Abonneer Log in

Het wordt een traag politiek jaar met spektakel op het einde

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 1 (januari), pagina 4 tot 10

Een analyse van het politieke jaar 2006, zo tegen nieuwjaar, vroeg de onvolprezen Carl Devos me op een sombere decemberdag. Nu mag een journalist een deskundige zijn in actuele geschiedschrijving, een analyse van wat moet komen, is voorspellende geschiedschrijving. Het is net iets moeilijker, omdat het niet alleen uitgaat van rationele hypothesen, gebaseerd op analoge situaties in het verleden, maar omdat het ook inzicht noodzaakt in de psyche van de machthebbers. Met andere woorden, de analyst moet een beetje kunnen nadenken, een beetje kunnen aanvoelen, hij moet strateeg zijn voor alle partijen tegelijk en dan een kleinere of grotere gok wagen.

Er is natuurlijk een reden waarom Carl Devos de oefening NU laat maken. Dat komt omdat de federale regering de voornaamste opdracht uit het regeerakkoord zopas tot veler verbazing tot een goed einde heeft gebracht en sindsdien in theorie vrijwel is uitgeregeerd. Er valt natuurlijk altijd wat te doen, maar er blijft de regering Verhofstadt in essentie nog maar één groot verhaal, het herstel van het concurrentievermogen van de bedrijven. Loonmatiging, index, dat soort akkefietjes. Even een parenthese: wat een verschil toch met de eerste regering Verhofstadt, die met haken en ogen aaneenhing maar barstte van een niet te temmen dadendrang. Herinnert u zich nog Copernicus, de blabla-boomboom van een drugswet, de euthanasie, de actieve welvaartstaat, het homohuwelijk, de te-veel-om-op-te-noemen-wetten. Sinds 2003 beschikt paars+Spirit over een ruime meerderheid in het parlement, maar lijkt het kabinet nauwelijks vooruit te geraken.
Het regeerprogramma van Verhofstadt II is zeker minder ambitieus en minder alomvattend dan dat van Verhofstadt I. Na het Generatiepact en het onder controle brengen van de ziektekosten blijven er geen echt grote verhalen meer over. Het beperkt zich grotendeels tot het verder bouwen op wat al gerealiseerd was of al in de steigers stond. In feite mist deze regering een nieuw, inspirerend project dat de publieke opinie kon domineren zoals het verhaal van de actieve welvaartstaat en de ‘opendebatcultuur’ uit de eerste jaren. Het is allemaal een beetje déjà-vu, zeker voor de Wetstraatpers. Die was gewoon aan een constante belegering met nieuwe inzichten en ze moet het tot haar verdriet nu doen met opgewarmde kost. De grote verhalen in het regeerakkoord zijn dus zo goed als op.
De hervorming van het parlement, die de premier op het oog had, zal ongetwijfeld niet meer gerealiseerd worden. Verhofstadt beschikt immers niet over de tweederdemeerderheid om de Senaat zichzelf te laten opdoeken. Het staat meteen ingeschreven op de kalender van het grote communautaire debat na de volgende federale parlementsverkiezingen, ergens tussen half april en half mei 2007. Het is een debat dat zich zeer groots aankondigt en daarom als een ontgoocheling zal eindigen. Dat mag nu al gerust gesteld worden, al was het maar om de euforie aan Vlaamse kant op tijd te stoppen.
Voor de rest zal de premier de tijd moeten vullen met over en weer reizen in Europa, het voorbereiden van zijn volgende functie - als premier niet meer kan - als minister van Buitenlandse Zaken, het inrichten van zijn nieuwe woning, tussendoor een job zoeken voor Verwilghen, Daems en De Decker en tenslotte het houden van zijn belofte aan zijn Italiaanse transseksuele binnenhuisarchitect. Dat wil zeggen transseksuelen het recht geven op een paspoort van de andere sekse. Vervolgens gaan kiezen, een begroting opstellen en op het einde van de rit opnieuw gaan kiezen.

