Log in

'Tussen twee werelden, de roots van een vrijheidsstrijd'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 10 (december), pagina 55 tot 56

Tussen twee werelden, de roots van een vrijheidsstrijd

Dyab Abou Jahjah
Meulenhof/Manteau, Antwerpen/Amsterdam, 2003

Abou Jahjah heeft een boek geschreven, een kanjer van meer dan 300 bladzijden. Een boeiend boek, ongetwijfeld, maar een te dik boek. Hij kon geen 300 even sterke bladzijden schrijven. Dat is voor iedere auteur moeilijk. Wie zijn eerste boek schrijft doet het daarom beter bescheiden. Maar goed, laat mij nu eerst bevestigen wat blijkbaar iedereen haastig kwijt wil: de auteur is een buitengewoon verstandig man. Alleen hoop ik dat iedereen weet dat ook verstandige mensen soms domme dingen zeggen en schrijven. Het procédé dat de auteur gebruikt is nogal eens gebruikt, maar zeker interessant: hij mengt zijn individuele geschiedenis met de geschiedenis van zijn land en zijn volk. Ik ga beide verhalen hier niet navertellen. Ik weet trouwens niet of alles wel klopt. Jahjah doet niet de moeite om veel bronnen te vermelden. Een verhaal ken ik van een beetje dichter bij, namelijk zijn doortocht in het ABVV. Ik wil niet ingaan op het relaas van wat toen gebeurd is. Ik herinner me trouwens vooral zijn stilzwijgen in het bureau van het Vlaams ABVV, waar ik toen lid van was. Ik zal me ook niet wagen aan een polemiek over de waardering voor de mensen waarvoor hij toen gewerkt heeft. Ik wil alleen mijn verbazing kwijt voor het feit dat Jahjah de structuur van die vakbond niet helemaal door lijkt te hebben en daardoor instellingen door elkaar haalt. Op zich is dat natuurlijk niet zo erg, want die structuur is bepaald ingewikkeld. Maar kan ik er nog op vertrouwen dat hij de geschiedenis van zijn land, die nog zo veel complexer is, juist inschat?
Zijn persoonlijk verhaal is in elk geval niet zo gewoon. Opgegroeid in een oorlogssituatie, nauwelijks volwassen alleen vertrokken naar Europa, omdat het niet lukte naar de VS te trekken. In Europa vechten voor zijn bestaan, in allerlei baantjes. Ook studeren, zelfs een diploma verwerven. Weinigen zullen het hem nadoen. Dat belet niet dat hij zich heel lang gedragen heeft als een vulgaire vechtersbaas, tot en met het amokmaken in het uitgangsleven. Het zal wel de oorlog zijn, hij leerde met wapens omgaan, hij beheerste gevechtstechnieken, was behoorlijk agressief. Maar hij is vooral doordrongen van een Arabisch nationalisme, de idee dat alle Arabieren thuishoren in één staat. De zionisten zijn de aartsvijanden die dat ideaal verhinderen. Ze moeten overwonnen en verdreven worden. Geen enkel begrip voor de Israëlische kant van het verhaal. Wie Jahjah bezig hoort denkt misschien dat hij op de eerste plaats een moslim is. Dat is een vergissing. Hij is een Arabische moslim. Men zal in het boek niets lezen over die miljoenen moslims die geen arabier zijn. De broederschap gaat niet zover. Een Arabische moslim is nog iets anders. Probeer dat als westerling vooral niet helemaal te begrijpen, want het zal niet gaan. Dan is het natuurlijk moeilijk om uit het isolement te geraken. Dan is het ook niet verwonderlijk hier en daar misprijzen te lezen voor de Vlamingen, dat dicht in de buurt komt van het racisme dat hij anders zo bestrijdt. Ik geef maar een voorbeeld: ‘En het is ook wat ik voelde;ik voelde mij als iemand uit een ‘beschaafd’ en normaal land die in contact was gekomen met wilden.’ (133). Voor Jahjah is de Arabische cultuur gewoon superieur.
De basis van het denken van Jahjah is zijn drie-cirkel-visie. Hij is er met enkele vrienden opgekomen door gewoon wat logisch te redeneren. Achteraf bleek dat overeen te komen met de koran. In een eerste cirkel vat je de mens die in zijn stam verankerd zit, een tweede cirkel verwijst naar het volk waar je toe behoort en de derde cirkel is de islamitische wereldgemeenschap. Het merkwaardige is vooral die laatste cirkel. Op het eerste gezicht heeft hij het over de hele moslimgemeenschap, maar eigenlijk gaat het hem om de Arabische gemeenschap, die afgebakend wordt door de Arabische taal. De Europese moslims vormen een Arabisch volk in Europa. Het is blijkbaar ook een absolute grens, want Jahjah denkt niet aan bijvoorbeeld een vierde cirkel, die de wereldgemeenschap als zodanig zou zijn. Moest hij dat wel gedaan hebben, dan kon ik nog enigszins volgen. Hoewel