Log in

Machtsstrijd in en rond het nieuwe Europees Parlement

Het pas verkozen Europees Parlement heeft zich dankzij de aanstelling van de nieuwe Europese Commissie de afgelopen weken en maanden stevig in de kijker gewerkt. In de strijd om de samenstelling van de Commissie-Barroso stond niet alleen het Parlement tegenover de Commissie; ook in het Parlement woedde tussen de fracties een ware machtsstrijd om het politiek leiderschap. Hoe ziet de samenstelling van het Parlement eruit sinds de uitbreiding met tien nieuwe lidstaten en de daaropvolgende verkiezingen? Hoe kunnen we die uitslag interpreteren? En welke invloed heeft deze nieuwe machtsconstellatie op het politiek stratego dat de fracties hebben gespeeld omtrent de verkiezing van de parlementsvoorzitter, de aanstelling van de commissievoorzitter en de hoorzittingen van de kandidaat-commissarissen?

Fracties

Volgens de statuten van het EP bestaat een fractie uit afgevaardigden van ten minste één vijfde van de lidstaten. Het minimum aantal leden bedraagt 19 (2,6% van het totale aantal leden). Het EP voert geen evaluatie uit betreffende de politieke affiniteit van de leden van de fractie.1 De statuten verhinderen de organisatie van het Parlement op basis van nationaliteiten (single-nation groups). Ook single-party groups zijn uitgesloten (de facto reeds sinds 1999). Bovendien wil het Parlement via het instellen van een minimum aantal leden de versplintering van fracties (of de proliferatie van kleine fracties) tegengaan. Minstens even belangrijk, zoniet belangrijker, is de invloed die uitgaat van de toepassing van de delerreeks D’Hondt voor de verdeling van mandaten, personeel en budgetten tussen de verschillende fracties. De delerreeks D’Hondt bevoordeelt de grote entiteiten en is dus op haar beurt een belangrijke stimulans in de vorming van grote (en daardoor ook multinationale) fracties.