Pessimisme is onze regel wel

De pessimistische conclusie ligt dus voor de hand: het zal wel niets meer worden, we krijgen een periode van anderhalf jaar relatieve stilstand, net zoals in de jaren 2003 en 2004. Toen leidden de twee opeenvolgende verkiezingen voor het federale en het regionale parlement tot een ‘interelectum’ - een analogie met het interbellum - van stagnatie en politieke chaos, met als het uiteindelijke gevolg een nieuwe superzwarte zondag op 13 juni 2004 en de terugkeer aan de macht van de CVP, pardon CD&V. Die partij had dat niet zozeer aan zichzelf te danken, want ze deed niet veel meer dan zich buiten het gewoel houden, maar aan de opeenvolgende blunders van de ruziemakende regeringspartijen, waar de liberalen en de socialisten als twee honden aan het vechten waren om de stok waarmee de derde hond dus uiteindelijk aan de haal ging.
Pessimisme was ook troef in de eerste kranten van het nieuwe jaar, niet in het minst bij de Cassandra van de Belgische politiek, Herman van Rompuy, maar ook bij de politologen, onder meer bij Carl Devos zelf. De toon was meteen gezet: ’er moet zoveel beslist worden en de regering is o zo onmachtig’. Als dat in de media de heersende teneur wordt tot de verkiezingen, staat de uitslag op 8 oktober vast. Het zal dan niet veel soeps worden voor de regerende partijen en de grootste winnaar zal die partij zijn die àltijd opnieuw profiteert van een periode van onzekerheid en gebrek aan vertrouwen in de heersende machthebbers.
Maar zoals altijd, als iets te zeker lijkt, te voor de hand liggend, blijf ik achter met een onvoldaan gevoel. Soms zijn reacties zo voorspelbaar dat ze elkaar versterken en op de duur uitgroeien tot een nieuw dogma. In die omstandigheden moet de analyst ook op zoek naar bewijzen in het ongerijmde. Hij moet zich de vraag stellen of het eenduidige beeld dat hij schetst of zich laat opdringen, ook zo zal uitvallen. Dus: moet het wel zo eindigen in mineur met een angstige regering die verlamd door de twee kiezingen niet veel meer zal uitrichten dan het opstellen van een risicoloze begroting met het gevraagde overschot en een voorzichtig akkoord met de vakbonden en de werkgevers over de loonmatiging.
Met andere woorden, zal de paarse premier van zich laten zeggen dat zijn spetterend begonnen regering uiteindelijk uitdooft als een kaarsje? Natuurlijk zal de paarse premier zich daar niet bij neerleggen. Hem kennende zal hij die analyse niet accepteren en willen tegenspreken met het tentoonspreiden van een meer uitgewerkte visienota voor het laatste kwart van de legislatuur die zich niet beperkt tot het doden van de tijd tot ergens in oktober. Wie verwacht dat deze premier het voorspelbare pad zal bewandelen, die vergist zich haast zeker. Het is een eerste contra-indicatie bij de politieke diagnosevorming. Ik weet het wel. Dat is geen garantie voor meer daadkracht. Vijf jaar
geleden zouden de journalisten voetstoots geloofd hebben dat wat Guy Verhofstadt wou, er ook zou komen. Maar in het recente verleden zijn er te veel grote dossiers in het dak blijven steken, om Brussel-Halle-Vilvoorde en Zaventem niet te noemen, dat de wil van de premier niet meer noodzakelijk het begin van de oplossing betekent, zelfs niet als de premier Guy Verhofstadt heet. De impact is beperkt.