ik daar zelf weinig absolute waarde aan verbind, ontwaar ik ook bij mezelf een soort familiale hechting. Ik voel mij ook duidelijk Vlaming en ik kan moeilijk ontkennen dat ik een product van de Europese beschaving ben, ook al moet ik onmiddellijk veel Arabische invloeden toegeven. Maar ik wil absoluut niet alleen dat zijn. Ik wil absoluut niet de hele last van de geschiedenis op mij nemen. Of liever, ik wil het Europacentrisme alles en wat daar aan agressie en bestialiteit mee samenhangt liefst overwinnen. Dat is wat Jahjah voor de Arabische cultuur kennelijk niet wil. Hij is vervuld van het heilig vuur, van het heilig gelijk, van de superioriteit van zijn derde cirkel. Hij wil gewoon niet dromen van een wereldgemeenschap, waarin alle mensen gewoon gelijkwaardig zijn en blijft daardoor misschien wel steken op het niveau van de stammentwist.
Heeft hij daarmee over de hele lijn ongelijk? Zeker niet. Hij verzet zich met hand en tand tegen de assimilatie. Hij wil niet zomaar gelijk geschakeld worden. Hij eist het recht op verschillend te zijn. En op dat punt heeft hij gelijk. De moslims of wat voor andere cultuur ook moeten hun identiteit niet opgeven. Zij moeten zich gedragen volgens de wetten van de landen waar ze wonen, dat spreekt. Dat wordt door Jahjah trouwens niet gecontesteerd. Maar voor de rest hoeven zij hun cultuur en hun taal niet te verloochenen. Of dat impliceert dat zij een heel eigen zuil moeten uitbouwen, naar analogie van de christelijke en socialistische zuil in ons land is een andere zaak. Die zuilen zijn als ideologisch fundament verdwenen. Een islamitische zuil zou misschien nog een generatie kunnen overleven, maar ook niet langer dan dat. Want wat Jahjah ook beweert, zelfs als de verscheidenheid gerespecteerd blijft, ze zal toch noodzakelijkerwijze vervlakken. En dat is misschien maar goed ook, maar daarvoor moet men minstens geloven dat een vierde cirkel nodig is. Natuurlijk moeten de Arabieren kansen krijgen om hun taal te bewaren. Natuurlijk moet dat ook in het onderwijs kunnen. Maar niet alle Arabieren zullen daar blijvend aan meedoen. En dan kan het geen ramp zijn als kleinkinderen de taal niet zo goed meer of zelfs helemaal niet meer begrijpen. Wie het tegendeel beweert, beweert dat Europa dringend opnieuw het Latijn moet invoeren, wil het ooit een echte natie worden.
Jahjah heeft zich ontpopt van een vulgaire vechterbaas tot een leider van een groep Arabische moslims. Hoe groot zijn aanhang precies is weet ik niet. De verkiezingen hebben geen aanduiding gegeven dat het een zeer grote aanhang is. Ik denk dat hij in een aantal omstandigheden getoond heeft dat hij zijn leiderschap met waardigheid kan dragen. Ik herinner aan de beelden toen hij zijn persconferentie gaf nadat hij uit de gevangenis kwam. De politiek had in paniek gereageerd en was door de grenzen van de democratie gestoten. Maar ik herinner me ook beelden van Jahjah die zich laat omringen door lijfwachten en met geweld de kop van een betoging inneemt. Hij kan een groot leider zijn, maar hij zal moeten leren zich in alle omstandigheden zo te gedragen. En dan heeft hij een boodschap te brengen. De sociaaleconomische achterstand van zijn volk is de echte schande, daar moet inderdaad dringend iets aan gebeuren. Maar plezier vinden in de dood van slachtoffers van terrorisme zal zijn zaak niet dichter bij een oplossing brengen. Dat onderscheid moet hij absoluut leren. En dan moet hij stoppen met vechten. Hij kan zichzelf en zijn cultuur niet afsluiten, net zomin als de Westerse cultuur daar zou kunnen in slagen.
Dyab Abou Jahjah heeft geprobeerd zijn eigen geschiedenis te schrijven. Hij is ervan overtuigd dat de officiële geschiedschrijving door de overheersers geschreven wordt. En hij heeft zeker niet helemaal ongelijk. Hij zou een groter boek geschreven hebben indien hij ook nog de hand had gereikt naar potentiële medestanders. Nu het avontuur van de PvdA voorbij is, blijven niet veel allianties meer open. Het zit hem natuurlijk niet alleen in de ideologie, maar het boek toont dat het daar toch heel veel mee te maken heeft. In die zin is het niet het boek van een vrijheidsstrijder, maar van een gefrustreerde koloniaal. Ik aarzel om ermee te besluiten, maar het is niet te vermijden: Jahjah schreef een rechts boek!

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 10 (december), pagina 55 tot 56