Sinds juli 2004 vormen de 732 leden van het nieuwe Parlement meer dan 160 delegaties (partijen) afkomstig uit 25 landen die zich hebben georganiseerd in 8 parlementsfracties.
1. De EVP-ED -fractie (Europese Volkspartij (Christendemocraten) en Europese Democraten) vormt sinds 1999 de grootste fractie en is dit ook na de verkiezingen van 2004 gebleven. De fractie (268 leden) bestaat uit christendemocraten, conservatieven en liberalen uit alle lidstaten van de Unie.2 Deze transnational party group is momenteel de enige fractie die uit elke lidstaat afgevaardigden heeft. Bovendien tracht ze sterk vertegenwoordigd te zijn in de grote lidstaten (proportional representation). De grootste delegatie wordt gevormd door de Duitse christendemocraten: met 49 leden, weliswaar 4 minder dan in 1999, is ze de grootste van het hele EP en groter dan de kleine fracties. In Frankrijk en Italië daarentegen is door het vertrek van de centristen en de linkse christendemocraten de vertegenwoordiging geslonken. Tot de belangrijkste delegaties behoren de Spaanse Partido Popular, Forza Italia en de British Conservatives. Deze laatsten vormen sinds 1999 de ‘Europese Democraten’, hiermee hun autonomie ten aanzien van de EVP onderstrepend. Begin 2004 werd door een statutenwijziging de onafhankelijkheid van de ED versterkt: voortaan hebben zij het recht eigen (afwijkende) standpunten aangaande de constitutionele en institutionele ontwikkeling van de EU te verkondigen. Sinds de verkiezingen telt de ED 39 leden (14,5% van de volledige fractie). De EVP-ED-fractie wordt sinds 1999 geleid door de Duitser Hans-Gert Pöttering.
2. De PES -fractie (Partij van Europese Socialisten) is momenteel de tweede grootste fractie en telt 200 leden.3 Net zoals de EVP-ED-fractie wordt ze beschouwd als een transnational party group. Ze bestaat uit socialistische en sociaaldemocratische leden uit 23 lidstaten. Alleen in Letland en Cyprus heeft de fractie geen vertegenwoordiging. De PES-fractie telt ook opvallend minder partijdelegaties dan de EVP-ED: 27 tegenover 42. Doordat verschillende nationale partijen aan de macht waren op het ogenblik van de verkiezingen, onder meer in Centraal- en Oost-Europa, heeft de PES terrein verloren ten opzichte van de EVP-ED. Dit was bijvoorbeeld het geval in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. De Franse Parti Socialiste daarentegen heeft het tijdens de verkiezingen zeer goed gedaan en vormt nu de grootste delegatie. De delegatie van de Partido Socialista Obrero Español is de tweede grootste. Na de verkiezingen is de Duitser Martin Schulz de Spanjaard Enrique Báron Crespo opgevolgd als fractievoorzitter.
3. De ALDE (Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa) werd opgericht in juli 2004. Ze is de rechtstreekse erfgenaam van de ELDR-fractie (Partij van Europese Liberalen en Democraten). De ALDE telt 88 leden, bestaat hoofdzakelijk uit liberalen en centristen en verzamelt vertegenwoordigers uit 19 lidstaten (30 delegaties). De fractie is de nieuwe thuishaven voor de afgevaardigden van de Union pour la Démocratie Française en de Partito Populare Italiano die de EVP-ED-fractie hebben verlaten omwille van nationale en principiële redenen, onder meer de groeiende autonomie van de ED. De uitbreiding met de tandem François Bayrou-Francesco Ruttelli (Romano Prodi) heeft de naamsverandering teweeg gebracht. Net zoals de EVP-ED en de PES wordt de ALDE beschouwd als een transnational party group. De numeriek sterkste delegaties zijn afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië. De Brit Graham Watson leidt de ALDE.
4. De Groenen-EVA -fractie (Groenen/Europese Vrije Alliantie) bestaat in tegenstelling tot de vorige fracties uit twee evenwaardige geledingen: groenen en (linkse) regionalisten. Deze tweeledigheid weerspiegelt zich in de aanwezigheid van twee covoorzitters: de Italiaanse Monica Frassoni en de Duitser Daniel Marc Cohn-Bendit. De groenen zijn numeriek dominant maar hebben geen enkele Europees parlementslid uit de nieuwe lidstaten. De multi-party group Groenen-EVA herbergt 42 parlementsleden (19 delegaties) uit 12 lidstaten. De grootste delegatie wordt gevormd door de Duitse Grünen. Op ruime afstand volgt de Franse delegatie: Les Verts-Europe-Ecologie. Alle andere delegaties tellen hoogstens twee leden.
5. De Confederale Fractie EUL-NGL (Europees Unitair Links/Noords Groen Links) telt sinds juli 2004 41 leden. Deze parlementsleden, hoofdzakelijk communisten, voormalige communisten en vertegenwoordigers van extreemlinks, allen ‘links maar niet-socialistisch’, zijn afkomstig uit 13 lidstaten. Net zoals de Groenen-EVA wordt de EUL-NGL gedefinieerd als multi-party group (want minder geïntegreerd in vergelijking met de EVP-ED, de PES en de ALDE) en bestaat ze uit twee groepen, de EUL en de NGL, die samen een confederatie vormen. Fractieleider is de Fransman Francis Wurtz. Indien de parlementsleden van Sinn Féin worden samengeteld (één verkozene in Ierland en één verkozene in het Verenigd Koninkrijk), dan telt de fractie 16 delegaties.
6. De ONF-DEM -fractie (Onafhankelijkheid/Democratie) is de opvolger van de EDD (Europa van de Democratieën en de Diversiteiten). Ze bestaat hoofdzakelijk uit eurosceptici, telt 37 parlementsleden (10 delegaties) en werd in juli 2004 (her)opgericht. De belangrijkste delegaties zijn afkomstig uit Polen en het Verenigd Koninkrijk, met name de Liga Polskich Rodzin en de UK Independence Party. De Deen Jens-Peter Bonde en de Brit Nigel Paul Farage zijn beide covoorzitter van deze fractie.
7. De UEN -fractie (Unie voor het Europa van de Naties) telt 27 parlementsleden (7 delegaties). Ze bestaat uit (rechtse) nationalisten en soevereinisten. De voornaamste delegatie is die van de Italiaanse Alianza Nationale. Ook Polen is sterk vertegenwoordigd met de Prawo i SprawiedliwoϾ. De fractie staat onder leiding van de Ier Brian Crowley en de Italiaanse Christiana Muscardini.
8. De niet-ingeschrevenen vormen strikt genomen geen fractie maar worden feitelijk zo beschouwd. Het betreft parlementsleden die tot geen enkele fractie toetreden maar in groep als onafhankelijken zetelen. Numeriek staan ze sterker dan de UEN (29 leden en 12 delegaties). De meeste afgevaardigden komen uit extreemrechtse en/of rechts-populistische partijen. Het Franse Front National vormt de belangrijkste delegatie. Ook in deze kleine fractie is Polen relatief sterk vertegenwoordigd met de Samoobrona RP.

