Abonneer Log in

De stilte van de zapatisten

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 10 bijlage (december), pagina 11 tot 18

“- ¿Qué es? - me dijo.
- ¿Qué es qué? - le pregunté.
- Eso, el ruido ese.
- Es el silencio.”

Juan Rulfo, El llano en llamas\*

Het zapatisme heeft zich precies tien jaar geleden op de politieke scène aangemeld, met wapengekletter en met woorden. Nadien zwegen de wapens en werd de ruimte gevuld met de betekenis van het woord, een verleidend woord dat de nieuwe grammatica werd van het kritische politieke vertoog. Er kwamen meer en meer communiqués waarin de boodschap werd voorafgegaan door een verhaaltje, een mythe, een legende. Velen leidden daaruit af dat het zapatisme vooral op de media was gericht. Daar werd uiteindelijk mee bedoeld dat de beweging verre van subversief was, aangezien de macht van het woord via internet in handen was van een stadsmens, een niet-indiaans intellectueel. Het zapatisme werd erdoor geminimaliseerd en men ging geloven dat de Mexicaanse regering de beweging snel de kop kon indrukken.1
De woorden van de zapatisten gaven aan dat ze een wereld aan het bouwen waren waarin alle andere werelden een plaats konden vinden, waarin de sociale verhoudingen grondig zouden worden gewijzigd, waarin ze een nieuwe, originele waarde konden terugvinden. Tegenover het discursieve ritueel van de politieke klasse, gaven de teksten van de zapatisten een nieuwe betekenis aan de woorden waarmee werd gepraat. In de loop van de afgelopen tien jaar hebben de zapatisten echter ook herhaaldelijk gezwegen.
In een wereld die gevuld is met woorden kan stilte op het niets gelijken. Als de woorden wegblijven is er ook geen betekenis meer, wordt er niets gezegd, alsof de enig mogelijke code inderdaad in woorden verscholen zit. Maar er zijn erg veel verschillende codes, een gebaar, een stap, een dans en zelfs de stilte kunnen ‘talen’ zijn. Ook zij geven betekenissen weer. Als de stem zwijgt, wordt er gezegd zonder dat er gepraat wordt. Toen er schijnbaar geen betekenis was, beweerden diegenen die het zapatisme als een mediastunt hadden afgedaan, dat de beweging geen legitimiteit meer had. Ze bedachten eindeloze ruzies die haar beletten het woord te nemen, ze droomden van dodelijke wonden die haar verhinderden een computer te gebruiken. Toch kunnen die stiltes van de zapatisten ook geheel anders worden verklaard. Het waren lange tussenperiodes die, net zoals in sociale bijeenkomsten, voor ongemak zorgden. Het waren leegtes die moesten gevuld worden. Men zegt soms dat macht een afkeer heeft van leegte. Wel, op dezelfde manier heeft het politieke vertoog een afkeer van stilte.
Zoals we verder zullen zien waren de stiltes van de zapatisten verre van betekenisloos. Ze waren geen nulgraad van het vertoog. Integendeel, het waren stiltes die spraken en tijdens de stiltes handelden de zapatisten, in stilte. In hun communiqués is vaak sprake van stilte. Het is geen retorische goochelarij, hoewel er altijd vrij poëtisch over gedaan wordt. Het is een verwijzing naar een politieke strategie en vooral naar een element van de politieke cultuur van het platteland.

