Abonneer Log in

Persoonlijke partijprofielen: een analyse vanuit de kennistechnologie

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 3 bijlage (maart), pagina 2 tot 12

Inleiding

Wanneer het gaat over een ‘stemtest’, ‘stemwijzer’ of ‘stemadvies’ is het verleidelijk te veronderstellen dat dit vergelijkbare instrumenten zijn. Immers, allen nemen de opinie van de argeloze gebruiker, en plakken deze gebruiker het etiket van een politieke partij op. Om de precieze betekenis en impact van partijprofielen goed te kunnen inschatten, is het echter verstandig te letten op wat nou juist de verschillen zijn tussen de verschillende partijprofielsystemen.1
Een wat bizarre observatie is dat de partij waarop iemand daadwerkelijk stemt of gestemd heeft niet per se de partij hoeft te zijn waarbij de kiezer het beste past. Dit kan bewust, maar ook onbewust het geval zijn. Wat betreft onbewust op een partij stemmen die niet goed bij je past, daar begeef je je als je niet goed oppast op glibberig terrein. Niettegensprekende zal iedereen moeten erkennen dat er veel mensen zijn die uit onkunde op een partij stemmen waar ze niet op zouden stemmen als zij ‘beter’ geïnformeerd zouden zijn.

Kunstmatige Intelligentie

De bril die ik opzet om de verschillen tussen de partijprofielen te analyseren is de bril van kennistechnoloog. De kennistechnologie is een discipline van de Kunstmatige Intelligentie, die zich bezighoudt met het maken van adviserende en beslissingsondersteunende (computer)systemen [1]. Kennistechnologie wordt juist dán toegepast wanneer de kennis waaraan een advies ten grondslag moet liggen, zeer complex wordt, en niet meer met eenvoudige formules te beschrijven is. Wanneer, in plaats van formules in te vullen, het systeem echt moet redeneren.
Een belangrijk onderscheid dat wordt gemaakt bij kennissystemen is het onderscheid tussen taakkennis en domeinkennis. Taakkennis gaat daarbij over de wijze van redeneren, en domeinkennis gaat daarbij over de courante feiten. Een voorbeeld dat dit onderscheid duidelijk maakt is een electronische routeplanner voor de trein: deze bestaat uit een verzameling algoritmen die routes kan maken (taakkennis), en een verzameling feiten over een infrastructuur: spoorwegen, stations, treinsoorten en treintijden (domeinkennis). Bij een goed kennissysteem is het onderscheid tussen deze vormen van kennis voor de ontwikkelaar duidelijk zichtbaar, en kan de domeinkennis zonder problemen aangepast of zelfs geheel vervangen worden.
Vragen waar een kennistechnoloog in actie zich mee bezig houdt zijn vragen als ‘hoe representeer ik mijn kennis?’, ‘welke metingen moet een systeem verrichten om tot een goed oordeel te komen?’, ‘kan een systeem zelf bepalen hoe zeker het is van zijn oordeel?’ en ‘hoe zorg ik dat het systeem blijft werken als de gebruiker er slordig mee om gaat?’
Omdat er nog steeds hele volksstammen geloven dat computers en kunstmatige intelligentie ‘de wereld over zullen nemen’, is men er in de kunstmatige intelligentie op gebrand om enerzijds de hoogst haalbare kwaliteitssystemen te bouwen, en anderzijds om het publiek zo duidelijk mogelijk uit te leggen wat er wel en niet mogelijk is met kunstmatige intelligentie. Frases als ‘de computer zegt het en daarom is het zo’ hebben een hoog waarheidsgehalte wanneer de computer wordt gebruikt voor het rekenen met getallen en onbetwiste formules, zoals in natuurkundige simulaties of in boekhoudkundige administraties. Wanneer de computer echter gebruikt wordt om te redeneren is een veel sceptischer blik aan te raden. Zichtbare uitzonderingen als Jaap van den Herik daargelaten [2], is men binnen de kunstmatige intelligentie de mening toegedaan dat goede prestaties slechts voor zeer gespecialiseerde problemen behaald kunnen worden. Het is dus goed mogelijk een zogenaamde one trick pony te maken die één moeilijk probleem oplost, maar het is vooralsnog onhaalbaar een ‘all purpose’-systeem te maken dat algemeen intelligent gedrag vertoont.
In de sociologie en politicologie ligt de interesse voor partijprofielen vaak op de invulling van de domeinkennis, en vooral op de rol die partijprofielen innemen in de tamtam van de politieke maatschappij. In de kennistechnologie daarentegen ligt de nadruk op enerzijds de inhoudelijke kwaliteit van een partijprofiel, en anderzijds op de methodologie tijdens het ontwikkelen van een partijprofiel. Dit, om een onderscheid te maken tussen hoogwaardige kennissystemen enerzijds en het politiek equivalent van een ‘ben ik een goede minnaar?’-test uit een blad als Flair anderzijds.
Partijprofielsystemen behoren tot de klasse van classificatiesystemen: bij elke invocatie zal het systeem een casus (in dit geval de gebruiker) indelen in één van de vooraf door de ontwikkelaars gegeven klassen. In dit artikel zal ik een uiteenzetting geven van een aantal overwegingen die men als kennistechnoloog moet maken bij het ontwikkelen van een partijprofielsysteem.