De niet-ingeschrevenen meegerekend telt het EP aldus 8 parlementsfracties, evenveel als in 1999. De uitbreiding van 1 mei 2004 heeft geen grote invloed gehad op de vorming van de diverse fracties. Het gros van de nieuwe parlementairen zijn toegetreden tot één van de bestaande fracties. Alleen Polen, goed voor de helft van de bijkomende parlementsleden, vormt hierop een uitzondering: een proportioneel groot aantal van haar afgevaardigden heeft aansluiting gevonden bij één van de kleine fracties.4 Vier vijfde van de leden bevindt zich in één van de drie transnational party groups (75,6% tegenover 74,1% in de vorige legislatuur).

Verkiezingen

Verkiezingen winnen of verliezen is een kwestie van vergelijken. Wanneer we de uitslag van 2004 vergelijken met deze van 1999 dan behoren de EVP-ED, de ELDR/ALDE en de EDD/ONF-DEM tot de winnaars. De PES, de Groenen-EVA, de EUL-NGL, de UEN en de niet-ingeschrevenen hebben stemmen verloren. In tegenstelling tot vorige periodes is de vijfde legislatuur van het EP (1999-2004) opmerkelijk rustig geweest op vlak van intra- and inter-group realignments.5 Noch binnen, noch tussen de fracties hebben zich grote verschuivingen voorgedaan.6 Winst en verlies zijn in 2004 daarom eerder beperkt gebleven.

Tabel 1: De fracties in het EP (1999 - 2004)

Bron: www.europarl.eu.int (21/09/04)

In de periode tussen de ondertekening van de toetredingsverdragen op 16 april 2002 en de feitelijke toetreding, werden de kandidaat-lidstaten vertegenwoordigd door 162 observatoren in het EP. Vanaf 1 mei 2004 werden zij volwaardig lid van het Parlement. Hun aanduiding gebeurde volgens de krachtverhoudingen tussen de partijen op nationaal vlak. In juni 2004 werden zij voor het eerst rechtstreeks verkozen en werd hun aantal teruggebracht tot 106. Het gros van deze nieuwe leden sloot zich aan bij de twee grootste fracties: de EVP-ED en de PES, respectievelijk 65 en 57 vertegenwoordigers (samen 75,3%). De uitbreiding versterkte met andere woorden de dominante positie van de twee grootste fracties.

Tabel 2: Het EP en het effect van de uitbreiding (2004)

Bron: Hix & Marsch (2004: 12) - www.europarl.eu.int (21/09/04)

Wanneer we in de verkiezingsresultaten rekening houden met de uitbreiding, dan blijkt dat de twee grootste fracties, EVP-ED en PES, licht terrein hebben verloren. De nieuwe ALDE alsook het eurosceptische ONF-DEM behoren tot de winnaars. De Groenen-EVA noteren een status quo. Het aandeel van EUL-NGL, UEN en de niet-ingeschrevenen gaat achteruit. De vertegenwoordiging van de nieuwe lidstaten is het grootst bij de EVP-ED (25,8%), gevolgd door de ALDE (21,6%). Bij de PES tellen de parlementsleden uit de nieuwe lidstaten voor slechts 15,5%.

Tabel 3: Het EP voor en na de verkiezingen (2004)

Bron: Hix & Marsch (2004:12)- www.europarl.eu.int (21/09/04)

Niettegenstaande het feit dat de twee grootste fracties minder sterk staan dan in de periode vlak na de uitbreiding, is de meerderheid van de grand coalition lichtjes toegenomen in vergelijking met 1999.7 Sterker, sinds de eerste rechtstreekse verkiezing van het EP in 1979 is het tweespan tussen PES en EVP(-ED) steeds sterker geworden. Sinds 1999 heeft de EVP-ED de PES voorbijgestoken. Bij de verkiezingen van 2004 heeft de EVP-ED haar voorsprong nog weten te vergroten (tot 12%). Terwijl de legitimiteit van het EP stelselmatig daalt als gevolg van de steeds lagere opkomst en terwijl de bevoegdheden door opeenvolgende verdragswijzigingen uitbreiding nemen, stijgt door de groei van de grand coalition de efficiëntie van de parlementaire werkzaamheden.

