Abonneer Log in

Naar een maximumfactuur voor de zorg

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 2 (februari), pagina 32 tot 34

Een relatief simpel voorstel in de nieuwjaarstoespraak van Steve Stevaert was de aanleiding tot een ideologisch geladen debat. Van administratieve vereenvoudiging bij de inning van bijdragen voor de zorgverzekering verschoof de discussie naar de maximumfactuur (MAF) voor de zorg. De reden hiervoor is simpel. Het voert ons terug naar de ideologische verschillen die aan de basis liggen van het ‘compromis’ zorgverzekering. Eén aspect van dat compromis in vraag stellen was voldoende om de volledige constructie aan het wankelen te brengen.
In een eerste fase wil ik de gemaakte keuzes in het huidige stelsel toelichten. Nadien geef ik aan welke richting we uit willen en waar de grootste tegenstellingen tussen partijen liggen.

Het forfaitaire ministelsel: een compromis van ideologieën?

De huidige zorgverzekering is het resultaat van een lang ideologisch debat. Men stelde vast dat ouder worden gepaard ging met groeiende financiële kosten. Ouderen waren vaak niet in staat om die bijkomende kosten te dragen. Zowel thuis als in een rusthuis lopen de (zorg)kosten snel op. Over de partijgrenzen heen bestond de consensus dat de overheid moest instaan voor een beperking van die financiële zorgen. Het opzetten van een zorgverzekering was de oplossing.
Men heeft in de jaren negentig lang geprobeerd om een federale zorgverzekering op te zetten, als een verruiming van het socialezekerheidsstelsel. Financiële beperkingen en regionale verschillen hebben die piste doen doodlopen. De toenmalige meerderheidspartijen SP en CVP plaatsten vervolgens het dossier op de agenda van het Vlaamse parlement (1997) bij middel van voorstellen van Guy Swennen (sp.a) en Sonja Becq (CD&V). Na lange debatten werd het decreet over de Vlaamse zorgverzekering goedgekeurd. Na de verkiezingen van 1999 zette de paars-groene regering een systeem op poten dat gebaseerd was op forfaitaire bijdragen en forfaitaire uitkeringen. Voor sp.a was dit beter dan niks, maar zeker niet ideaal.
Om het systeem betaalbaar te houden, was men gedoemd om verplichte maar relatief kleine forfaitaire bijdragen te vragen (het moest immers voor iedereen betaalbaar zijn) en lage forfaitaire bedragen uit te keren aan een kleine groep van zwaar zorgbehoevende mensen.

Naar een maximumfactuur voor de zorg

De zorgverzekering is een ministelsel waar sp.a nooit helemaal tevreden mee was. In de negenproef van initiatieven die sp.a ‘de succesfactoren van een nieuwe regering’ noemde, vind je daarom het concept van de MAF terug. De idee was gebaseerd op de MAF voor medische kosten, waarbij inkomensgerelateerde bijdragen worden gevraagd en zorg- en inkomensgerelateerde uitkeringen worden uitbetaald.
Forfaitaire bijdragen zijn per definitie niet solidair en daardoor ook niet socialistisch: wie weinig verdient, draagt evenveel bij als wie veel verdient. Hetzelfde geldt voor de uitkeringen. Bij de vorming van deze Vlaamse regering hebben de onderhandelaars een compromis uitgewerkt: de bijdrage mocht niet worden verhoogd. Maar ook de maximumfactuur werd opgenomen in het regeerakkoord (p.33): ‘We werken tijdens deze legislatuur de gefaseerde invoering uit van een maximumfactuur voor zorg die beschermt tegen onaanvaardbaar hoge kosten in vergelijking met de draagkracht.’
De onderhandelaars hebben m.a.w. aanvaard dat het forfaitaire gedeelte van de bijdrage voor de zorgverzekering niet mag worden verhoogd en dat er bovendien ook inkomens- en zorggerelateerde uitkeringen zullen worden betaald. Op zich komt dit erop neer dat een toenemend deel van de uitgaven met algemene middelen zal worden betaald. Dat is een inkomensgerelateerde financiering, want wie meer verdient, betaalt meer en draagt dus ook meer bij tot de pot met algemene middelen.

Beperkingen van het huidige systeem vervroegen het ideologisch debat

Na 3 jaar zorgverzekering stelt men vast dat 206.000 Vlamingen de verplichte bijdrage niet betalen. Dit zorgt voor een belangrijke derving van inkomsten. Bovendien betekent de inning van de verplichte bijdragen een zware administratieve last voor de zorgkassen.
Vanuit een zeer pragmatische reflex stelt Steve Stevaert voor om de administratieve last te leggen bij de actor die het meest bedreven is in het innen van verplichte bijdragen: de overheid. Het uitgelezen moment voor de Vlaamse overheid om die bijdrage te innen is volgens hem de uitvoering van de beloofde belastingsvermindering.
Het lijkt heel simpel, maar het zorgt voor verwarring. Stevaert raakt hiermee een speerpunt van de VLD-campagne - m.n. de lastenverlaging - om een rode eis waar te maken. Bovendien lijkt het alsof de socialisten alle lasten voor de zorgverzekering alleen willen leggen bij diegenen waarop de belastingsverlaging van toepassing is, nl. de werkenden. sp.a wil echter ook een aangepaste regeling voor niet-werkenden: een inning die de overheid er in één beweging kan bijnemen. Die regeling kan evengoed gelden voor de Brusselaars.

