Abonneer Log in

De terugkeer van Groen!

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 6 (juni), pagina 10 tot 12

Op 18 mei 2003 verdwijnt Agalev, na vier jaar regeringsdeelname, met een povere score van 3,9% uit het federale parlement. Niets wijst erop dat er een structurele mentaliteitswijziging in Vlaanderen en Brussel heeft plaatsgevonden die het falen van Agalev kan verklaren.

De zogeheten nieuwe breuklijnen (materialisme-postmaterialisme en etnocentrisme-multiculturalisme) waarop Agalev zich in het verleden steeds succesvol had kunnen profileren, zijn niet minder belangrijk geworden. De voedingsbodem voor een ecologische partij is niet verdwenen. Alleen slaagde de groene partij er in 2003 niet langer in zich in voldoende mate op te stellen als de progressieve partij bij uitstek. Die fakkel was volgens vele kiezers door het kartel sp.a-spirit overgenomen. De restyling van de socialistische partij en het huwelijk met het links-libertaire Spirit hadden velen over de streep getrokken. Agalev was van haar kant het frisse, jonge, hippe en zuivere imago, waarop ze vroeger een patent had, kwijt gespeeld en verloor daarmee ook haar kiezers (Swyngedouw & Jacobs, 2003).
Lange tijd heerst er vertwijfeling bij de groenen hoe het verder moet. Op een congres wordt medio november 2003 beslist om de partijnaam in Groen! te veranderen, Vera Dua als voorzitter aan te duiden en - ondanks de lokroep van het kartel te Limburg - overal onafhankelijk naar de kiezer te trekken. Uit onvrede besluiten een aantal mandatarissen evenwel de partij te verlaten en het kartel te vervoegen. Terwijl de naamsverandering moest leiden tot een herprofilering als aanlokkelijk alternatief voor sp.a-spirit, lijkt Groen! na het congres alleen maar leeg te lopen.

Begin 2004 ziet het er nog steeds niet goed uit voor Groen!, dat in de commerciële peilingen slechts kleine vorderingen boekt. Uit het postelectoraal verkiezingsonderzoek van het ISPO blijkt dat bij aanvang van de precampagne ongeveer de helft van de mensen reeds wist op welke partij te zullen stemmen in juni (Swyngedouw, Billiet & Goeminne, 2004). Op basis van die gegevens zou Groen! bij de start van de kiescampagne zich slechts verzekerd weten van 2,2% marktaandeel. Van de nog niet besliste kiezers zouden volgens hetzelfde onderzoek 265.000 mensen (of 6,4% van het electoraat) twijfelen tussen sp.a-spirit en Groen!, 135.000 kiezers (of 3,3% van het electoraat) twijfelen tussen CD&V en Groen! en 123.000 mensen (of 3% van het electoraat) twijfelen tussen VLD en Groen!.
De groenen kiezen ervoor om het eigen voortbestaan als onafhankelijke progressieve partij als centraal campagnethema naar voren te schuiven. Gezien de structurele financiële moeilijkheden van de partij, is Groen! genoodzaakt het bij een bescheiden campagne te houden. Bij wijze van precampagne wordt daarom kleinschalig gewerkt rond het thema ‘Vera zoekt 280.000 kiezers’. In de eigenlijke campagne, staan de slogans ‘de bal ligt in uw kamp’ en ‘wanneer stemt u weer groen?’ centraal, die moeten benadrukken dat het voortbestaan als onafhankelijke groene partij de belangrijkste inzet voor Groen! is en men de verloren kiezers terug wil. Het campagneplan richt zich verder doelbewust op het profiel van de hogeropgeleide, jonge en progressieve kiezer die traditioneel tussen rood en groen twijfelt. Zo pakt Groen! in de krant Brussel Deze Week bijvoorbeeld uit met de slogan ‘vraagt u zich ook af waarom zwart geld wel asiel krijgt?’. Tinne Van der Straeten, Bart Staes en Vera Dua worden in debatten en de media consequent als groene boegbeelden naar voren geschoven, terwijl de Vlaamse ministers eerder op de achtergrond blijven. In de communicatie wordt steevast de boodschap geplugd dat het erop of eronder is voor de groene partij, dat Groen! de enige partij is die ook garant wil staan voor een goed leven van de toekomstige generaties (‘onze kinderen en kleinkinderen’) en dat er nood is aan concurrentie ter linkerzijde. In de laatste week voor de verkiezingen wordt als ultiem middel uitgepakt met een Groen!-is-nodig-campagne naar het voorbeeld van de SP-is-nodig-campagne uit 1995. Een week voor de stembusslag wordt uitgepakt met een lijst van een vijftigtal bekende Vlamingen (met name tv-figuren, muzikanten, acteurs en academici) die hun steun uitspreken voor een onafhankelijke groene partij. Het initiatief staat meteen garant voor de voorpagina van De Morgen en de lijst van bekende sympathisanten groeit al snel aan tot een 250-tal. De toon die men wil zetten, is dat het weer hip is om voor Groen! te zijn. In dat opzet lijkt Groen! ook te slagen.