Tabel 4: De grand coalition (1979-2004)

Bron: Van Hecke (2004: 290) - www.europarl.eu.int (21/09/04)

Indien we ervan uitgaan dat de plaatstoewijzing van de fracties in het Parlement gebeurt volgens de links-rechtstegenstelling (wat betwijfeld kan worden, gezien de positionering van de ONF-DEM tussen Groenen-EVA en ALDE), dan hangt van de positionering van de ALDE af of er een overwicht is naar links of naar rechts. Indien we de ALDE typeren als sociaaleconomisch rechts, dan bestaat er in dit domein een (theoretische) meerderheid ter rechterzijde. Indien we de ALDE typeren als ethisch-cultureel ‘links’, dan bestaat er in dit domein een (theoretische) meerderheid ter linkerzijde. De Europese breuklijn - integratie versus soevereiniteit - is veel moeilijker vast te leggen in termen van meerderheid versus minderheid, aangezien binnen de grote fracties er grote meningsverschillen bestaan betreffende deze kwesties, getuige de tegenstrijdige standpunten van de verschillende delegaties omtrent de Grondwet, de toetreding van Turkije, de toepassing van het Groei- en Stabiliteitspact, enz.8

Tabel 5: De samenstelling van het nieuwe halfrond (2004)

Bron: www.elections2004.eu.int (21/09/04)

Parlement

Parlementsfracties spelen een cruciale rol op vlak van intergroup competition. De balance of power op basis van de verkiezingsuitslag is beslissend voor de verkiezing van de parlementsvoorzitter, de veertien vice-presidenten en de vijf quaestoren. Ook de toekenning van het aantal leden en de verkiezing van de voorzitters van de diverse parlementscommissies en -delegaties gebeurt op basis van de relatieve sterktes van de diverse fracties.9 De rangorde van de fracties bepaalt voorts de invloed binnen de Voorzittersconferentie: de vergadering van fractievoorzitters onder leiding van de parlementsvoorzitter die de facto het EP bestuurt. Ten slotte wordt de relatieve grootte van elke fractie in rekening gebracht bij de verdeling van personeel en budgetten bestemd voor de eigen fractiewerking.10
In de verkiezing van de parlementsvoorzitter heeft de grand coalition haar efficiëntie (dominantie) meteen bewezen. Terwijl in de vorige legislatuur de ELDR een voorzitter mocht leveren, sloot de EVP-ED in juli 2004 een technisch akkoord met de PES. Een dergelijk akkoord heeft alleen betrekking op de verdeling van de posten en geeft de partijen geen veto betreffende elkaars kandidaten.11 Vanuit het standpunt van de EVP-ED was het akkoord opmerkelijk aangezien de PES de verkiezingen heeft verloren en de EVP-ED verschillende keren heeft laten verstaan dat de verkiezingsuitslag zou worden weerspiegeld in de toekenning van posities en aangezien de strategie van de EVP-ED er hoofdzakelijk in bestaat de socialistische macht in het EP te breken.12 Wellicht speelde de animositeit met de ALDE en de wens een stabiele coalitie tot stand te brengen een doorslaggevende rol. Binnen de PES waren er vier kandidaten voor het voorzitterschap van het EP: de Brit Terence Wynn, de Spanjaard Josep Borrell, de Oostenrijker Johannes Swoboda en de Sloveen Borut Paho. Borrell, lid van de Conventie maar nieuw in het EP, haalde het binnen de PES en verkreeg het vereiste aantal stemmen van zijn collega’s. De kandidaten van de andere fracties, de Pool Bronislaw Gemerek (ALDE) en de Fransman Francis Wurtz (EUL-NGL), maakten geen schijn van kans.13 Het akkoord tussen de EVP-ED en de PES bepaalt dat de PES een EVP-ED-kandidaat, wellicht Pöttering, steunt in de tweede helft van de legislatuur.
Dankzij de toepassing van de delerreeks D’Hondt delen de EVP-ED en de PES ook de lakens uit in het Bureau van het EP. Van de 20 leden van het Bureau - 14 vice-presidenten en 5 quaestors die vergaderen onder leiding van de parlementsvoorzitter - zijn er 15 afkomstig van de grand coalition: de EVP-ED telt 10 leden, de PES 5, de ALDE 2 en de Groenen-EVA en de EUL-NGL telkens 1 lid. Het gros van de bureauleden komt uit één van de grote lidstaten: 4 leden uit Duitsland, 3 uit Polen, 2 uit Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk en 1 uit België (Mia De Vits, PES), Luxemburg, Portugal en Tsjechië.14 Hetzelfde geldt min of meer voor de toekenning van de commissievoorzitterschappen die, in tegenstelling tot de bureaulidmaatschappen, belangrijk zijn voor de beleidskeuzes van het EP. Van de 20 commissies worden er 8 geleid door de EVP-ED, 7 door de PES, 3 door de ALDE en telkens 1 door de EUL-NGL en de UEN. De grand coalition bezet met andere woorden drie kwart van de voorzitterszetels. Frankrijk en Italië scoren het best (elk 4 voorzitters), gevolgd door Duitsland (3), Polen (2), Spanje (2) en het Verenigd Koninkrijk (2). Griekenland, Hongarije en Slovakije leveren elk 1 commissievoorzitter. De dominantie van de grote lidstaten is frappant, alsook de complete afwezigheid van Noord-Europa (Denemarken, Zweden, Finland en de Baltische staten), Nederland en Oostenrijk.