In het begin was er een schreeuw van stilte

Stilte is niet hetzelfde als ontbrekende taal. Het is fout om in de ruimte van stilte woorden te plaatsen die niet worden uitgesproken. Stilte heeft een discursieve doelmatigheid. Zwijgen én spreken kunnen betekenis hebben. ‘De stilte spreekt niet, ze betekent.’2 Stilte bestaat niet uit stomme woorden, maar heeft een betekenis die anders is dan die van woorden. In de bijbelse traditie staat het woord aan het begin van alles wat bestaat. Stilte staat gelijk met niets, omdat het goddelijke gezag dat leven geeft ermee wordt afgewend. ‘In het begin was het woord en het woord was met God en het woord was God’, aldus de heilige Johannes. Het woord was met God, zonder het woord kon niets bestaan.3 In de Mayacultuur daarentegen, is stilte de vorm voor alles wat moet komen. Stilte komt vóór de geschiedenis van de goden. Volgens de bijbelse traditie is het woord het begin van alles, volgens de Mayacultuur is stilte de oorsprong van alles. De schepper, de voorvaderen zijn roerloos, ze zwijgen.

Dit is het verhaal over hoe alles stil was, kalm, onbeweeglijk, zwijgend en leeg als de grote hemel. Dit is het eerste verhaal, het eerste vertoog. Er was nog geen mens, geen dier, geen vogel, geen vis, geen boom, geen steen, geen grot, geen struik, geen bos. Enkel de hemel bestond. De aarde liet zich niet zien. Er was enkel een rustige zee en een grote hemel. Er was geen geluid, er was niets wat bewoog, er was geen onrust en geen lawaai in de hemel. Niemand stond rechtop; er was enkel een rustige, eenzame en stille zee. Niemand bestond.
Er was enkel roerloze stilte, in het duister van de nacht. Enkel de schepper, Tepeu, Gucumatz, de voorvaderen zaten vol licht in het water. Ze verschuilden zich onder groene en blauwe veren, vandaar de naam Gucumatz.4

