Abonneer Log in

Van Blok naar Belang: van rots in de branding naar zinkend schip?

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 4 (april), pagina 46 tot 53

Het rommelt binnen het Vlaams Belang. De laatste maanden stonden de kranten bol van de interne strubbelingen. Heel wat brandjes moesten geblust worden. Een opmerkelijk gegeven want jarenlang slaagde het Blok erin om zichzelf als een monoliet voor te stellen en de interne keuken gesloten te houden. Heeft de overgang van Blok naar Belang het deksel van de pot gerukt?

In dit artikel nemen we de metamorfose van het Vlaams Blok onder de loep. Een drietal vragen dringen zich op. Ten eerste, wat is er eigenlijk veranderd? Is er wel sprake van een metamorfose of moeten we eerder spreken van een vervelling? Ten tweede, waarom stopt de partij zoveel tijd, energie en vooral geld in een dergelijke operatie terwijl het haar electoraal voor de wind gaat? Louter en alleen vanwege de veroordeling? De derde vraag die we ons tot slot moeten stellen, is wat de impact is van de oprichting van het Vlaams Belang, zowel voor de partij als voor het politieke landschap.
Laten we eerst de feiten nog eens op een rijtje zetten. Na jarenlang juridisch getouwtrek werd het Vlaams Blok op dinsdag 9 november 2004 veroordeeld door het Hof van Cassatie. Het Hof bevestigde de eerdere uitspraak van het Gentse Hof van Beroep waarin het Vlaams Blok veroordeeld werd wegens racisme. Hiermee kwam een einde aan een lange juridische strijd tussen het Vlaams Blok enerzijds en het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding en de Liga voor de Mensenrechten anderzijds.
De veroordeling was het sein om het oude Vlaams Blok te begraven en een nieuwe partij op te richten. De partijleiding had de bui voelen hangen en keurde reeds het weekend vóór de definitieve uitspraak een nieuwe Beginselverklaring goed, zowat de ideologische grondvesten van een partij. Op die manier wou men een vacuüm vermijden na de veroordeling.
Een week later werd met veel omhaal op een congres in Antwerpen de oude partij ontbonden en een nieuwe boven de doopvont gehouden. Het Vlaams Blok is dood. Leve het Vlaams Belang. Of zoals Steve Stevaert het wil horen: het VB is dood, leve het VB.
Na het programmatorisch congres begin december was de stichting van het Vlaams Belang compleet. Op het congres werd de nieuwe voorzitter verkozen en het nieuwe partijprogramma uitgestippeld. Le nouveau Blok est arrivé? Zoals we straks zullen zien is die vraag vanuit wetenschappelijk oogpunt moeilijk te beantwoorden. De verklaringen van de kopstukken maken ons evenmin veel wijzer. Zo verklaart Gerolf Annemans in een interview in De Standaard dat de nieuwe Beginselverklaring slechts een geactualiseerde versie is van de oude en ‘het blijft vuil genoeg om aantrekkelijk te zijn voor het volk.’1 Een beetje verder stelt hij echter ‘onze tanker is gedraaid. Heel wat journalisten beweerden dat er niets was veranderd. Maar dat klopte niet.’2 Filip Dewinter benadrukte op het stichtingscongres dat de oprichting van het Vlaams Belang geen cosmetica-operatie was maar een manicure: ‘we scherpen de klauwen en slijpen de tanden om efficiënter, beter en krachtiger dan ooit uit de hoek te komen.’3 Deze uitspraken symboliseren het dubbelzinnige karakter van de hele operatie. Het Vlaams Belang probeert oude wijn in nieuwe zakken te verkopen, maar weet zelf nog niet hoe de wijn smaakt.
Van een radicale breuk met het verleden kunnen we niet spreken. Verwonderlijk is dat niet. Een partij die dweept met waarden, normen en tradities kan toch moeilijk zichzelf verloochenen. Het werd dan ook geen grote schoonmaakoperatie met de ooit zo geliefde grove borstel. Net als in de campagne moest de bezem plaats maken voor een zachtere aanpak. Enkel de zwartste kantjes van de partij werden witgewassen. Voor de rest veranderde er bitter weinig.
Het Blok, dat niet wars is van enige symboliek, benadrukte de continuïteit door op het stichtingscongres de allereerste lidkaart van het Vlaams Belang uit te schrijven op naam van Vlaams Blok stichter Karel Dillen. Zijn dochter Marijke mocht de honneurs waarnemen. Enkele uitspraken van kopstukken of een zaal die nog altijd vol overgave ‘Eigen volk eerst’ scandeerde, lieten weinig aan de verbeelding over.

