Abonneer Log in

Gratis, een langetermijnvisie

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 10 (december), pagina 23 tot 26

Doel en middel

Socialistische partijen hebben altijd de ambitie gehad op lange termijn te denken (en te handelen). Ook de sp.a deelt in deze traditie. Net zoals in andere landen hebben wij ons aangepast aan een andere wereld. De speeches voor lege zalen hebben plaatsgemaakt voor dynamische congressen. Voor de snelle waarnemer lijkt de sp.a dan ook op de andere sociaaldemocratische partijen van bijvoorbeeld Groot-Brittannië, Frankrijk of Spanje. Een plaatsingsagentschap voor talentrijke dames en heren die de camera’s weten te verleiden. Dit zijn slechts de uiterlijkheden. In werkelijkheid is er veel meer veranderd.
Nog nooit is onze ideologie zo helder verwoord als de laatste jaren. ‘Gratis’ was duidelijk maar ook, zoals nu blijkt, zodanig eenvoudig dat het demagogisch misbruikt werd. Om het te verwerpen werd de truc van de demagogie gebruikt. Eerst het begrip verengen om er dan tegen te fulmineren. Het is zelfs zover gekomen dat kleinzieligen nu liever van ‘kosteloos’ dan van ‘gratis’ spreken.
Het blijft echter de moeite om het begrip uit te leggen. Er is ‘gratis’ als methode en er is ‘gratis’ als doel. Enerzijds is gratis een herverdelingsmechanisme. Het betekent geen tweede keer betalen nadat er, via het algemeen belastingsysteem, reeds is betaald. Een algemeen belastingsysteem dat voor eens en altijd de lasten volgens draagkracht verdeelt. Aan de politiek dan de keuze om met dit eerlijk geïnde belastingsgeld de politiek belangrijke diensten gratis aan te bieden. Anderzijds betekent ‘gratis’ ook wat we echt willen als maatschappij. Gratis als het alternatief voor de markt. Niet de staatseconomie, niet de planeconomie maar gratis is het na te streven doel. Hoe meer gratis, hoe meer geluk.