Onlangs plaatste John Holloway de schreeuw vóór het woord: ‘In het begin was er een schreeuw, […]een schreeuw van droefheid, van afschuw, van woede, van verzet: ¡NO!.’5 Wij denken dat er voor de zapatisten in het begin enkel stilte was, een stilte die schreeuwde.
In de bijbelse traditie komt het woord van God. In de seculiere wereld is het de Staat die deze functie vervult. Vandaar dat ‘de Staat altijd praat.’6 De Staat heeft niet enkel een monopolie van het geweld, maar ook van het woord.7 Of met andere woorden, de Staat verbiedt niemand te spreken maar zorgt er voor dat iedereen spreekt zoals hij. Het is de Staat die de codes van de taal beheert. Dat is ook precies wat in de politieke ruimte gebeurt, zo legt James Scott uit. Iedereen doet alsof de institutionele orde aanvaard wordt, men legitimeert ze en men gehoorzaamt aan de retoriek van de machtigen. Maar van zodra die machtigen zich verwijderen, wordt de taal van de zwakken subversief en wordt de macht radicaal op de helling gezet.
De Staat spreekt voortdurend omdat de anderen moeten luisteren. In het Latijn is luisteren obaudire, wat in het Spaans obedecer wordt, gehoorzamen. Wie ononderbroken praat heeft iemand die ononderbroken luistert en verplicht is te luisteren. Het gaat met woorden zoals met muziek en met ruis, men blijft horen. De ogen kan men sluiten, de oren echter niet. Geluid kan niet worden afgesloten, geluid treft het hele lichaam dat niet naakt, maar als zonder huid wordt blootgesteld.8 Daarom houdt de Staat nooit op met praten. De enige manier om de stemmen die tegenspreken niet te horen is voortgaan met praten. ‘Taal hoor je nooit tijdens het spreken, ze ontstaat door vooruit te horen.’9 En omgekeerd is ‘zwijgen in eerste instantie afstand nemen van doofheid, de doofheid die in ons leeft.10 Het is in die zin dat de Staat stilte eist en stilte oplegt aan diegenen die moeten luisteren, zoals een schoolmeester de kinderen doet zwijgen, de pastoor zijn gelovigen stil houdt, de partijleider zijn militanten het zwijgen oplegt, de televisie zijn kijkers (audientia) bedwelmt. De luisteraars zijn niet meer dan een begeleidend koor. Spreken is de politiek van de monoloog.11 Politieke, culturele en religieuze macht eist obaudientia. Macht heeft gehoor en gehoorzaamheid nodig. Wie niet ophoudt met praten hoort niet. Dat is het verschil tussen een monoloog en alléén praten. En dat is wat er gebeurde toen de zapatisten kozen voor de stilte, omdat er geen dialoog met de Mexicaanse regering mogelijk was.
Stilte is potentieel gevaarlijk voor de macht. Enerzijds, omdat stilte niet kan worden voorgesteld, het is ‘de keerzijde van geluid’12, zoals musici dat stellen. Maar wat niet kan worden voorgesteld, kan ook niet worden misbruikt, niet worden onteigend.13 Stilte heeft een betekenis voor wie zwijgt, terwijl woorden kunnen misbruikt worden, uit hun context gerukt, anders worden uitgesproken en een nieuwe betekenis worden opgedrongen. Vandaar dat ‘stilte ... een deel is van de kunst van het praten, met alle voordelen en rechten.’14 Toch moet er, volgens Lacan, een onderscheid worden gemaakt tussen sileo, een passieve staat, en taceo, de daad van het zwijgen, een actieve stilte.15 Anderzijds is het woord na een lange stilte altijd onstuitbaar, drager van een weergaloze sociale kritiek. Het is als een dijk die breekt onder druk van het water dat niet langer wil opgesloten worden. Dat is precies wat er op 1 januari 1994 is gebeurd. Met een ¡Ya basta! werd een eind gemaakt aan een lange stilte. Het was een eeuwenlang stilzwijgen als instrument van geduldig verzet dat helemaal geen onvermogen om te spreken was. Het was een weigering om zich te onderwerpen aan de repliek van het vernederende machtsvertoog. De stilte was een manier om de waardigheid te behouden. Het gebruik van de stilte verklaart de zenuwachtigheid van de politieke klasse wanneer de zapatisten zwijgen.
In de orale Mexicaanse maatschappij heeft de stilte een soortgelijk gewicht. In het presidentieel regime is er een jaarlijks weerkerend ritueel, de regeringsverklaring waarmee het woord van de overheid wordt bekroond. Het is een plechtigheid die urenlang duurt en die tot voor kort van 1 september een soort nationale feestdag maakte. De huidige president beperkt zich tot een kort verslag voor de kamer van volksvertegenwoordigers, zonder feestdag. Zijn contact met de civiele maatschappij gaat via het woord van de media, bijvoorbeeld in zijn wekelijkse radioprogramma ‘Fox habla contigo’ (Fox praat met jou). Deze mondelinge communicatie krijgt een zuiverende, wonderlijke kracht.16