Never change a winning team

Is er dan niets veranderd? In onze zoektocht naar de wat-vraag botsen we meteen op een theoretisch probleem. Er is geen duidelijke wetenschappelijke definitie die stelt aan welke voorwaarden een partij moet voldoen vooraleer we kunnen spreken van een partijvernieuwing. Is een naamsverandering voldoende of moeten er ook nieuwe statuten zijn en een nieuw partijprogramma? In welke mate moet het nieuwe partijprogramma verschillen van het oude? Wetenschappers hebben er in het verleden hun hoofd over gebroken, maar hebben er nog altijd geen antwoord op. We kunnen enkel spreken van een ‘beetje, veel of volledig’ veranderd. Waar de grens precies ligt, is niet omlijnd. Onderzoekers kunnen hierover dan ook geen sluitende uitspraken doen. Het blijft een zaak van interpretatie.
De uitspraken van de Vlaams Belang-kopstukken maken de analyse niet makkelijker. Ze blazen immers tegelijkertijd warm en koud. Enerzijds verklaren ze dat het Belang simpelweg een verderzetting is van het Blok, anderzijds stellen ze dat het om een nieuwe partij gaat. Enig opportunisme is hen hierbij niet vreemd. Toen het Blok veroordeeld werd, beslisten ze onmiddellijk om een nieuwe partij op te richten om nieuwe veroordelingen tegen te gaan en vooral om te verhinderen dat ze hun overheidsdotatie zouden verliezen. Een maand later bleek echter dat als het Vlaams Belang effectief een nieuwe partij was, ze pas recht had op de Vlaamse overheidssubsidies na de verkiezingen van 2009. Meteen veranderde Filip Dewinter het geweer van schouder in het Vlaams Parlement en beweerde bij hoog en bij laag dat het Belang de rechtsopvolger en de erfgenaam was van het Blok. Plots ging het niet meer om een nieuwe partij. Voor 1,6 miljoen euro per jaar mag men wel eens van gedacht veranderen.
Ondanks de onduidelijkheid, zowel theoretisch rond de vraag wat partijvernieuwing nu precies is, als in de praktijk met het mistige discours van het Belang, durven wij stellen dat er niets veranderd is bij de overgang van Blok naar Belang behalve de naam. De scherpste kanten waren immers al vroeger uit het officiële Vlaams Blokdiscours gehaald.
Om dit te staven, vergelijken we de Beginselverklaring en het partijprogramma van het Vlaams Blok met die van het Vlaams Belang. We gaan ook na of er belangrijke organisatorische wijzigingen zijn.