Commissie

Ook bij de (goedkeuring van de) nominatie van de voorzitter van de Europese Commissie alsook het college als geheel, inclusief bevoegdheidsverdeling, speelt de verhouding tussen de fracties in toenemende mate een doorslaggevende rol. Vooruitlopend op de nieuwe Grondwet kondigde Pöttering reeds voor de verkiezingen aan dat de nieuwe Commissievoorzitter uit de EVP-ED moest komen, indien zij de verkiezingen zou winnen. En zo geschiedde: onder meer als gevolg van het verzet van enkele EVP-ED-regeringsleiders kwam er geen consensus tot stand rond Belgisch premier Guy Verhofstadt. Tot de meest geciteerde alternatieven behoorden verschillende politici uit het EVP-ED-kamp: Luxemburgs premier Jean-Claude Junker, Brits Eurocommissaris Chris Patten, Oostenrijks kanselier Wolfgang Schüssel en oud-premier Jean-Luc Dehaene. Zoals genoegzaam bekend haalde uiteindelijk José Manuel Barroso, eerste minister van Portugal, het pleit. De EVP-ED-Fractie schonk hem onmiddellijk en onvoorwaardelijk haar steun. Onder druk van verschillende nationale regeringen stemden ook vele PES-parlementsleden voor zijn aanstelling tot kandidaat-voorzitter. In de wandelgangen werd gesuggereerd dat de benoeming van Borrell en Barroso onderdeel waren van een algemene package deal tussen de EVP-ED en de PES.
In de samenstelling van de Commissie en toewijzing van portefeuilles is het voor een kandidaat-voorzitter op eieren lopen. Hij/zij moet rekening houden met nationale desiderata en de krachtsverhoudingen tussen de diverse politieke families. Het is vooral deze laatste evenwichtoefening die minder onder de aandacht komt maar des te meer in de gaten wordt gehouden door de strategen van de fracties in het EP. Want een commissaris van eenzelfde politieke signatuur, verhoogt de kansen op succesvolle samenwerking. In de nieuwe Commissie-Barroso tekent de PES voor 9 commissarissen. Hiermee hoopt Barroso zich in de eerste plaats van de steun van de socialistische regeringsleiders en in de tweede plaats van de steun van de socialistische fractie verzekeren. De EVP-ED telt 8 commissarissen, de voorzitter inbegrepen, 6 commissarissen zijn gelieerd aan de ALDE. Groenen-EVA en UEN worden door elk 1 commissaris vertegenwoordigd. Opnieuw blijkt de dominantie van de twee grote families: EVP-ED en PES zijn samen goed voor 17 van de 25 commissarissen (68%). Vooral de EVP-ED heeft hier een goede zaak gedaan. Sinds 1999 vormt ze de grootste fractie in het EP maar in de Commissie-Prodi heeft ze haar numeriek gewicht nooit volledig kunnen politiek verzilveren.15 Terwijl Prodi midden jaren 1990 nog als een christendemocratisch regeringsleider werd beschouwd, kwam het in 1999 tot een breuk toen Forza Italia volwaardig lid werd van de EVP en Silvio Berlusconi definitief werd opgenomen in het kransje regeringsleiders, ondanks verzet van linkse christendemocraten. Tussen verschillende regeringsleiders van de EVP-ED en Prodi is het nadien nooit meer goed gekomen, temeer daar hij de laatste jaren de drijvende kracht was achter de oprichting van een verruimde liberale fractie (partij), met inbegrip van de Franse en de Italiaanse christendemocratie.
De spanningsverhouding tussen de EVP-ED en de ALDE kwam duidelijk aan de oppervlakte naar aanleiding van de hoorzitting van de Italiaanse kandidaat-commissaris Rocco Buttiglione. Op basis van enkele controversiële uitspraken over vrouwen en homo’s werd Buttiglione nipt weggestemd in de Commissie Vrijheden. Deze commissie werd geleid door de Franse centrist Jean-Louis Bourlanges die recentelijk met enkele linkse christendemocraten de overstap van de EVP-ED-Fractie naar de ALDE maakte. Onder zijn leiding keerde een coalitie van socialisten, liberalen en groenen zich tegen Buttiglioni’s kandidatuur en diens portefeuille ‘Justitie, Vrijheid en Veiligheid.’ Onder meer de leiding van de PES sloot zich hierbij aan. Van de weeromstuit bekritiseerden de rechtse fracties onder aanvoeren van de EVP-ED de kandidatuur van de Hongaarse kandidaat-commissaris en voormalig communist Láslo Kovács. Voor hen is het onaanvaardbaar dat iemand die politiek actief was tijdens het communistische bewind deel gaat uitmaken van de Commissie. Kwatongen beweren dat de zet van Bourlanges - tot een stemming overgaan over Buttiglione tijdens een reguliere commissiezitting - anticipeerde op een mogelijke wraking van Kovács door de EVP-ED.16 Dat partijbelangen een voorname rol spelen, bewees de warme aanbeveling die Buttiglione te beurt viel vanwege de voorzitter van de Commissie Juridische Zaken, een Britse conservatief en lid van de EVP-ED-Fractie. Ook nationale belangen hebben hun deel. Het is Berlusconi die Buttiglione heeft voorgedragen en diens partij van rechtse christendemocraten maakt deel uit van de huidige regeringsmeerderheid. De linkse christendemocraten, collega’s van Buttiglione tot 1995, steunen Prodi in de oppositie tegen Berlusconi. In het EP staan ze lijnrecht tegenover elkaar.
Naast Buttiglione en Kovács lagen ook de Nederlandse Neelie Kroes (Mededinging) en de Letse Ingrida Udre (Fiscaliteit en Douane-unie) onder vuur. Kroes werd belangenvermenging verweten omwille van haar talrijke beheersmandaten in privéondernemingen terwijl tegen Udre een onderzoek naar illegale partijfinanciering liep. In reactie op de kritieken van het Parlement stelde Barroso een groep commissarissen aan om Buttiglione’s anti-discriminatiebevoegdheid gemeenschappelijk uit te oefenen. Voor de socialistische en liberale fractie bleek dit uiteindelijk onvoldoende. Om een veto te vermijden stelde Barroso de stemming over de nieuwe Commissie uit. Hij zou alleen de steun van de EVP-ED en de rechtse fracties hebben gekregen: dit was numeriek en politiek onvoldoende om de nieuwe bewindsploeg in het zadel te heffen. Na veelvuldig overleg met de Raad en de fractieleiders in het EP werd Buttiglione vervangen door de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Franco Frattini, en Udre door haar kabinetschef Andris Piebalgs. Kovács wisselde Energie voor Fiscaliteit; Kroes hield Mededinging, ondanks het verzet van de PES en de EVP-ED die erop aanstuurden dat elke grote fractie een ‘offer’ zou brengen. Niettemin, de hele affaire zorgde voor gezichtsverlies bij de EVP-ED, die onder Duitse druk tot op het laatste had vastgehouden aan de kandidatuur van Buttiglione, en deed Barroso een knieval maken voor het nieuwe Parlement. Of hiermee de machtsverhoudingen binnen het EP en tussen het EP en de Commissie definitief zijn vastgelegd voor de komende legislatuur (2004-2009), valt te betwijfelen. Zoals in de zaak-Buttiglione openstaande rekeningen werden vereffend, zo valt te voorzien dat deze episode in toekomstige conflicten voor enige nawerking kan zorgen.

