Abonneer Log in

Democratisering in Suriname

De parlementsverkiezingen van mei 2005

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 3 (maart), pagina 42 tot 47

Achtergrond

Suriname, het dun bevolkte Latijns-Amerikaanse land dat onafhankelijk werd van Nederland in 1975, organiseerde in mei vorig jaar zijn vijfde algemene verkiezing sedert de val van het militaire regime in 1987. De voormalige dictator Désiré Bouterse speelde een leidende rol in de verkiezingscampagne. Zijn stijgende populariteit was een van de meest merkwaardige feiten in de verkiezingscampagne voor de algemene verkiezingen van 2005. Hij kwam aan de macht in 1980 door een militaire coup. Alhoewel Bouterse in Suriname nooit werd veroordeeld voor moord of drugsdelicten, wordt hij beschouwd als de leider en de belangrijkste speler in de zogenaamde ‘decembermoorden’ van 1982. Vijftien tegenstanders van het militaire regime, waaronder journalisten, advocaten en militairen werden vermoord. Deze moorden betekenden het begin van sterk protest van Surinamers in Nederland tegen Suriname. Alle ontwikkelingshulp vanuit Nederland werd bevroren. Tot op de dag van vandaag zijn de omstandigheden en verantwoordelijkheden van de moorden niet opgehelderd. Militaire leiders hebben steeds volgehouden dat de 15 gevangenen zijn neergeschoten terwijl ze probeerden te vluchten. Bouterse heeft altijd verklaard dat hij niet persoonlijk betrokken was. Pas in 2000 werd een officiële juridische procedure opgestart om de werkelijke toedracht te achterhalen. Het vooronderzoek werd afgerond in december 2004. Het blijft af te wachten of het Surinaams juridisch systeem de kracht en onafhankelijkheid zal hebben om de 34 in beschuldiging gestelde personen werkelijk voor het gerecht te brengen. Naast zijn vooraanstaande rol tijdens de dictatoriale periode, is Bouterse beschuldigd en veroordeeld bij verstek in Nederland, tot 11 jaar gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij drugshandel.
Tijdens de campagne voor de verkiezingen in 2005 bleek dat de Nationaal Democratische Partij (NDP) van Bouterse vooral werd gesteund door een jonge generatie van kiezers die geen ervaring had met de dictatoriale periode. Ook bij de armere bevolkingsgroepen kon Bouterse met zijn populistische aanpak en uitspraken rekenen op grote steun. Een ander zeer belangrijk element was de hergroepering van verschillende marron socio-culturele en politieke groepen rond het politiek leiderschap van Ronnie Brunswijk. Brunswijk was een voormalig bodyguard van Desi Bouterse die niet akkoord ging met Bouterse tijdens de dictatoriale periode. Hij werd rebellieleider van het zogenaamde Jungle Commando (JC). Het Jungle Commando had vooral zijn basis bij de marron bevolking die erg te lijden had onder het militaire regime van Bouterse. Het Jungle Commando en het Surinaams Nationaal Leger vochten onder elkaar de ‘binnenlandoorlog’ uit. Het absoluut dieptepunt in de binnenlandoorlog was de aanval van het Surinaams Nationaal Leger op het marron dorp Moiwana. Bij deze aanval vielen minstens vijftig doden, waaronder vrouwen en kinderen. Als gevolg hiervan kwam een vluchtelingenstroom op gang naar Frans Guyana. Pas in het begin van de jaren negentig keerden deze vluchtelingen terug naar Suriname. Ook Brunswijk is beschuldigd en veroordeeld bij verstek tot een gevangenisstraf van 6 jaar door een Nederlandse rechtbank wegens betrokkenheid in cocaïnesmokkel. Een week voor de verkiezingen op 5 mei 2005 werden zijn dochter en zoon aangehouden in Aruba voor drugshandel. Ondanks zijn verleden, was Brunswijk in staat om voor de eerste keer de meeste marrongroepen rond zijn politiek leiderschap te verenigingen.