De beginselverklaring

Als we de Grondbeginselen van 1977 en de Beginselverklaring van 2004 naast elkaar leggen, dan zien we dat grotendeels dezelfde thema’s aan bod komen. Allebei beginnen ze met de stelling dat de partij een nationalistische partij is, steunend op de volksgemeenschap en de culturele identiteit. Verder strijdt de partij voor volledige Vlaamse onafhankelijkheid met Brussel als hoofdstad. Wat de ethische waarden betreft, legt de partij telkens de klemtoon op het gezin. Bij een aantal thema’s die aan bod komen is de essentie hetzelfde maar lijkt de toon wat gematigder geworden. Belangrijkste is natuurlijk het vreemdelingenstandpunt. In 1977 eiste het Vlaams Blok nog ‘binnen een redelijke termijn, de terugkeer van de overgrote meerderheid der niet-Europese gastarbeiders naar hun eigen vaderland.’4 Anno 2004, moeten enkel de vreemdelingen die zich weigeren aan te passen aan onze wetten, cultuur, normen, waarden,... terugkeren. Het partijprogramma van het Vlaams Belang dat in december 2004 werd goedgekeurd toont echter aan dat deze nuance in de praktijk weinig verschil uitmaakt. De inburgeringsvoorwaarden die de partij stelt zijn heel streng. Vreemdelingen moeten verplicht een inburgeringsexamen doen en als ze daar in slagen volgt nog een buurtonderzoek dat peilt naar hun inburgeringsgraad en -bereidheid.5
Inzake Europa wordt de klemtoon ook enigszins verschoven. De nieuwe beginselverklaring pleit nog altijd voor ‘een samenwerking van de Europese volkeren in een beschavings- en cultuurgemeenschap’ maar ‘is erg terughoudend en kritisch ten opzichte van de Europese Unie met haar bureaucratie en haar bemoeizucht op domeinen waar de soevereiniteit van het volk zou moeten primeren.’6 Nieuw is ook de stelling dat het grondgebied van de Europese Unie de Europese grenzen niet mag overschrijden. In 1977 was dit totaal nog niet aan de orde.
Een aantal elementen uit 1977 vinden we niet meer terug in de huidige beginselverklaring, grotendeels doordat ze achterhaald zijn door de geschiedenis. De uitgesproken keuze voor het solidarisme als staatsvorm is weggevallen alsook het pleidooi voor de blanken in Zuid-Afrika. Tot slot bevat de nieuwe beginselverklaring ook een aantal nieuwe elementen. De partij pleit voor het recht op veiligheid en een harde aanpak van de misdaad. Opvallend is ook dat de partij in haar nieuwe Beginselverklaring expliciet het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens erkent en een aantal fundamentele vrijheden verdedigt.
Algemeen kunnen we stellen dat grondvesten van de oude en de nieuwe partij weinig van elkaar verschillen. De toon is wat gemilderd uit angst voor een nieuwe veroordeling, maar de kerngedachten blijven dezelfde. Een aantal oubollige of achterhaalde thema’s werden eruit gehaald en een aantal actuele thema’s toegevoegd.

Het partijprogramma

Naast de beginselverklaringen, die eigenlijk slechts de kern van het gedachtegoed weergeven, zijn ook de partijprogramma’s een barometer voor mogelijke veranderingen. Op haar partijcongres in december keurde het Vlaams Belang het nieuwe programma goed. Ook hier is er nihil nove sub sole. Wanneer we de recente partijprogramma’s naast elkaar leggen, dan zien we nauwelijks verschillen. Het Vlaams Belang-partijprogramma van december 2004 is een zo goed als exacte kopie van het programma van het Vlaams Blok voor de Vlaamse en Europese verkiezingen van juni 2004. Dat was op zijn beurt een doorslag van het programma voor de federale verkiezingen van mei 2003. Grote inhoudelijke veranderingen waren ook niet nodig. Het radicale discours van begin jaren 1990, met als hoogtepunt het 70-puntenplan, was immers al verschillende jaren uit het programma verdwenen. De essentie van het partijprogramma blijft na al die jaren nog altijd dezelfde. Het Vlaams Belang wil nog altijd een onafhankelijk Vlaanderen en een streng vreemdelingenbeleid. De manier waarop het gedachtegoed verwoord wordt, is de laatste jaren beetje bij beetje afgezwakt, bijvoorbeeld door de intrekking van het 70-puntenplan, maar van een breuk bij de overgang van Blok naar Belang kunnen we totaal niet spreken.