Een partijprofielsysteem als kennissysteem

Een kennissysteem wordt gemaakt in opdracht van een opdrachtgever om te voorzien in een informatiebehoefte bij een bepaalde doelgroep. Meestal wordt een kennissysteem gemaakt in opdracht van de doelgroep zelf: een verzekeraar wil geautomatiseerde hulp bij het behandelen van claims, of een oliemaatschappij wil met een minimum aan R&D-kosten zo goed mogelijk exploiteerbare delfstoffen traceren. In het geval van partijprofielen is in de praktijk de opdrachtgever vaak niet een directe representant van de doelgroep, waardoor de specificatie van een kennissysteem voor partijprofielen niet automatisch is gekoppeld aan de optimalisatie van een productieproces: het bepalen van de juiste stem door een kiezer.
Het is goed mogelijk dat een aanbieder van partijprofielen iets anders aan wenst te bieden, dan dat waar de gebruiker daadwerkelijk behoefte aan heeft. Zo kan het doel van de opdrachtgever zijn om publiciteit, roem en aanzien te verwerven, wellicht boven het nobele doel de democratie ten dienste te staan.2 Ook al heeft een opdrachtgever het nobele doel de democratie ten dienste te staan, dan betekent dit nog steeds niet dat het zijn doel is om de partijkeuze te helpen. De Stemwijzer heeft lang als belangrijk hoofddoel gehad om mensen over bepaalde onderwerpen aan het denken te zetten, ook als deze onderwerpen sec genomen niet functioneel waren voor een optimale partijkeuze.3
De Stemwijzer staat hierin niet alleen. Ook andere aanbieders van partijprofielen, waaronder Doe de stemtest, beweren niet enkel primair een partijprofiel aan te willen bieden, maar veeleer, of bovendien de globale kennis over politiek van de gebruiker op te willen vijzelen. Dat is een nobel streven, maar is niet zonder meer verenigbaar met het streven een zo goed mogelijk partijprofiel te verschaffen, en kent geen pas als excuus voor een matig advies. Zo kunnen sommige stellingen leerzaam zijn voor de gebruiker, maar van beperkte waarde voor het inschatten van de voorkeuren van de gebruiker. Het verschaffen van een partijprofiel is een zeer verantwoordelijke taak en uiteindelijk zal de gebruiker zich vooral dit partijprofiel kunnen herinneren. Bezien vanuit het perspectief van de Kunstmatige Intelligentie, waar men maar al te goed weet hoeveel waarde er wordt gehecht aan door de computer verschafte adviezen, is een aanpak die interfererende nevendoelen stelt dan ook pertinent uit den boze. Wanneer de gebruiker wat achtergrondkennis heeft opgedaan, maar een kwalitatief slechts matig partijprofiel heeft verkregen, is de diagnose ‘operatie geslaagd, maar de patiënt is overleden’ op zijn plaats.
De aandacht in dit artikel gaat dan ook uit van het streven de kwaliteit van het partijprofiel te maximaliseren, wat wil zeggen dat de hoog scorende partijen ook inderdaad het dichtste bij de gebruiker staan. Wie bepaalt er eigenlijk waar de gebruiker behoefte aan heeft? En wie dichten wij de autoriteit toe om oordeelkundig in de behoefte van de gebruiker te voorzien? Afijn, het is duidelijk dat het maken van een kennissysteem voor partijprofielen veel vragen oproept. Hieronder opgesomd staan de belangrijkste en eerste vragen waar een kennistechnoloog mee geconfronteerd wordt wanneer hij een partijprofielsysteem moet gaan maken.
1. Wat is de doelgroep?
2. Waar heeft de doelgroep behoefte aan? of anders gezegd: Wat is eigenlijk een ‘goed passende partij’?
3. Een vraag die daaruit volgt, is: kan je beter van regels uitgaan of beter van visie?
4. Waar kan informatie over de politiek het beste gehaald worden?
Deze vragen, en daarmee verband houdende overwegingen, zullen de leidraad vormen voor de rest van dit artikel.

Wat is de doelgroep?