Het voorval-Buttiglione bevestigt de groeiende politisering van het EP.17 Het Parlement is niet langer het olifantenkerkhof dat met één stem spreekt. In het halfrond wordt een ideologische strijd geleverd waarvan men in verschillende lidstaten dacht dat die reeds voorgoed gestreden was. Op allerlei fronten worden links en rechts coalities gesmeed. Paradoxalerwijze is het dankzij het ontbreken van een Europese regering - een regering die aan het Parlement verantwoording zou moeten afleggen maar hierdoor zou verlamd worden in meerderheid versus oppositie - dat het de parlementsleden vrij staat onderling het gevecht om de ideeën (en de personen) aan te gaan. Maar interne conflicten verzwakken ook de positie van het Parlement ten aanzien van de Commissie en de Raad. Het EP is als het ware slachtoffer van zijn eigen succes: nu zijn standpunten er werkelijk toe doen, wordt het steeds moeilijker een consensus tot stand te brengen.

Besluit

De samenstelling van de fracties in het EP is het gecombineerd resultaat van exogene en endogene factoren, respectievelijk de diverse familles spirituelles (nationaal) en de machtsstructuren van het Parlement (Europees). De interactie tussen beide zorgde in juli 2004 voor de totstandkoming van één nieuwe fractie, de ALDE, en twee naamswijzigingen. In vergelijking met voorbije legislaturen zijn er weinig veranderingen opgetreden. Bij gebrek aan grootschalige inter- and intra-group realignments is de fractieconstellatie uitermate stabiel gebleven. De uitbreiding en de verkiezingen hebben daaraan weinig of niets veranderd. Het aantal fracties is status quo gebleven en de onderlinge machtsverhoudingen zijn niet grondig verstoord, ondanks de stijging van het aantal delegaties (als gevolg van de uitbreiding). De bestaande fracties zijn in ruime mate in staat gebleken de nieuwe partijen in hun geledingen op te vangen. Dit geldt in het bijzonder voor de EVP-ED en de PES die hun grand coalition nog hebben weten te versterken. Ze zijn bovendien goed vertegenwoordigd in de nieuwe Commissie-Barroso. Dit belet niet dat ze op beleidsmatig en electoraal vlak elkaar tegenstanders zijn (blijven) en dat kleine verschuivingen grote gevolgen kunnen hebben op tactisch en strategisch vlak. Dit blijkt onder meer uit de deal tussen de EVP-ED en de PES omtrent de parlementsvoorzitter, de strijd om invloed in de Commissie-Barroso en het politiek stratego rond de hoorzittingen van de kandidaat-commissarissen naar aanleiding van de zaak-Buttiglione. De verkiezingen van 2004 genereerden een relatief stabiel fractiestelsel, zeker in vergelijking met eerdere Europese verkiezingen en in tegenstelling tot verschillende nationale partijsystemen, maar de toenemende politisering voedt de politieke strijd tussen de fracties.

Steven Van Hecke
Departement Politieke Wetenschappen - K.U.Leuven

Noten
1/ Volgens regel 199 verliest een fractie wel haar financiering wanneer inbreuken op de principes van vrijheid, democratie en respect voor de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en the rule of law worden vastgesteld: EUROPEAN PARLIAMENT, Rules of Procedure, 16th edition, July 2004, p. 21; 87. Tot juli 2004 werd een fractie gedefinieerd wanneer het minimaal 29 leden telde uit 1 lidstaat, 23 uit 2, 18 uit 3, of 14 uit 4.
2/ De liberalen worden onder meer vertegenwoordigd door de partij van Commissievoorzitter José Manuel Barroso, de Partido Social Democrata: sociaaldemocratisch bij naam maar, minstens op het sociaaleconomische vlak, liberaal.
3/ Officieel heet de fractie ‘Socialistische Fractie in het Europees Parlement’, d.i. zonder verwijzing naar de partij.
