Abonneer Log in

Beste Europa, laat het swingen, in 2006

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 1 (januari), pagina 38 tot 41

Beste Europa,

2005 was waarschijnlijk het meest trieste jaar uit jouw carrière. Er was het geruzie over het budget en de landbouwpolitiek. De beslissing om te onderhandelen over Turks lidmaatschap leek haast iedereen dwars te zitten, hetzij omdat ze überhaupt genomen werd, hetzij omdat het allemaal zo aarzelend verliep. En er waren vooral de referenda over de grondwet, waarbij een meerderheid van de bevolking in twee van jouw stichtende leden zich verzette tegen dit project.
Ik wou dat ik kon zeggen dat het in 2006 alleen maar beter kan worden. Dat is niet zo. Spelen met vuur houdt risico’s in en een brand heb je al snel niet meer onder controle. Wie van jou in de eerste plaats een grote vrijhandelsclub wil maken, die heeft nu alleszins de wind in de zeilen. Er is nog wel ergernis over de wetten die je oplegt om de interne markt te reguleren, maar het klimaat van vandaag lijkt een goede gelegenheid om je verder uit te kleden. Cutting red tape, roepen ze bij de Commissie. Gedaan met de regelneverij, klinkt het elders.
De mensen van Attac hebben zich ook verzet tegen de grondwet. Ik heb hen nooit goed begrepen. Het project dat zij met jou voor ogen hebben, is vandaag immers verder weg dan ooit en dat hadden ze kunnen weten. Je bent sinds jouw oprichting altijd te traag, te aarzelend en te weinig doortastend geweest omdat sommige van jouw lidstaten zich angstig voelden als jij te sterk werd. Maar dat neemt niet weg dat je op een halve eeuw een heel traject hebt afgelegd. De grondwet was een stapje in de goede richting. Niet ver genoeg, maar wel reëel. Zoals gewoonlijk. Dat alles gaat nu niet door en dat heeft een grote schok door de Unie gejaagd. Misschien kom je nu tot stilstand. Misschien treed je terug. Misschien trek je je, flink gehavend, weer op gang. Misschien ook niet.

Maar er is ook goed nieuws. Grote delen van de bevolking zijn immers wakker geschud. Mensen weten dat je onlangs uitbreidde naar Centraal- en Oost-Europa. Ze weten ook dat jouw spelregels werden vastgelegd in een grondwet en sommigen menen ook te weten wat er in de grondwet staat. Ze hebben in de kranten het een en ander kunnen lezen over het minibudget waarover je beschikt en ze hebben alleszins een mening over jouw plannen om ook Turkije op te nemen. Je bent ‘nieuws’ geworden en dat is een goede zaak. Als de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde dagenlang voorpagina’s haalt of als de toekomstige baby van Rik Daems in het journaal zit, dan zou het zorgwekkend zijn als jij niet in het nieuws zou zitten.
De ommezijde van de medaille is dat er ook veel wartaal over jou wordt uitgekraamd. Zo leek heel Frankrijk te geloven dat er al een Bolkesteinrichtlijn was, terwijl het om niet meer gaat dan een voorstel dat in zijn huidige vorm in geen honderd jaar aanvaard zal worden. Jouw inwoners hebben ook heel wat vooroordelen. Ze denken nog steeds dat jouw Parlement een machteloze leutertent is, terwijl het in werkelijkheid gaat om de machtigste assemblée van het hele continent. Europeanen zijn bovendien nogal selectief in het lezen van informatie. We klagen bijvoorbeeld over Poolse loodgieters en vrachtwagenchauffeurs die onze jobs afpakken. We menen ook te weten dat jij ze naar hier stuurt. Maar komt die loodgieter niet omdat wij op zoek gaan naar de allergoedkoopste manier om ons sanitair te laten ontstoppen? Rijden die vrachtwagenchauffeurs hier niet omdat wij willen kopen in warenhuizen waar het twee cent goedkoper is omdat er op het transport bespaard werd? Hypocriet, zeg je? Je hebt geen ongelijk en het doet me denken aan het Chinees textiel waarover we het voorbije jaar ook zoveel schande hebben gesproken. Alsof er hier maar één Chinese schoen in de winkel zou liggen als wij er niet naar op zoek waren.
Het is dus allemaal wel wat ingewikkelder, maar - het moet gezegd - communicatie is niet jouw sterkste kant. En, onder ons gezegd, met jouw politiek personeel heb je het wat dat betreft niet getroffen. Eerst wordt de Commissie vijf jaar geleid door een Italiaan die waarschijnlijk sympathiek is, maar over het charisma beschikt van een dode goudvis. En dan komt er een Portugees aan het roer die elke geloofwaardigheid mist omdat er een gladheid van afstraalt, waarbij een paling verbleekt.
Maar de schuld voor die slechte communicatie ligt niet alleen bij jouw medewerkers. Ook de nationale politici gaan flink uit de bocht. De voorbije jaren kwetterde onze regering vrolijk over de veralgemening van het ouderschapsverlof, Freya Van den Bossche zorgde ervoor dat consumenten twee jaar garantie kregen op huishoudtoestellen en Laurette Onkelinx trok ten strijde tegen allerlei vormen van discriminatie. Niemand, beste Europa, had de moed om te vertellen dat jij dit alles had opgelegd. En nu ik eraan denk, was Beste Europa niet de titel van dat miserabele sp.a-boekje uit 2004, vol leugens en halve waarheden? Als jij iets onderneemt wat populair is, steken anderen de pluimen op eigen hoed. Maar je bent wel de usual suspect als er iets fout loopt: als er bespaard moet worden, als boeren geen mest meer mogen uitrijden, als bedrijven verhuizen naar Oost-Europa. Je wordt op de duur alleen nog geassocieerd met ‘slecht nieuws’ en dan moet het niet verbazen dat je aan legitimiteit verliest. Achteraf bekeken, is het misschien vooral verwonderlijk dat er nog 38% van de Nederlanders vóór de grondwet stemden.