Hoe zat dat trouwens in het verleden met gemeenteraadsverkiezingen? Viel dan elke keer het leven stil in de Wetstraat? Neen, zo was dat ook weer niet. Het is de tweede contra-indicatie die de ‘het zal wel niets meer worden’-stelling moet corrigeren. Gemeenteverkiezingen zijn geen parlementsverkiezingen. Ze veroorzaken meer onrust dan sociale verkiezingen, maar onvergelijkbaar minder dan parlementsverkiezingen. Dat komt omdat de carrière van de kopstukken er niet van afhangt of het moest al gaan om VLD-voorzitter Bart Somers in Mechelen. Hij moet de mislukking in vorige verkiezingen doen vergeten met een spetterende uitslag in zijn stad, zoniet, verliest hij én de sjerp én zijn traagzaam opgebouwd gezag als de ‘grote verzoener’ van de VLD. Een slechte uitslag zou zijn ambities kelderen om de nieuwe leider van de partij na Verhofstadt te worden, zoveel is zeker. Maar voor de meeste kopstukken zijn gemeenteverkiezingen doorgaans niet carrièrebedreigend. Deze keer hebben ze eigenlijk vooral belang als opstapje voor de komende parlementsverkiezingen in 2007. Ze moeten de partijen een goed gevoel geven om vooraan in het peloton te zitten tegen dat de heuvelzone eraan komt, een half jaar later. Daarom is een behoorlijk resultaat vooral van belang voor liberalen en socialisten. Op 8 oktober moeten ze het gevoel krijgen dat ze in een opgaande lijn zitten, zelfs al ligt hun resultaat nog beneden dat van 13 juni 2004. Daarvan zal afhangen of paars nadien met een goed gevoel dan wel gedeprimeerd en kibbelend naar de parlementsverkiezingen zal kunnen gaan. Laten we ook even naar het verleden kijken, bijvoorbeeld naar de gemeenteraadsverkiezingen van 1982, in vol herstelbeleid van de regering Martens-De Clercq met de indexsprongen. Noch de campagne noch het resultaat heeft de regering toen tegengehouden om krachtig te besturen. Hetzelfde deed zich trouwens voor in 1984, bij de Europese verkiezingen, allerminst een succes voor de regerende liberalen. De toenmalige regering is er geen millimeter van haar beleid door afgeweken en de liberalen hebben in 1985 de pil van de nederlaag zelfs federaal doorgeslikt. Of kijk naar de gemeenteverkiezingen van 1994. De regering Dehaene, gestart als een noodkabinet, heeft nauwelijks bewogen.
Met andere woorden, gemeenteverkiezingen vertragen de politiek wel, ze leiden tot een ‘voorzichtig beleid’ zonder te veel risico’s, maar ze leggen het land niet noodzakelijk lam. Het is zeker geen wetmatigheid. Verhofstadt, Van den Bossche - lees: Vande Lanotte - en andere Onkelinxen zullen willen bewijzen dat ze ook in moeilijke omstandigheden wel degelijk kunnen besturen, als het moet tot de dag van de verkiezingen of het zal niet veel schelen. Als ik de voorspellingen samenvat, is mijn conclusie dat we afstevenen op een voor zover mogelijk relatief normaal politiek jaar tot de zomer, inbegrepen op gezette tijden een flink incident met meestal de VLD in de hoofdrol, bijvoorbeeld over de dienstencheques voor de kinderopvang, en met meestal CD&V als de partij die het debat moet ondergaan waarbij de sp.a toekijkt en nu eens de een volgt en dan weer de ander. De rampdeskundigen hebben wel gelijk dat de echt moeilijke beslissingen - die over de lonen en de economie - ná de gemeenteverkiezingen zullen vallen en niet ervoor, maar er zal ongetwijfeld wel een begroting worden opgesteld die zoals gewoonlijk het doel zal halen met enig kunst- en vliegwerk. Maar zelfs als er dit jaar geen verkiezingen zouden zijn, zelfs dan zouden de beslissingen over de lonen pas voor het einde van het jaar zijn. De regering - geen enkele regering - geen met de socialisten en geen met de christendemocraten - zou het ook maar een moment in haar hoofd halen om in te grijpen in de loonvorming, dus in de CAO’s, een half jaar voor de sociale partners moeten onderhandelen over een nieuw loonakkoord voor de komende twee jaar. Het zou voor elke regering zelfmoord zijn, in welke omstandigheden dan ook, en het zou het normale sociaal overleg onderuit halen. Het maximum dat een regering tot dan kan doen, is bewarende maatregelen nemen om het concurrentieverlies van de bedrijven zoveel mogelijk te beperken of te verbeteren, onafhankelijk van het loonbeleid.
Het is een rationele vaststelling die in ons land geldig is voor elke regeringscoalitie, of de vakbonden rechtstreekse invloed in het bestuur hebben of niet. Los van het feit of het de best mogelijke oplossing is voor de economie, is het zelfs niet van doorslaggevend belang of de twee socialistische partijen de breuk met hun linkervleugel moeten herstellen, na het Generatiepact. De realiteit is dat de machtsverhoudingen en de tradities in onze sociale overlegeconomie geen andere oplossing mogelijk maken. De enige manier om er in zekere mate aan te ontkomen en sneller te gaan, is het vervroegen van de parlementsverkiezingen met een jaar. Dan zal er tegen oktober een nieuw regeerakkoord liggen en kan de nieuwe regering met een nieuwe democratische legitimiteit het overleg met de sociale partners aangaan om 1) een goed centraal akkoord te onderhandelen en 2) dat te begeleiden met krachtige nieuwe maatregelen voor het goedkoper maken van de factor arbeid. Sommigen aan de top - Frank Vandenbroucke denkt er ongetwijfeld zo over - vinden dat wenselijk om snel te beschikken over een slagkrachtige regering, die vooruit kan. Maar je hebt in een democratie niet altijd wat je wil en je krijgt ook niet altijd wat het meest optimaal is, vooropgesteld dat het al zo is. In een democratie verlopen de besluitvormingsprocessen eerder traag. Ze worden afgeremd in het parlement en door de ontelbare overlegstructuren. Dat heeft zijn nadelen, maar ook zijn voordelen, omdat het avonturen tegengaat en de grootste stommiteiten meestal weggomt voor iemand de kans krijgt om schade aan te richten.