Zowel Bouterse met zijn NDP en Brunswijk met zijn A-combinatie1 vormden belangrijke uitdagers voor de zittende regering van het Nieuw Front en president Venetiaan. Het Nieuw Front2 is een van de belangrijkste politieke coalities in Suriname en behaalde bij de eerste democratische verkiezingen in 1987 na de dictatoriale periode een grote overwinning met 40 zetels op 47. Alhoewel het Nieuw Front over een stabiele en grote meerderheid beschikte, bleek het niet opgewassen om de macht van het leger en Bouterse in te perken. De militairen bleven een belangrijke politieke rol spelen. Dit leidde in 1990 tot een kortstondige coup, de zogenaamde ‘telefooncoup’ waarbij de regering naar huis werd gestuurd door een eenvoudig telefoontje van legerleider Bouterse en vervangen door premier Jules Wijdenbosch van de NDP, dat toen reeds als politieke arm van Bouterse kon worden beschouwd. In 1991 werden er niettemin nieuwe verkiezingen georganiseerd waarbij de partij van Bouterse NDP twaalf zetels behaalde en het Nieuw Front nu nog 30 zetels (van de 51 zetels) behaalde. Ondanks dit verlies behield het Nieuw Front een absolute meerderheid. Uit hun midden kozen ze Ronald Venetiaan als president. Venetiaan slaagde erin de macht van het leger in te perken en een vredesakkoord te sluiten met de inlandrebellengroepen waaronder het Jungle Commando van Ronnie Brunswijk. Bovendien haalde hij de banden met Nederland terug aan door een Raamakkoord voor economische, sociale en justitiële samenwerking te ondertekenen.
De economische situatie in Suriname bleef echter verslechteren en bij de verkiezingen in 1996 verliest het Nieuw Front zijn absolute meerderheid. Alhoewel het Nieuw Front de grootste partij blijft, en de NDP van Bouterse 16 zetels behaalde, slaagde het Nieuw Front er niet in een regering te vormen. Het is daarentegen Jules Wijdenbosch van NDP die de nieuwe president wordt. Opnieuw verslechteren de relaties met Nederland en wanneer tegen Bouterse in 1997 een arrestatiebevel vanuit Nederland wordt aangekondigd in verband met drugshandel, bereikt de verhouding met Nederland een nieuw dieptepunt. Wijdenbosch die aanvankelijk als een stroman van Bouterse wordt beschouwd, gaat gaandeweg meer en meer solo. Eind jaren negentig wordt hij beschouwd als een machtsdronken man en wordt hij verantwoordelijk gesteld voor de hyperinflatie die Suriname op dat moment teistert. De breuk met Bouterse ligt er dan ook aan te komen. Op de vooravond van de verkiezingen in 2000 keert Wijdenbosch de NDP en Bouterse de rug toe en richt hij zijn eigen partij op.
De verkiezingen van 2000 worden geen succes voor de NDP van Bouterse en de nieuwe partij van Wijdenbosch. De NDP behaalde slechts 7 zetels, de partij van Wijdenbosch strandde op 3 zetels. Het Nieuw Front daarentegen behaalde met 33 zetels opnieuw de absolute meerderheid. Venetiaan werd voor de tweede keer verkozen tot president. In de regeerperiode 2000-2005 kwam Venetiaan echter opnieuw onder druk te staan door de slechte economische situatie. Tijdens de start van een lange campagne begin 2005 werd uit peilingen duidelijk dat het Nieuw Front niet afstevende op een gemakkelijke overwinning en dat het zijn meerderheid van zetels zou kunnen verliezen. Dit voorspelde verlies kwam de NDP van Bouterse en het VVV van voormalig president Jules Wijdenbosch ten goede. Verder bleek uit de peilingen dat de jonge kiezers die voor het eerst naar de stembus zouden gaan, overwegend NDP en VVV zouden stemmen (IDOS-DWT, 2005).
