Log in

Wie eenmaal is gedoemd vindt nergens meer gehoor

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 3 (maart), pagina 1 tot 2

Voor het Hof van Beroep in Gent loopt momenteel het proces tegen een aantal vzw’s die aanleunen bij het Vlaams Blok. Allicht zullen de Gentse raadsheren zich nog voor de verkiezingen uitspreken over de vraag of de activiteiten van het Blok indruisen tegen de antiracismewet, een klacht waarvoor hun Brusselse collega’s zich eerder onbevoegd verklaarden. De juridische implicaties van dit proces werden in het vorig nummer van dit tijdschrift reeds uiteengezet door Dirk Voorhoof. De mogelijke politieke gevolgen van een veroordeling kregen tot nu toe echter minder aandacht. De Liga voor Mensenrechten en het Centrum voor Racismebestrijding, die het proces hebben aangespannen, weten uiteraard ook dat er niemand de Vlaams Blok-kopstukken kan beletten om morgen nieuwe organisaties op te richten, als de bestaande vzw’s zouden veroordeeld worden. De verwachting is echter dat een veroordeling de politieke legitimiteit van het Blok dermate zal aantasten dat de slagkracht van extreemrechts sterk vermindert. Eenmaal een rechtbank officieel heeft bevestigd dat de partij racistisch is, zullen minder mensen geneigd zijn op die partij te stemmen, zo lijkt men te denken.

Dit is echter een bijzonder riskante strategie. Om te beginnen kan het argument net zo goed in de andere richting gebruikt worden. Als het Hof niet veroordeelt, dan kunnen de Vlaams Blok-vzw’s dit argument weer gebruiken om hun legitimiteit te versterken. In dat geval kunnen zij schermen met een officieel bewijs van burgertrouw, een bewijs van het feit dat ze niet racistisch zijn. Over de kansen op een vrijspraak kunnen we enkel speculeren. Wel moeten we er rekening mee houden dat de Belgische rechtbanken zeer huiverachtig staan tegenover een inmenging in politieke zaken. Net op de dag dat de zaak tegen de Vlaams Blok-vzw’s begon, verklaarde de correctionele rechtbank in Dendermonde zich onbevoegd in de zaak van de vredesactivisten die de Amerikaanse militaire transporten in de Antwerpse haven hadden belemmerd ten tijde van de oorlog in Irak. Het kwaadwillig belemmeren van het treinverkeer is uiteraard een strafbaar feit, maar de rechtbank had begrip voor de politieke motieven van de daders. Ook de de facto vrijspraak van de 13 van Clabecq past in deze traditie: onze rechters blijken bereid zelfs het bezetten van een autosnelweg of het maltraiteren van een curator door de vingers te zien, als dat kadert binnen een syndicale actie. Er is dus een serieuze kans dat ook deze keer de raadsheren de hete aardappel terug op het bord van de politici zullen leggen.
Maar zelfs als het tot een veroordeling komt, is het zeer de vraag of dit arrest het gewenste effect zal hebben. België is Duitsland niet, en de strategie die werkt bij onze oosterburen kan bij ons net andere gevolgen hebben. Binnen de Duitse rechtsorde blijkt het verbod op een politieke partij perfect te werken: in oktober 1952 besliste het Hooggerechtshof in Karlsruhe om de extreemrechtse SRP te verbieden. De beslissing van het Hof werd zonder morren aanvaard door de Duitse publieke opinie, ondanks het feit dat de partij kort daarvoor nog elf procent van de stemmen had gehaald in Nedersaksen. Het arrest betekende meteen het einde van de SRP. Het verbieden van politieke partijen past perfect in de Duitse traditie van een ‘weerbare democratie’, die tot uiting komt in de Grondwet van 1949. Art. 21(2) van de Grundgesetz bepaalt uitdrukkelijk dat partijen die de bestaande democratische orde bedreigen, kunnen verboden worden.
Een dergelijk grondwettelijk mandaat ontbreekt in de Belgische rechtsorde. Artikel 27 van onze Grondwet bevestigt integendeel het recht op vereniging, dat aan geen enkele preventieve maatregel mag onderworpen worden. Omwille van die andere grondwettelijke traditie zal een eventuele veroordeling in ons land anders onthaald worden dan in Duitsland. Als Karlsruhe een partij buiten de wet stelt, dan wordt dit aanvaard door alle Duitsers. Als Gent besluit dat het Vlaams Blok racistisch is, dan impliceert dit niet noodzakelijk dat de partij haar legitimiteit verliest. Ten dele heeft dat te maken met het feit dat de rechtsgrond zwakker is, maar anderzijds heeft het ook te maken met het respect voor de rechterlijke macht, dat in Duitsland veel sterker aanwezig is dan in ons land. Zelfs een veroordeling kan dus nog als argument ten gunste van het Blok worden gebruikt, en onvermijdelijk roept dit herinneringen op aan de zaak-Borms. De veroordeling van August Borms in oktober 1945, en zijn executie op 12 april 1946 hadden juist het omgekeerde effect. In een aantal kringen wordt Borms sindsdien beschouwd als een martelaar voor de Vlaamse zaak. Zelfs Willem Elsschot wijdde een postuum heldendicht aan Borms:

Uw nood, helaas, drong niet tot in de
_ troonzaal door:_
_ wie eenmaal is gedoemd vindt nergens_
_ meer gehoor_

_ Al werd uw oude romp in allerijl vermoord,_
_ de echo van uw stem wordt door geen_
_ enkel schot gesmoord._

Zelfs een veroordeling kan dus gunstig uitvallen voor het Blok. Ofwel bespeelt men voluit de Borms-strategie, en stelt men zich op als martelaar. Ofwel kan men zelfs een veroordeling gebruiken als onderdeel van de normaliseringsstrategie, die tegenwoordig wordt gevolgd door voorzitter Vanhecke. Na een veroordeling belijdt Vanhecke dan ootmoedig dat er ‘in het verleden’ inderdaad fouten zijn gebeurd, maar dat de partij vanaf nu een meer democratische koers zal varen, die haar aanvaardbaar maakt als mogelijke coalitiepartner. De veroordeling als boeteritueel past perfect in een dergelijke strategie.
Het belangrijkste effect van een veroordeling is eerder onrechtstreeks. In het parlement wordt nu gedebatteerd over de vraag of de overheidsfinanciering van het Vlaams Blok moet worden stopgezet. Een veroordeling in Gent zou in deze discussie een doorslaggevend argument zijn. Het Blok heeft hier veel te verliezen: tijdens het boekjaar 2002 ontving de partij maar liefst 4.762.963,61 euro in het kader van de partijfinanciering, dat is 94,5 procent van haar totale inkomsten. De ironie wil dus dat de partijpropaganda waaruit nu zo uitvoerig wordt geciteerd tijdens het proces in Gent, in de praktijk betaald wordt door de Belgische belastingsbetaler. Een eventuele veroordeling in Gent zal niet het einde betekenen van extreemrechts in Vlaanderen. Maar op een onrechtstreekse manier kan het arrest wel betekenen dat het Blok op zwart zaad komt te zitten.

Marc Hooghe
Redactielid

edito - Vlaams Blok - racisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 3 (maart), pagina 1 tot 2