Verhofstadt de staatsman

Hoe groot is de kans dat er onderweg nog een obstakel ligt waarover Verhofstadt kan struikelen, nog voor mei 2007? Ten eerste: het is niet meer zo makkelijk om vervroegde verkiezingen uit te schrijven. In Vlaanderen is het helemaal onmogelijk gemaakt met het zogenaamde legislatuurparlement dat maar om de vijf jaar wordt vernieuwd. Dat is een slechte zaak omdat het het normale politieke spel onmogelijk maakt. Wat er ook gebeure, het parlement blijft toch zitten. Het zet niet aan tot grote activiteit en inzet, vermits er geen sanctie van de kiezer valt te vrezen, tenzij na vijf jaar. Die periode is overigens veel te lang. Vandaag een regeerakkoord opstellen voor het jaar 2010, is zinloos. Niemand weet hoe de snel evoluerende economie er dan zal uitzien, noch wat de sociale verwachtingen op dat ogenblik zullen zijn. Op het federale niveau kunnen er alleen vervroegde verkiezingen worden uitgeschreven met een meerderheidsstemming in het parlement. Er moet dus een politieke meerderheid worden gevonden die daar bewust voor kiest. Dat is niet simpel, want degene die vervroegde verkiezingen uitlokt, in een crisissfeer, is meestal niet degene die ze wint. Ten tweede: premier Verhofstadt heeft de Sturm und Drang van zijn beginjaren als premier ingeruild voor het imago van de staatsman. Het is het lot van alle ouder wordende politici. Als het einde van de carrière nadert, beginnen ze te denken aan hun plaats in de geschiedenisboeken. De Verhofstadt van nu is een rijpere premier geworden. Hij heeft ingespeeld op het succes van Leterme, kampioen van ernst en degelijkheid. Hij kiest zijn momenten nu zorgvuldiger. Verhofstadt wil de geschiedenis ingaan als een premier die zijn twee termijnen heeft uitgedaan. Hij rechtvaardigt dat ook met de legalistische stelling dat een land met politieke stabiliteit internationaal beter scoort. Als het van de premier afhangt, zullen er dus geen vervroegde verkiezingen komen. Hij zou dat als een nederlaag zien, wat het ook zou zijn.
Natuurlijk hangt zoiets in België niet alleen van hem af. Meestal wordt in ons land daarover beslist bij de Franstaligen, iets waarop de Vlaamse publieke opinie minder en minder zicht heeft. Ook de meeste Wetstraatjournalisten hebben niet zo’n goed idee meer van wat er aan de overkant leeft. Het is nu niet anders. De enige man die in staat moet worden geacht om de stekker van Verhofstadt II vervroegd uit te trekken, is Didier Reynders. Hij heeft geen uitgesproken imago in Vlaanderen, maar hij is wel een van de slimste, zoniet dé slimste van de hoop ministers die ons land telt. Reynders behoort tot het zeldzame ras der politieke strategen. Berekenend maar tegelijk charmant, sluw maar tegelijk ongekunsteld. In de ministerraad test hij Freya Van den Bossche op haar dossierkennis begroting en op hun gezamenlijke persconferentie geeft hij haar een bos bloemen. De emotionele berekenaar. Niemand gaf Reynders ook maar de minste kans. Niemand dacht dat hij zou slagen als regeringsleider-oppositieleider, de schijnbaar onmogelijke combinatie die hij op zich nam toen Louis Michel na de laatste verkiezingen naar Europa vertrok. Iedereen verwachtte dat hij zou verstrikt raken in zijn dubbele functie en dat hij vrij snel de knoop zou doorhakken en na een korte crisis zou kiezen voor een duidelijke oppositierol als middel om de MR opnieuw op de rails te zetten. Zelfs Elio Di Rupo, nochtans een meester in de politieke berekening, heeft zich in hem vergist. Ook hij had niet verwacht dat de MR zowel succesrijk zou zijn in de meerderheid, federaal, als in de oppositie, regionaal. In de federale regering is Reynders een loyale partner gebleven maar in Wallonië is hij niet bang van een robbertje vechten met de PS. Bij de schandalen in Charleroi en Namen was de MR nooit ver weg. Soms gaf het de indruk dat Didier Reynders in zijn bureau in de Napelsstraat een doos met PS-schandalen heeft staan, waaruit hij naar believen kan putten, genoeg om Di Rupo het vuur aan de schenen te leggen maar nooit zo dat het lijntje breekt.