De partijorganisatie

Wanneer we spreken over partijveranderingen moeten we tot slot nog iets zeggen over de partijorganisatie. Formeel is er met de overgang van Vlaams Blok naar Vlaams Belang weinig veranderd aan de structuur van de partij. De grootste verandering gebeurde opnieuw vóór de oprichting van het Belang, namelijk de procedure voor de verkiezing van de voorzitter. Stichter-voorzitter Karel Dillen was voorzitter voor het leven en toen hij aftrad besliste hij en hij alleen wie zijn opvolger werd. Enkele jaren geleden is de procedure iets transparanter geworden. Nu moet de partijraad een kandidaat-voorzitter voordragen aan het nationaal congres dat de kandidatuur moet goedkeuren of verwerpen. Frank Vanhecke werd op de partijraad van 20 november naar voor geschoven als dé kandidaat-voorzitter en een kleine maand later door het nationaal congres verkozen met 94,24% van de stemmen.7
Concluderend kunnen we zeggen dat het Vlaams Belang enkel in naam verschilt van het Vlaams Blok van de laatste jaren. Er zijn wel duidelijke verschillen tussen het Vlaams Belang en het oorspronkelijke Vlaams Blok of het Vlaams Blok van de jaren 1990. Sindsdien heeft men de partij beetje bij beetje aangepast zonder fundamentele koerswijzingen door te voeren. De stichting van het Vlaams Belang was de kers op de taart van de jarenlange voorzichtige veranderingen. De grote veranderingen, zowel inhoudelijk als organisatorisch gebeurden niet tijdens het showcongres van november maar werden mondjesmaat doorgevoerd de laatste jaren.
Op zich is het geen schande dat er eigenlijk niets veranderd is. Andere partijen hebben in het verleden nog veel meer poeha gemaakt om een partijvernieuwing die er geen was. Het prototype van partijvernieuwing, de overgang van PVV naar VLD in 1992, was ook veel geblaat maar weinig wol. Ondanks het discours van ‘radicale breuk met het verleden’, verschilde de VLD inhoudelijk weinig van de PVV. De overgang van CVP naar CD&V in 2001 was in hetzelfde bedje ziek.
Uit de literatuur blijkt trouwens dat het niet zo evident is om een partij fundamenteel te veranderen. Partijen zullen veeleer geneigd zijn om hun programma wat te herformuleren of om andere punten te benadrukken dan om effectief hun partijstandpunten over bepaalde thema’s te veranderen.8 Volgens Klingemann9 kunnen politieke partijen niet zomaar van standpunt veranderen. Het zijn historical beings, die een identiteit bezitten op basis van de breuklijnen en de thema’s die aan de bakermat van hun ontstaan lagen. Wanneer ze die identiteit overboord gooien om op korte termijn successen te boeken, dreigt het gevaar dat de partij haar geloofwaardigheid zal verliezen. Bovendien worden radicale veranderingen niet altijd gesmaakt door de partijmilitanten of de leden.
De manier waarop het Vlaams Blok zich verveld heeft tot Vlaams Belang lijkt dus weinig te verschillen van de vernieuwingen bij de andere partijen. Er wordt veel heisa gemaakt om niets. Toch is er een belangrijk verschil. Guy Verhofstadt in 1992 en Stefaan De Clerck in 2001 hamerden erop dat hun respectievelijke partijen wilden breken met het verleden. De nieuwe naam symboliseerde een nieuwe partij zowel inhoudelijk als organisatorisch. De Belangkopstukken daarentegen weten niet goed wat ze willen. Hun partij is veranderd, maar toch blijven ze de link met het verleden benadrukken.