In het algemeen kan gesteld worden dat de doelgroep van een partijprofiel bestaat uit mensen die om wat voor reden dan ook, graag willen nadenken over welke de beste bij hen passende partij is. Hoewel deze definitie erg breed lijkt, wordt hierdoor een grote groep mensen uitgesloten; namelijk de mensen die al menen te weten welke partij het beste bij hen past. Daaronder valt onder andere vrijwel het volledige politieke establishment, alsmede de goedgeïnformeerde intelligentsia.
Om tot een maximale kwaliteit te komen, moet een kennissysteem ontworpen worden met de doelgroep helder voor ogen. Als het bovenstaande de keuze voor de doelgroep is, betekent dat dat het systeem dus niet ontworpen is om feedback te kunnen geven aan mensen met veel politieke achtergrondkennis. De kwaliteit van een partijprofielsysteem kan dus niet gemeten worden door te kijken of het partijbonzen bij hun eigen partij indeelt! Toch is het zo dat de kwaliteit van een partijprofielsysteem zou gemeten moeten worden door de gegeven profielen te vergelijken met de partijen die daadwerkelijk goed bij de gebruiker passen. Deze keuze voor de doelgroep leidt daardoor tot een belangrijk verificatieprobleem: juist van ‘zwevende kiezers’ is niet bekend (of althans niet eenvoudig te meten) welke partij het beste bij hen past.
Dit verificatieprobleem, of andere overwegingen, zouden natuurlijk aanleiding kunnen zijn om een andere keuze voor de doelgroep te maken, die óók de goedgeïnformeerde burger bevat. Dit leidt echter tot twee problemen, eentje van praktische aard en eentje van fundamentele aard. Het praktische probleem is dat het minder moeilijk is om een kennissysteem te maken dat slechts één doelgroep goed bedient dan een kennissysteem dat twee doelgroepen goed bedient. Wanneer meer doelgroepen bediend moeten worden, moeten er concessies worden gemaakt die ten nadele zijn van de kwaliteit van het systeem; het wijkt steeds verder af van de one trick pony. Het fundamentele probleem is dat het maken van een partijprofielsysteem voor goedgeïnformeerde burgers iets is als het dragen van water naar de zee, of zo u wilt, uilen naar Athene: het kost zeer veel kennisacquisitie (ontwikkelingsmoeite) om een kennissysteem te maken dat voor dit type gebruiker daadwerkelijk iets te bieden heeft. Er is niet zo heel erg veel kennis nodig om een ‘domme’ gebruiker wijzer te maken, maar om een ‘wijze’ gebruiker wijzer te maken, is er zéér veel kennis nodig. Het is maar zeer de vraag of de wetenschap de gereedschappen in huis heeft om dit soort systemen te maken. In het geval dat de vraag met ‘ja’ beantwoord kan worden, is het in ieder geval zo dat de investeringen voor een kennissysteem voor de goed geïnformeerde burger werkelijk draconisch zullen zijn (denk aan honderdduizenden euro’s op zijn allerminst).
Om de doelgroep te bepalen wordt de maker van een partijprofielsysteem dus voor deze keuze gesteld: óf hij maakt een systeem dat poogt water naar de zee te dragen of hij probeert een systeem te maken waarvan het zeer moeilijk is te bepalen of het correct functioneert.

Wat is een ‘goed passende partij’?

In de vorige sectie heb ik stilletjes een aanname gemaakt waar best nog wel wat vragen bij gesteld kunnen worden: namelijk dat de ‘best passende partij’ een niet-ambigue aanduiding is. Een voor de hand liggend idee is dat de best passende partij de partij is waar de gebruiker op gaat stemmen. Deze idee is echter het best te verwerpen. Om dat nader te beargumenteren, is het belangrijk eerst een betwistbare stelling te bespreken.

De kiezer heeft altijd gelijk.

In politiek opzicht valt er weinig op deze stelling af te dingen, en voor zover daar wel wat op af te dingen valt, valt dat buiten mijn persoonlijke expertise, daar ik geen politicoloog ben. Als bouwer van een partijprofielsysteem is het echter niet zinnig of productief deze stelling te onderschrijven. Als de kiezer gelijk heeft, is er immers kennelijk geen informatiebehoefte bij de gebruiker. Als de gebruiker het toch al weet, waarvoor zou hij dan om een partijprofiel vragen? Wat zou een gebruiker er aan hebben als het enige mogelijke antwoord dat hij zou kunnen krijgen een bevestiging van de eigen mening is? Bar weinig, zo dunkt mij. De gebruiker maakt gebruik van een partijprofielsysteem omdat hij wellicht onvoldoende geïnformeerd is. De gebruiker moet in principe bereid zijn een profiel te aanvaarden dat hij niet verwachtte, hoewel het de gebruiker uiteraard geheel vrij staat niet naar dit profiel te handelen bij het uitbrengen van de stem. Als we willen weten wat de ‘best passende partij’ is, is het dus niet zinnig na te streven dat het partijprofiel een goede voorspeller van het stemgedrag is. Het kan bijna niet vaak genoeg gezegd worden: daarom is stemvoorspellend vermogen van een partijprofiel niet maatgevend voor de kwaliteit van een partijprofiel.4
Wat is dan wél een ‘goed passende partij’? Om kort te gaan hangt dit af van iemands visie op zijn interactie met het politiek instituut. Er zijn veel visies mogelijk, waarvan hieronder een korte opsomming. Velen zullen een genuanceerde tussenvorm van de ondergenoemde visies bezigen. Welke visie men bezigt heeft echter grote invloed op dat wat een partijprofielsysteem zou moeten doen, en daarom is het zinnig de extremen te bemonsteren.