De stilte van de verslagenen

Met het geschrijf van Marcos hebben de zapatisten vaak de wereld verbaasd, door de manier waarop hun eisen waren verwoord, hun utopie werd verklaard en de macht werd gelaakt. Na de vloedgolf van communiqués kwamen er periodes van stilte. Die stilte was echter niet enkel een antwoord op een offensief van de overheid, op het verraad of het niet naleven van de beloften. Stilte bekleedt een centrale plaats in het vertoog van de zapatisten. Men is eraan voorbij gegaan, omdat de westerse cultuur te veel belang hecht aan woorden, als getuigenis van de ruimte die men op de politieke scène bekleedt en als overtuigingsinstrument voor de massa. Er wordt in de communiqués herhaaldelijk verwezen naar de stilte, in verschillende betekenissen.
Niet spreken of stoppen met spreken kan symbool staan voor een nederlaag. Alleen de overwinnaar neemt het woord. Deze betekenis is op een negatieve manier aanwezig in het vertoog van de zapatisten. Voor hen zijn 500 jaar van verovering een periode van opgelegde stilte. ‘Vandaag, na bijna 500 jaar verzet en rebellie tegen de onderdrukking en de onderwerping, na een lange periode van stilte, van een diepe en pijnlijke slaap, na zwijgen, ondergaan en hopen…’17 De indiaan zonder woorden wordt dan het symbool van de uitsluiting, van het gebrek aan rechten. Het woord is enkel voor diegenen die begaafd zijn met rede en de stilte wordt synoniem van niet-menselijkheid: ‘Beneden, in de steden en dorpen, bestonden wij niet. Ons leven was minder waard dan de machines en de dieren. We waren als stenen, als de planten langs de weg. We hadden geen woord.’18 De gedwongen, verplichte, opgelegde stilte belet om de pijn en het lijden te verwoorden.19 Om hen het zwijgen op te leggen spreekt de macht: ‘De macht gebruikt het woord om een rijk van stilte op te leggen.’20
De rebellie is daarom het ogenblik waarop opnieuw het woord wordt genomen, het einde van de opgelegde stilte. ‘Voor de machtigen was onze stilte een wens. We stierven al zwijgend, zonder woorden bestonden we niet. We vechten om te spreken tegen het vergeten, tegen de dood, voor het geheugen en voor het leven.’21 Omdat voor de macht het woord het onuitwisbaar teken van politieke aanwezigheid is, is stilte een teken van de blijvende nederlaag van wie onderaan staat. Maar de verwarring van stilte en opgelegde stilte kan tot echte misverstanden leiden. Als Marcos vertelt over de tien jaar voorbereiding op de opstand van 1994, dan beschrijft hij hoe hun handelingen de regering op een dwaalspoor brachten. ‘Zij dachten, met hun dubbele gezicht, dat ze voor altijd onze schreeuw hadden onderdrukt […]Maar door de nachten en door de bergen stapten we door. In stilte praatten we […]. Tien jaren zwegen wij, de verbroken hoop ging rijpen, zonder te spreken ging ons woord praten’.22
Iets vergelijkbaars gebeurde in 1997, toen na de verbroken belofte van de regering met de akkoorden van San Andrés de zapatisten begonnen te zwijgen. Een journalist schreef dat vissen niet konden leven zonder water, en dat Marcos niet verder kon leven zonder kranten. Dit was het bewijs van zijn dalende populariteit.23 Maar als de stilte blijft duren, wordt de macht zenuwachtig, want bang voor een spectaculair gebaar.

De stilte die van ver komt

Nog voor Durito met communiqués begon24, was de oude Antonio de gesprekspartner van Marcos. Het is een zwijgzaam personage dat het geheugen van de gemeenschap in zich heeft, waardoor de mannen en vrouwen zich door de traditie kunnen laten geleiden. Zijn antwoorden en raadgevingen houden geen orthodox geloof in vooraf bepaalde dogma’s in. Maar door de metaforen en de verhalen over de oorsprong van de wereld, krijgt de concrete situatie een betekenis. Hij interpreteert de traditie in functie van een specifiek historisch moment. Het is dus een niet-traditionele traditie die de oude man overbrengt.
De culturele erfenis die vastzit in de traditie en opnieuw tot leven wordt gebracht door middel van het geheugen, brengt ook de doden weer tot leven en tot praten. Er bestaat geen dodelijke stilte, er is slechts de stilte van de levenden die worden vergeten en die hun pijn niet kunnen verwoorden. De doden zijn niet stil, zij delen de wereld met de levenden, ze praten ermee en deze levenden praten voor de doden. ‘Wie neemt er mijn stem en brengt de woorden tot mijn lippen?’25 De zapatisten luisteren ook naar hun doden: ‘Hier, in de bergen van het zuidoosten van Mexico, leven onze doden. Zij weten veel, de doden die in de bergen leven. Hun dood spreekt tot ons en wij luisteren.’26 De doden zijn de ‘alleroudsten’ of ‘de oudste grootouders’. Het zijn diegenen die, volgens de oude Antonio, in de tegenwoordige in plaats van in de verleden tijd spreken. Zij kregen ‘het woord en de stilte, zodat ze elkaar leren kennen en elkaars hart kunnen beroeren.’27
Het woord en de stilte, spreken en luisteren krijgen een politieke betekenis die verankerd zit in de cultuur van de boeren. De overgang van het een naar het ander is net als de landbouwcyclus die discursief wordt ingezet om te verwijzen naar de politieke cyclus:
‘Als de hemel zwijgt, als de zon en de maan overheersen met stilte, en als de grond onder een harde korst het interne werk verbergt, dan zwijgen de mannen en de vrouwen. Ze denken en werken. Als het dak van de aarde openbreekt met wolken, regen en wind, als de maan en de zon elkaar afwisselen en wanneer de aarde zich opent met groen en met leven, dan worden de echte mannen en vrouwen opnieuw geboren, met het woord, in de bergen die hun huis en hun weg zijn.’28 Het woord en de stilte wisselen elkaar af, omdat er een tijd van stilte is en een tijd van lawaai.29 De stilte kan echter vergeleken worden met de aarde die de zaden doet kiemen. Ogenschijnlijk gebeurt er niets, hoewel de stilte ook geluid is, onder de oppervlakte, ‘we schreeuwen altijd, ook wanneer we zwijgen.’30
De zwijgende aanwezigheid van de zapatisten bij openbare aangelegenheden steekt schril af tegen het luidruchtige ‘hier zijn we’ van de stadsbewegingen. Slogans roepen in een betoging voor een heel continent is de manier waarop deze zich kenbaar maken. Het is alsof ze harder roepen naarmate hun solidariteit en hun aanwezigheid sterker zijn. Toen de indianen van Chiapas in augustus 2003 naar Oventic gingen voor de stichting van hun ‘raden voor een goed bestuur’, deden ze dat in totale stilte.31