Garanderen van gemeenschapsdiensten

Het gratisbeleid van de sp.a krijgt niet alleen in daden maar ook in woorden meer en meer vorm. De handleiding wordt steeds dikker. Een paar ‘basisbegrippen’ verduidelijken dit.
Als sp.a gaan wij voluit voor ‘gemeenschapsvoorzieningen’ of ‘gemeenschapsdiensten’. Dit zijn diensten die de overheid aan de mensen moet garanderen omdat ze als noodzakelijk worden bestempeld. Overheidsdiensten zijn altijd gemeenschapsdiensten. Omgekeerd zijn gemeenschapsdiensten niet altijd overheidsdiensten. Onderwijs is bijvoorbeeld een gemeenschapsdienst maar wordt niet exclusief door de overheid geleverd. Toch willen wij deze dienst net als gezondheidszorg of mobiliteit nog toegankelijker (lees meer gratis) maken.
De sociale vooruitgang of het welzijn van een regio kan men immers meten aan het aantal gratis gemeenschapsdiensten die de samenleving zich kan permitteren. De sp.a kiest dan ook voor basisdiensten als wonen, vervoer, gezondheid en opleiding en niet voor een basisinkomen. Een basisinkomen baat immers niet als de basisvoorzieningen onbetaalbaar zijn. Dat bepaalde diensten als gemeenschapsdiensten bestempeld worden en daardoor buiten de markt worden gehouden betekent nog niet dat privé-organisaties uitgesloten zijn van deelname aan die bepaalde dienstverlening. Daar waar de nodige garanties wettelijk kunnen worden vastgelegd moet er ook plaats zijn voor de privésector.
Niet alle gemeenschapsdiensten kunnen reeds gratis zijn. In het spectrum van de gemeenschapsdiensten moeten er dus keuzes worden gemaakt. Er zijn er dus gradaties, die steeds moeten verlegd worden.
Gemeenschapsdiensten, al dan niet gratis, zijn er voor iedereen (gelijk). Dit betekent voor zij die het nodig hebben maar ook voor zij die er nooit gebruik van maken. Gratis openbaar vervoer voor iedereen betekent dat men niet eerst moet doorgelicht worden. Iedereen betaalt mee, gebruiker en niet-gebruiker. Alle belastingbetalers betalen toch ook mee aan de autowegen. Ook zij die geen wagen hebben.
Van zodra het kan, kiezen we voor eenvoudige algemene maatregelen waarvan we inschatten dat ze het meeste effect hebben voor de mensen die de dienst het hardst nodig hebben. We zeggen dus niet gratis voor wie niet genoeg verdient. We zeggen wel gratis voor iedereen. Dit in de wetenschap dat iedereen reeds heeft betaald via de algemene belasting die naar draagkracht en vermogen wordt geïnd en wetende dat diegene die het niet nodig hebben de dienst ook niet zal gebruiken. ‘Iedereen’ is dus zij die het nodig hebben en zij die het niet nodig hebben.
De tegenstanders van gratis zeggen ‘iedereen moet betalen voor de dienst die hij gebruikt.’ Dit is de vrijheid en de gelijkheid van zij die kunnen betalen. De sp.a wil vrijheid en gelijkheid voor iedereen, ook voor zij die het niet zelf kunnen betalen.
Sommige gemeenschapsdiensten moeten we goedkoper maken, voor andere gemeenschapdiensten moeten we het te groot verbruik vermijden. Daarvoor is enerzijds de vertrouwde techniek van het ‘remgeld’ om wat schaars is beter te kunnen verdelen. Anderzijds is er de nieuwe techniek van de ‘maximumfactuur’ om te vermijden dat sommigen zich eerst blauw moeten betalen om terug een gezonde rode kleur te krijgen.
Sommige diensten zijn reeds aanwezig op de markt, de overheid hoeft ze dus niet te voorzien. Maar veel van die diensten zijn te duur. Andere diensten zouden dan weer door de markt kunnen worden aangeleverd indien de productie iets goedkoper zou kunnen. Hiervoor zijn ‘cheques’. Niet in de betekenis van de oude bankcheques. Wel als techniek waar de overheid als derde betaler een deel van de kostprijs voor een dienstverlening op zich neemt. Vandaar de dienstencheques of de opleidingscheques. Via de techniek van de cheque wordt een dienstverlening mogelijk gemaakt met maximaal respect voor de keuzevrijheid van de mensen.
De sp.a kiest dus niet exclusief voor de subsidiëring van instellingen maar ook voor een tegemoetkoming aan de gebruiker of ondersteuning van mensen die nood hebben aan een bepaalde dienst maar zich zorgen maken over de kost ervan. Deze techniek laat toe om meer keuze te voorzien. Dat debat verloopt niet altijd gemakkelijk. Denken we hierbij maar aan de cheques in de kinderopvang.
Andere ondersteunde diensten of producten worden echter juist hierdoor te duur. Als de markt geen eerlijke markt meer is. Als de gesubsidieerde diensten of producten te duur verkocht worden moet er opnieuw ingegrepen worden. Vandaar de nieuwe techniek van ‘openbare aanbesteding door de derde betaler.’ We ondersteunen het geneesmiddel dat zich het goedkoopst op de markt plaatst. De markt is dus soms nuttig om een dienst goedkoper te maken. Van zo’n markt houden socialisten.
De sp.a wil ervoor zorgen dat de markteconomie nuttig blijft voor de mensen. Waar ‘gratis’ niet wenselijk is of nog niet kan, moet de economie zo efficiënt mogelijk georganiseerd worden. De sp.a wil dan ook voluit meerwerken aan een zo gunstig mogelijk economisch klimaat. Kennisontwikkeling, beroepsopleiding en ook ondernemerschap willen we zo goed mogelijk uitbouwen. Maar ook de modernisering van de arbeid, de aard en de duur van het werk, de bedrijfsdemocratie, corporate-governance, het verantwoord ondernemen blijven onze zorg. De markteconomie moet immers een meerwaardeneconomie worden.
Daarom zijn we echter nog geen geliefden van de markt. We zien het nut van de markteconomie. We vrezen echter voor de ‘marktmaatschappij.’ Geef ons maar zoveel mogelijk ‘gratismaatschappij.’ Gratis is dus niet enkel een methode maar vooral ook een doel. Het oude socialistische ideaal van een beter leven voor iedereen.

