Log in

Europese pro's en contra's

redactioneel

In Frankrijk is het debat over het Europees grondwettelijk verdrag bijna beslecht. President Chirac heeft de zaak naar zich toe getrokken om te proberen het groeiende nee-kamp een halt toe te roepen. Peiling na peiling toonde in april immers aan dat de tegenstanders zouden kunnen winnen in het referendum van 29 mei.
Voor de Europese Unie is dit zeer verontrustend, zeker omdat er drie dagen later een referendum in Nederland volgt, en ook daar is het kantje-boordje. Wat kunnen we leren uit dit debat?

Ten eerste laat de discussie over dit grondwettelijk verdrag een verdeeldheid zien die niets meer met de klassieke links/rechts-as te maken heeft. De tegenstanders bevinden zich aan de extreemrechtse én extreemlinkse kant. In Frankrijk is ook de sociaaldemocratische familie verdeeld en krijg je het paradoxale effect dat een behoudsgezinde Fabius tegen is, terwijl de groene Cohn-Bendit voor is. De beweegredenen van de diverse voor- en tegenstanders zijn erg uiteenlopend. Extreemrechts is gewoon nationalistisch en tegen de Europese Unie. Ook bij extreemlinks hoor je stemmen tegen de EU. Zowel links als rechts heb je zogenaamde ‘souverainisten’ die vinden dat er al te veel bevoegdheden zijn overgedragen naar ‘Brussel’. En voor velen is Fabius gewoon een ‘opportunist’ die zich door middel van dit thema wil voorbereiden op de volgende presidentsverkiezingen.
Een tweede overweging betreft de inhoudelijke argumenten van de voor- en tegenstanders. Als we de anti-EU stemmen even terzijde laten, dan valt op dat het niet zo makkelijk is een keuze te maken. De analyses van de voor- en tegenstanders lopen vaak samen, maar de conclusies die ze eruit trekken zijn verschillend. Het grondwettelijk verdrag laat inderdaad een vooruitgang zien op democratisch vlak, maar het democratisch tekort is niet weggewerkt. Het Handvest met grondrechten maakt integraal deel uit van het Verdrag, maar de sociale rechten zijn erg beperkt. Voor sociaal beleid geldt voor tal van punten nog steeds een unanimiteitsregel, net zoals voor fiscaliteit. Het is zeker positief dat de Unie meer mogelijkheden krijgt om een buitenlands beleid te voeren, maar dat beleid blijft onttrokken aan de controle van het Europees Parlement. De neoliberale klemtonen zoals de onafhankelijke centrale bank die enkel aan inflatiebestrijding mag doen en het verbod op enige beperking van het kapitaalverkeer zijn een doorn in het oog van de progressieven. Zij storen zich ook aan de herhaaldelijke verwijzingen naar de ‘open en vrije markteconomie met onvervalste concurrentie’ tegenover één enkele verwijzing naar ‘volledige werkgelegenheid’. De voorstanders wijzen erop dat die klemtonen al in eerdere verdragen voorkomen en dus niet verdwijnen met het afwijzen van de grondwet. Ze wijzen ook op de ‘waarden en doelstellingen’ die nu in het Verdrag verankerd zijn, op de participatieve democratie die wordt ingevoerd en op de grotere rol die de civiele maatschappij zal kunnen spelen in het bepalen van het beleid. Kortom, het glas is half vol of het is half leeg. De tegenstanders vinden de vooruitgang te klein en de tekortkomingen te groot. De voorstanders zien dat net omgekeerd.
Een derde overweging betreft de sociaaldemocratie. De voorstanders hebben zeker gelijk wanneer ze wijzen op de grotere mogelijkheden die ze krijgen om democratische controle uit te oefenen op het beleid en om nieuwe beleidsterreinen aan te boren. Maar om die mogelijkheden progressief te kunnen gebruiken, zullen de krachtsverhoudingen wel moeten veranderen. De balans in de diverse Europese instellingen slaat duidelijk door naar rechts op dit ogenblik. Vandaar dat er zoveel onduidelijkheid heerst. Dat is bijvoorbeeld het geval met de dienstenrichtlijn van ex-commissaris Bolkestein. Na de grote betoging van 19 maart in Brussel hebben de Europese Raad én de Commissievoorzitter gezegd dat de tekst onhoudbaar was, maar toch wordt hij niet ingetrokken. Het Europees Parlement en de Raad moeten zich nu uitspreken, maar het resultaat daarvan is verre van zeker. Amendementen die in eerste lezing worden verworpen kunnen niet opnieuw worden ingediend in tweede lezing, als er een gekwalificeerde meerderheid nodig is in het EP. Met andere woorden, het zou wel eens kunnen dat de sociaaldemocraten die altijd een sleutelrol hebben gespeeld in het Europese beleid, plots vaststellen dat hun rol sterk is verminderd. Dat betekent dat ze de sociale bewegingen meer dan ooit zullen nodig hebben om druk op de instellingen te blijven uitoefenen.
Tenslotte moeten we ons afvragen wat er kan gebeuren mocht het grondwettelijk verdrag worden afgekeurd. Een nee-stem kan uitlopen op een crisis van de instellingen, maar ook niet. Per slot van rekening wordt er nu al gewerkt met het Verdrag van Nice en hoe onvolmaakt dat ook is, de EU overleeft. Een crisis kan overigens ook uitbreken rond de onderhandelingen over de meerjarenbegroting die in juni moeten afgerond zijn. Een grotere Unie heeft uiteraard meer geld nodig, maar heel wat Lidstaten zien dat niet zitten. Dat leidt dan weer tot woede bij de uitbreidingslanden die lang niet dezelfde steun krijgen als de oude nieuwkomers als Spanje, Portugal of Griekenland.
Wat deze episode in elk geval duidelijk maakt, is dat dit debat door en door politiek is. Deze grondwet is het resultaat van een politiek besluit. Het is geenszins het bedrijfsleven dat staat te roepen om een politieke Europese Unie. Voor hen is de interne markt voldoende. Ten tweede is de jongste periode ook duidelijk geworden dat er wel degelijk een Europese democratische ruimte ontstaat met voor- en tegenstanders van het beleid. Los van de standpunten over de grondwet, is er verzet tegen een anti-sociaal beleid. Dat verzet wordt gehoord, al blijft een bevredigend antwoord vooralsnog uit. Maar voor de vakbonden en de andere sociale bewegingen is dit zeker bemoedigend. En ten derde maakt dit ook duidelijk dat een grote meerderheid wel degelijk een meerwaarde van de Europese Unie verwacht. Er zijn nog heel wat dossiers waarin een krachtdadige Unie het verschil kan maken, economisch, sociaal en politiek. Het is jammer dat de grondwet momenteel verdeeldheid zaait, maar het is positief dat de Europese politiek eindelijk bespreekbaar wordt. De tijd van de consensus is voorbij. Als ook de media dit eindelijk gaan begrijpen, dan zijn we een stapje dichter bij een democratisch Europa.

Francine Mestrum
Redactielid

edito - Europa

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 4 (april), pagina 1 tot 2