tegen privatisering, maar voor goed uitgebouwde gemeenschapsvoorzieningen; niet tegen globalisering, maar voor een herverdeling op mondiaal niveau; niet tegen belastingsverlaging, maar voor progressieve belastingen en wisselgeldoperaties.
Of je nu voor of tegen het nieuwe sp.a-discours bent, één ding is zeker: het heeft de sp.a nog geen windeieren gelegd. De verkiezingsresultaten van 18 mei hebben aangetoond dat het positief populistisch discours waarmee de sp.a de boer op gaat wervend is. Het discours ligt zeer goed in de media, waarin de verkiezingsslag in belangrijke mate wordt uitgevochten. Bovendien heeft het socialisme sinds Patrick Janssens en Steve Stevaert een gunstig imago gekregen bij heel veel mensen, ook bij jongeren. Zij hebben het verouderde biefstukkensocialisme omgeturnd in een barbecue-socialisme. De partij heeft zichzelf op een groot onderhoud getrakteerd, heeft enkele verruimers binnengehaald en is een kartel aangegaan met de progressieve regionalisten van spirit. Het is moeilijk te achterhalen in hoeverre de partij echt is veranderd, maar wat belangrijk is: ‘de mensen’ denken alleszins van wel. Dat merk je dagelijks. De sp.a wordt niet meer beschouwd als een groep malloten waarmee je je maar beter niet associeert, wel in tegendeel.
Stevaert volgt als voorzitter een correcte politieke logica: om het socialistisch project een kans te geven, moet de sp.a veel stemmen halen, want hoe meer stemmen hoe meer macht. Door de gunstige verkiezingsuitslag zat sp.a in een sterke onderhandelingspositie, heeft ze opnieuw enkele sterke ministers met veel bevoegdheden in de regering kunnen loodsen, etc. Op dat gebied krijgt de sp.a-kiezer alvast waar voor zijn stem. Dit kan progressief Vlaanderen alleen maar verblijden.

Stevaert is niet de man van de abstracte grote principes, bij hem primeert het gezond verstand. Creatief, pragmatisch en zonder taboes omgaan met de sociale werkelijkheid die zich aandient is zijn handelsmerk. Stevaert zal niet de geschiedenis ingaan als een ‘ideoloog’, en dat is ook zijn bedoeling. Hij beschouwt zijn taak als voorzitter immers ook helemaal niet in die zin. Hij wil als voorzitter ervoor zorgen dat het socialisme aantrekkelijk is, hij wil een strategie volgen om goede ministers en parlementairen aan de macht te brengen die nog meer voor ‘de mensen’ kunnen doen. En in dat opzicht is hij zonder meer de juiste man op de juiste plaats, de juiste voorzitter op het juiste moment.

En de moeilijke thema’s?

Stevaert schrijft in zijn intentieverklaring dat hij pleit voor een fris socialisme dat zichzelf in vraag durft te stellen. Laat ons dan even de daad bij zijn woord voegen en enkele valse noten laten horen ten aanzien van de goedklinkende socialistische rapsodie. Zoals elk populisme is ook het positief populisme van de sp.a immers niet zonder mogelijke problemen. De verleiding is immers groot een al te eenvoudig beeld op te hangen van wat politieke democratie is en van wat de politiek kan. De politieke democratie is zoveel meer dan de verzameling van de meningen van de mensen. Het gaat om het creëren van een openbare ruimte waarin gedebatteerd kan worden en waarin het politieke machts- en lobbyspel liefst zo doorzichtig mogelijk gespeeld kan worden. Bovendien is niemand ermee gediend (en zeker de democratie niet) dat de indruk wordt gewekt dat politici maar hebben te luisteren naar ‘de mensen’ om daarna die vox populi in beleid om te zetten. Zo werkt het niet, zo heeft het nooit gewerkt en zo zal het ook nooit werken. Op de lange duur is het dan toch (het vertrouwen in) de politiek die aan het kortste eindje zal trekken. Het primaat van de politiek heeft het in deze tijd immers moeilijker dan ooit zich staande te houden. Wie niet duidelijk aan de mensen vertelt dat de politiek een deel van haar greep op de werkelijkheid verliest en delegeert, riskeert een boemerang in het eigen gezicht terug te krijgen. Of men het nu zo bedoelt of niet, het populisme creëert toch het idee dat elke vorm van spanning, kloof of afstand tussen (politieke) vertegenwoordiger en vertegenwoordigde een slechte zaak is, terwijl deze spanning juist de essentie van onze democratie uitmaakt. Natuurlijk moeten democratische politici luisteren naar wat leeft onder de bevolking, maar ze mogen zich hiertoe niet beperken. Politici moeten ook met elkaar aan de slag en het intern politieke proces zijn werk laten doen. Politiek vergt leiderschap, zeker als het gaat om de strijd voor een meer rechtvaardige wereld.