Een belangrijk incident tijdens de verkiezingscampagne was een uitspraak van de Amerikaanse tweede staatsecretaris Rogers Noriega begin maart 2005. Ze stelde in de Surinaamse media dat ‘de Verenigde Staten en vele andere landen moeilijk banden kunnen onderhouden met een Surinaamse regering, die wordt geleid door een veroordeelde drugshandelaar.’ Dit overduidelijk stemadvies was waarschijnlijk ingegeven door het groeiende succes en populariteit van Bouterse en zijn partij in de campagne. Het leek op basis van IDOS-DWT-peilingen dat de partij van Bouterse in de lift zat en de grootste partij zou kunnen worden. Officiële Amerikaanse uitspraken tijdens de verkiezingscampage in Suriname zijn geen nieuw fenomeen. Ook tijdens de campagne voor de verkiezingen in 1991 hadden Amerikaanse officiële instanties zich op gelijkaardige wijze gemengd in de verkiezingscampagne. Niettemin was ook nu de reactie van de politieke klasse, al dan niet gemeend, afkeurend. Uit peilingen uitgevoerd door IDOS na de uitspraken van de Amerikaanse tweede staatssecretaris bleek dat meer dan 25 procent van de mensen dacht dat het Amerikaanse stemadvies zou worden opgevolgd. Iets minder dan 50 procent dacht van niet (IDOS-DWT, 2005). De Amerikaanse belangstelling voor Suriname wordt in belangrijke mate bepaald door economische motieven. De bauxietontginning is één van de belangrijkste industriële activiteiten in Suriname. Amerikaanse bedrijven zijn binnen deze sector de belangrijkste partners. Daarnaast beschikt Suriname over olievoorraden waar internationaal opererende concerns in participeren. De Verenigde staten lijken bovendien Suriname als een belangrijk doorvoerland voor drugs naar Europa en Noord-Amerika te beschouwen. Het aan de macht komen van onbetrouwbare politieke leiders in Suriname zou dan ook de strategische belangen van de Verenigde Staten kunnen schaden.
Of het te wijten was aan de Amerikaanse uitspraken of niet, Bouterse behaalde een minder grote overwinning dan aanvankelijk werd voorspeld. Hetzelfde geldt voor de VVV van Jules Wijdenbosch. Ook deze partij zou minder sterk voor de dag komen dan opiniepeilingen deden vermoeden. Opmerkelijk voor de campagne was bovendien dat het aantal onbesliste kiezers tot vlak voor de verkiezingen in zowat alle districten rond de 30 procent schommelde. In het kiesdistrict Paramaribo was dit ook reeds bij vorige verkiezingen het geval. Nieuw was evenwel dat het hoge aantal onbesliste kiezers nu ook in de andere meer landelijke districten vrij hoog bleef (IDOS-DWT, 2005). Uiteindelijk bleek het Nieuw Front in staat om het grootste deel van die onbesliste kiezers te overtuigen voor de partij te stemmen en kon het wat van zijn achterstand in de peilingen goedmaken. Echter onvoldoende om de meerderheid van zetels in het parlement te behouden.
Alhoewel inhoudelijke thema’s, zoals de slechte economische situatie en de dalende koopkracht, aan bod kwamen, was de campagne grotendeels gebaseerd op een doorgedreven cliëntelisme. Uitdelen van T-shirts, petjes en andere gadgets waren legio. Militanten werden gemobiliseerd voor massabijeenkomsten tegen betaling. Het leveren van voedingsmiddelen en andere gebruiksvoorwerpen was een standaardprocedure bij een bezoek van de campagneteams in de dorpen.

