Log in

Het 'Gents model' of een sterk sociaal beleid

De achteruitgang van het Vlaams Blok in Gent bij de parlementsverkiezingen van 18 mei 2003 kreeg enige aandacht. Sommigen zagen in het ‘Gents model’ een toverformule tegen de verzuring. De UG-politologen Dries Verlet, Herwig Reynaert en Carl Devos namen de nederlaag van de extreemrechtse partij al vlijmscherp onder de loep.1 Ze waarschuwen er heel terecht voor dat het onmogelijk is nu al van een fundamentele trend te spreken. Toch is de achteruitgang van de extreemrechtse partij onmiskenbaar betekenisvol, en ik hoop meer dan een toevalstreffer. De redactie van Samenleving en politiek vroeg me in een bijdrage kort neer te schrijven wat volgens mij aan de basis ligt van dat opmerkelijke feit.

De lezer zal me vergeven dat ik de vraag constructief als volgt herformuleer: ‘wat verklaart dat de Gentenaar verdraagzamer en gematigder is (geworden), vrij tevreden blijkt te zijn over zijn stad en het gevoerde beleid en in Gent nu al twee verkiezingen op rij de grootste progressieve formatie ongeveer een kwart van de stemmen behaalt?’
Vergeten we op de eerste plaats niet dat bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2000 het Blok in Gent al lichtjes achteruit ging t.o.v. 1999, namelijk met een half procent. Die verkiezingen waren, alle verhoudingen in acht genomen, enigszins vergelijkbaar met wat zich voor sp.a-spirit 3,5 jaar later afspeelde op nationaal vlak. De SP kon toen een electoraat aantrekken uit zeer verschillende segmenten van de samenleving. Naast de traditionele rode kiezers, ook groenen, christendemocraten en zelfs liberalen. En ook, zij het in beperktere mate, werden zgn. Blok-stemmers teruggewonnen.
Waaraan hadden we dit te danken? Volgens mij op de eerste plaats aan het gevoerde beleid. En dat is in essentie een sterk sociaal beleid erop gericht om de kloof tussen arme en rijke buurten in Gent zoveel mogelijk te dichten. Maar ook door het volgehouden geloof in de stad waardoor Gent meer en meer een bruisende ontmoetingsplaats wordt met ruimte voor allerhande cultuurbeleving, en mooier, groener en leefbaarder wordt.
Sinds enkele jaren stijgt het aantal inwoners van Gent opnieuw en dat is geen toeval. De stadsvlucht is gestopt en met ca. 229.000 inwoners bereiken we nu opnieuw het peil van begin de jaren negentig. Gent is een aangename stad om te werken, te wonen, te studeren en zich te ontspannen.

Wie de verkiezingsuitslagen van 18 mei 2003 in de verstedelijkte randgemeenten rond Gent bekijkt, zal trouwens vaststellen dat extreemrechts ook daar op sommige plaatsen licht achteruitgaat (Nazareth), stagneert (Destelbergen) of minder vooruit gaat dan elders in Vlaanderen (Merelbeke)2. Het beleid in Gent heeft blijkbaar ook invloed op de groep inwoners van de rand die voor werk, onderwijs of vrije tijd bijna exclusief gericht zijn op de stad en veel minder op hun deelgemeente. En dat verklaart volgens mij ook ten dele het terugdringen van de verzuring in die gemeenten.
Degelijke sociale voorzieningen en meer welvaart blijven - laat daar geen misverstanden over bestaan - één van de pijlers van een degelijk sociaaldemocratisch programma en beleid. Maar dat volstaat niet. Om het ongenoegen in de samenleving te verminderen moet het bestuur zich zowel op materiële als immateriële waarden richten.
In Gent drijven we de inspanningen op om de verkommerde wijken van de 19de-eeuwse gordel te renoveren. Toch zie je de effecten ervan pas op langere termijn. Belangrijk is mensen nu al concreet perspectieven te bieden op de vernieuwing van hun leefomgeving door heraanleg van straten, meer groen, ruimte voor spelende kinderen en infrastructuur voor ontspanning en cultuurbeleving. Dat verhoogt de aantrekkelijkheid van deze buurten voor jonge gezinnen, verbetert de sociale mix en draagt bij tot het zo noodzakelijke herstel van de sociale netwerken.
Eén van de vele voorbeelden is het project Bruggen naar Rabot. Eind februari is de eerste steen gelegd voor het nieuwe gerechtsgebouw in het hart van die typische wijk van de 19de-eeuwse gordel. Daar komen een aantal problemen samen: er zijn veel woningen van slechte kwaliteit, de bebouwing is er overmatig dicht en er is een gebrek aan publieke ruimte en groen. Er is veel sociale achterstelling en weinig belangstelling vanwege de projectontwikkelaars. De beslissing om het nieuwe gerechtsgebouw daar te bouwen had heel wat voeten in de aarde. Ze is echter logisch. Het project moet immers de hele Rabotwijk nieuw leven inblazen.