Centiemen versus opcentiemen: wie betaalt de rekening?

Steve Stevaert heeft expliciet gesteld dat het koppelen van de zorgverzekeringsbijdragen aan de belastingverlaging niet bedoeld is als een eerste stap naar meer inkomensgerelateerde financiering. Het doel is meer transparantie te brengen in het handelen van de overheid tegenover de burger. Het is echter geen geheim dat sp.a gaat voor een inkomensgerelateerde financiering van de zorgverzekering: de maximumfactuur voor de zorg.
sp.a en Groen! zijn ideologisch gewonnen voor een inkomensgerelateerde bijdrage en dat kan best via de belastingen. Dat is net de reden waarom VLD hier tegen is: zij gaan voor een eenduidige lastenverlaging. De gemiddelde en de hoge inkomens betalen proportioneel al veel belastingen en mogen er zeker niet meer betalen.
Mijn inziens zit daarin ook het compromis voor het debat van vandaag vervat: enerzijds een kleine forfaitaire bijdrage van elke Vlaming, anderzijds een groot deel inkomensgerelateerde vergoedingen vanuit de algemene middelen. Of die forfaitaire bijdrage al dan niet via de belastingsbrief rechtstreeks door de Vlaamse overheid mag geïnd worden, lijkt dan nog een detail.

Verzekering versus herverdeling: de verantwoorde consument

De sp.a wil ook met de zorgverzekering (en nog meer met de maximumfactuur van de zorg) een herverdeling of solidariteit tussen mensen realiseren. De VLD slaagt er echter nog altijd niet in om over de zorgverzekering te denken in termen van een volwaardige publieke voorziening. Zij blijven spelen met het idee van een basisverzekering die vooral een uitkomst moet bieden voor de laagste inkomens. De betere verdieners kunnen die algemene verzekering volgens de VLD volop aanvullen met private polissen om zich zo volwaardig te verzekeren.
De CD&V wil duidelijk zichtbare bijdragen. Het integreren van de bijdrage voor de zorgverzekering in een belasting zou in strijd zijn met het principe van openbare financiën: de mensen moeten weten waarvoor ze betalen, en dus moet de betaling apart gebeuren. Belastinggeld is te ‘anoniem’, aldus CD&V. Dat dit de efficiëntie van het systeem ondergraaft is voor de christendemocraten van ondergeschikt belang. Zij verklaren wel nergens waarom de zorgverzekering verschilt van kinderopvang of de zorg voor personen met een handicap, die wel betaald worden met algemene middelen. Transparantie van het gebruik van de ingezamelde middelen is belangrijk, maar er zijn veel minder omslachtige methoden dan aparte bijdragen om die zichtbaarheid te vergroten. Groen! vreest dat met het verdwijnen van de bijdragen de zorgverzekering niet verder zal worden uitgebouwd (tot een ruimere groep van zorgbehoevenden, niet alleen de zware gevallen) en, op termijn, zelfs zal verdwijnen. Maar de vereenvoudiging van de financiering zoals Stevaert die voorstelt is geen aanzet tot afbouw. Nu zitten we met een forfaitair ministelsel dat mensen wel helpt (90 en 125 euro per maand is niet niks), maar geen enkel groeiperspectief biedt. Integendeel. Als we zo doorgaan moeten we binnen twee jaar al aan de opgebouwde reserves beginnen knabbelen. Zo komen we nooit tot een volwaardige sociale bescherming.

MAF: toekomstmuziek?

Het doel dat sp.a wil bereiken is dubbel. We willen af van de forfaitaire premies. In de plaats daarvan willen we de echte zorgkosten gaan terugbetalen met behulp van de MAF. Anderzijds willen we de inkomsten van de zorgverzekering meer solidair maken. Algemene (fiscale) middelen zijn zeer solidair en zullen een grotere rol moeten spelen in de financiering. We kunnen trouwens een tweede vorm van solidariteit invoeren door het remgeldplafond van de nieuwe MAF rekening te laten houden met het inkomen van het gezin. Onze visie is dat je altijd best op verschillende fronten werkt. Voldoende aanbod is natuurlijk een basisvereiste, maar het probleem van betaalbaarheid is daarmee niet opgelost. Betaalbaarheid bereik je door voorzieningen beter te subsidiëren, zodat de zorgontvangers minder moeten opleggen. Iemand die gedurende korte tijd veel zorg nodig heeft is daarmee zeker geholpen. Maar wat doe je met de kostenopstapeling bij mensen die langdurige en zware zorgverlening nodig hebben? In dat geval zorg je beter voor een gepersonaliseerd rugzakje en de zorgverzekering is niks anders.
Stevaert vat het in het actualiteitsdebat in het Vlaams Parlement als volgt samen: ‘Tijdens de regeringsonderhandelingen is overeengekomen dat de jaarlijkse premie van 25 euro niet mag worden opgetrokken. Omdat de noden en de kosten zullen stijgen, zullen de middelen voor de zorgverzekering veel meer dan nu uit de belastingmiddelen moeten komen. Zo zal het gebeuren, of je dat nu wil of niet.’

Elke Roex
Vlaams Volksvertegenwoordiger sp.a

zorgverzekering - vergrijzing - maximumfactuur

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 2 (februari), pagina 32 tot 34