Verkiezingsresultaten mei 2005

De opkomst bij de verkiezingen bedroeg 66 procent. In vergelijking met 2000 een daling van 6 procent. De Nieuw Front-coalitie bleef het grootste kartel met 41,04 procent van de stemmen (47,55 procent in 2000) en verloor 10 zetels. Het behaalde in totaal 23 van de 51 zetels en verloor hierdoor haar absolute meerderheid in het parlement.
De grote winnaar van de verkiezingen was de partij van Bouterse, de Nationaal Democratische Partij (NDP). De partij verdubbelde haar zetelaantal met een stijging van 15 naar 23 procent van de stemmen.
Naast deze twee grootste politieke spelers, behaalden drie andere lijsten zetels. De Volksalliantie voor Vooruitgang (VVV)3 van voormalig president Jules Wijdenbosch behaalde vijf zetels met 14,38 procent van de stemmen. Hoofdzakelijk omwille van een buitengewoon goed verkiezingsresultaat in het district Marowijne (49 procent van de stemmen), was ook de A-combinatie relatief succesvol met 5 zetels met 7,52 procent van de nationale stemtotalen. Het succes van de A-combinatie in het district Marowijne kan in belangrijke mate verklaard worden door haar leider Ronnie Brunswijk, die er zijn thuisbasis heeft sedert de ‘binnenlandoorlog’. Tot slot haalde ook een kleinere lijst, de A1-combinatie4 drie zetels met een nationaal stemtotaal van 6,11 procent van de stemmen.

Regeringsvorming

Het National Front, een coalitie van vier partijen, vormde de regering tussen 2000 en 2005. Omdat het Nationaal Front de meerderheid in het parlement verloor en geen enkele andere partij (of kartel van partijen) de absolute meerderheid behaalde, ontstond een bijzonder complexe politieke situatie.
De eerste stap in de regeringsvorming is de verkiezing van de president. De verkiezing van de president is een noodzakelijke eerste stap, omdat de president de vorming van een regering leidt. Hij is bevoegd om ministers te benoemen en te ontslaan. De verkiezing van de president gebeurt op basis van een tweederde meerderheid in het parlement (34 zetels). Als er geen president verkozen raakt in twee ronden moet de Verenigde Volksvergadering uitkomst brengen. Deze Verenigde Volksvergadering bestaat uit alle parlementsleden plus alle lokale mandatarissen van de districtsraden en ressortsraden. Het betreft hier in totaal 896 vertegenwoordigers. Een absolute meerderheid in deze Verenigde Volksvergadering volstaat om als president verkozen te zijn. Omdat de NDP en de VVV de kandidatuur van de uittredende president Venitiaan weigerden te steunen en zelf kandidaten naar voren schoven voor het presidentschap, werd snel duidelijk dat geen enkele kandidaat kon rekenen op een tweederde meerderheid in het parlement. Na twee mislukte stemrondes in het parlement werd vervolgens de Verenigde Volksvergadering bijeengeroepen: 546 leden van deze volksvergadering zijn van Nationaal Front-signatuur en de verkiezing van Venitiaan op 3 augustus 2005 werd binnen de ‘Verenigde Volksvergadering’ dan ook vrij gemakkelijk gerealiseerd. In de tussentijd waren het Nationaal Front en de A-combinatie al onderhandelingen gestart voor de vorming van een regering onder leiding van Venitiaan. De onderhandelingen draaiden voornamelijk rond de verdeling van ministermandaten tussen de verschillende partijen van de verschillende kartels. Aangezien het Nationaal Front een coalitie van 4 partijen omvat en de A-combinatie een lijstsamenstelling was van 3 partijen, ging het hier om onderhandelingen tussen twee kartels en binnen deze kartels moesten daarnaast nog eens afspraken worden gemaakt over wie welke portefeuille zou toegewezen krijgen. Onmiddellijk na de verkiezingen stapte de partij DA’91, die één vertegenwoordiger in het parlement had, op uit het A1-combinatie-kartel. Deze partij werd opgenomen in de regeringsvorming. Dit resulteerde in een onderhandeling tussen 8 partijen voor de vorming van de regering. In totaal werden 17 ministerposten gecreëerd voor 7 partijen (zie tabel). De achtste partij Seeka, die deel uitmaakt van de A-combinatie-lijst, kreeg een plaats toegewezen in de Staatsraad. Het volledige naspel van de verkiezingen heeft door deze complexe politieke situatie zowat 4 maanden in beslag genomen.

Tabel. Verdeling van het aantal ministermandaten per partij

Democratische toekomst?

