Abonneer Log in

Het cordon voorbij?

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 6 (juni), pagina 7 tot 9

Gedurende de voorbije tien jaar heeft het Vlaams Blok een vrij gestaag groeipad gevolgd. De grote verrassing van 13 juni was dan ook niet zozeer dat de partij eens te meer stemmenwinst boekte, maar wel dat er dit keer een echte kwantumsprong voorwaarts is gemaakt, vergelijkbaar met die van 24 november 1991. In het Vlaams Gewest is er geen enkel kanton waar het Vlaams Blok niet vooruitgaat in vergelijking met de Kamerverkiezing van 2003. Vorig jaar konden de gevestigde partijen nog hoop putten uit het feit dat het Blok in Gent achteruitging, wat dan werd gezien als het bewijs dat een goed beleid wel degelijk vruchten afwerpt. Maar dit keer heeft men zelfs die strohalm niet meer om zich aan vast te klampen. In Gent boekt de partij nu een winst van 4,6% in vergelijking met 2003. Ik heb er niets van gemerkt, maar blijkbaar is het ‘goed beleid’ in Gent op een jaar tijd als een kaartenhuisje ineengeklapt. Om maar te zeggen dat dit soort van simplistische en clichématige verklaringen voor de uitslag van het Blok ons hoe dan ook niet ver leiden.

In werkelijkheid kan de fenomenale winst van de partij niet anders dan het gevolg zijn van een zeer complex samenspel van factoren. En daarbij moeten we misschien ook eens het feit onder ogen durven zien dat nogal wat kiezers Vlaams Blok stemmen omdat ze gewoonweg de standpunten van die partij delen. Er bestaat hoe dan ook een sterke rechts-conservatieve onderstroom in de Vlaamse publieke opinie. Als Freddy Van Gaever Luc Alloo zichtbaar met verstomming slaat door te zeggen (in Advocaat van de Duivel) dat hij een homogene samenleving verkiest boven een multiculturele, reken dan maar dat een groot aantal Vlamingen goedkeurend zit te knikken. Net zoals Marijke Dillen ongetwijfeld heel wat instemmend gemompel zal hebben geoogst toen ze stelde dat gehuwde holebi-leraars daarmee niet te koop moeten lopen in de klas.

Vanuit democratisch oogpunt is het eigenlijk niet meer dan normaal dat die rechts-conservatieve stroming zich ook vertaalt in electorale steun voor de partij die daar als enige actief op inspeelt. Dat is nu eenmaal het democratische spel. Maar het racisme-arrest heeft kennelijk bij veel kiezers de indruk gewekt dat de gevestigde partijen dit spel vals spelen. Die indruk werd nog versterkt door de manier waarop de partijen na het arrest collectief de handen in onschuld hebben gewassen, terwijl het voor het Blok een koud kunstje was om duidelijk te maken aan de kiezer dat het arrest juist het gevolg was van een aantal politieke beslissingen. De manier waarop de partijen het Vlaams Blok proberen uit te schakelen via de weg van het gerecht en de partijfinanciering heeft hoe dan ook iets geniepigs, en dit moet heel wat kiezers in het verkeerde keelgat zijn geschoten.
Tijdens de campagne waren er verschillende signalen dat de metamorfose die het Vlaams Blok in het vooruitzicht stelt misschien wel ingrijpender zal zijn dan vermoed. Er ligt blijkbaar een blauwdruk klaar voor een democratische partijstructuur. Nu al zijn de grootste angels verwijderd uit het Blok-discours. Ongetwijfeld mede om een nieuwe veroordeling te vermijden werden echte hatelijkheden ten aanzien van migranten ditmaal achterwege gelaten. Maar ook wat de Vlaamse onafhankelijkheid betreft is er een opmerkelijke evolutie. Zo liet Gerolf Annemans zich in Audit 04 letterlijk het volgende ontvallen (als antwoord op de vraag van Phara de Aguirre hoe het nu eigenlijk zat met die Vlaamse onafhankelijkheid): ‘We moeten toch even een mythe doorbreken. Die onafhankelijkheid, dat is een einddoel. Het is niet alsof wij met de Vlaamse leeuw de revolutie willen afkondigen.’ Op die manier krijgt de Vlaamse onafhankelijkheid voor het Vlaams Blok een statuut dat min of meer vergelijkbaar is met wat de klassenloze maatschappij lange tijd geweest is voor de socialisten: een ver toekomstperspectief dat het pragmatisme hic et nunc niet in de weg hoeft te staan.