1. ‘Politiek is een kwestie van het behartigen van (persoonlijke) belangen.’

Doordat iedereen zijn eigen belangen bewaakt en behartigt, ontstaat een acceptabel evenwicht. Vanuit deze opvatting is de ‘best passende partij’ de partij die pal staat voor de belangen van de kiezer: die de kiezer de meeste rechten zal verschaffen. Botter gezegd heet dit ‘naar de portemonnee stemmen’. Op welke wijze de eigen belangen verwezenlijkt worden, is in principe van ondergeschikt belang. Een partijprofiel heeft op deze wijze weinig meer met visie te maken, maar wel veel met de fiscaal-juridische positie van de gebruiker.

2. ‘Politiek is zorgen dat de regels zo zijn als jij ze wilt hebben.’

Doordat je stemt op partijen die voor dezelfde regels en wetten zijn als jij, zorg je dat de maatschappij zoveel mogelijk verandert in de ideale maatschappij die je voor ogen hebt. Deze opvatting van de ‘best passende partij’ is gerelateerd aan, maar duidelijk verschillend van opvatting 1. Het belangrijke verschil is dat bij opvatting 2 de gebruiker een duidelijke opvatting heeft over hoe idealen verwezenlijkt moeten worden. Deze idealen kunnen staan voor het eigenbelang, maar hoeven dat zeker niet te zijn. Een partijprofiel op basis van deze visie is een zeer technocratisch apparaat, dat voor veel regelingen en wetten in discussie bepaalt of de gebruiker deze wetten wenselijk acht. Zo’n systeem veronderstelt noodzakelijkerwijs een zekere hoeveelheid achtergrondkennis bij de gebruiker.

3. ‘Politiek is zorgen dat mensen met een maatschappijvisie gelijk aan de jouwe het landsbestuur voeren.’

Doordat je stemt op mensen die op dezelfde wijze denken als jij, zullen er besluiten genomen worden waar jij, als je de tijd zou hebben je er in te verdiepen, het mee eens zult zijn. De exact in te voeren regels staan niet centraal, maar wel de visie waarvan deze regels een uitwerking dienen te zijn. In feite staat deze opvatting voor het ‘gedelegeerd nadenken’: de vertegenwoordiger die dezelfde visie heeft als de kiezer kan zelfstandig beleid maken, en de kiezer heeft waarschijnlijk niet de tijd en kennis om dat zelf tot in de puntjes te doen. Een partijprofiel op basis van deze visie probeert dus een match te vinden tussen de maatschappijvisie van de kiezer en de gekozene.

4. ‘Politiek is zorgen dat mensen die je (persoonlijk) vertrouwt en capabel acht het landsbestuur voeren.’

Het gaat erom krachtige en integere lieden te kiezen. Op deze wijze is een partijprofiel een soort Idols voor politici, een populariteitsmeter. Allerlei aspecten van het wel of niet mogen van een politicus als persoon moeten verwerkt zijn, zoals diens overkomen en likeable flaws. Deze opvatting kan niet gebruikt worden voor het maken van een partijprofielsysteem, omdat het zo een AI-compleet probleem wordt: om op deze wijze een partijprofiel te kunnen geven, moeten zeer fundamentele problemen uit de kunstmatige intelligentie (AI) opgelost zijn, zoals bijvoorbeeld emotie en begrip van natuurlijke taal.

5. ‘Politiek is zorgen dat er gezegd wordt wat jij vindt.’

Het is essentieel dat jouw stem gehoord wordt, en dat er eens duidelijk gezegd wordt waar het op staat. Deze zienswijze op politiek heeft weinig meer met beleid te maken, maar eerder met het helder kunnen verwoorden van de emoties die bij de kiezer leven. Een partijprofielsysteem dat hierop gebaseerd is, zal dus uitspraken van politici in de media gebruiken, en proberen te meten in hoeverre deze uitspraken de mening en emotie van de gebruiker weergeven. In feite wordt het op deze wijze niet een partijprofielsysteem, maar een kandidaatprofielsysteem.

6. ‘Politiek kiezen is het maken van een commitment aan een sociale groep (zuil).’

Politiek gaat over loyaliteit aan je roots. Deze zienswijze verwoordt het credo van de verzuilde samenleving. Een partijprofiel op basis hiervan is eigenlijk niets meer dan het bepalen tot welke zuil van de samenleving de gebruiker behoort. Dat kan zelfs zonder politiek-inhoudelijke vragen te stellen; het vragen van sociaal-demografische gegevens is al voldoende om een dergelijk systeem heel goed te laten presteren.