Op 13 juni haalt Groen! uiteindelijk 7,6% voor het Vlaamse Parlement, 8% voor het Europees Parlement en 9,8% voor de Nederlandstalige groep van het Brussels Parlement. Dat levert Groen! zes Vlaamse parlementsleden, een Europarlementslid (Bart Staes) en een Brussels parlementslid (Adelheid Byttebier) op. Bij de rechtstreekse verkiezingen van de Brusselse vertegenwoordiging in het Vlaams Parlement scoort Groen! 11% en grijpt daarmee nipt naast een zetel. In vergelijking met de twaalf Vlaamse verkozenen van 1999, is een halvering van de groene fractie in het Vlaamse parlement evenwel een aderlating. Toch wordt bij Groen! niet getreurd. In het licht van de desastreuze uitslag van 2003, is men vandaag al tevreden met een voldoende aantal parlementsleden om een fractie te kunnen vormen.
Groen! haalde - zoals ook intern verwacht werd - in Limburg, waar een flink deel van de partij de overstap naar sp.a-spirit maakte, de kiesdrempel niet met een score van 4,48%. In Antwerpen - waar men te kampen kreeg met concurrentie van groene jongen Bart Martens van de Bond Beter Leefmilieu op de sp.a-spiritlijst - levert een score van 7,89% een zetel op voor Rudi Daems en Mieke Vogels. In Oost-Vlaanderen haalt de partij 9,09% en keren Vera Dua en Jos Stassen terug naar het Vlaams parlement. In Vlaams-Brabant haalt Eloi Glorieux het met 8,18%. Tegen alle verwachtingen in haalt ook Jef Tavernier het met 6,73% voor Groen! in West-Vlaanderen.

Het spookbeeld dat Groen! de kiesdrempel andermaal niet zou halen en kostbare progressieve stemmen daarmee verloren zouden gaan, is niet uitgekomen. Wat was er echter gebeurd indien Groen! toch in een groot links kartel was gestapt? In het door Jo Noppe onderzochte scenario dat Groen! aan het kartel sp.a-spirit had deelgenomen en de weinig plausibele situatie had opgetreden dat het linkse kartel een score gelijk aan de som van de nu apart gehaalde resultaten zou bekomen, dan zou dit linkse kartel tot 4 extra zetels in het Vlaams Parlement geleid hebben (Noppe, 2004). Drie daarvan zouden in respectievelijk Antwerpen, Limburg en Oost-Vlaanderen van CD&V/N-VA afgesnoept worden, terwijl er eentje vanuit Brussel ten koste van het Vlaams Blok zou zijn geweest (Noppe, 2004). Het linkse kartel zou de grootste formatie geworden zijn maar zou sowieso ook veroordeeld geweest zijn tot een tripartite met CD&V en VLD (Noppe, 2004). Hoe dan ook mogen we niet vergeten dat het allerminst een vanzelfsprekendheid is om resultaten van partijen zomaar op te tellen als zij met elkaar in kartel gaan. Sommige kiezers kunnen aangetrokken worden door het nieuwe profiel van een kartel, anderen kunnen er net van afgestoten worden. De (herwonnen) kiezers van Groen! hebben alleszins de stelling onderschreven dat de Vlaamse en Brusselse politiek gebaat is met diversiteit en concurrentie ter linkerzijde. In de toekomst zal de kiesdrempel van 5% - die zij zelf hielpen instellen - de groenen echter blijven achtervolgen.

Dirk Jacobs
Docent-postdoctoraal onderzoeker K.U.Brussel / K.U. Leuven

Referenties
- Noppe, J. (2004) ‘Een aantal simulaties op basis van de Vlaamse, Brusselse en Europese verkiezingen van 13 juni 2004’, Onderzoeksnota Afdeling Politologie. KULeuven.
- Swyngedouw, M. & Jacobs, D. (2003) ‘Het falen van Agalev bij de verkiezingen van 18 mei 2003’, Samenleving en politiek, 10 (7): 30-39.
- Swyngedouw, M., Billiet, J. & Goeminne, B. (2004) Het electoraal landschap bij de aanvang van de verkiezingscampagne 2004. Een korte nota, ISPO-onderzoeksnota.

verkiezingen - Groen! - Agalev

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 6 (juni), pagina 10 tot 12