Bovendien kan men de sociale werkelijkheid waarmee ‘de mensen’ dagdagelijks worden geconfronteerd niet eindeloos blijven vereenvoudigen en positiever maken dan ze is. Gebeurtenissen zoals die in Ford Genk, tegenvallende conjunctuur, migrantenrellen, hongersnood in de derde wereld of milieufraude staan compleet haaks op het gebruikte discours en kunnen de marketingplannen ernstig verstoren. Op momenten dat we de harde sociale realiteit onder ogen moeten zien - en of we dat nu graag hebben of niet het zal ons blijven overkomen tenzij we bewust de andere kant willen uitkijken - wordt pijnlijk duidelijk dat het socialisme als leuke lifestyle te mager is.

Het is dan ook niet te verwonderen dat ‘moeilijke’ thema’s nauwelijks of niet aan bod komen. Er bestaan wel sp.a-teksten en -standpunten over deze thema’s, maar ze behoren niet tot het discours waarmee men uitpakt naar de mensen toe. Weinig sp.a-lawaai dus als het gaat over de immigratiesamenleving waarin we leven, de blijvende opgang van het Vlaams Blok en de manier waarop dat moet worden aangepakt, de oorlog in Irak en de negatieve beeldvorming van moslims na elf september, de sociaaleconomische herverdeling op wereldvlak en het dichten van de Noord-Zuidkloof.

Solidariteit of eigenbelang?

Stevaert en zijn collega’s hebben zeker de verdienste dat ze enkele thema’s die niet tot het klassieke socialisme behoorden naar de sp.a toegetrokken hebben: mobiliteit, lastenverlaging en belastingen, windmolens … alleen is het jammer dat deze nieuwe items in die mate op de voorgrond komen, dat de klassieke socialistische thema’s die nog steeds actueel zijn worden verdrongen. Op het moment dat Stevaert zich niet langer wil verschuilen achter ‘een omfloerste sociaaldemocratie’ is het ver zoeken naar socialistische analyses inzake sociaaleconomische ongelijkheid en rechtvaardige herverdeling. Het woord rechtvaardigheid komt trouwens nauwelijks nog in het discours voor en de reden die Stevaert aangeeft waarom we ons om het lot van de zwakkeren moeten bekommeren, heeft niets met socialisme te maken. We moeten ons volgens de intentieverklaring bekommeren niet omdat we vinden dat bepaalde sociale ongelijkheden onrechtvaardig zijn, wel omdat het onszelf op de één of andere manier nog wel eens ten goede kan komen dat we in een samenleving leven die aandacht heeft voor zwakkeren. Deze redenering is echter veel te mager om het socialisme te ondersteunen. Iedereen wil inderdaad bijdragen voor ziekenzorg, want we zouden zelf ook wel eens ziek kunnen worden. (De rijken zouden zich hiervoor echter ook kunnen verzekeren op een niet solidaire wijze.) Maar wat met de solidariteit met situaties waarvan sommigen zeker zijn dat ze er nooit in terecht zullen komen? Alleen iemand die weet dat hij de werkloosheidsuitkering nooit nodig zal hebben reageert als Rik Daems tegen het sociaal profitariaat… Socialisme heeft veel meer nodig als basis dan een vorm van wederkerig altruïsme dat iedereen goed uitkomt. Socialisme vereist solidariteit, ook met diegene waarin we ons minder of niet herkennen, en ook met diegene die vereist dat we in ons eigen vel moeten snijden om de solidariteit te verwerkelijken.

