Abonneer Log in

De verkiezingen op tv: federaal in Vlaanderen, regionaal in Wallonië

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 6 (juni), pagina 22 tot 25

De vraag of de verkiezingen nu al dan niet moeten samenvallen is in Vlaanderen eigenlijk achterhaald. Een wetswijziging in die zin zou enkel de formele bevestiging zijn van een de facto al bestaande situatie. Niets in de campagne kon de argeloze tv-kijkende kiezer nog doen vermoeden dat het eigenlijk om regionale en Europese verkiezingen ging, behalve de constant herhaalde mededeling dat het eigenlijk om regionale en Europese verkiezingen ging. Dit werd echter steevast gevolgd door een debat over een federaal thema.

Neem nu Het Groot Debat, uitgezonden door de VRT een week voor de verkiezingen. Het werd aangekondigd als een van de bepalende verkiezingsuitzendingen over waar het echt om draait. Enig telwerk leert dat in dit debat over de inzet van de Vlaamse en Europese verkiezingen 10,66% van de zendtijd naar zuiver Vlaamse en 0,0% naar zuiver Europese thema’s ging. Vlaamse thema’s die toch nog een plaatsje wisten te veroveren waren de inburgering van allochtonen, landbouw en vooral onderwijs. Zuiver federale thema’s als euthanasie, homohuwelijk, migrantenstemrecht, kerncentrales, Irak en het federaal werkgelegenheidsbeleid kwamen meer dan dubbel zo veel aan bod: 22,91%. Ongeveer een vijfde van de aandacht ging naar de staatshervorming - eigenlijk ook bij uitstek een federaal onderwerp - en nog eens een vijfde naar zeer algemene thema’s als ‘de allochtonen’, ‘het milieu’ en een algemene evaluatie van paars (en dus vooral van het federale niveau). En dan waren er nog de lange discussies over de verkiezingsstrijd zelf die vooral focusten op het gevolg van de Vlaamse verkiezingen voor de federale regering.
Het groot debat was zeker geen uitzondering. Een gelijkaardige ‘melange’ van de Belgische bestuursniveaus met meestal een focus op het federale was in de meeste programma’s terug te vinden. Aan de EU werd op de VRT één enkele extra uitzending van De zevende dag gewijd, die dan ook meteen aangekondigd werd als het enige ‘groot Europa-debat’ op televisie. Het werd op zich een interessant inhoudelijk debat tussen de Europese kandidaten, maar één uur over Europa is toch maar wat minnetjes in het licht van de overvloed aan verkiezingsuitzendingen die we over ons heen kregen. Dit terwijl de richtlijn-Bolkestein waarschijnlijk qua draagwijdte het belangrijkste thema van de verkiezingen was. Conclusie: de campagne van vorig jaar werd gewoon nog eens over gedaan. Ook toen slopen immers al met mondjesmaat regionale thema’s binnen.
Alvast op tv werd het federale niveau mee tot de inzet gemaakt van de voorbije stembusslag. Daarmee werd de oorspronkelijke doelstelling van gescheiden verkiezingen - het benadrukken van de verscheidenheid en de autonomie van de verschillende niveaus en zo het inzicht in de werking van het federale België bij de kiezer vergroten - herleid tot een maat voor niets. Het werd het zoveelste tastbare bewijs van de complete vermenging van de bestuursniveaus. Voorstanders van het formeel laten samenvallen van de verkiezingen zullen er aldus een argument in zien om dit nog heviger te bepleiten.
Toch kan het ook anders. Een blik over de taalgrens is daarbij meestal leerrijk. Zo kreeg zowel op de RTBF als op RTL-TVI in de week voor de verkiezingen elk bestuursniveau zijn eigen debat met zijn eigen vertegenwoordigers en kandidaten. Op de RTBF was op maandag de EU aan de beurt, op dinsdag de Franse Gemeenschap, op woensdag het Brussels gewest en op donderdag het Waals gewest, telkens met een aantal van de boegbeelden die op dat niveau actief zijn. Enkel het debat over Europa zag grote kanonnen als Di Rupo, Milquet en Michel aantreden omdat zij de lijst trokken. RTL-TVI had dan weer een eigen goedkope versie van de stemtest gemaakt (hij leek wel opgenomen in de bezemkast van de immense VRT-studio), maar ook hier ging het om vier uitzendingen gebaseerd op stellingen over de bevoegdheden van de verschillende niveaus. Het verschil met de Vlaamse situatie is opmerkelijk, vooral omdat men aan Franstalige kant maar liefst vier niveaus te onderscheiden heeft, vanwege de bestuurlijke opdeling tussen het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap. In Vlaanderen waren het er in de praktijk maar twee, omdat het Brussels Gewest met zijn specifieke dossiers in Vlaanderen zo goed als afwezig was in de campagne.