Het feit dat dit iets gematigder discours de electorale groei niet heeft afgeremd - wel integendeel - zal de leiding van de partij wellicht sterken in de overtuiging dat dit de juiste weg is. Niet onbelangrijk daarbij is ook dat de partij alsnog geen concurrentie te vrezen heeft op haar rechterflank. Dit alles zou er wel eens toe kunnen leiden dat de Blok-leiding zich sterk genoeg voelt om uiteindelijk ook de ultieme stap richting normalisering te zetten en duidelijk afstand te nemen van het discours waarvoor het is veroordeeld. Het is een gemakkelijke voorspelling dat de tot nog toe onafhankelijke kandidaten Jürgen Verstrepen en Marie-Rose Morel een eersterangsrol zullen spelen in het nieuwe Blok. Maar tegelijkertijd is het zo goed als uitgesloten dat de partij de kippen met de gouden eieren slacht en populaire politici als Filip Dewinter en Gerolf Annemans op een zijspoor plaatst.
Anders gezegd: de bal mag momenteel dan al in het Vlaams Blok-kamp liggen, het is best mogelijk dat hij vrij snel wordt teruggekaatst. En wat dan? Voor de democratie in Vlaanderen zou het in elk geval een goede zaak zijn mocht de huidige patstelling worden doorbroken en mocht een gedemocratiseerd Blok ‘plus’ worden geïntegreerd in het politieke systeem. Maar ongetwijfeld zal het ook voor de andere partijen niet gemakkelijk zijn om uit de loopgraven van het cordon te kruipen en de aartsvijanden van weleer de hand te reiken. En bovendien zijn er ook nog de Franstaligen die over het muurtje meekijken.

Van het soort debat dat op dat moment in alle hevigheid zal losbarsten hebben we in 2000 al een klein voorsmaakje gekregen. Johan Leman opperde toen dat er in het Vlaams Blok ook democratische politici zitten en dat VLD en CVP die zouden moeten kunnen losweken uit het Blok. De reactie op deze uitlatingen was vernietigend en Leman kreeg zelfs een fikse uitbrander van premier Verhofstadt. Tekenend is de volgende reactie van toenmalig CVP-voorzitter Stefaan De Clerck: ‘Wie het Vlaams Blok-programma ooit heeft onderschreven, kan bij ons onmogelijk een prominente rol spelen’ (De Standaard 19 februari 2000). Ongetwijfeld zullen er heel wat soortgelijke stemmen weerklinken wanneer het Blok binnenkort uitpakt met een nieuwe partij annex oude gezichten: ‘Met wie ooit het vroegere Vlaams Blok-programma heeft onderschreven willen wij niet onderhandelen.’
De democratische legitimiteit van het cordon zit mijns inziens vooral hierin dat politici het recht hebben om a priori onderhandelingen uit te sluiten met een andere partij waarvan het programma mijlenver af staat van de eigen standpunten omdat een aantal democratische grondbeginselen met voeten wordt getreden. Maar wanneer het Vlaams Blok zijn programma herformuleert binnen de democratische krijtlijnen en bovendien blijk geeft van compromisbereidheid, dan vervalt die legitimiteit. Een cordon dat louter gebaseerd is op afkeer voor personen zou vanuit democratisch oogpunt moeilijk verdedigbaar zijn. En dit geldt a fortiori ten aanzien van een partij die één op vier Vlamingen vertegenwoordigt. Het heeft in elk geval geen pas om partijen en politici blijvend uit te sluiten omwille van standpunten uit het verleden. En het vage vermoeden dat de toplui van het Blok in het diepst van hun gedachten misschien wel eens totalitaire denkbeelden zouden kunnen koesteren lijkt me ook geen solide basis om een cordon te handhaven. Net zo min als de fascistische lichaamstaal die Patrick Dewael ooit meende te kunnen ontwaren bij Filip Dewinter. Wie met dit soort van dubieuze argumenten het lichten van de loodzware Blok-cordon-hypotheek probeert te beletten, bewijst de democratie in Vlaanderen alvast geen goede dienst.

Bart Maddens
Docent politieke wetenschappen aan de K.U.Leuven

verkiezingen - Vlaams Blok - cordon sanitaire

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 6 (juni), pagina 7 tot 9