Log in

Opportuniteit voor solidariteit

redactioneel

Politiek bedrijven heeft veel te maken met het detecteren en aangrijpen van opportuniteiten. Dat valt uiteraard niet te verwarren met opportunisme. Standpunten en programma mogen niet teveel afhankelijk zijn van de waan van de dag. Het is evident dat ook potentieel onpopulaire maatregelen steeds verdedigd moeten worden. Wanneer ze het minst populair zijn hebben ze dat het meeste nodig. Politiek is echter voor een deel ook de kunst om aan te voelen wanneer het juiste moment is gekomen om een bepaald standpunt ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Dat heeft veel met onvoorspelbare tendensen en evoluties te maken. Met het heersende discours over bepaalde thema’s. Met de consensus die heerst in de maatschappij ook. Of beter: met het beeld dat men weet op te hangen over de consensus in de maatschappij.

Dezer dagen worden we geconfronteerd (‘overspoeld’ is al snel tot het rijtje volstrekt afgezaagde woordspelingen gaan behoren) met een nagenoeg ongezien solidariteitsélan (‘golf’ is ook uit den boze) naar aanleiding van de gebeurtenissen in Zuidoost-Azië. Het is fascinerend om te zien hoe dit plots op gang kwam en het is zeker stof voor boeiende sociologische studies waarom pakweg Darfour veel minder emoties en geld heeft losgemaakt. Dat de media minder geneigd zijn te focussen op het zoveelste oorlogsconflict in Afrika is daar waarschijnlijk niet geheel vreemd aan. Maar goed, hoezeer een kritische geest het niet kan nalaten zich vragen te stellen bij het eenzijdig aspect van deze overweldigende solidariteit, kan hij evenzeer niet nalaten zich daar toch over te verheugen. Alhoewel ik eerder geneigd zou zijn hier over liefdadigheid te spreken in plaats van over solidariteit. Solidariteit is structureler en liefst interpersoonlijk. Het is bijvoorbeeld wat er nu in de Belgische context met Wallonië bestaat. De N-VA zou dit tot (hoogstens) een vorm van liefdadigheid willen herleiden. ‘Wij’ beslissen dan wanneer we een beetje geld willen toegooien aan de Walen, bijvoorbeeld als ‘onze’ begroting het toelaat. Midden in de Tsunami-bekommernis vond de N-VA het opportuun om deze visie kracht bij te zetten door met een konvooi van twaalf bestelwagens gevuld met nepbriefjes van 50 euro richting scheepslift van Strepy-Thieu te trekken. Die timing gaf een al niet bepaald frisse ‘ludieke actie’ nog een ranziger tintje mee.
De opportuniteit die de liefdadigheid ten voordele van Zuidoost-Azië teweegbracht ligt op dit moment echter bij de voorvechters van een verregaandere internationale solidariteit. De weg ligt voor hen open om structurele hervormingen te bepleiten die een aantal structurele problemen in de relatie tussen Noord en Zuid kunnen oplossen. De opportuniteit is er voor wie ze wil grijpen.
Het is echter één van de weinige die zich voor het progressieve kamp lijkt aan te dienen dezer dagen. Voor de rest ziet de opportuniteitsstructuur voor links er niet al te best uit. Het wordt dus tegen de stroom in roeien (sorry, het was niet langer te vermijden).
Neem nu het debat rond de multiculturele samenleving. Eerder rechts georiënteerde denkers hebben de opportuniteit van de laffe moord op Theo Van Gogh duidelijk weten aan te grijpen om het linkse ‘politiek correcte’ denken dat laatste noodzakelijke duwtje naar rechts te geven. 9/11 had op internationaal niveau al eerder de grondslag gelegd voor een Westerse focus op veiligheid en ‘terrorismebestrijding’. Op socio-economisch vlak worden de effecten van de globalisering en de doemberichten over de vergrijzing aangegrepen om eisen voor flexibiliteit, langer werken, verregaande loonlastenverlagingen en dergelijke meer ingang te doen vinden. De recentste overwinning van het Vlaams Belang maakt dat - ondanks het feit dat deze partij na haar omvorming meer dan ooit terug de radicale toer opgaat - zelfs leden van de zogenaamde progressieve vleugel van de VLD ervoor pleiten het cordon sanitaire op te bergen. In al deze gevallen is een inhoudelijk gefundeerde tegenreactie van links nodig op de verschuivingen van discours en consensus die - zoals dat gaat met consensusdenken - als ‘gezond verstand’ worden gesleten.
Dit waren belangrijke uitdagingen in 2004 en het blijven belangrijke uitdagingen voor 2005.
Minder aandacht is er voor het feit dat - in het zog van die verschuivingen - veel geruislozer ook de opportuniteit voor de progressieven op een ander vlak zachtjesaan lijkt weg te smelten, meer bepaald dat van de ‘ethische’ dossiers. Wanneer men binnen enkele jaren terugkijkt op het werk van Verhofstadt I is de kans groot dat vooral realisaties als de euthanasiewetgeving en het homohuwelijk worden vermeld. Het ethische terrein was dan ook het meest opvallende (sommigen zullen beweren enige) waarop de eerste paarsgroene regering een échte trendbreuk wist te realiseren. De VLD profileerde zich opvallend met deze thema’s bij de federale verkiezingen van 2003 (denk aan de verkiezingsaffiche met een homopaar en het opschrift ‘In dit land kan je weer jezelf zijn’), al kan men de vraag stellen of die eer geen andere partijen te beurt had moeten vallen. Men was het er aan het einde van de vorige legislatuur echter in grote mate over eens dat het werk nog niet volledig afgerond was. Zo wachten verschillende wetsvoorstellen rond adoptie en ouderschap voor holebi’s op bespreking. Ook de euthanasiewet moet bijgeschaafd worden en de uitbreiding naar zwaar lijdende kinderen en dementen besproken. Toch lijken ook hier steeds meer kinken in de kabel te komen, vooral als je het werk van de bevoegde parlementaire commissies volgt en de standpunten van bepaalde partijen ziet evolueren.
Op zijn minst is er bij veel politici het gevoel dat dit soort dossiers geen prioriteit zijn in de huidige explosieve politieke context maar ook dat teveel aandacht ervoor extreem-rechts in de kaart zou kunnen spelen. Dit laatste werd treffend geïllustreerd door een analyse van de verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok door politiek redacteur Bart Brinckman in De Standaard van 15 juni. Die schreef dat de grote aanwezigheid van diverse politieke partijen op de Gay Pride begin mei in Brussel een beeld creëerde ‘van politici die zo weinig om handen hebben dat ze zich dan maar met homoseksuelen bezighouden. De tijden dat homo’s in de kast moeten blijven, is gelukkig voorbij. Politici mogen daaruit niet concluderen dat elke Vlaming warmloopt voor een homohuwelijk.’ Er zijn op zich geen indicaties van verschuivingen in de publieke opinie hierover. In een klimaat waarin men zich meer dan ooit blindstaart op het succes van het VB, is zo’n beeldvorming echter gauw gecreëerd. En zoals gezegd, het is vooral de beeldvorming die de opportuniteit maakt.

Dave Sinardet
Redactielid

edito - tsunami - solidariteit - gelijke kansen

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 1 (januari), pagina 1 tot 2