Drie partijen in nood

Die meester-strateeg heeft het lot van de federale regering dus in handen. Dat komt omdat hij de enige is van de vier partijleiders van de meerderheid die niet bang moet zijn van verkiezingen in de lente van 2006. Zijn MR bevindt zich in de winning mood, terwijl de andere partijen het stuk voor stuk moeilijk hebben. De PS zucht zwaar onder de schandalen en de interne conflicten, die het leiderschap van Elio Di Rupo bedreigen. Het is zelfs de vraag of Di Rupo lang minister-president/partijvoorzitter wil blijven. De kans dat hij in 2007 uit de twee functies stapt, opnieuw naar de federale regering als premier als het kan of als vice-premier, is geenszins denkbeeldig, met in 2009 een mogelijke overstap naar de Europese Commissie. Bij de Vlaamse partners van de sp.a is het vertrek van Steve Stevaert nog niet verwerkt. De partij moet een nieuw evenwicht vinden onder een nieuwe voorzitter van een totaal ander type. Stevaert was de sympathieke cafébaas die iedereen gelijk gaf, zolang ze maar pinten bleven drinken; Johan Vande Lanotte is een professor die meestal gelijk wil krijgen, om niet te zeggen altijd. De twee socialistische partijen moeten ook de relatie herstellen met hun vakbondsvleugel, na de verscheurende broederstrijd tussen Xavier ‘ambras’ Verboven en Johan Vande Lanotte en Laurette Onkelinx.
Kijken we even naar de VLD. De partij van de premier is bezig aan een voorzichtig herstel, zowel bij de publieke opinie als intern. Als ze de opgaande lijn kan verder zetten, moet ze in staat zijn tegen de gemeenteverkiezingen het verlies te beperken, maar zelfs dan moet ze nog rekening houden met een serieus verlies ten opzichte van de federale verkiezingen van 2003. Hoe langer de verkiezingen uitblijven, hoe beter wellicht voor de VLD. De partij was diep gezakt en heeft dus veel tijd nodig om te recupereren. Alledrie de partijen moeten bijgevolg hun wonden laten helen. Reynders weet dat als geen ander. Zijn bondgenoot/tegenstander Di Rupo in Wallonië staat zwak. Dat zal hij zonder twijfel willen uitbuiten tijdens de onderhandelingen over de nieuwe coalities in de steden en de provincies. Die worden zoals de kiezer zou denken niet na 8 oktober gehouden, maar al in de komende maanden, vooraf, in alle stilte. Als Di Rupo het in zijn hoofd zou halen om de MR overal te wippen uit de bestuursafspraken, in dat geval is er voor Verhofstadt zwaar onweer op komst. Dan zijn de dagen van de federale regering geteld. De spreiding van de nachtvluchten op Zaventem zou dan de gedroomde bananenschil kunnen zijn om op uit te glijden. Maar de PS kan zich zoiets nu niet veroorloven en niets wijst erop dat dit scenario heel waarschijnlijk is.