De stilte in de politieke cultuur van de zapatisten

Wanneer de oudsten hun verhalen vertellen over de oorsprong van de wereld, dan vertellen ze alles over de goden die de geheimen van het leven niet kenden, maar zich voortdurend vergisten. De goden zijn dus zoals de mensen. In ‘Historias del uno y de los otros’ zijn de goden klein en ze wisten nog niet zo veel. Toch praatten ze voortdurend, en daardoor konden ze elkaar niet begrijpen. Toen stelde er iemand voor dat ze om beurten zouden spreken. ‘En toen zeiden de oudsten van onze ouderen dat dit het eerste akkoord van de geschiedenis was, dat er niet enkel zou worden gepraat maar dat er ook kon worden geluisterd.’32 Deze afwisseling van luisteren en spreken, van de stilte en van het woord is iets wat herhaaldelijk voorkomt in de documenten van de zapatisten. Deze stilte is daarom geen sileo, maar taceo, een actieve stilte. Het is bijgevolg ook geen passief obaudire. Luisteren betekent dat anderen spreken en dat de legitimiteit van het spreken voortkomt uit het luisteren en dus uit het zwijgen. Vanuit deze invalshoek wordt de stilte een democratische politieke cultuur die de vele stemmen van het verzet bevat, stemmen die naar elkaar luisteren en horen ‘dat ze verschillend zijn.’33
Het zapatisme heeft in zijn denken en in zijn politieke handelen een breuk teweeggebracht met de zekerheid die tot dan ontegensprekelijk door de linkerzijde werd verdedigd. Het door de leiders van de beweging voorspelbare en gekende doel was ook een verantwoording van de politieke vertegenwoordiging. Zij konden spreken in naam van, handelen alsof ze de anderen waren. Zij wisten wat het volk wilde, maar het volk wist niet hoe het tewerk moest gaan, enz. De zapatisten halen die zekerheden onderuit en stellen dat ze ‘vragend gaan’ (preguntando caminamos). Men weet niet van tevoren welke weg moet worden gevolgd, men kent zelfs de richting niet. Men moet dus durven vragen en durven leren: ‘Wij kunnen zwijgen. Wij kunnen luisteren. Wij kunnen leren. Met een stilte die luistert om te leren, om te zoeken en om te vinden, leveren de rebelse indianen een uitstekende bijdrage tot een nieuwe politieke cultuur, tot de democratie, tot de opbouw van een nieuw en beter land.’ 34
Met de stilte als ingrediënt van een politieke cultuur leren we ook iets over de rebelse daden. ‘Stilte, waardigheid en verzet zijn onze sterkte en onze beste wapens.’35 Het is een stilte die zijn naam niet openlijk zegt omdat er macht mee wordt opgebouwd. Het is een stilte die onontbeerlijk is om te groeien en te werken aan ‘het waardige masker van het verzet.’ Men moet weten uit welke hoek de wind van boven waait. ‘De goede jager is geen goed schutter, maar wel een goede luisteraar, zegt me de oude Antonio.’36 Want hij die kan luisteren ontdekt de betekenis van elk geluid.
De oorlogskreten waarmee de regering het conflict aankondigt, worden door het EZLN beantwoord met stilte.37 Het is een beschuldigende stilte die erop wijst wie de oorlog wil: ‘Boven zagen we de oorlog met veel geweld komen, en we zagen dat zij dachten dat wij zouden reageren, waardoor zij weer zo absurd konden zijn onze antwoorden te gebruiken als argumenten om hun criminele daden te verantwoorden […] Onze stilte heeft de machtige ontmaskerd en hem getoond zoals hij is: als een crimineel beest.’38
De tijd om te zwijgen en te luisteren is ook nodig om te voelen ‘hoe de wind waait in de wereld beneden’, de initiatieven te kennen, de mobilisatie en de bereidheid van de andere stemlozen. Het is het onuitgesproken woord waarmee de ademhaling van de ander kan worden gehoord.