Ik zal de eerste zijn om een ieder die deze meningen eenzijdig of overtrokken vindt gelijk te geven. Ook gaat het mij er niet om te bepalen welk van deze opties ‘de waarheid’ weergeeft. Ook is de lijst niet als een uitputtende lijst bedoeld. Of men het met de individuele opties eens is of niet, zal men moeten erkennen dat voor elk van de opties vele mensen zijn die op de gegeven wijze over het politiek instituut denken, en op overeenkomstige wijze bepalen wat de best passende partij is.
Deze lijst geeft weer welke dilemma’s er zijn bij het bepalen wat de ‘best passende partij’ voor iemand. Iemand kan het met de wetsvoorstellen van een partij eens zijn, maar diens maatschappijvisie verwerpen. Ook kan iemand een groot vertrouwen in de persoonlijke integriteit van een politicus hebben, maar niets zien in diens oplossingen voor maatschappelijke problemen.
Het ontwerp van het politieke bestel beoogt, ruwweg samengevat, een tussenvorm van de opties 1, 2 en 3, terwijl de stelling verdedigbaar is dat het in de praktijk draait om 4, 5 en 6.
Als maker van een partijprofielsysteem ontkom je er niet aan in deze discussie een standpunt in te nemen. Immers, als je beweert de ‘best passende partij’ te kunnen bepalen, moet je ook kunnen uitleggen wat de criteria daarvoor zijn. In theorie is er ook nog een andere oplossing, en dat is het leggen van deze vraag bij de gebruiker: men stelle eerst vragen over hoe de gebruiker het politiek instituut ziet, en afhankelijk van diens visie worden andere zaken meegewogen in het partijprofiel. Deze oplossing is echter louter theoretisch. Ten eerste betreft het hier een zeer abstracte discussie op academisch niveau die door vele gebruikers niet begrepen zal worden. Ten tweede zou een dergelijk systeem nogal omvangrijk worden, omdat het systeem voor elk van de opties tot een overwogen partijprofiel zou moeten kunnen komen.
In de praktijk maken bouwers van partijprofielsystemen een duidelijke keuze voor een van de opties. De Nederlandse Stemwijzer, Waar stem ik op?, Writersblock stemtest en Stembox en de Vlaamse Doe de stemtest kiezen voor optie 2, terwijl Wij kiezen partij voor u (zowel Nederland als Vlaanderen) en de Nederlandse Kieshulp kiezen voor optie 3. Ken je lijsttrekker (Nederland) gaat uit van een mix tussen opties 4 en 5. De Nederlandse Stemspiegel, en in mindere mate ook de Stemvork (zowel Nederland als Vlaanderen), gaan uit van optie 6.
De meest serieuze partijprofielsystemen kiezen voor de opties 2 of 3. Gesteld kan worden dat dit een normatieve keuze is. Het is de maatschappijvisie van de makers, of van de opdrachtgevers, dat dat de juiste manier is om te komen tot wat de best passende partij voor iemand is. Dat deze keuze wordt gemaakt, wordt echter zelden expliciet gecommuniceerd. Vaak wordt ook niet vermeld dat het goed mogelijk is dat er andere valide overwegingen kunnen zijn om niet op de partij te stemmen die het beste scoort in het persoonlijk partijprofiel.
Ook al weten we hoe de gebruiker het politiek instituut beziet, en kennen we diens meningen, visies en voorkeuren, dan nog kan het zijn dat de gebruiker niet wenst te stemmen op de partij die het beste bij hem of haar past. Daar zijn twee duidelijke voorbeelden van te geven:
1. Tegenstemmen. In 2002 hebben in Nederland veel mensen LPF gestemd, niet zozeer uit intrinsieke overtuiging, maar uit een ‘we zullen die politici eens een flink pak rammel geven’-gevoel.
2. Strategisch stemmen. In 2003 hebben in Nederland veel mensen PvdA gestemd in plaats van GroenLinks, omdat men graag wilde dat de PvdA voldoende groot zou worden (in verhouding tot het CDA).
Het is natuurlijk ook nog zo dat politieke partijen zelf vaak ook, gedwongen of niet, een standpunt innemen jegens deze opties. Optie 1 is in feite het bestaansrecht van belangenpartijen, zoals er vooral in Nederland veel van zijn, zij het allen klein. Een partij als het Belgische Vivant gaat in feite uit van optie 2. En de wat meer populistische partijen, zoals de Nederlandse LPF en het Vlaamse Vlaams Blok/Vlaams Belang gaan typisch ook gedeeltelijk uit van 5. En hoewel weinig partijen dit hardop van zichzelf zullen erkennen, zetten vrijwel alle partijen ook in op opties 4 en 5. En tot slot representeren de meeste grote partijen van origine een zuil, optie 6.

Regels of visie?

