Abonneer Log in

Hoe sociaal kan onze economie nog zijn?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 6 (juni), pagina 1 tot 2

Het recente VLD-congres heeft enkele opmerkelijke voorstellen opgeleverd. De liberale partij heeft het zelf over meer vrijheid: meer keuzevrijheid voor de werknemer, meer bewegingsvrijheid voor de ondernemer en meer bestedingsvrijheid voor de burger. Wie nader toekijkt zal snel zien dat achter deze façade een minder fraaie sociale realiteit schuilgaat.

Meer bestedingsvrijheid voor de burger via minder belastingen oogt bijzonder mooi en sociaal. Bij nader toezien is het niet de modale burger maar wel de rijkere burger die het best bediend wordt. De vermindering van 5 belastingschijven naar 2 en finaal naar één belastingschijf, of de overgang van een progressieve naar een vlakke taks in de personenbelasting, levert vooral de hogere inkomensgroepen relatief grotere vooruitgang op. Hetzelfde gaat op bij een verschuiving van directe naar consumptiebelastingen. Is het dan ook niet veel socialer om werk te maken van een verschuiving van belasting op werkenden naar belasting op andere inkomensgroepen (bezitters van roerend en onroerend goed, ondernemingsinkomen, …) zoals de vakbonden voorstellen onder meer in het kader van de financiering van de gezondheidszorgen?
De hele operatie belastingverlaging die de VLD voorstelt zou bovendien voor heel wat burgers een vestzak-broekzakoperatie worden. Zoals gewezen VLD-senator Paul De Grauwe becijferde komt de voorgestelde daling van de belastingdruk met 6% van het bruto binnenlands product neer op 18 miljard euro minder inkomsten. Mocht dit recept ingezet worden, dan is het besparen geblazen in de sociale uitgaven en overheidsuitgaven in het algemeen. En dan zal diezelfde burger meer moeten betalen voor het volgen van onderwijs en het gebruik van openbaar vervoer dat niet langer ‘gratis’ kan worden aangeboden. Vooral wie van een uitkering leeft, dreigt de klos te worden. Zou de VLD tot dezelfde recepten zijn gekomen mocht ze eventjes rekening hebben gehouden met de behoeften van diezelfde burger inzake zorg, welzijn, mobiliteit, onderwijs, arbeidsbemiddeling? Precies om diezelfde reden moeten vragen worden gesteld bij het voornemen van de Vlaamse regering om de forfaitaire korting in de personenbelasting niet te beperken tot de lagere inkomens, maar vanaf 2009 te veralgemenen naar alle Vlamingen. Een operatie die meteen wegloopt met de helft van de ruimte voor nieuwe beleidsinitiatieven.
Ook het tweede recept om de economie te wapenen in de concurrentiestrijd, namelijk ‘de arbeid bevrijden’ klinkt als muziek in de oren. Maar vrijheid is ver te zoeken in de concrete beleidsvoorstellen. Een verplichte loopbaan van 40 jaar om recht te hebben op pensioen houdt in dat wie al pech heeft gehad en langdurig werkloos is geweest bovendien ook nog langer zal moeten werken. Het zal je maar overkomen dat je op oudere leeftijd je job verliest bij een herstructurering en je nog lang niet het vereiste aantal arbeidsjaren bijeen hebt geharkt. Tijdskrediet wordt, zoals de werkgeversorganisaties vragen,voortaan tijdsparen want onderbreking tijdens de loopbaan, bijvoorbeeld om op de kinderen te passen, ‘mag’ je voortaan compenseren op het einde van je loopbaan. Vooral vrouwen dreigen hiervan de dupe te worden. Deze ‘trek je plan’-filosofie wordt op alle terreinen doorgetrokken. Voortaan zouden werknemers meer individueel met de werkgever moeten onderhandelen. Hiermee pakt men niet alleen de (zwakkere) werknemer, maar ook de vakbonden. Alsof degenen die de afgelopen decennia de arbeid hebben bevrijd, de vakbonden, in die periode niet zouden geëvolueerd zijn en alles voor iedereen op dezelfde manier zouden willen regelen.Veel van de rechten die voor de werknemers collectief werden afgedwongen zijn precies opties waar de werknemer finaal zelf de keuze kan maken: tijdskrediet, zorgkredieten, educatief verlof, opleidingscheques…
Of is het de liberale partij die onveranderd is gebleven en die de sociale dialoog als factor van sociaaleconomische vooruitgang nog steeds niet gunstig gezind is? Over inspraak van werknemers, ook in kleine ondernemingen, hebben we alvast niet veel gehoord.
Derde en laatste recept: meer bewegingsvrijheid voor de ondernemers via minder regels, minder ambtenaren en meer uitbesteding van overheidstaken aan de privésector. De overheid moet voortaan ten dienste staan van de economie en niet omgekeerd, heet het dan. Ook deze piste wordt aan de man gebracht als voor de hand liggend en modern. Ze is in ieder geval erg liberaal en we vinden ze ook terug op de tekentafels van de werkgeversorganisaties die voluit pleiten voor de overdracht van overheidstaken naar de commercie, zelfs op terreinen als zorg en welzijn… Over de rol van diezelfde werkgevers om met die grotere bewegingsvrijheid ook een grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen, geen woord. De rechten van de werkzoekende worden ondertussen wel ingekort. Behoort het niet tot een basaal niveau van sociale rechtvaardigheid om de werkgevers te wijzen op hun verantwoordelijkheid ten aanzien van werkzoekenden en werkenden?
De stellingen van de VLD zijn verontrustend. Want ze zijn misschien wel liberaal, maar in elk geval niet sociaal. En ze zijn populistisch want ze spelen op een goedkope manier in op de gevoelens van de burgers die inderdaad niet staan te springen om belastingen te betalen. Al wie erop wijst dat belastingen ook overheidsdiensten opleveren en dat belastingskortingen maar kunnen met mate, worden in het conservatieve kamp gedrukt. Dit dient de democratie niet.
Het valt overigens op dat de voorstellen van het Vlaams Belang in de aanloop van hun economiecongres in het najaar als twee druppels water lijken op de VLD-pistes. Naast de obligate aanvallen op de transfers naar Wallonië, is het ook hier al vrije markt en belastingsverlaging die de klok slaat. Maar dit geheel terzijde.
Laat ons in elk geval hopen dat het sociaaleconomische vraagstuk een centrale plaats zal innemen op het ideologisch sp.a-congres.Want hier moeten socialisten het verschil maken. We moeten aantonen dat een hoog niveau van sociale bescherming hand in hand kan gaan met een sterk en duurzaam economisch draagvlak.

Jean-Marie De Baene
Redactielid

edito - sociale bescherming - vakbond - economie

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 6 (juni), pagina 1 tot 2