Maar er is wel wat meer aan de hand dan een ongelukkige marketing. Er is ook de kloof tussen verwachtingen en realisaties. Tijdens de jaren negentig bulkte je van de ambities. Na elke Top maakten de regeringsleiders een lijst van nieuwe opdrachten voor jou: Maastricht (1991) zou de start worden van een buitenlands beleid, in Luxemburg (1997) zou je de werkloosheid aanpakken en in Tampere (1999) de problemen rond veiligheid en migratie. In Lissabon (2000) werd beloofd dat je de sterkste economie ter wereld zou worden en in Göteborg (2001) zou je voor de weg van de duurzame ontwikkeling kiezen. Ik kan zo nog even doorgaan. Als nog maar een deel van de persberichten en de conclusies van toen zou gerealiseerd zijn, dan zouden we vandaag lang en gelukkig leven op een continent van melk en honing.
Maar het komt er niet van: er is geen eengemaakt buitenlands beleid, werkloosheidscijfers blijven hoog, de groei blijft achter. Wat is er dan fout gegaan, beste Europa?
Een deel van het antwoord is dat je deze ambities niet kan waarmaken. Omdat je er gewoon de macht niet toe hebt. Of omdat het je zodanig moeilijk gemaakt wordt om cruciale beslissingen te nemen. De uitbouw van een werkgelegenheidsbeleid of het stimuleren van een duurzame economische groei, daar heb jij de bevoegdheid niet voor. In het beste geval kan je concrete doelstellingen formuleren (bijvoorbeeld maximumcijfers voor jongerenwerkloosheid) en hopen dat de lidstaten hun best doen om die doelstellingen te halen. Er is een fraaie naam bedacht voor deze techniek: de open coördinatiemethode. Je stelt scoreborden op en het valt op welke landen de doelstellingen niet halen. Zij zouden beschaamd worden en hun best doen om op te klimmen in het scorebord, zo werd geredeneerd. Vandaag zien we dat het niet zo goed werkt. Als bijna al jouw lidstaten met pek en veren paraderen, mist dat zijn effect.
Inzake fiscaliteit of buitenlands beleid ben je wel bevoegd, maar je kan pas optreden als geen enkele lidstaat er zich tegen verzet. En dat is haast nooit het geval. Dus ook hier trappel je ter plekke.
Anders gezegd, je hebt het materiaal niet om de verwachtingen waar te maken. De grondwet zou jou wat extra gereedschap gegeven hebben om op sommige vlakken wat beter te presteren. Bijvoorbeeld in verband met veiligheidsbeleid en heel misschien ook wel buitenlands beleid. In andere domeinen zou je het, ook mét de grondwet, moeilijk blijven hebben om aan de verwachtingen te voldoen.