4/ Zoals in andere landen, bijvoorbeeld Frankrijk, is deze ‘versnippering’ het gevolg van het grote aantal delegaties die omwille van nationale redenen niet in eenzelfde fractie willen zetelen. Zie: Luciano Bardi, ‘Transnational Trends In European Parties and the 1994 Elections of the European Parliament’. In: Party Politics, Vol. 2, No. 1, 1996, p. 111.
5/ Luciano Bardi, ‘Transnational Trends. The Evolution of the European Party System’. In: Bernard Steunenberg & Jacques Thomassen (eds.), The European Parliament. Moving Towards Democracy in the European Union, 2002, pp. 69-71.
6/ In vergelijking met de toestand op 30/04/04 heeft de EVP-ED 1 zetel verloren, de PES 5 zetels verloren, de ELDR 2 zetels gewonnen, de Groenen-EVA 3 zetels verloren, de EUL-NGL 7 zetels gewonnen, de EDD 2 zetels gewonnen, de UEN 7 zetels verloren en de niet-ingeschrevenen 5 zetels gewonnen.
7/ Simon Hix & Christopher Lord, Political Parties in the European Union, 1997, pp. 158-162.
8/ Zie voor de breuklijnen waarlangs het Europees partijensysteem is gestructureerd en de posities van de diverse fracties: Simon Hix & Christopher Lord, op. cit., 1997, pp. 27-53.
9/ Deze verkiezingen vinden plaats bij het begin van elke legislatuur voor de eerste twee-en-een-half jaar en in het midden van de legislatuur voor de tweede twee-en-een-half jaar.
10/ Het belang hiervan zal in de toekomst nog toenemen aangezien het statuut en financiering van Europese politieke partijen voor de verdeling van het geld uitgaat van het aantal vertegenwoordigers in het EP: Official Journal of the European Union, Regulation (EC) No 2004/2003 of the European Parliament and the Council of 4 November 2003 on the regulations governing political parties at European level and the rules regarding their funding, 15 November 2003, L 297/1-4.
11/ Alle andere fracties probeerden een dergelijk (pre-electoraal) akkoord te vermijden, onder meer Cohn-Bendit die de alliantie tussen de EVP-ED en de PES vergeleek met een ‘olifantenhuwelijk’: Bulletin Quotidien Europe, No. 8726, 16 June 2004, p. 4.
12/ Steven Van Hecke, ‘Het Europa van de opportunities. Analyse van de overlevingsstrategie van de christendemocraten in de Europese Unie’. In: Res Publica, Vol. 35, No. 4, 2003, pp. 660-662.
13/ Om een kandidaat te kunnen voordragen, moet een fractie uit minstens 37 leden bestaan.
14/ Dit ondanks regel 12 deel 2: ‘In the election of the President, Vice-Presidents and Quaestors, account should be taken of the need to ensure an overall fair representation of Member States and political views.’ EUROPEAN PARLIAMENT, op. cit., p. 16.
15/ Ter vergelijking: in de Commissie-Delors II (1989-1993) behoorden 7 op 17 commissarissen (41.2%) tot de EVP, in de Commissie-Delors III (1993-1995) 8 op 17 (47.1%), in de Commissie-Santer (1995-1999) 7 op 20 (35%) en in de Commissie-Prodi (1999-2004), tot aan de uitbreiding op 1 mei 2004, 6 op 20 (30%): Steven Van Hecke, A Decade of Seized Opportunities. Christian Democracy in the European Union. In: Steven Van Hecke & Emmanuel Gerard (eds.), Christian Democratic Parties in Europe since the End of the Cold War, 2004, pp. 284-285.
16/ Een gelijkaardig scenario had zich reeds voorgedaan in de verkiezing van commissievoorzitters. Omdat de PES de kandidaat van de EVP-ED-Fractie niet steunde in de Commissie Vrouwenrechten, hoofdzakelijk omwille van het profiel van de betrokkene, trok de EVP-ED haar steun in voor de PES-kandidaat in de Commissie voor Economische en Monetaire Zaken: Bulletin Quotidien Europe, No. 8754, 24 July 2004, p. 9.
17/ Steven Van Hecke, op. cit., 2003, pp. 655-658.

