Log in

'De koran en de vrouw. Herlezing van een heilige tekst vanuit een vrouwelijk perspectief'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 8 (oktober), pagina 53 tot 54

De koran en de vrouw. Herlezing van een heilige tekst vanuit een vrouwelijk perspectief

Amina Wadud
Bulaaq uitgeverij, Amsterdam, 2004

Veertien eeuwen islamitisch denken hebben verschillende koraninterpretaties voortgebracht. Ze zijn nagenoeg allemaal geschreven door mannen. Amina Wadud meent dat niet de Koran, maar de interpretatie van mannen, heeft geleid tot de achterstelling en onderdrukking van vrouwen in de islamitische wereld. In De koran en de vrouw probeert ze hierin verandering te brengen door de koran te herlezen vanuit het perspectief van de vrouw.

In traditionele islamitische kringen wordt de ideale vrouw nog steeds afgeschilderd als volgzaam en gehoorzaam aan haar man. De onderdanige positie van de vrouw wordt door conservatieve schriftgeleerden (oulama) goedgepraat met middeleeuwse interpretaties van religieuze teksten. De voornaamste kritiek van de islamfeministe Amina Wadud op de schriftgeleerden luidt dat deze de koran en andere teksten uitsluitend vanuit een mannelijke invalshoek interpreteren. Wadud bestrijdt de behoudsgezinde schriftgeleerden met eigen wapens door de koran te herlezen vanuit een vrouwvriendelijk perspectief. Haar bezwaar tegen de klassieke interpretaties van geleerden heeft betrekking op hun ‘atomische’ methode. Een analyse waarbij de tekst tot in de kleinste details wordt opgesplitst. De koran wordt ontrafeld zonder rekening te houden met de context en structuur van de tekst. Hiertegenover stelt Wadud een hermeneutiek of wetenschappelijke verklaring van de koran voor. In plaats van simpelweg aan elke vers een aparte betekenis toe te kennen, gaat zij moderne methoden uit de sociale wetenschappen, linguïstiek en andere disciplines toepassen op de koran. Zo komt Wadud tot de bevinding dat de koran geen tijdloze en onveranderlijke maatschappelijke structuren oplegt. De koran houdt volgens haar wel degelijk mogelijkheden in voor verandering in de richting van een gelijkwaardigheid tussen de seksen. De koran ‘overstijgt tijd en ruimte’. Het universele karakter van de koran mag niet worden herleid tot een cultuurspecifieke tekst. De interpretatie van de koran moet telkens opnieuw aangepast worden aan nieuwe contexten. Voor Wadud doen ‘alle interpretaties die de toepassing van de richtlijnen van de koran verengen tot een letterlijke imitatie van de 7de-eeuwse islamitische gemeenschap’, de tekst onrecht aan. Huidige en toekomstige gemeenschappen moeten geen kopie worden van de eerste moslimgemeenschap. In de koran wordt dit ook niet als doel gesteld. Het doel ligt in het nastreven van maatschappelijke kernwaarden als rechtvaardigheid en gelijkheid. De koran is voor haar een inspiratiebron voor vrouwenrechten.

De theologe slaagt erin om foute maar wijdverspreide verhalen over de schepping en de tuin van Eden recht te zetten. Volgens haar is er in de koran geen aanduiding te vinden van de verleiding van Adam door Eva. Evenmin zou Eva eerder dan Adam van de verboden vrucht hebben gegeten. Eva is dus geen verleidster. In tegenstelling tot de Bijbel wordt er gelijke schuld gelegd bij Adam én bij Eva. Beiden dragen een gelijke en individuele verantwoordelijkheid. Adam wordt in de koran ook nergens gebruikt om te verwijzen naar de oorsprong van de menselijke soort. Er staat nergens dat God zijn schepping van de mensheid begon met Adam, de man. Volgens Wadud wordt het scheppingsverhaal van de mens in de koran niet uitgedrukt in geslachtspecifieke termen. Los van anatomische verschillen zijn man en vrouw gelijk in de schepping van de mensheid. Dit betekent voor Wadud dat de koran vertrekt van een fundamentele gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. Door enkele vrouwelijke sleutelfiguren als de moeder van Mozes, de moeder van Jezus (Maria) en Bilqis, de koningin van Sheba te bestuderen, komt Wadud tot de vaststelling dat de koran vrouwen geschikt acht om alle taken uit te voeren of alle maatschappelijke functies uit te oefenen. Vrouwen mogen en kunnen dezelfde verantwoordelijkheden dragen als mannen. Hiermee verzet ze zich tegen de algemeen voorkomende vooroordelen en attitudes onder moslims tegenover vrouwen. Volgens haar heeft de man ‘nooit een maatschappelijke of economische rol voor zich alleen gehad waarin de vrouw niet evengoed zou kunnen participeren’. Een statement waarmee ze ondubbelzinnig de gelijkheid van mannen en vrouwen verwoordt.

Voor de Afro-Amerikaanse bekeerlinge is geen enkele interpretatie definitief. Een menselijke interpretatie van een goddelijke tekst is nooit compleet afgewerkt. Wadud gebruikt het ‘open-einde-karakter’ van de koran om - in tegenstelling tot conservatieve schriftgeleerden - de rechten op gelijke behandeling en onafhankelijkheid van de vrouw te verdedigen. Hiervoor gaat ze geen enkele controverse uit de weg. Op een overtuigende manier beargumenteert ze haar visie op de positie en rol van de vrouw in de samenleving. Zo bespreekt Wadud verschillende voorschriften uit de koran die de relatie tussen mannen en vrouwen omschrijven. De voorgeschreven regels moeten in hun context geplaatst worden. In plaats van specifieke richtsnoeren verkiest zij algemene principes in de bespreking van onderwerpen als polygamie, echtscheiding en erfenisrechten. Zo komt zij tot een radicale gelijkheid tussen mannen en vrouwen in zowel de publieke als de privésfeer. Mannen moeten bijvoorbeeld net als vrouwen de zorgplicht van de kinderen opnemen. Wat veel meer inhoudt dan louter de materiële ondersteuning van het gezin. Mannen horen eveneens huishoudelijke en andere zorgtaken uit te voeren. Een ander voorbeeld handelt over het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw. Een vrouw beschikt over voldoende autonomie om zelf te bepalen wat ze met haar bezittingen doet, zonder de voogdij van een man. De man is dus geen zaakwaarnemer van de vrouw.

Wadud verzet zich met klem tegen het huidige rollenpatroon. Ze doet dit niet vanuit een afkeer voor het geloof, maar juist vanuit een sterke religieuze betrokkenheid. De koran is voor haar een leidraad in de strijd tegen vrouwenonderdrukking. ‘De koran en de vrouw’ is niet het zoveelste boek over de vrouw in de islam. Zulke boeken zijn er genoeg. Het is een koranstudie. Een interpretatie van de koran door een vrouw. Amina Wadud spoort moslims aan zelf kritisch hun geloof te benaderen. Moslimvrouwen worden aangemoedigd om zelf het hef in handen te nemen. De ondergeschikte rol van de vrouw in de islamitische wereld is onhoudbaar. Hoogtijd om onderdrukkende belemmeringen weg te nemen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 8 (oktober), pagina 53 tot 54