In de vorige sectie gaf ik reeds aan welke keuzes serieuzere bouwers van partijprofielsystemen maken voor het bepalen van wat een ‘best passende partij’ is. De ene optie is dat men kiest voor een aanpak die gebaseerd is op regels en wetten. Men kijkt hoe de politieke partijen omgaan met regels en wetten, en kijkt wat de gebruiker vindt van deze regels en wetten, en bepaalt op basis hiervan een match. De andere optie is dat men kiest voor een maatschappijvisie. Men kijkt hoe de partijkader de wereld beschouwt in abstracte zin, en bekijkt ook hoe de gebruiker dit doet, en bepaalt een match op basis daarvan. In Vlaanderen is Doe de stemtest een exponent van de eerste keuze, en Wij kiezen partij voor u van de tweede. Daarbij dient natuurlijk gesteld te worden dat dit bij geen van beide systemen een wet van Meden en Perzen is, maar dat de uitgangspunten duidelijk zichtbaar zijn.
Voor zover u nog niet bekend, is het correct hier te melden dat ondergetekende de ontwerper is van Wij kiezen partij voor u. Uit collegialiteit kan ik niet anders dan de keuze van de conculega’s respecteren. Ook heb ik een groot respect voor het feit dat ook zij, meer nog dan ondergetekende, bijdragen aan de weloverwogenheid van de politieke keuze van de kiezers. Als kennistechnoloog, zijnde een expert in het maken van adviserende computerprogramma’s, heb ik echter de allergrootste moeite met een aanpak die gebaseerd is op regels en wetten. De argumenten daarvoor vallen uiteen in twee categorieën. De eerste categorie betreft het nut van een partijprofiel, deze zal ik hieronder behandelen. De tweede categorie betreft de mogelijkheid om objectieve domeinkennis te vergaren, en deze zal in de volgende sectie behandeld worden (Wat is een objectieve bron?).
Een systeem dat uitgaat van regels en wetten, ontkomt er niet aan deze regels en wetten een rol te laten spelen en te benoemen in het systeem. Dat betekent dat de gebruiker voor expliciete keuzes zal worden gesteld. Om deze keuzes te kunnen begrijpen, zal de gebruiker moeten snappen waar de keuze over gaat. En qua doelgroep van een partijprofielsysteem dienen zich hier nu een paar opvallende fenomenen aan, die kenmerkend zijn voor alle kennissystemen:

  1. Hoe minder voorkennis de gebruiker heeft, hoe groter diens informatiebehoefte, hoe ‘nodiger’ een partijprofiel is.

  2. Hoe minder voorkennis de gebruiker heeft, hoe groter de kans dat de gebruiker een fout maakt bij het beantwoorden van een ingewikkelde vraag.

  3. Hoe meer voorkennis de gebruiker al heeft, hoe groter de kans dat de gebruiker nuances aan wil brengen die niet gefaciliteerd worden door het systeem.

  4. Hoe meer voorkennis de gebruiker al heeft, hoe groter de kans dat deze überhaupt geen partijprofiel nodig heeft, doordat diens voorkennis volgt uit een politiek engagement.