Afkortingen
ALDE - Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa
EDD - Europa van de Democratieën en de Diversiteiten
ELDR - Europese Liberalen, Democraten en Reformisten
EP - Europees Parlement
EU - Europese Unie
EUL/NGL - Europees Unitair Links/Groen Noords Links
EVP-ED - Europese Volkspartij (Christen-Democraten) en Europese Democraten
Groenen/EVA - Groenen/Europese Vrije Alliantie
MEP - Member of European Parliament
ONF/DEM - Onafhankelijkheid/Democratie
PES - Partij van Europese Socialisten
UEN - Unie voor het Europa van de Naties

Bibliografie
- Bardi Luciano (1996). ‘Transnational Trends In European Parties and the 1994 Elections of the European Parliament’. In: Party Politics, Vol. 2, No. 1,
- Bardi Luciano (2002a). ‘Transnational Trends. The Evolution of the European Party System’. In: Bernard Steunenberg & Jacques Thomassen (eds.), The European Parliament. Moving Towards Democracy in the European Union, Rowman and Littlefield Publishers._ _
- Bardi Luciano (2002b). ‘Parties and Party Systems in the European Union. National and Supranational Dimensions’. In: Kurt Richard Luther & Ferdinand Müller-Rommel (eds.), Political Parties in the New Europe. Political and Analytical Challenges, Oxford, Oxford University Press, pp. 293-321.
- Hix Simon & Lord Christopher (1997). Political Parties in the European Union, Macmillan, Basingstoke, 1997, 240p.
- Hix Simon & Marsch Michael (2004). Predicting the Future. The Next European Parliament, Brussels: Burson-Marsteller, 30p.
- Van Hecke Steven (2003a). ‘Démocrates chrétiens et conservateurs en Europe. Mariage d’amour ou de raison?’ In: Pascal Delwit (réd.), Démocraties chrétiennes et conservatismes en Europe. Une nouvelle convergence?, Bruxelles, Éditions de l’Université de Bruxelles, 323-343.
- Van Hecke Steven (2003b). ‘Het Europa van de opportunities. Analyse van de overlevingsstrategie van de christendemocraten in de Europese Unie’. In: Res Publica, Vol. 35, No. 4, pp. 651-672.
- Van Hecke Steven (2004). ‘A Decade of Seized Opportunities. Christian Democracy in the European Union’. In: Steven Van Hecke & Emmanuel Gerard (eds.), Christian Democratic Parties in Europe since the End of the Cold War, Leuven, Leuven University Press, pp. 269-295.

Europa - Europees Parlement - uitbreiding EU

Samenleving en politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 9 (november), pagina 38 tot 47