De socialistische droom

Gratis heeft ook een diepere betekenis. Het is ook de verwoording van de socialistische droom. Niet de droom van een buitenverblijf in het zuiden met voldoende parkeerruimte voor een luxe pantserwagen (waarvoor andere benamingen circuleren) voor de deur. Wel de droom van een paradijs op aard voor iedereen. Gratis is de verwerping van de marktmaatschappij. De verwerping van die maatschappij waar alles in een geldprijs uitgedrukt wordt. Waar de eigen waarde vervangen wordt door de marktwaarde.
Wat we vroeger via collectieve eigendom der productiemiddelen wilden bereiken willen we nu door het voorzien van wat nog of terug gratis moet zijn. Waar we nog niet zo lang geleden geloofden dat we de economie dermate konden plannen dat ieder kon voorzien worden van de noodzakelijke goederen, gaan we er nu vanuit dat we de economie anders moeten onderwerpen. Door voortdurend de grens tussen gratis en markt te verleggen in de richting van meer gratis.
Om het met de woorden van niemand minder dan de bekende Franse schrijver, voormalig adviseur van president Mitterand en ooit Europees bankier, Jacques Attali (La voie humaine, pour une nouvelle social-démocratie), te zeggen: één van de belangrijkste opdrachten van de politiek bestaat erin de grens te trekken tussen de markt en het gratis. Om de groei van de markt te beheersen en om te verhinderen dat de maatschappij een handelsmaatschappij wordt, moet gratis gehandhaafd worden. We moeten systematisch de gratismaatschappij uitbreiden. Materiële behoeften als gezondheid, vervoer en wonen en immateriële behoeften als gerechtigheid, veiligheid, opvoeding en gezelligheid (!) moeten gratis blijven of worden en blijven.
In de gratismaatschappij worden liefde, vriendschap, tederheid, troost, vorming en cultuur zoveel mogelijk afgeschermd of teruggewonnen van de markt. Het komt er dan op neer te bepalen wat gratis moet blijven. Wat terug gratis moet worden. En wat eindelijk gratis moet worden. Meteen zou ook duidelijk moeten zijn waarom de Europese Unie door socialisten her en der in vraag wordt gesteld, wantrouwig wordt benaderd. Europees bestaat immers de harde logica dat alles geprivatiseerd moet worden, dat er ruimte moet zijn voor de vrijheid van de diverse dienstverleners. Socialisten pleiten daartegenover voor de vrijheid en de gelijkheid van de gebruiker, consument van deze diensten. De Europese Unie dreigt geen gemeenschap te worden, maar enkel een markt. Omdat Europa dreigt een meer marktmaatschappij dan een gratismaatschappij te worden.
Het domein van het gratis is eigenlijk de toekomstige maatschappij die we nastreven. Er moet materiële zekerheid zijn door de juiste voorzieningen. Er moet morele zekerheid zijn door ook relaties onder mensen gratis te houden, uit de markt te houden. Zoveel mogelijk moet op zijn eigen waarde worden geschat, niet in geldwaarde te worden uitgedrukt, uit de markt te worden gehouden. Dit geldt even zeer voor de dingen als voor het doen van de mensen.
Arbeid is een belangrijke factor om mens te zijn in onze maatschappij. Vrije tijd misschien nog veel meer. Arbeid is belangrijk, vrijwilligerswerk nog veel meer. We moeten nog iemand een plezier kunnen doen. Het plezier een plezier te doen.
Gratis concerten, feestcheques zijn geen propagandamiddel, ze zijn wel het streven, het realiseren van relaties zonder marktwaarde.

Samen sterk

Gratis is dus geen eenvoudig begrip. Gratis kreeg te vaak en onterecht kritiek te slikken. Niet enkel door de eenvoud van voorstelling, ook omwille van het egoïsme. Jongeren werden bijvoorbeeld onverdraagzaam tegenover ouderen voor wie ze op de tram of bus moesten rechtstaan. Anderen wilden nog liever meer betalen voor beter onderwijs voor hun kinderen dan voor kwaliteitsvol onderwijs voor alle kinderen.
Gratis was eerst succesrijk omdat het leek in te spelen op het egoïsme van zij die er concreet van genoten. Tegenstrevers zijn erin geslaagd te appelleren aan het egoïsme van zij die het gratis niet kregen of zij die het gratis niet nodig hadden.

Er is dus meer nodig dan het ‘welbegrepen eigenbelang.’ Echt gratis vereist solidariteit. Er wordt dus ook beroep gedaan op altruïsme. Wie voor gratis als politiek is, is geen aanhanger van de filosofie die enkel steunt op eigen kracht. Wie voor gratis is, gaat uit van de gedachte of het gevoel ‘samen sterk’, kent het onderscheid tussen het ‘best alleen’ en het ‘samen sterk.’
Een betere wereld komt er niet vanzelf (noch via de natuur, noch via de wetenschap). Het betere moet je effectief willen. Een betere wereld moet je willen. En dus in eerste instantie samenwerken met zij die dit willen.
Ook dit socialisme is er voor de mensen die solidair willen zijn. sp.a moet dringend een beroep doen op zij die een betere maatschappij echt willen en niet enkel op zij die een direct eigen voordeel zien. En deze wil moeten we delen onder velen. Bijvoorbeeld onder de diverse geloofsstrekkingen. In vele culturen, in veel geloof is er een sociale kern die deze wil tot het bouwen van een betere maatschappij mogelijk maakt. Het is dus niet toevallig dat de moderne sp.a onder haar rangen priesters, imams en wellicht ook logebroeders kent.
Het gaat er ook niet om enkel in eigen land een gratismaatschappij uit te bouwen. We willen in de hele wereld gratis onderwijs en gratis gezondheidszorg. En iedereen die dit wil is hierin een partner. Niets schetst beter het vernieuwd Vlaams socialisme als de samenwerking met het universitair ziekenhuis van Havana en de internationale katholieke Sint-Egidiusgemeenschap ten voordele van een betere gezondheidszorg in Afrika. De gratismaatschappij, het socialisme, is er immers voor iedereen.

Renaat Landuyt
Federaal Minister van Mobiliteit en Vervoer

gratisverhaal - sp.a - gelijke kansen

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 10 (december), pagina 23 tot 26