Log in

'Heeft de burger nog zin? Essays over burgerzin'

Uitgelezen

Heeft de burger nog zin? Essays over burgerzin

Luk Sanders (red.)
Garant, Antwerpen, 2003

Onder deze provocerende titel werd een aantal essays verzameld van enkele bekende en minder bekende auteurs, zoals Kris Deschouwer, Koen Raes, Dirk Barrez, Johan Leman, Walter Van Herck en Johan Verstraeten. Het voorwoord werd geschreven door de minister van defensie, André Flahaut, wat wordt verklaard door het feit dat de redacteur docent is aan de Koninklijke Militaire School. Wat de essays vooral aangeven is de moeilijkheid om met een begrip als ‘burgerschap’ te werken. Burgerschap kan zeker een concrete inhoud hebben, maar varieert enorm in functie van de politieke context. In Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland wordt er telkens iets anders mee bedoeld. De Franse - en meest concrete - variant komt in dit werk nauwelijks ter sprake.

Voor kapitein Luk Sanders is burgerschap een zinvol begrip omdat juist die neutrale leegte de burger ‘ontelbare kansen biedt om zijn leven op een unieke wijze richting te geven en in te vullen’ (p. 9). De diverse bijdragen gaan dan ook vooral over het spanningsveld tussen individu en maatschappij, over de noodzaak aan gedeelde waarden in een samenleving (W. Van Herck), over de nood aan spiritualiteit en transcendentie (L. Sanders), over het ethisch fundament van democratie (J. Verstraeten), over multiculturaliteit (J. Leman en C. Lin Pang), over inburgering (P. Dewael) en over zingeving (H. De Dijn).

Op twee bijdragen wil ik iets dieper ingaan. Koen Raes heeft het over ‘de terugkeer van de angst en de erosie van burgerzin’ (p. 75). Na vijftig jaar bevrijding van de strenge gehoorzaamheidsethiek, zo stelt hij vast, is er helaas niet meer vrijheid maar wel meer angst. Hij schrijft dit toe aan het verdwijnen van gedeelde waarden, aan het vervagen van de grenzen tussen tolerantie en permissiviteit, aan de toenemende instrumentalisering van intermenselijke verhoudingen en aan het feit dat ‘in onze samenleving de wil steeds belangrijker wordt als norm, als sleutel voor normativiteit voor de erkenning van morele verbintenissen.’ De redenering is erg overtuigend, maar toch een tikkeltje te moraliserend. We moeten bij de mensen weer spontane reflexen van verantwoordelijkheidszin oproepen, zo stelt de auteur. Gelukkig wijst hij er ook op hoe belangrijk het is dat er een samenleving bestaat en als dusdanig beleefd wordt. Burgerschap is geen gevolg daarvan, maar juist een voorwaarde. Door mensen gelijke rechten te geven én hen ook voldoende, gedeelde bescherming te bieden, kan de sociale cohesie worden versterkt. Wie vanuit dat oogpunt kijkt naar ‘sociaal burgerschap’ beseft het belang van werkgelegenheid en sociale zekerheid.

Dirk Barrez tenslotte heeft het over wereldburgerschap, de grote uitdaging voor onze gemondialiseerde wereld. Hij klaagt het neoliberale beleid van de afgelopen twintig jaar aan en wijst op de mislukkingen van alle recepten van Wereldbank en IMF. Het is tegen dit beleid dat de andersmondialiseringsbeweging in verzet komt en probeert concrete alternatieven uit te werken. Barrez bespreekt de noodzaak aan mondiale herverdeling, aan mondiale sociale regels, en aan een menselijke sturing van de economie met democratische regels. De beweging is inderdaad zeer sterk en haar kansen zijn niet gering. In feite zijn we allemaal wereldburgers geworden, er moet lokaal én globaal gedacht en gehandeld worden. ‘Feitelijk evolueren we naar een volledig federale inrichting van de wereld, van dorpsraad … tot wereldparlement’ (p. 123). Ook dit verhaal is erg overtuigend, maar helaas vinden we er geen concrete leidraad in over hoe zo’n wereldburgerschap concreet, juridisch vorm kan krijgen.
Deze verzameling essays biedt erg interessante lectuur. Wat ik erin miste was een concrete invulling van burgerschap. Wat minder filosofie en wat meer politiek en recht kunnen van burgerschap namelijk een stevig houvast voor democratisch politiek handelen maken, per definitie gericht op meer sociale integratie.

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 3 (maart), pagina 56