De veroordeling: een godsgeschenk

Laten we nu even uitzoeken waarom het Vlaams Blok zich vernieuwd heeft. Om dit te verklaren, moeten we opnieuw teruggrijpen naar de theorie over partijveranderingen. Uit de literatuur blijkt dat er verschillende factoren zijn die partijveranderingen beïnvloeden. Grofweg kunnen we ze indelen in externe en interne factoren. Externe, niet-partijgebonden factoren kunnen alle partijen tegelijkertijd beïnvloeden. Een voorbeeld van externe niet-partijgebonden factoren zijn institutionele en sociaaleconomische veranderingen. Zo heeft de invoering van de kiesdrempel een impact gehad op het volledige Vlaamse partijlandschap met als voornaamste slachtoffers Agalev en N-VA. Externe partijgebonden factoren hebben slechts impact op één partij, bijvoorbeeld een verkiezingsnederlaag van een bepaalde partij, het feit of een partij in de oppositie komt. Interne factoren tot slot zijn bijvoorbeeld een voorzitterswissel of veranderingen in de machtsverhoudingen binnen de partij.
In de literatuur is er discussie welke factoren determinerend zijn. Zowel externe als interne factoren kunnen elk apart een partijvernieuwing in de hand werken, maar wanneer ze samen voorkomen, versterken ze elkaar en zal de partijvernieuwing des te groter zijn.
Als we deze theorie toepassen op het Vlaams Blok dan lijken er objectief gezien weinig redenen om te veranderen. Van een verkiezingsnederlaag, een externe partijgebonden factor, was er geen sprake. Integendeel, sinds begin jaren 1990 volgden de Zwarte Zondagen elkaar op. Een nieuwe voorzitter, een interne factor, die een andere wind door de partij wil laten waaien was al evenmin een feit. Frank Vanhecke staat immers al aan het roer van de partij sinds 1996. Externe, maatschappelijke factoren die alle partijen treffen zullen zeker ook hun impact gehad hebben op het Blok. Maar, in tegenstelling tot bij de andere partijen, speelde de toenemende xenofobie en aandacht voor veiligheid en criminaliteit eerder in de kaart van het Blok dan dat het een nadeel was. Dit lijkt ons dan ook niet onmiddellijk dé reden om te veranderen.
De enige conclusie die we kunnen trekken is dan ook: het VB werd VB omwille van de veroordeling, een externe partijgebonden factor. Dit is ook de reden die de Belangkopstukken zelf aangeven. Ze wilden helemaal niet van partij veranderen, maar konden niet anders door de veroordeling, aldus Vanhecke en co.
Laten we toch even verder kijken dan onze neus lang is. De VB-kopstukken willen ons maar al te graag doen geloven dat zij het slachtoffer zijn van de veroordeling en dat ze hierdoor het Vlaams Blok moeten opdoeken. Op die manier komen ze opnieuw terecht in hun favoriete rol van underdog of zelfs outlaw. In hun ogen is de uitspraak er immers gekomen door rechters die meeheulen met de heersende politieke klasse. Het is geen puur juridische uitspraak maar een veroordeling om de partij politiek te nekken, althans volgens het VB.
Ze vergeten er echter bij te zeggen dat de veroordeling hen eigenlijk goed uitkwam. Het was het ideale moment om de jarenlange, geleidelijke koerswijzingen te verzilveren en de partij definitief een softer imago te geven.
Juriste Eva Brems en een aantal van haar collega’s waren het er over eens dat de ontbinding van het Vlaams Blok niet absoluut noodzakelijk was om een nieuwe veroordeling te voorkomen.10 De door de rechter gewraakte passages en uitspraken moesten uit het programma geschrapt worden of in de toekomst vermeden worden. Zoals we al aanhaalden, gebeurde dit reeds vóór de stichting van het Vlaams Belang. Bovendien stelde het Belang zelf, naar aanleiding van de discussie over de partijfinanciering, dat het Belang juridisch dezelfde partij was als het Blok.