De stilte die schreeuwt, het holle woord

Het voortdurende praten ontneemt de woorden hun betekenis. Het is woordgekraam, de cacofonie van de machtigen, van hen ‘die regeren met weinig oor en veel tong.’39 Maar een Staat die, zoals René Zavaleta het stelt, het geluid van de civiele maatschappij niet hoort, die zal zeker de stilte niet horen. Om waarden hun waarde terug te geven, moet men durven stil staan en zwijgen. Tijdens de tien lange jaren sinds januari 1994, heeft de regering de zapatisten een dialoog aangeboden die is uitgelopen op verraad, op een niet-naleven van de akkoorden en op machtige doofheid. De zapatisten weigerden te antwoorden telkens wanneer de macht over hen sprak. Het werd hen verweten, omdat sommigen dachten dat die sterke stem met een nog machtiger geluid moest worden beantwoord. De indianen van Chiapas kozen ervoor het kabaal te vermijden en ze zwegen. ‘De leugenachtige speren ketsten af op onze stilte.’40 Het was dus enkel de macht die het woord voerde, in de leegte, en daardoor verdween de macht. Er was geen audientia meer. Zo kon de historische relatie van de opgelegde stilte worden omgedraaid. Hen wordt geen zwijgen opgelegd, zij hebben wel degelijk stem, maar met hun stilte wijzen ze op onze overdreven discursieve politieke cultuur, een cultuur die niet kan luisteren. Het is een stilte die, paradoxaal genoeg, de controle heeft verworven over de ruimte van het woord. Ze herinnert er ons aan dat de politieke waarheid een kunnen-luisteren betekent, en niet enkel een kunnen-praten. Men moet het vertoog kunnen onderbreken om te luisteren naar de stemmen van het geheugen, de stemmen van de civiele maatschappij. Het is een stilte die getuigt van het onbegrip-doofheid-ongevoeligheid van een westerse politieke cultuur die het woord aan de oorsprong van de schepping plaatst. De inheemse boerencultuur ziet de stilte als een voorwaarde om te kunnen handelen. De een gebruikt het woord om de stilte terug te dringen (‘vade retro Satan’), terwijl de ander zich hult in stilte om een nieuwe fase voor te bereiden en aan te kondigen. Het discursieve gewicht van de inheemse stilte is als de stilte van een partituur, waarin de pauze de volgende beweging aankondigt.

