Abonneer Log in

Naar een nieuw feminisme? Geen zorgen tot paniek

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 2 (februari), pagina 1 tot 2

De Vrouwenraad bestaat dit jaar 100 jaar. Een eeuw strijd. Dat moet worden gevierd. Maar is champagne gepast, of volstaat een méthode champenoise?

De Vrouwenraad ontstaat dus in 1905 en de voortreksters houden zich in de eerste plaats bezig met de strijd voor vrouwenstemrecht en met sociaal werk. Ze komen uit de Franstalige bourgeoisie en dat is ook logisch: hun minder fortuinlijke zusters hebben op dat moment wel wat anders aan het hoofd, bijvoorbeeld acht kinderen en een jeneververslaafde man.
De grote zuilgebonden vrouwenorganisaties bestaan dan al langer. Maar in de jaren 1960 en 1970 sluiten ook zij aan bij de Vrouwenraad en dat is meteen het begin van twee, drie decennia, waarin over de ideologische grenzen heen, met vereende krachten de vrouwenstrijd succesvol wordt gevoerd. Die eensgezindheid leidt tot belangrijke politieke successen: de pil wordt wettelijk toegestaan (1973), gehuwde vrouwen kunnen zonder de toestemming van hun man een bankrekening openen (1976) en er komt een wet op gelijk loon voor gelijk werk (1978). Ook recente wetten, zoals de pariteit van vrouwen en mannen op verkiezingslijsten (2002), zijn er gekomen dankzij de vrouwenbeweging, daarin geholpen door een paar stevige pleitbezorgers - vrouwen én mannen - in de parlementen. Champagne dus.
Of misschien toch beter nog even wachten voor de flessen worden ontkurkt. Want hoe anders wordt de Vrouwenraad nu gepercipieerd. In De Morgen (18/1) schrijft journaliste Cathy Galle: ‘Ik heb het persoonlijk niet zo voor feministen.’ Ze hebben in haar ogen iets buitenaards, ze zijn niet meer van deze tijd. Ze vraagt zich af waarover de vrouwenbeweging nog zo zit te zagen, want ‘ik ben zelf met volle goesting en vrijwillig minder gaan werken en zie dit niet als een gemiste kans.’ Ze schat de voorzitters van de Franstalige en Nederlandstalige vleugel van de Vrouwenraad elk ongeveer 55 jaar, en dat vindt ze te oud om het woord te voeren namens een vrouwenbeweging die zegt in de komende jaren te willen verjongen. En ze wil vooral niet rond de oren worden geslagen met het feit dat de oudere generatie het pad geëffend heeft voor jonge vrouwen. En ze is niet de enige die er zo over denkt.
Waar is het onderweg misgelopen? Heeft de vrouwenbeweging de jonge generatie gemist? Heeft ze een aantal signalen genegeerd? Is haar programma gerealiseerd en wacht haar het lot van de Volksunie? Of is ze meer dan ooit nodig maar dient ze een pak oude gewaden af te leggen? En, nu we toch steeds minder zin lijken te krijgen in champagne: waar vinden we de allochtone vrouwen in de Vlaamse vrouwenbeweging? Allemaal vragen die voor dit edito te ruim bemeten zijn, maar waarop we in de loop van dit jaar uitgebreid terugkomen.
Eén voorzet wil ik hier alvast geven.
Een sterkte-zwakteanalyse die ik samen met Tarik Fraihi maakte over de witte ‘westerse‘ vrouwenbeweging en de allochtone ‘niet-westerse’ vrouwenbeweging en een zoektocht naar de verschilpunten en gelijkenissen tussen beide vrouwenbewegingen, sterkt mij in het vermoeden dat er nog lang geen sprake is van een global sisterhood. Voor zover dit al wenselijk zou zijn.
Daarnaast valt het niet te ontkennen dat, wanneer de ‘witte’ vrouwen het thema ‘moslimfeminisme’ aankaarten, dit nog vaak is vanuit het idee: ‘wij weten het beter en wij nemen het op voor onze onderdrukte zusjes.’ Want de islam besnijdt vrouwen, verplicht ze tot sluierdracht, verbiedt ze buitenhuis te werken, beschouwt vrouwen als intellectueel minderwaardig.