Puur juridisch was een naamswijziging niet nodig. Dan stelt zich de vraag waarom het Vlaams Blok zijn sterke merknaam overboord gooit. Een vernieuwing die bovendien gepaard gaat met een campagne van 1,5 miljoen euro, wat meer is dan een verkiezingscampagne.11 Met zijn naamsverandering wou het Vlaams Belang een aantal vliegen in één klap slaan. Hierbij was de veroordeling van de partij eerder een zegen dan een vloek. De partij moest dringend enkele veranderingen doorvoeren, wou ze aan de macht komen of beter gezegd moest de geleidelijke veranderingen van de laatste jaren symboliseren naar de buitenwereld toe. De veroordeling bood hen hiervoor de ideale gelegenheid.
De meeste politieke partijen gaan zich vernieuwen om nieuwe kiezers aan te trekken. Bij het Vlaams Blok was dit lange tijd niet nodig. In tegenstelling tot de traditionele partijvernieuwingen had het Blok geen vernieuwingsoperatie nodig om nieuwe kiezers aan te trekken. Integendeel, terwijl de andere partijen weinig electorale potten braken met hun vernieuwing, bleef de enige partij die niet veranderde verkiezing na verkiezing groeien. Dat leek dan ook haar sleutel tot het succes. De partij was de rots in de branding in het woelige partijlandschap. Jarenlang was er slechts één lichtbaken voor de kiezer tussen de zwalpende traditionele partijen die telkens van koers veranderden, namelijk het Vlaams Blok. De partij liet het dan ook niet na om de verschillende partijvernieuwingen te hekelen.
Toch kunnen de verkiezingsoverwinningen zich niet blijven opstapelen. De meeste kiezers bevinden zich in het centrum van het politieke spectrum. Als het Vlaams Blok wou blijven groeien, dan moest het zich meer richting centrum begeven. De partij hoopte om met de naamsverandering de kiezers uit de rechtervleugel van de CD&V, VLD en N-VA ervan te overtuigen dat de nieuwe partij gematigder was. Natuurlijk is een dergelijke operatie niet zonder risico. Het gevaar bestaat immers dat de huidige kiezers het Belang niet meer radicaal genoeg vinden en afhaken.
Een tweede probleem dat de partij wou verhelpen was dat de partij door haar radicale koers onaanvaardbaar was voor de andere partijen. Zelfs na het afvijlen van de scherpe kantjes, bleef de naam Vlaams Blok nog een symbool dat veel weerstand opwekte bij de andere partijen. Zolang het Blok bleef bestaan, zou het veel overtuigingskracht kosten om een andere partij over te halen het cordon sanitaire te doorbreken. Opnieuw was dit jarenlang geen probleem. Binnen de partij besefte men immers dat het cordon sanitaire mee de partij groot heeft gemaakt. Maar ondertussen is de machtshonger binnen de partij toegenomen en vinden sommigen het tijd om de oppositiebanken te verlaten. Indien de partij ergens aan de macht wou komen, zat er maar een ding op: water in de wijn doen. Keerzijde van de medaille is opnieuw dat een te salonfähig Blok heel wat kiezers kon verliezen.
Net na de veroordeling en de oprichting van het Vlaams Belang leek de partij haar slag thuis te halen. De opiniepeilingen gaven, ondanks de veroordeling, geen verlies aan voor het Belang. Bovendien ontspon zich binnen een aantal partijen de discussie over de zin en de onzin van het cordon sanitaire. Ieder normaal weldenkend mens kan er vanuit gaan dat andere partijen zich niet zullen verbranden aan een partij die effectief veroordeeld is voor racisme. Niets is echter minder waar. De tegenstanders van het cordon sanitaire zagen geen enkele reden meer om niet met het Belang in zee te gaan. De racistische en radicale uitspraken waren immers uit het programma verdwenen. Ze vergaten er wel bij te zeggen dat de mensen die verantwoordelijk waren voor die standpunten nog altijd de touwtjes in handen hebben binnen de partij. Voorstanders van het cordon, die beseften dat dit misschien niet de beste strategie was, werden niet gesterkt in hun afkeer voor het Vlaams Blok, maar zagen de ideale mogelijkheid om een bocht te maken zonder gezichtsverlies te lijden. Ondertussen heeft de partijleiding van de VLD en de CD&V de deur opnieuw dichtgeslagen en is er van een mogelijk doorbreken van het cordon geen sprake meer. Binnen elke partij zitten er echter politici die zich niet kunnen verzoenen met de officiële partijlijn. Het is dan ook niet ondenkbaar dat de discussie over het cordon opnieuw zal oplaaien na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006.