Maar het project omvat heel wat meer. Er komt een nieuw stadspark naast van ca. vijf hectaren en een nieuw polyvalent jeugdcentrum, die grotendeels door de stad zullen worden gefinancierd. Aan de noordzijde van de site wordt samen met De Lijn een nieuwe tram-, fiets- en voetgangersbrug aangelegd. In die buurt komt ook een nieuw woon- en winkelcentrum, met sociale en privéwoningen. Bovendien proberen we door weldoordachte ingrepen in diverse buurten van de19de-eeuwse gordel de regeneratie van al die verkommerde wijken op gang te brengen. Daarbij maken we optimaal gebruik van de waterlopen en kanalen. Leven aan en wandelen en fietsen langs the waterfront is bepaald aantrekkelijk. Met de bouw van een brug over het Handelsdok en de ontwikkeling van de oude Acec-site en de oude kaaien tot woon- en kantoorruimte zal het oude havengebied tot een nieuw leven komen.
Natuurlijk hebben we bij dat alles oog voor het probleem van de sociale verdringing. Dat wordt opgevangen door de bouw van sociale woningen zoveel mogelijk te stimuleren. Sociale getto’s moeten we echter vermijden, net zoals we geen plaatsen meer willen voorzien die exclusief voor kmo’s zijn bestemd. Een gemengd gebruik is het sleutelwoord. Waar mogelijk tracht het stadsbestuur ook een cultureel element in te bouwen in de talrijke stadsrenovatieprojecten. In de zogenaamde Arbed-site,de oude spijkerfabriek gelegen aan de grens van Gentbrugge en Ledeberg wordt op termijn het Stadsarchief en de dienst Stadsarcheologie gehuisvest. Op de Acec-site zal het DAS-theater mettertijd zijn onderkomen vinden voor repetities en voorstellingen. In het grootschalige project ‘Zuurstof voor de Brugse Poort’ is ruimte voorzien voor het klassieke Gentse poppentheater en de theatergroep De Vieze Gasten.

Een goed programma en degelijk beleid moeten echter ook authentiek worden gecommuniceerd. Communicatie is een proces dat spreken én luisteren inhoudt. Vooral dat laatste wordt weleens vergeten. Signalen uit de samenleving opvangen is even belangrijk in het communicatieproces als het promoten van het beleid dat men voert. En dat luisteren kan op zeer diverse manieren gebeuren en hoeft niet eens zo tijdrovend te zijn. Nog steeds bezoek ik bijna elke week op zaterdagnamiddag buiten verkiezingstijd en onaangekondigd een aantal straten in een bepaalde wijk van de stad. Dat is telkens weer een zeer leerrijke ervaring. Je leert er niet alleen dat mensen met de meest uiteenlopende problemen bezig zijn. Je leert er ook dat een eerlijke benadering vanwege de politicus best gewaardeerd wordt. Mensen hebben heus wel begrip voor de beperkingen van het beleid op voorwaarde dat men ze daar zo eerlijk mogelijk over inlicht.
Ook authenticiteit is een belangrijke factor in de communicatie. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2000 in Gent was ongetwijfeld de keuze voor de burgemeester een belangrijke zoniet doorslaggevende factor in het stemgedrag van vele kiezers. Was het daarom louter een burgemeestersverkiezing? Ik denk van niet. Het betekende immers ook dat een groot aantal kiezers met hun keuze de verpersoonlijking aanduidden van wat zij belangrijk vonden voor het bestuur van hun stad. Kandidaten staan ook voor bepaalde waarden en belichamen een beleid. Mijn ervaring is dat de kiezer het liefst heeft dat een politicus zichzelf blijft.
Ik besluit met een belangrijke vaststelling uit het jongste tevredenheidsonderzoek van de UG-politologen. Uit hun analyse blijkt dat behoudens het centrum van Gent de grootste concentratie sp.a-kiezers nog steeds in dezelfde wijken en buurten terug te vinden is als daar waar het Blok het beste scoort. Er bestaan dus, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, geen verzuurde wijken of stadsdelen op zich waar er een soort mechanisch verband zou bestaan tussen leefomstandigheden en stemgedrag. Verzuurde en progressieve kiezers zijn m.a.w. bijna letterlijk buren van elkaar. Dat is heel hoopgevend en houdt in dat de sp.a de strijd om de Blokkiezer terug te winnen nooit mag opgeven.

Of het Blok bij de komende verkiezingen opnieuw achteruit zal gaan in Gent is nog niet te voorspellen. De strijd tegen de verzuring is een werk van lange adem en het beleid heeft slechts ten dele vat op dat proces. Wat wel zeker is, is dat er in Gent heel wat projecten zijn gerealiseerd of op stapel staan om de leefbaarheid van de stad nog te vergroten.

Frank Beke
Burgemeester van Gent

Noten
1/ Dries Verlet, Herwig Reynaert en Carl Devos, ‘Het verlies van het Vlaams Blok in Gent op 18 mei 2003: toevalstreffer of begin van het einde?’, Samenleving en politiek, jaargang 10, nummer 9 (november 2003), blz. 4-12.
2/ Voor de Kamer ging het Vlaams Blok in kanton Nazareth (met de pendelgemeente De Pinte) 0,25 procent achteruit. In Destelbergen ging de extreemrechtse partij slechts 0,33 procent vooruit. In kanton Merelbeke behaalde die partij slechts een winst van 0,76 procent.

sociale bescherming - sociale huisvesting - Vlaams Blok - solidariteit

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 3 (maart), pagina 42 tot 44