Het is mijn overtuiging dat deze betutteling voor een hemelsbrede kloof heeft gezorgd tussen allochtone vrouwenorganisaties en de witte vrouwenbeweging.
Deze evolutie maakt duidelijk dat de ‘united we stand’-idee, de drijfveer van de feministen van de jaren 1970 en 1980, volledig achterhaald is. Het is nu wel duidelijk dat er sprake is van meer dan één feminisme. Het verschildenken heeft de bovenhand gehaald, ook binnen de allochtone vrouwenbeweging, die gekenmerkt wordt door een grote diversiteit. Het feminisme in een thuisland wordt immers helemaal anders ingevuld dan in een gastland. Laten we dus twee keer nadenken voor we de allesomvattende en nietszeggende term ‘moslimfeminisme’ uit de pen wurmen.
De grote heterogeniteit binnen de allochtone vrouwenbeweging maakt dat het vinden van woordvoerders, en dus gesprekspartners, moeizaam verloopt. Meer zelfs: zij die vandaag het woord voeren, zijn zelden woordvoerders. Bepaalde provocerende en veralgemenende uitspraken van enkele allochtone vrouwen die zich hiermee in de picture willen werken, werpen hun nefaste schaduw op een grote groep vrouwen en stigmatiseren zonder meer de hele allochtone vrouwenbeweging. Toevallig of niet worden deze zogenaamde woordvoerders wel als dusdanig aanvaard door een aantal politici voor wie het bon ton is om de islam te bestempelen als een minderwaardige cultuur. De would-be allochtone voortrekkers schijnen niet te beseffen dat ze zich onbezonnen voor de kar van bepaalde politici laten spannen. Ze bevestigen hiermee de ondergeschikte positie van de allochtone vrouw ten overstaan van een dominante mannelijke groep. En laat dat nu uitgerekend een van de voornaamste argumenten zijn die bijvoorbeeld extreem-rechts aanbrengt om de hele islam collectief af te branden.
Wat op het eerste gezicht bijtende en haarscherpe kritieken op een onderdrukkende islam lijken, zijn vaak niet meer dan mainstreamkritieken, politiek aanvaard door ‘de witte macht’ en in hun nooit opbouwende kritiek even verwerpelijk als de kwetsende rechtse uitspraken. Of hoe moeten we uitspraken als ‘schaf de moslimexecutieve af’ anders interpreteren? Het is toch niet omdat een officieel orgaan niet representatief zou zijn, dat het dan maar gelijk moet worden afgeschaft. Ook in de vroegere Vlaamse executieve en in mindere mate in de huidige Vlaamse regering waren en zijn vrouwen zwaar ondervertegenwoordigd. Heeft er ooit iemand uit de vrouwenbeweging gesteld dat de Vlaamse executieve dan maar moest worden afgeschaft?
Hoe moet het nu verder met de feminismen van deze tijd? Laten we al beginnen met deze meervoudsvorm te hanteren. Laten we ook afstappen van de enge eigenwaarden van de ‘witte’ vrouwenbeweging, gedragen door onze seculiere westerse samenleving. Laten we huidige evidenties opnieuw in vraag stellen en aanvaarden dat elke vrouw haar eigen feminisme invult. De niet meer zo jonge generatie vrouwen met het beeld van Rosa Luxemburg nog altijd in het achterhoofd, de jonge vrouwen met het flair- of beter nog het ‘funfeminisme’, direct gelinkt aan de eigen leefwereld, pittig, offensief en met een piercing in de blote navel. En de allochtone vrouwen? Die ook. Maar op hun eigen manier en zonder betutteling.
Dan maar geen champagne op honderd jaar vrouwenbeweging?
Toch wel, want de reis is immers net zo belangrijk als de bestemming. En daar mag op geklonken worden.

Vera Claes
Redactielid

edito - vrouwen - feminisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 2 (februari), pagina 1 tot 2