Moedig socialisme

Het adagium dat het socialisme goed is voor ‘de mensen’ getuigt ook van een gebrek aan moed. Socialisme heeft volgens Stevaert te maken met het inzicht dat sociale correcties altijd nodig zullen blijven. Welnu, regulering van de markt en sociaaleconomische herverdeling snijden altijd wel in het vlees van bepaalde groepen mensen. En als we het over herverdeling willen hebben op wereldvlak, dan is het onmogelijk vol te houden dat dit van het rijke westen geen (onpopulaire) inspanningen zal vragen. Blijkmaar kan dat niet meer worden gezegd. Men doet graag alsof we niet meer leven in het rijk van de schaarste, maar in een wereld waarin Wim Delvoye geen strontproducerende maar een geldproducerende Cloaca heeft bedacht.
Socialisme is dus niet altijd goed voor ‘de mensen’, maar meestal voor een bepaalde zwakkere groep mensen. Het is trouwens geheel onduidelijk wie de sp.a met ‘de mensen’ op het oog heeft: de Vlamingen die vrijgesteld zijn van kijk- en luistergeld of de Walen die het economisch moeilijker hebben dan de Vlamingen? De met de tram reizende 65-plussers of de allochtonen die oververtegenwoordigd zijn in de werkloosheidscijfers? De bioboer in de Westhoek of de boeren in Centraal Afrika? Een ongenuanceerd verhaal over ‘de mensen’ is veel te eenvoudig om socialistisch te zijn. Wie over herverdeling wil nadenken moet belangen van verschillende groepen mensen tegenover elkaar afwegen. Spreken over ‘de mensen’ heeft hier geen enkele zin. Als solidariteit - nog zo’n socialistisch woord dat quasi helemaal uit het discours is verdwenen - echter meer wil zijn dan een deugdelijke emotie, dan zal het zich in de praktijk moeten vertalen in sociale actie die ook vereist dat er door bepaalde groepen wordt ingeleverd ten voordele van minderbedeelden.
Hetzelfde geldt voor het milieubeleid. Volgens Stevaert moeten we ijveren voor een groen beleid dat er is ‘voor en niet tegen de mensen’. De jonge minister van milieu Freya Van den Bossche heeft dit inzicht al meerdere keren herhaald. Het getuigt echter opnieuw van een fundamenteel gebrek aan moed als men niet durft te stellen dat de strijd voor een meer gezonde en propere wereld tegen bepaalde belangen en verworvenheden van verschillende groepen mensen zal indruisen. Waarom denk je dat de VS zich niet achter de Kyoto-akkoorden scharen? Hoe aantrekkelijk het gratisverhaal op bepaalde punten ook is, een doortastend milieubeleid zowel op nationaal als internationaal vlak zal niet gratis zijn. We moeten ons hieromtrent geen zand in de ogen laten strooien.

De vraag die uiteindelijk moet worden gesteld is de volgende: ofwel is het discours dat men hanteert enkel een lokmiddel voor kiezers, maar zullen socialisten in de praktijk toch durven ijveren voor niet-populaire maatregelen die niet goed zijn voor ‘de mensen’ maar in het voordeel van een gezonde en rechtvaardige mondiale samenleving; ofwel zullen ze enkel doen wat goed is voor ‘de mensen’ maar dan valt er eigenlijk niet zoveel van dat socialisme te verwachten. In het laatste geval is het discours dat wordt gehanteerd een spiegel van wat men in de praktijk ook wil doen, in het eerste geval dient het discours enkel als communicatie- en marketingstrategie maar zal men in de praktijk toch een moediger positie proberen in te nemen. We kunnen dus alleen maar hopen dat de vlag van het discours de lading van de partij niet dekt. Socialisme en democratie kunnen onmogelijk bestaan in het napraten van wat de goegemeente van gewone mensen denkt in een sterk verburgerlijkte samenleving. Dat lijkt eerder in conservatisme te resulteren. Als de sp.a meer dan ooit voor een echte progressieve samenleving wil gaan dan zal het socialisme toch wat meer moed aan de dag moeten leggen dan het dagelijks in de media en bijvoorbeeld ook in Stevaerts beginselverklaring laat uitschijnen. Verschillende sp.a-ministers en parlementairen stralen alvast voldoende socialistisch vertrouwen uit en zullen ongetwijfeld de nodige moed aan de dag kunnen leggen. Ook Stevaert heeft in het nabije verleden als minister bewezen dat hij moedige beslissingen kan nemen, we wensen hem ook als voorzitter veel courage toe.

Patrick Loobuyck
redactielid en aspirant FWO, moraalfilosofie, Universiteit Gent

verkiezingen - socialisme - Steve Stevaert - Noord-Zuidverhouding - media en politiek

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 8 (oktober), pagina 5 tot 11