Enrique Rajchemberg, Universidad Nacional Autónoma de México
Catherine Heau-Lambert, Escuela Nacional de Antropología e Historia
vertaling: Francine Mestrum

cartoon: © Arnout Fierens

Noten
1/ De Mexicaanse strijdkrachten dachten in 1997 dat ze op nauwelijks vier uur tijd het hele bestuur van het EZLN konden oppakken (Raymundo Riva Palacio, ‘Guerrilla para largo’ in Reforma, 27 januari 1997).
2/ Eni Puccinelli Orlandi, As formas do silêncio, Sao Paulo, Editora da Unicamp, 1992, p. 44.
3/ Het evangelie volgens de heilige Johannes, 1,1.
4/ Popol Vuh, geciteerd door Alfredo López Austin, Los mitos del Tlachuache, México, Alianza Editorial, 1990, p. 63.
5/ Cambiar el mundo sin tomar el poder, Buenos Aires, Universidad Autónoma de Puebla, Colección Herramientas, 2002, p. 13
6/ Corrigan & Sayer in William Roseberry, ‘Hegemony and the Language of Contention’ in Everyday forms of State Formation, Duke University Press, 1994, p. 363.
7/ Eni Puccinelli ziet de stilte als stichting en het woord als overdaad. Vandaar de uitdrukkingen zoals ‘de stilte bewaren/het woord nemen’ (As formas do silêncio, op. cit., p. 32). De woorden die op spreken duiden zijn dezelfde als die waarin in sommige revolutionaire tradities de politieke handelingen t.a.v. de staat mee worden aangeduid. Het woord is een ruimte van macht.
8/ Pascal Guignard, El odio de la música. Diez pequeños tratados, Ed. Andrés Bello, Santiago de Chile, 1998, p. 108.
9/ Guignard, op. cit., p. 126
10/ Ibid., p. 126.
11/ John Holloway & Eloína Peláez, ‘Sur les cendres des illusions brûlées’ in Henri Rajchemberg (coord.), Chiapas, dialogue pour la dignité, Cahiers marxistes, Brussel, 1998, p. 42.
12/ Françoise Fonteneau, La ética del silencio, Buenos Aires, Atual-Anáfora, 2000, p. 210.
13/ Roland Barthes legt uit hoe voor Rimbaud en Mallarmé, de Hamlet van de literatuur ook koos voor stilte, om de huichelarij te vermijden (El grado cero de la escritura, México, Siglo XXI, 1973, p. 77).
14/ Fonteneau, op. cit., p. 153.
15/ De meest passieve stilte is die van het lijk, hoewel de Certeau heeft aangetoond dat het zwijgende lichaam ook leesbaar, vertaalbaar en interpreteerbaar kan zijn. Vandaar dat de moderne geneeskunde en de geschiedschrijving bijna gelijktijdig ontstaan. Het heden wordt van het dode verleden gescheiden. Dit is een voorwaarde voor de westerse geschiedkundige leesbaarheid (Michel de Certeau, L’écriture de l’histoire, Paris, Gallimard, 1975).
16/ In Mexico zegt men: ‘door te praten hoor je de mensen’. Het is in een dergelijke context dat de belofte van Fox moet begrepen worden om het conflict in Chiapas in een kwartiertje op te lossen, door als demiurgen met Marcos te praten.
17/ Boodschap van comandante David in het Congres van de Unie, 28 maart 2001 in La marcha del color de la tierra. Comunicados, cartas y mensajes del EZLN, México, Ed. Rizoma, 2002, p. 380-381.
18/ Inleiding tot de Intercontinentale Ontmoeting, 27 juli 1996, EZLN, Documentos y comunicados, México, Ed. ERA, tomo 3, p. 312-313 (we verwijzen verder enkel naar de boekdelen; er zijn tussen 1994 en 2003 4 delen verschenen).