Samengevat: juist de mensen die een partijprofiel het hardst nodig hebben, hebben het minst aan een partijprofiel dat gebaseerd is op regels en wetten.
Er is ook nog een tweede, kleiner, maar nog steeds reëel probleem met partijprofielen op basis van regels en wetten. Namelijk dat dit soort systemen de neiging heeft vragen te stellen over actuele politieke kwesties en voorstellen. Er wordt door een kamerlid of partijlid een bepaald type regeling voorgesteld, en het partijprofielsysteem stelt de gebruiker de vraag of deze dat een goed voorstel vindt. Er is niets zo vergankelijk als de actualiteit. Concrete regels en wetten die nu actueel zijn, zullen zeer waarschijnlijk aan het eind van de zittingsperiode waar men politici voor kiest niet meer actueel zijn. Dit type partijprofielsystemen is zeer vatbaar voor de waan van de dag. Als we als ontwerpeis stellen dat een partijprofiel ongeveer even lang houdbaar zou moeten zijn als de zittingsperiode waar men voor kiest, wat een alleszins redelijke ontwerpeis is, dan is actualiteit uit den boze.
Een partijprofielsysteem dat uitgaat van maatschappijvisie, is in lijn met de gedachte van volksvertegenwoordiging: de gekozene besluit, in opdracht en in naam van de kiezer, wat bij een gegeven probleem daadwerkelijk de beste oplossing is. Dit is een fulltime job van de gekozene, wat betekent dat hij zoveel mogelijk middelen ter beschikking krijgt om een weloverwogen en verstandige keuze te maken. Dat zou best eens een andere keuze kunnen zijn dan deze die de kiezer in eerste instantie voor ogen had. Zou de kiezer echter de tijd (en intellectuele vermogens) hebben om zich zelf in de materie te verdiepen, dan zou deze een vergelijkbare keuze hebben gemaakt. Het is daarom ook één van de taken van politici om hun keuzes aan het electoraat uit te leggen.
Deze wijze van redeneren heeft implicaties voor het soort vragen en stellingen waar de gebruiker mee geconfronteerd moet worden. Het moeten eerder normatieve vragen zijn, die richtinggevend zijn voor beleid, dan bepalende vragen. Ook kan door deze manier van redeneren recht worden gedaan aan wat werkelijk kenmerkend is voor een politieke partij. Het beste voorbeeld daarvan is de LPF in Nederland. Bij de verkiezingen in januari 2003 was dit een nog zeer jonge partij, waarbij vriend en vijand moeite had met het inschatten van de politieke koers van de partij. De Stemwijzer heeft ondanks dat geprobeerd de politieke koers van deze partij in te schatten, wat echter tot problemen leidde. Antwoorden op stellingen die door de LPF geautoriseerd waren, bleken niet in overeenstemming met partijprogramma en fractiestandpunten. Dit bleek na minutieuze controle door medewerkers van de Stemwijzer, en is in overleg met de LPF verder ‘opgelost’.5 De Kieshulp daarentegen had de LPF ingeschat op basis van maatschappijvisie. Deze zal ik hier even kort en bot samenvatten.
Je kunt van mening zijn dat er grove, persoonlijke onrechtvaardigheid is, dat de koek niet eerlijk verdeeld is. Dat kan bot gezegd liggen aan ‘het systeem’, of aan ‘de mensen die het systeem vormen.’ Als je van mening bent dat het aan het systeem ligt, dan hoor je in de linkse hoek thuis. Een alternatieve mening is dat het de mensen zélf zijn die oneerlijk handelen, en dat je je medemens dus eigenlijk nauwelijks kunt vertrouwen. Of dat je althans niet van de intrinsieke goede bedoelingen van de medemens uit kunt gaan. In dat laatste geval pas je goed bij de LPF.
Deze maatschappijvisie zou gelijk ook een verklaring kunnen zijn voor alle onderlinge argwaan en ruzies tussen de leden van LPF, maar dat doet hier verder niet ter zake. Wat er toe doet, is dat het zeer wel goed mogelijk is door middel van normatieve stellingen erachter te komen of een gebruiker de beschreven maatschappijvisie bezigt, terwijl dat veel moeilijker is door middel van stellingen die over wetten en regels gaan. Dit fenomeen gaat op voor alle partijen die niet een one-issuepartij zijn. Het gaat erom erachter te komen wat de argumenten zijn voor bepaald beleid, veeleer dan te bepalen wat het beleid zelf nou eigenlijk behelst. Ook gevallen waar gebruikers het wél eens zijn met het beleid van een partij, maar niet met de argumenten voor dat beleid, kunnen door uit te gaan van maatschappijvisie op een elegante manier opgevangen worden. Dit kan het beste door zoveel mogelijk in te gaan op de argumenten, op de maatschappijvisie van de gebruiker.

Wat is een objectieve bron?

Nadat je als maker van een partijprofiel bepaald hebt wie je doelgroep is, en op welk type gegevens je het partijprofiel wilt baseren, is er nog de vraag waar deze gegevens het beste gehaald kunnen worden. Het doel van gegevens voor een partijprofiel-systeem is het zo ultiem mogelijk weergeven van de daadwerkelijke opinies en meningen van een partij. Een logische plek om te beginnen zoeken naar deze informatie zijn de verkiezingsprogramma’s. Maar daarbij moet de vraag worden gesteld: met welk doel zijn verkiezingsprogramma’s opgesteld? Is een verkiezingsprogramma een ultieme weergave van de opinies en meningen van een partij? Verre van dat. Een verkiezingsprogramma is een document dat tot doel heeft het aantal kiezers van een partij te maximaliseren. De bestaande aanhang van een partij moet worden vastgehouden, en zoveel mogelijk twijfelende kiezers moeten over de streep worden gehaald. Een verkiezingsprogramma kan dus gezien worden als een document dat de achterban van een partij zoet moet houden, terwijl het een grote appeal moet hebben voor de zwevende kiezer. Zelfs in programma’s van rechtse partijen staan daarom zalvende woorden over rechtvaardigheid in de sociale zekerheid, terwijl de linkse partijen de verzorgingsstaat toch echt nader aan het hart gaat dan de rechtse. De reden van het gebrek aan objectiviteit van verkiezingsprogramma’s is dat de partijen dondersgoed weten dat de verkiezingen een spel zijn, waarbij de braafste spelers niet in het voordeel zullen zijn. Het uitnodigen van politieke partijen om gegevens te leveren voor een partijprofielsysteem is niets anders dan de partijen uit te nodigen voor een extra ronde in dit spel. Bij Doe de stemtest was dit dan ook duidelijk zichtbaar. Uiteraard is een dergelijk spel heel interessant, maar ik betwijfel ten zeerste of dit spel ten dienste staat van het geven van een zo objectief mogelijk partijprofiel aan de gebruiker.6
Een binnen de kennistechnologie gebruikelijke methode is om voor kennisvergaring gebruik te maken van een expert panel. Een groep mensen die gedegen kennis over de materie heeft bepaalt de inschattingen van de onderwerpen in kwestie. Dit gaat door middel van consensus: slechts gegevens waar de experts het goeddeels over eens zijn, worden opgenomen in het kennissysteem. Daar waar er geen consensus is, is er kennelijk een onduidelijkheid over waar een partij of een stelling voor staat. Dat vormt dan aanleiding tot nader onderzoek over het betreffende onderwerp. Voor het maken van Wij kiezen partij voor u en Kieshulp werd het expert panel gevormd door politicologen7 en journalisten.8