Maar, beste Europa, de kern van jouw probleem ligt mogelijk ook nog elders. Eigenlijk ben jij ‘Dehaene in het groot’: een superloodgieter, een compromismachine die van package deal naar package deal waggelt. Durf jij wel maatschappelijke keuzes maken? Het ambitieuze verkondigen van grote plannen, dat is één zaak. Maar als je ze wil realiseren, dan moet je keuzes maken. Een eengemaakt buitenlands beleid in Atlantische stijl? Of zou je andere waarden naar voor schuiven in de internationale politiek? Strijden tegen de werkloosheid door te flexibiliseren? Of zonder aan de sociale bescherming te raken? Een humaan asielbeleid? Of een fort Europa? Je inwoners hebben de indruk dat je geen keuzes maakt. Het fanatieke streven om toch maar een zo breed mogelijke consensus te vinden, werkt verlammend. Dat heeft natuurlijk in grote mate te maken met de institutionele beperkingen waarmee je geconfronteerd wordt: de unanimiteitsregel in sommige domeinen of de hoge drempel wanneer er bij meerderheid beslist wordt. Maar er is meer aan de hand.
Want er zijn ook veel Europeanen die vinden dat je, door niet op te treden, impliciet dan toch wél keuzes maakt, namelijk voor een liberaal project. In een eengemaakt Europa speelt immers de markt. Het leidt weinig twijfel dat de interne markt op zich een goede zaak is: ze heeft geleid tot economische groei en een welvaartscreatie waarmee ook sociale programma’s gefinancierd worden. Maar het is net zo goed duidelijk dat er behoefte is aan marktcorrecties. En dat kàn je: de meerwaarde van het hele project is precies verbonden met het feit dat jij in staat bent om marktcorrigerend op te treden waar individuele lidstaten dat niet effectief meer kunnen.

Laat mij heel concreet worden: er is het Bolkesteinvoorstel over de liberalisering van de diensten. In een eengemaakt Europa is het logisch dat het dienstenverkeer niet stopt aan grenzen. Er is op zich niets mis mee dat Fransen, Grieken of Polen hier hun diensten komen aanbieden. Het komt er wel op aan om dit alles in goede banen te leiden: vermijden dat er sociale dumping ontstaat of dat bedrijven zich strategisch gaan huisvesten in lidstaten waar de bescherming het laagst is en de veiligheid te wensen overlaat. Het oorspronkelijke voorstel van Bolkestein is erg eenzijdig en voorziet nauwelijks in de regulering van de dienstenmarkt.

De Europese besluitvormingsregels maken het evenwel mogelijk om van deze dienstenrichtlijn een wet te maken die alle sociale verworvenheden bewaart en zelfs versterkt. Het oorspronkelijke plan zal flink geamendeerd moeten worden, maar dat kan perfect. Het voorstel wordt slechts wet als het is goedgekeurd door een meerderheid in het Europees Parlement én door een grote meerderheid onder de 25 ministers van economie in de Raad. In 2006 zal het debat volop worden gevoerd en zullen de eerste stemmingen worden gehouden. Het kan alle kanten uit en de procedures zijn best wel democratisch: de keuze wordt overgelaten aan de Europese parlementsleden (die wij verkiezen) en aan onze ministers (die verantwoording verschuldigd zijn aan onze nationale parlementen).
Laten we hopen dat zij verdedigen waarvoor zij staan. Dat hoort zo in een democratie: conflict, en meningen die botsen. Het betekent goede ouderwetse debatten, tussen links en rechts, tussen rood en groen en blauw en alles daartussen, met veel emotie, oprechte verontwaardiging en vochtige ogen. Goeie televisie, een sexy Europa, en duidelijke keuzes, in plaats van een benepen zoektocht naar een ingenieus compromis. Beste Europa, laat het swingen, in 2006.

Hendrik Vos
Hoogleraar Europese politiek - Universiteit Gent

nieuwjaarsbrief - Europa

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 1 (januari), pagina 38 tot 41