Abonneer Log in

De puinhopen van de politieke vernieuwing

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 6 (juni), pagina 4 tot 6

Er ging op 24 november 1991 een schokgolf door Vlaanderen. Niet minder dan 10% van de Vlaamse kiezers had gekozen voor het Vlaams Blok. Dat resultaat van het Vlaams Blok werd meteen het signaal van de kiezer genoemd en de verkiezingszondag werd als Zwarte Zondag in het geschiedenisboek bijgeschreven. En meteen begon het zoeken naar een antwoord op dat signaal. Vele wijzen dachten na en formuleerden voorstellen allerhande om te vermijden dat een dergelijke dijkbreuk van bedenkelijk stemgedrag zich in de toekomst nog zou voordoen. Drie van die ideeën zijn blijven bovendrijven en werden in de loop van de voorbije jaren dan ook in daden omgezet: een vernieuwing van de politieke partijen, een herverkaveling van het politieke landschap en een vernieuwing van de politieke instellingen.

De kiezer had op 24 november 1991 het signaal gegeven dat de politieke partijen hun ramen en deuren moesten openzetten, dat ze weer open ledenbewegingen moesten worden. De PVV nam het voortouw, gooide alle oude zuilorganisaties uit de partij-instanties en liet voortaan voorzitter en partijbureau rechtstreeks verkiezen. De andere partijen volgden snel, want rechtstreekse verkiezing klinkt immers democratisch. Sindsdien wordt in alle partijen de kandidaat-voorzitter (meestal de interim voorzitter die de vorige verving) niet meer door een congres aangeduid, maar door de leden. De participatiecijfers van die verkiezingen doen die voor het Europese Parlement weliswaar verbleken, maar aan de democratie werd een goede dienst bewezen. Intussen behield het Vlaams Blok zijn voorzitter voor het leven, en duidde die vervolgens zijn opvolger aan.
De vernieuwing van de partijen ging echter verder dan dat. Alle partijen veranderden immers ook van naam, wat een bijzonder krachtig signaal van politieke vernieuwing was. De resultaten ervan mogen gezien worden. De PVV had in 1991 19% van de stemmen en eindigt in 2004 als VLD-Vivant op net geen 20%. De SP had 19,5% en eindigt in 2004 als sp.a.-spirit op 19,5%. De CVP had 27% en haalt nu als CD&V/N-VA 26%. De VU had 9%, werd VU-VVD en dan VU-ID en ging dan dood. Agalev had een kleine 8% en haalt nu als Groen! een kleine 8%. Alleen het Vlaams Blok bleef Vlaams Blok en ging van 10% naar 24%.
Daarnaast deden de partijen ook een poging om hun politiek personeel te vernieuwen. Met het oog op het dichten van de kloof trokken zij kandidaten aan uit alle sectoren van de maatschappij. Daarmee werd duidelijk dat politiek geen activiteit is voor ver van de mensen staande specialisten, maar integendeel een zaak van gewone lieden als u en ik (en meteen werd ook duidelijk dat je in die vernieuwde partijen niet meer moest proberen om als trouwe militant je plaatsje onder de zon te verdienen). Blote modellen, organisatoren van popconcerten, weermannen, wielrenners, voetballers, zangers, schrijvers, journalisten, artsen en allerhande andere professionele panelleden kregen prominente plaatsen op de inmiddels steevast ‘open’ lijsten van de partijen. Zij kwamen aldus de processen van politieke besluitvorming verrijken met hun ruime ervaring en hun ijzingwekkend diepe analyses en inzichten.

Partijen keken heus niet alleen maar naar zichzelf. Dat zou immers een vals beeld opleveren van politici die vooral met hun eigen agenda aan de slag zijn. Met het oog op het wegnemen van de gunstige voedingsbodem voor het slechte stemgedrag werd hard gewerkt aan een grondige herverkaveling van het politieke landschap. Door een nieuwe partij veel stemmen te geven had de kiezer immers laten weten dat het aantal partijen in Vlaanderen te groot was. Zo zagen boeiende experimenten het licht. Ze heetten CPV, NCD, ID21, Arm in Arm of Het Sienjaal. Ze sloegen bruggen tussen partijen zodat het voor een resem bekende en minder bekende mandatarissen mogelijk werd om - met het oog op de broodnodige herverkaveling - alvast gewoon van partij te veranderen. Al moet het gezegd worden dat sommigen die brugjes niet nodig hadden. Het herverkavelingverhaal leverde in elk geval een indrukwekkende stoet verhuizers op: Hugo Coveliers, Jaak Gabriëls, Pierre Chevalier, Johan Van Hecke, Reginald Moreels, André Geens, Paul Staes, Patsy Sörensen, Karel Pinxten, Ludo Dierickx, Jef Ulburghs, Jef Valkeniers, Ludo Sannen en vele anderen. Het spreekt vanzelf dat kiezers die bij het aanschouwen van deze dolle dans der mandatarissen zin krijgen om in het stemhokje enige wispelturigheid aan de dag te leggen streng moeten worden terechtgewezen.
En toen kwam het kartel. Met twee partijen samen naar de kiezer gaan was al wel vaker uitgeprobeerd, zonder ooit enig noemenswaardig succes te boeken. Toen in 2003 het kartel sp.a-spirit het erg goed deed werd de kartelformule plots het gedroomde middel om aan die langverwachte herverkaveling te werken. En zo kregen we op 13 juni niet minder dan drie kartels aangeboden. Zelfs het non-event Vivant vond een partner. In het nieuw verkozen en herverkaveld Vlaams parlement zijn nu zeven partijen vertegenwoordigd, eentje meer dan in 1999. De grootste daarvan is het Vlaams Blok.