Gerommel in Vlaanderen

Alles wel beschouwd, dringt de finale conclusie zich op. Het jaar 2006 wordt een relatief traag politiek jaar met een spectaculair slot, verkiezingen en een groot sociaal overleg. Als zelfs de VLD geen interne ruzies meer uitvecht, wordt het wellicht een vervelend politiek jaar voor de modale Wetstraat-watcher, die houdt van de onderlinge sneeuwballengevechten.
Het jaar 2006 zal een politiek overgangsjaar zijn, waarvan we mogen hopen dat de zittende regering niet toekijkt hoe de potten van onze economie worden gebroken. Het écht belangrijke politieke jaar volgt daarna, in 2007, met parlementsverkiezingen én een nieuwe hervorming van de staat in communautaire onderhandelingen tussen Vlamingen en Franstaligen. Die communautaire ronde is dwingend: er moet van het Arbitragehof een oplossing worden gevonden voor Brussel-Halle-Vilvoorde en er moet een aanpassing komen van de financieringswet tussen onze verschillende overheden, federaal en regionaal. De Franstaligen zullen het debat daarover niet kunnen ontwijken en ze houden daar ongetwijfeld rekening mee. Aangezien er voor een staatshervorming een tweederde meerderheid noodzakelijk is, zal ook Yves Leterme dan mee aan tafel zitten.
Leterme, de nieuwe mirakelman van CD&V, zal in 2007 de lijst van de Senaat trekken voor zijn partij. Als hij het kiesresultaat van Jean-Luc Dehaene kan evenaren, heeft hij zelfs een grote kans om de volgende premier van het land te worden, want die eer hoeft niet noodzakelijk naar de grootste politieke familie te gaan. Het mag ook de leider van de grootste individuele partij zijn. Er is een precedent in die zin tussen socialisten en christendemocraten. Yves Leterme gaat zonder twijfel een moeilijke tijd tegemoet. Blijkbaar heeft de VLD besloten de rust in de federale regering te bewaren en de ruzies te exporteren naar Vlaanderen en Leterme niet toe te staan de problemen op te lossen. Die eer wil de VLD bewaren voor de premier zelf. Het zijn van die kleine oorlogjes tussen VLD en CD&V die een beetje ingehouden worden uitgevochten, met kleine en grote prikjes onder de gordel maar zo dat het ook weer niet te opvallend is. Het scenario is dan telkens hetzelfde: de VLD valt aan en organiseert uiteindelijk ook de verzoening, zodat ze zich twee keer kan profileren, een keer met haar ideeën en een tweede keer als probleemoplosser en verzoener. De CD&V heeft er tot dusverre nog geen antwoord op kunnen vinden. Haar partijvoorzitter zal wat scherper uit de hoek moeten komen. De communautaire onderhandelingen moeten de Vlamingen best niet te euforisch maken. Niet alleen zullen de Franstaligen geen afspraken aanvaarden waar ze niet beter van worden, laat staan slechter, maar bovendien is de federale staat aan het einde van zijn Latijn. Stilaan zijn de kerndepartementen in zicht om te splitsen. Als de deelstaten nieuwe bevoegdheden willen, zullen ze zelf voor een stuk moeten instaan voor de financiering. In 2009 komt er een einde aan het huidige systeem. Vlaanderen zal dan heel zijn schuld hebben weggewerkt. Als Vlaanderen dan de federale overheid nog moet helpen bij de afbouw van de staatsschuld, zullen er andere maatregelen moeten komen: overdracht van bevoegdheden zonder geld en zelfs een begin van verdeling van de schuld. Een nieuwe operatie Lambermont met de overdracht van veel geld naar de deelstaten is niet meer haalbaar. Anders houdt de federale staat op het einde nog alleen de staatsschuld over. En daar valt weinig eer mee te behalen.

Luc Van der Kelen
Hoofdredacteur van Het Laatste Nieuws

nieuwjaarsbrief - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 1 (januari), pagina 4 tot 10