19/ ‘Zonder iemands toestemming stierven we zonder hoop, we stierven met pijn, de dood en de stilte waren onze pijn’ (Inleiding tot het Nationaal Inheems Forum, 4 januari 1996, tomo 3, p. 91).
20/ Communiqué n.a.v. 12 oktober, 12 oktober 1995, tomo 3, p. 38.
21/ Vierde Verklaring van het Lacandonawoud, 1 januari 1996, tomo 3, p. 81.
22/ Antwoord op de Verklaring van Morelia, 14 april 1994, tomo 1, p. 215.
23/ ‘La Paca y el sub’, door Catón, Reforma, 10 februari 1997. In 2002 maakte de regering een zelfde fout: ‘De woordvoerders van het presidentieel paleis namen hun plan voor werkelijkheid aan, ze interpreteerden wat ze dachten een stilte van de zapatisten te zijn, en voerden propagandacampagnes met de stelling dat het was afgelopen in Chiapas’ (eigen vertaling) (‘La autonomía por Luis Javier Garrido’, La Jornada, 8 augustus 2003).
24/ Durito’s volledige naam is Nabucodonosor, een kever die ‘het neoliberalisme en de overheersingsstrategie in Latijns Amerika’ bestudeert. Hij verschijnt voor het eerst op 10 april 1994, maar kreeg pas later een vooraanstaande plaats in de communiqués en verhalen van Marcos.
25/ Boodschap van Subcomandante Insurgente Marcos, ‘Sólo venimos a preguntar’, 5 maart 2001, La marcha del color …, op.cit; p. 173.
26/ Inleiding tot de Intercontinentale Ontmoeting, 27 juli 1996, tomo 3, p. 313.
27/ Communiqué n.a.v. 12 oktober, 12 oktober 1995, tomo 3, p. 38.
28/ Uitnodiging tot de Tweede Intercontinentale Ontmoeting in Spanje, Los sonidos del silencio, juli 1997, tomo 4, p. 76. In ditzelfde document wordt verder gezegd dat de zapatisten hebben gezwegen, meer dan in het eerste halfjaar, ‘om zichzelf opnieuw in te zaaien’. Iets vergelijkbaars vinden we in de Vierde Verklaring van het Lacandonawoud, ‘in stilte wordt het woord gezaaid’ (1 januari 1996), tomo 3, p. 89.
29/ Idem.
30/ Claribel op de zócalo (centrale plein) in Mexico City, 12 september 1997, tomo 4, p. 91.
31/ ‘Batallones de simpatizantes zapatistas marchan en silencio en Oventic’, La Jornada, 8 augustus 2003.
32/ 11 december 1998, tomo 4, p. 268.
33/ Afsluiting van de Intercontinentale Ontmoeting, 3 augustus 1996, tomo 3, p. 347.
34/ Afsluiting van het forum voor de staatshervorming, 6 juli 1996, tomo 3, p. 302.
35/ Vijfde Verklaring van het Lacandonawoud, 17 juli 1998, tomo 4, p. 227.
36/ Boodschap van Subcomandante Marcos, Juchitan, Oaxaca, 25 februari 2001, La marcha del color …, op. cit., p. 96.
37/ ‘Onze stem verdooft door het lawaai van het oorlogstuig’, ‘Vengan, hermanos’, 12 maart 1995, tomo 2, p. 275.
38/ Vijfde Verklaring van het Lacandonawoud, 17 juli 1998, tomo 4, p. 228. 39/ Tot de marxisten van Xi-Nich in las Abejas, december 2000, La marcha del color …, op.cit., p. 14.
40/ Vijfde Verklaring van het Lacandonawoud, tomo 4, p. 227.
\*/ ‘- Wat is dat? - vroeg hij.
- Wat is wat? - vroeg ik.
- Dat, dat lawaai.
- Dat is de stilte.’

zapatisten - andersglobalisme - Mexico

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 10 bijlage (december), pagina 11 tot 18