Abonneer Log in

Als de hemel maar niet op ons hoofd valt

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 1 (januari), pagina 29 tot 30

....Het enige wat de dappere Galliërs vrezen in de Asterix-albums

Ik heb het altijd een prachtige uitdrukking gevonden, vooral in het West-Vlaams waar hij op ‘onze kop’ kan vallen. Een bezoek aan de Asterix-tentoonstelling tijdens de kerstvakantie maakte het beeld weer levendig.

Werken in een sociale beweging, een vakbond of een ngo kan zo stilaan de vergelijking doorstaan met het eeuwige verzet van enkele dappere dorpelingen tegen het grote Romeinse rijk. Een strijd tegen beter weten in voor een ander leven in een wereld die gedomineerd wordt door macht en commercie. Kijk maar eens naar die Galliërs: vrijheid, verdraagzaamheid en zelfs duurzaamheid vormen hun motto. Het is overduidelijk welke waarden Goscinny en Uderzo naar voren wilden schuiven tegenover het imperialisme en de corruptie van Rome.
Drie wapens maken de helden onoverwinnelijk: hun toverdrank uiteraard maar evenzeer hun humor en hun vriendschap. Of de middenveldorganisaties ook eeuwig stand zullen houden, is nog de vraag. Ze zouden in de 21e eeuw best ook wat toverdrank kunnen gebruiken. Wat meer innovatief vermogen zou hen in staat moeten stellen nieuwe middelen te vinden om aan te sterken. Aan te sterken in omvang en in invloed. Voldoende innovatief te zijn om bruggen te slaan naar het spontane nieuw initiatief van burgers, in buurten, scholen, bedrijven.
Maar op humor valt er ook te scoren. Vooral de klassieke organisaties hebben wat last van een te ernstig imago: wat belegen en helaas soms ook wat verzuurd. Meer schwung en meer pit hebben we nodig: het is hoog tijd om uit ons kot te komen, open en nieuwsgierig naar de omgeving.
Ten derde is er de vriendschap, vrij vertaald naar het middenveld: we zullen bondgenoten zijn of we zullen niet zijn. De Verenigde Verenigingen bewijzen dat iedereen het begrepen heeft. De toestanden rond het generatiepact bewijzen hoe moeilijk het in de praxis gaat en hoe fout het dan loopt.
Mijn eerste wens voor 2006 is dan ook dat het maatschappelijk middenveld een nieuw elan vindt, dat de verenigingen aansluiting vinden bij de nieuwe levende krachten in de samenleving en dat… ook het vakbondsfront hersteld wordt.

Intussen kan de hemel wel op ons hoofd vallen. Met deze existentiële onzekerheid kan de mens blijkbaar nog moeilijk leven. Het risico op het verlies van welvaart en welzijn lijkt voor veel mensen groter dan een hoopvol toekomstperspectief. Populistische politici en media vinden vooral bij deze mensen gemakkelijk aanhang voor hun simpele analyses en oplossingen.
Het wordt daarom bang uitkijken naar de gemeenteraadsverkiezingen. Tot nu waren de lokale besturen tamelijk kwaliteitsvolle besturen. Dat zal niet beletten dat vele kiezers ook op dit bestuursniveau de populistische en rechtse tendens zullen volgen. Hun stemgedrag wordt niet zozeer ingegeven door hun beoordeling van het lokale beleid, maar door hun perceptie van de politiek in het algemeen. Behalve in Antwerpen waar het Vlaams Belang/Blok jarenlang het lokale bestuur met succes heeft aangevallen.
Ondanks de verbetering van de kwaliteit van de lokale besturen zijn die onderweg wel de band met hun inwoners verloren. Dat heeft niet alleen te maken met de grotere mobiliteit van de inwoners voor wie wonen niet meer gekoppeld is aan zich ter plekke nestelen en inburgeren.
M.i. hebben de lokale besturen te weinig gedaan om de inwoners te betrekken bij het beleid en dat zou hen nu wel eens zuur kunnen opbreken. Dit is geen pleidooi voor het klassieke participatieverhaal met adviesraden, hoorzittingen noch voor referenda. Ik sluit mij liever aan bij de vraag naar een kwalitatieve en reële betrokkenheid, een interactieve of participatieve democratie, gebaseerd op een actief partnerschap tussen de verschillende actoren: beleid, middenveld, burgers, en privé-initiatief. Hierin wordt beleidsvoering een construerend, interactief proces. Inwoners of burgers zijn geen cliënten maar mede-actoren in de beleidsvoorbereiding en -uitvoering. Het maatschappelijk middenveld vormt een belangrijke actor én spelverdeler in de beleidsvoorbereiding maar heel zeker ook in de beleidsuitvoering.
De professionalisering van het lokale beleid is doorgeschoten met een democratisch deficit als gevolg niet enkel op het vlak van betrokkenheid van de burger en het middenveld maar evenzeer van de gemeenteraad. De verschuiving van bevoegdheden naar bovenlokale instanties versterkt dit. Verlies van betrokkenheid is het gevolg. We moeten ook toegeven dat het lokale middenveld niet of onvoldoende heeft kunnen volgen. Empowerment van lokale groepen, noodzakelijk om deze ontwikkelingen te kunnen bijbenen, is in veel gevallen ontoereikend. Daar staat tegenover dat nogal wat lokale groepen louter in de verdediging (voor het eigenbelang) gaan. Een draagvlak creëren voor gemeenschappelijke beslissingen over de inrichting van het samenleven wordt daardoor moeilijker.
De gemeenteraadsverkiezingen kunnen een kantelmoment vormen. Ofwel wordt men meegesleurd in de vermarkting en mediatisering van de lokale politiek, waarin populistische figuren het beste scoren maar het beleid stilaan volledig in handen komt van de onzichtbare expertocraten. Ofwel stuurt men zijn beste mensen naar het lokale bestuur, waardoor men een lokale volksvertegenwoordiging krijgt die naam waard, en die er dan ook in slaagt in reëel contact en overleg met de bevolking en het middenveld in het bijzonder de plaatselijke uitdagingen aan te pakken.
Mijn tweede wens is dat de Vlaming in oktober de lokale bestuurders krijgt die hij verdient, dat hij m.a.w. kan kiezen uit sterke kandidaten uit alle groepen en kleuren van de samenleving. Kandidaten die naar hem luisteren en met hem overleggen, kandidaten die aanwezig zijn in de plaatselijke gemeenschap, het verenigingsleven. Mijn derde wens is dat de Vlaming in oktober kiest voor kandidaten die het waard zijn.

Wensen waren van oudsher bezweringen om het onheil af te wenden. Mijn laatste wens zou ik daarom willen reserveren voor Europa op wiens hoofd ook nog wel eens de hemel zou kunnen vallen. En die hier trouwens al wat ervaring mee heeft. Maar het taaie vooruitgangsoptimisme dat de Lissabonverklaring kenmerkte, waarin men droomde op korte termijn de beste kenniseconomie ter wereld te worden, kreeg intussen een flinke knauw. Met het huidige leiderschap en de eeuwige verdeeldheid zal dit zeker niet slagen. Zowel economisch als politiek slaagt Europa er niet in een wereldrol te (blijven) spelen. Als we die toverdrank nu eens aan onze Europese leiders zouden schenken?

Ann Demeulemeester
Algemeen secretaris ACW

nieuwjaarsbrief - middenveld - vakbond

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 1 (januari), pagina 29 tot 30