(Niet) kiezen is verliezen

Indien het VB nog verder wilde groeien en vooral indien de partij aan de macht wou komen, was er dus nood aan een partij met een gematigder imago. De partijleiding van het Vlaams Belang besefte echter als geen ander de gevaren van de partijvernieuwing. Ze hoopte dan ook dat haar achterban de naamsverandering en het hiermee gepaarde softere imago wel zou slikken op basis van de veroordeling. Ze probeerde aan haar achterban te verkopen dat een naamsverandering de enige manier was een nieuwe veroordeling te vermijden. Men dacht dat de meer extreme vleugel nu ook zou beseffen dat de partij niet anders kon dan zijn discours aanpassen. Niet omdat de partijleiding haar oude ideeën verloochende maar omdat de heersende politieke klasse de vrije meningsuiting verbood.
Om de radicale vleugel niet te veel te bruuskeren, beklemtoonde men ondertussen de continuïteit tussen Blok en Belang. De partij wedde op twee paarden, maar lijkt verkeerd gegokt te hebben. Plots sputterde de zo goed geoliede machine van het Vlaams Blok. De mandatarissen wisten zelf niet meer waarvoor hun partij stond. Gerolf Annemans sluit moslims op de VB-lijsten niet principieel uit. Filip Dewinter daarentegen stapt uit de partij als er moslims op de lijsten komen. Filip de Man beweert dan weer dat moslims geen democraten kunnen zijn. Het standpunt over de hoofddoekenkwestie is al even onduidelijk. Enkele maanden geleden verklaarde Dewinter dat wie een hoofddoek draagt, zijn terugkeercontract tekent. Naar aanleiding van de zaak Amzil zegt Vanhecke dat hoofddoeken een privékwestie zijn.
Het gevolg was dat geen enkele van de drie strekkingen binnen de partij zich nog kan terugvinden in het officiële partijstandpunt, en dat de tenoren van de verschillende groepen vechtend over de straatstenen rolden.

Conclusie

Wanneer we de overgang van Blok naar Belang onder de loep nemen dan zien we dat die nauwelijks verschilt van de traditionele partijvernieuwingen, zowel qua inhoud als qua oorzaak. Inhoudelijk verschilt het Belang nauwelijks van het Blok van de laatste jaren. De drijfveer om de partij om de partij te veranderen is, net zoals bij alle partijen, nog meer stemmen halen en op die manier aan de macht komen. Toch is er een belangrijk verschil: de retoriek die met de hele operatie gepaard gaat. Het Vlaams Belang durft, in tegenstelling tot de andere partijen, geen afstand nemen van haar verleden. De VLD en CD&V vaarden volle kracht vooruit bij hun stichting. Het Vlaams Blok daarentegen probeert van twee walletjes te eten en raakt hierbij kant noch wal. De partij zwalpt tussen het heden en het verleden, tussen radicaal en gematigd en lijkt hierdoor het noorden te verliezen. Momenteel zijn er teveel kapiteins op het schip die elk hun eigen koers willen varen. Het wordt tijd dat de echte kapitein opstaat en het schip weer op koers brengt. Anders dreigt de tanker te zinken en zullen de verschillende sloepen elk hun eigen weg gaan.

Tom Verstraete
Assistent Vakgroep politieke wetenschappen - Universiteit Gent

Noten
1/ Brinckman B., We blijven vuil genoeg voor het volk, in: De Standaard, 6 nov. 2004.
2/ Brinckman B., We blijven vuil genoeg voor het volk, in: De Standaard, 6 nov. 2004.
3/ Luyten A., De ketchup van Vlaams Belang, in: Knack, 17 nov. 2004.
4/ Vlaams Blok, Grondbeginselen van het Vlaams Blok, 1977: http://users.pandora.be/supportfiles/grondbeginselen.htm, geraadpleegd op 5 apr. 2005.
5/ (anon.), Ook Vlaams Belang ziet vreemdelingen niet graag, in: Belang van Limburg 10 dec. 2004
6/ Vlaams Belang, Beginselverklaring 2004. http:www.destandaard.be/beginselverklaring, geraadpleegd op 5 apr. 2005.
7/ Pieterbm, Turkije hoort niet thuis in Europa, in: De Tijd, 13 dec. 2004.
8/ Janda K. (e.a.), Changes in party identity, in: Party Politics, 1995, 1, 2, pp.171-196.
9/ Klingemann H.D., Hofferbert R., Budge I., Parties, policies and democracy. Boulder: Westview Press.
10/ Brinckman B., Opvolger Blok hult zich in geel-zwart, in: De Standaard, 12 nov. 2004.
11/ WVDV, Naamsverandering Vlaams Blok kost meer dan verkiezingscampagne, in: De Tijd, 12 nov. 2004.

Vlaams Belang - Vlaams Blok - VB

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 4 (april), pagina 46 tot 53