De manier waarop de kiezer kan stemmen is ook flink aangepast. Die veranderingen vallen onder de rubriek vernieuwing van de politieke instellingen. Het Sint-Michielsakkoord zorgde voor de rechtstreekse verkiezing van de gewestelijke parlementen. In zaal F van de Senaat zochten vlijtige vernieuwers naar betere procedures en in 1999 werd zelfs een heuse parlementscommissie voor politieke vernieuwing in het leven geroepen. De rapporten van die commissie moesten echter wijken voor de plannen van de regering, die vernieuwend waren omdat ze paars waren: grotere kieskringen, een drempel van 5% en de mogelijkheid om zowel voor Kamer als Senaat op de lijst te gaan staan. De federale parlementsverkiezingen van 2003 waren dan ook een hoogmis van de politieke vernieuwing. In uitvoering van het Sint-Michielsakkoord waren dat verkiezingen voor het federale niveau alleen, maar alle ministers van de regionale regeringen gingen ook op de lijsten staan. Federalisme is immers een staatsvorm die je invoert en in de Grondwet verankert, maar in geen geval aan de mensen uitlegt. Die vinden dat immers te moeilijk. Na afloop van de federale verkiezingen werd dan ook het personeel van de regionale regeringen herschikt, en dit met het oog op de regionale verkiezingen van 2004. Het vervangen van ministers met het oog op de volgende verkiezingen is, samen met de opendebatcultuur, ook een staaltje van paarse politieke vernieuwing waarover te weinig waardering werd uitgesproken. Vooral de vele frisse ideeën die de Ministers van de Laatste Rechte Lijn met het oog op het winnen van de verkiezingen de wereld ingestuurd hebben, blijven nazinderen. Ik onthoud in elk geval dat de Chinees lerende e-mama’s gratis naar de Olympische Spelen mogen, alwaar Vlaanderen resoluut gaat voor een nieuw wereldrecord Ministers van Huisvesting dumpen.
En ook de verkiezingen van 2004 waren qua politieke vernieuwing weer een feest met vele zeer te smaken experimenten. Zo was de eerste minister - de vleesgeworden politieke vernieuwing - kandidaat (maar eigenlijk toch niet) voor het Europees Parlement, omdat hij zich wou laten beoordelen voor het Europese beleid dat hij vergeten was het jaar voordien te laten beoordelen. Zo werd bij het samenstellen van de Europese lijst van de sp.a niet op ouderwetse wijze naar bekwame mandatarissen gezocht, maar naar een wit konijn dat uit de hoed van de tovenaar zou opduiken (die heeft trouwens per ongeluk ook een smak stemmen weggetoverd). En verder stonden alle federale ministers deze keer op de lijst voor de regionale verkiezingen. De kiezer heeft immers nog altijd niet begrepen hoe een federale staat functioneert.
Er ging op 13 juni 2004 weer een schokgolf door Vlaanderen. De kiezers hebben de vele inspanningen inzake politieke vernieuwing blijkbaar niet naar waarde weten te schatten. Nu alle partijen en politici al zovele jaren hun rol in het algemeen en hun deelname aan verkiezingen in het bijzonder zo ernstig en plichtsbewust invullen, mag toch wel verwacht worden dat ook de kiezer eindelijk begrijpt dat verkiezingen in een democratisch bestel een ernstige aangelegenheid zijn.

Kris Deschouwer
Vrije Universiteit Brussel - Vakgroep Politieke Wetenschappen

verkiezingen - politieke vernieuwing

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 6 (juni), pagina 4 tot 6