Conclusie

Bij het maken van een partijprofielsysteem moeten een aantal belangrijke methodologische keuzes worden gemaakt, die van grote invloed zijn op het soort systeem dat het uiteindelijk wordt. In dit artikel is vooral ingegaan op de algemene keuzes die de specificatie van het kennissysteem beïnvloeden, en is nauwelijks ingegaan op de meer technische keuzes omtrent kennisrepresentatie.
De behandelde keuzes betreffen de beoogde doelgroep (de gebruikers), het soort argumenten dat meegewogen wordt in het partijprofiel en het soort bronnen dat gebruikt wordt om in de domeinkennis te voorzien. Voor elk van deze keuzes zijn een aantal voor de hand liggende opties uitgelegd, en geduid welke keuzes zijn gemaakt door verschillende bouwers van veeschillende partijprofielsystemen. Daarbij is met name aandacht besteed aan de systemen Doe de stemtest en Wij kiezen partij voor u. In dit artikel is voor elk van de mogelijkheden het perspectief gekozen dat de kwaliteit van het gegeven partijprofiel maximaal moet zijn, en argumenten aangedragen waarom sommige keuzes vanuit kennistechnologisch perspectief meer of minder hout snijden.
Omdat ik de hoofdontwerper ben van één van de behandelde systemen, is absolute neutraliteit in deze niet te garanderen. Maar juist vanwege mijn ervaring op dit gebied denk ik dat een uiteenzetting van overwegingen zoals gemaakt, een bijdrage kan leveren aan een inhoudelijke discussie over de kwaliteit van partijprofielen.

Wouter Teepe
Kennistechnoloog, Kunstmatige Intelligentie, Rijksuniversiteit Groningen

Noten
1/ In dit artikel kies ik bewust voor het gebruik van de term ‘partijprofiel’, boven alternatieven als ‘stemtest’, ‘stemwijzer’ of ‘stemadvies’. De redenen zijn van inhoudelijke, juridische en praktische aard. De inhoudelijke reden is dat de alternatieven allen een connotatie hebben die betwist kan worden: wordt de stem getest of iets anders? Gaat men inderdaad ‘wijzer’ stemmen? Mag het profiel de naam ‘advies’ dragen? Geen van allen is onbetwist. De juridische reden is dat de meeste van dit type aanduidingen geregistreerde merknamen zijn, en zo niet, dan nog steeds op die wijze worden gebruikt. Daardoor zou bij gebruik van de term het onduidelijk zijn of het over een merknaam of een soortnaam gaat. De praktische reden houdt hiermee nauw verband: er zou onduidelijkheid kunnen ontstaan over of het om het merk dan wel de soort gaat. Door gebruik van de term ‘partijprofiel’ worden al deze problemen vermeden.
2/ Het is zelfs mogelijk dat een aanbieder een eigen politieke agenda wil verwezenlijken, hoewel daar tot nu toe nooit serieuze aanwijzingen voor zijn geweest.
3/ Persoonlijke communicatie, Jochum de Graaf.
4/ Bij de Nederlandse tweedekamerverkiezingen in 1998 opereerde het bureau NIPO de stemspiegel, een website waar men op basis van sociodemografische variabelen een voorspelling kreeg van het persoonlijk stemgedrag.
5/ Persoonlijke communicatie, Jochum de Graaf.
6/ Als er van de zijde van de politieke partijen al een document is dat het objectiefst de meningen en opinies van een partij samenvat dan is dat waarschijnlijk het beginselprogramma van een partij, omdat dit doorgaans vooral bedoeld is als een intern discussiestuk en referentiekader.
7/ Bert van den Braak (Parlementair Documentatie Centrum), Jo Buelens (VUB), Lieven Dewinter (UCL), Marc Hooghe (VUB/KU Leuven), Benoît Rihoux (UCL) en Stefaan Walgrave (UA).
8/ Wilma Borgman (Radio 1 Journaal), Bart Brinckman (De Standaard) en Chris Ostendorf (Den Haag Vandaag).

Referenties
[1] Mark J. Stefik. (1995) Introduction to Knowledge Systems. Morgan Kaufmann Publishers, San Francisco, California.
[2] Paul Witteman. Een Geweldige Tijd, een interview met Jaap van den Herik. VARA,
hoog: mms://www.mediaserver.fe.hanze.nl/co/geweldigetijd+.wmv
laag: mms://www.mediaserver.fe.hanze.nl/co/geweldigetijd-.wmv, 29 september 2000.

stemtesten - verkiezingen - media en politiek

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 3 bijlage (maart), pagina 2 tot 12