Naast het onderscheid tussen bestuursniveaus was er ook een duidelijk verschil in de houding tegenover extreemrechts. De woensdag voor de verkiezingen was in Audit 04 op Canvas het Blok te gast en ging het onder meer over de persoonlijkheidskenmerken van Frank Van Hecke. Dezelfde avond was er op de RTBF een lange reportage waarin men het Blok ‘ontmaskerde’ door onder meer zijn fascistische roots bloot te leggen met beelden uit de oude doos waarin Blok-kopstukken boel maakten of herdenkingen van nazi-leiders bijwoonden.
In de uiteindelijke verkiezingsuitzendingen op 13 juni werd de logica van de pre-electorale programma’s aan weerszijden van de taalgrens doorgetrokken. Op de Franstalige televisie werden de scores van de partijen steevast vergeleken met die van de vorige regionale verkiezingen uit 1999. Aan Vlaamse kant vergeleek men vooral met 2003: de grafiekjes met als ijkpunt 1999 werden hoogstens pro forma enkele seconden in beeld gebracht. Nu werd die vergelijking met de vorige regionale verkiezingen wel bemoeilijkt door het in tussentijd verdwijnen van VU-ID. En aan Franstalige kant was een vergelijking met vorig jaar minder evident vanwege de opdeling tussen Waals Gewest en Franse Gemeenschap. Onmogelijk waren beide scenario’s nochtans absoluut niet.
De huidige variërende vergelijkingsbasis had tot gevolg dat bijvoorbeeld Groen! in Vlaanderen tot de grote winnaar werd uitgeroepen, terwijl de partij uiteindelijk de helft van haar Vlaamse parlementsleden verloor. Aan Franstalige kant was Ecolo dan weer de verliezer bij uitstek, terwijl ook de Franstalige groenen er - zij het lichtjes - op vooruit gingen tegenover hun resultaat van vorig jaar. Tijdens verkiezingsuitzendingen heeft elke partij sowieso de neiging zich uit te roepen tot winnaar, de verschillende vergelijkingsbasissen bij deze verkiezingen maakten dat er nog minder verliezers waren dan anders.
De vergelijking spreekt voor zichzelf: in tegenstelling tot hun Vlaamse collega’s hadden de Franstalige tv-journalisten het braaf over de bevoegdheden van de niveaus waarvoor gestemd kon worden.
Is het dan allemaal de verantwoordelijkheid van de Vlaamse media? Hebben zij de agenda gezet door deze regionale en Europese verkiezingen om te toveren tot federale verkiezingen? Of zijn de Franstaligen misschien betere of echtere federalisten?
De verklaring voor het contrast ligt waarschijnlijk voor een deel bij de media zelf. Bij de RTBF heerst nog steeds een traditionelere ‘openbare omroep’-cultuur die maakt dat ze de verkiezingen op een veel soberder manier verslaat. Al had de RTBF in de vooravond een ludiek politiek programma opgesteld, de kern bleef bij de traditionele debatten met een tafel en vijf stoelen. Die zullen naar ‘Vlaamse’ normen dan ook als ‘saai’ bestempeld worden. Het politieke en medialandschap is in Vlaanderen veel sterker vermarkt. Zich aan de huidige niveaus en hun bevoegdheden houden levert voor de VRT geen spannende televisie op.
Maar zoals meestal is er vooral sprake van een wisselwerking tussen media en politiek. De Vlaamse politici - inclusief de oppositie - hebben de toon gezet door het plaatsen van allerlei federale boegbeelden bovenaan de lijsten of nog het in vooropzeg plaatsen van de federale ministers, waarmee ze zelf al aangaven dat die gescheiden verkiezingen eigenlijk flauwekul zijn. Naarmate 13 juni naderde, werd dat ook steeds meer luidop gezegd.
De Franstalige politici speelden het spel daarentegen toch iets minder gortig bij de lijstvorming. Van de Franstalige leden uit de federale regering trokken enkel minister Rudy Demotte (PS) en staatssecretaris Hervé Jamar (MR) een regionale lijst. Grote kanonnen als Laurette Onkelinx of Marie Arena waren op geen enkele lijst terug te vinden. Dit is ongetwijfeld mede een gevolg van het feit dat in Wallonië de oude arrondissementele kieskringen in stand zijn gebleven en er dus nog meer op lokale kandidaten werd ingezet. Het invoeren van provinciale kieskringen heeft in Vlaanderen dan waarschijnlijk ook de opkomst van schijnkandidaten versterkt. Enkel de Europese lijsten waren overduidelijk een pop-poll tussen partijboegbeelden, wat evenals in Vlaanderen verontwaardiging en kritiek uitlokte in de Franstalige pers.
Bovendien speelde het zich allemaal vooral in Vlaanderen af. De peilingen aan Franstalige kant lieten weinig nieuws zien. Enkel in Brussel was er een spannende inzet in de vorm van de strijd tussen MR en PS voor het minister-presidentschap en het eventueel inwisselen van de paarse voor een centrumlinkse olijfboomcoalitie. Daar kwam ook de enige echte grote Franstalige verrassing uit de bus op 13 juni, met het voorbijsteken van de liberalen door de socialisten. De grote stijging van de PS in Wallonië is vooral een consolidering van het succes van vorig jaar.
Mede daardoor was de campagne aan Franstalige kant veel soberder. Terwijl de Vlaamse televisie al zes weken voor 13 juni in volle verkiezingskoorts verkeerde, was dat aan Franstalige kant veel minder het geval. Naast de items in de journaals is de verkiezingscampagne op televisie pas de laatste week voor 13 juni echt losgebarsten.
De toekomst van paars speelde zich immers in Vlaanderen af. De Franstaligen stonden erbij en keken ernaar. De aandacht voor de Vlaamse campagne was in de Franstalige kranten dan ook groot, ook al vanwege de niet aflatende stroom communautaire dreigingen. Via die omweg werd de federale inzet eveneens aan Franstalige kant steeds duidelijker gevoeld.
De verschillende politieke situatie relativeert dus de rol van de media, al hadden ze uiteraard wel meer inspanningen kunnen leveren om de politici bij de les te houden. Verschillende VRT-journalisten deden dat bij gelegenheid wel eens wanneer ze in sommige uitzendingen politici verweten het regionale karakter van de verkiezingen niet te eerbiedigen. Zo kreeg Karel De Gucht in Ter Zake te horen dat het toch ongepast was dat Guy Verhofstadt een open brief liet publiceren, naar aanleiding van Vlaamse verkiezingen. Op zich uiteraard een terechte opmerking, maar dan moet er diezelfde avond in Woord tegen Woord ook niet uitgebreid over de pensioenen gepraat worden.
Kan men uit het Franstalige voorbeeld dan afleiden dat gescheiden verkiezingen toch haalbaar zijn? In een minder gemediatiseerd en vermarkt politiek landschap lijkt het alvast evidenter. Het valt echter eerder te verwachten dat de Franstalige media en politiek daarin Vlaanderen bijbenen dan omgekeerd. Bovendien zou het plaatje er eveneens aan Franstalige kant misschien anders hebben uitgezien wanneer peilingen grote verschuivingen tegenover vorig jaar hadden getoond die de machtsverhoudingen op federaal vlak zouden kunnen hebben beïnvloed. De Franstalige televisie zou misschien nog steeds bij de regionale en Europese les gebleven zijn, maar de werkelijke inzet zou veel sterker mee verschoven zijn.
Essentieel in de discussie over de haalbaarheid van gescheiden verkiezingen is echter dat we de campagne van vorig jaar overdeden omdat we in se ook de verkiezingen van vorig jaar overdeden. België kent geen federale partijen waardoor verkiezingen feitelijk telkens regionaal zijn. Het verschil is enkel dat de regionale resultaten van de twee landsdelen bij federale verkiezingen worden samengevoegd. Dat leidt ertoe dat alles telkens weer door mekaar loopt. Al valt het wel op dat de federale thema’s dan toch steeds de bovenhand krijgen omdat die toch nog steeds aanzet tot spannendere debatten lijken te zijn. Weer zo’n mooie Belgische paradox: we hebben eigenlijk steeds regionale verkiezingen maar ook steeds met een federale campagne.

Dave Sinardet
Redactielid - Onderzoeker Departement Politieke en Sociale Wetenschappen - Universiteit Antwerpen

verkiezingen - media en politiek

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 6 (juni), pagina 22 tot 25