Met de vijfde eerlijke en vrije verkiezingen in mei 2005 na de val van het dictatoriale regime in 1987 lijkt Suriname een geslaagd democratiseringsproces te hebben doorgemaakt. Het multi-etnische karakter van de Surinaamse samenleving wordt tot op heden in het publieke leven door elites en bevolking als troef naar voor geschoven. Dit kan in belangrijke mate worden verklaard doordat de vier belangrijkste etnische groepen ongeveer even groot zijn en geen enkele groepering een andere numeriek kan domineren. Ook de rol van de (politieke) elites mag niet worden onderschat. Zij zijn zich bewust van de verschillen maar hebben tot op heden steeds geopteerd voor een sterke samenwerking en zijn er als de dood voor om etnische tegenstellingen politiek en publiek uit te spelen. Hopelijk kan Suriname die lijn van samenwerking ook in de toekomst doortrekken.
Niettemin wacht het politieke bestel een moeilijke periode. Een regering bestaande uit zeven verschillende partijen kan bezwaarlijk als ideaal worden beschouwd. De rijzende populariteit van Bouterse en zijn populistische retoriek in de volkswijken en het parlement zijn een permanente bedreiging voor de regering. Volgens een recente peiling uitgevoerd door IDOS zou zes maanden na de verkiezingen slechts 14 procent van de kiezers tevreden zijn met het werk dat de huidige regering aflevert. Bijna de helft van de kiezers vindt bovendien dat de regering best zijn ontslag zou geven. Mochten er nu verkiezingen worden gehouden, dan zou maar liefst één op drie kiezers in Paramaribo stemmen voor de NDP van Bouterse en het Nieuw Front zou terugvallen op 20 procent, een verlies van de helft van zijn kiezers. Bouterse blijft ook 25 jaar na de staatsgreep een politieke factor van betekenis. De nasleep van de ‘decembermoorden’ van 1982 zal zijn ontknopping weldra kennen. Het blijft nog maar de vraag of Bouterse werkelijk voor het gerecht zal worden gedaagd en in beschuldiging zal worden gesteld. Volgens de hierboven vermelde peiling, vindt twee derde van de Surinamers dat Bouterse niet voor het gerecht moet komen. De Surinamers lijken ervoor te kiezen om het verleden te laten rusten of om Bouterse aan de tand te voelen via een waarheidscommissie. Hoe dan ook, Bouterse voert op dit moment een gevecht voor zijn politiek overleven. Hij lijkt daarbij te kunnen steunen op een groeiende populariteit. Hij zet daarbij alle, tot nog toe, niet gewelddadige middelen in. Het valt te hopen dat het daarbij blijft.

Patrick Vander Weyden
IPSoM, Katholieke Universiteit Brussel

*Noten *
1/ De A-combinatie is een kartel van drie partijen: ABOP (Algemene Bevrijdings- en ontwikkelingspartij,de partij van Brunswijck), SEEKA (voorzitter Paul Abena) en BEP (Broederschap en Eenheid Partij, partij van Caprino Alendy)
2/ Het Nieuw Front is een coalitie van vier partijen: de hindoestaanse partij VHP, de creoolse partij NPS, de Surinaamse Partij van de Arbeid (SPA) en de Javaanse partij, Pertjajah Luhur.
3/ De VVV is een kartel van 6 partijen: BVD (Basispartij voor Vernieuwing en Democratie), Pendawa Lima, PPRS (Party Pembangunan Rakjat Suriname), KTPI (Kerukun Tulodo Pranantal Inygal) en DNP 2000 (Democratisch Nationaal Platform), DA (Democratisch Alternatief, een kleine hindoestaanse partij).
4/ De A1-combinatie is een kartel van vijf partijen: APS of AZP (Amozone Partij Suriname), D21 (Democraten van de 21ste eeuw, kleine Javaanse partij die een afsplitsing is van KTPI), DA91 (Democratisch Alternatief 91, wat opzichzelf bestond uit twee partijen AF en BEP in 2000, en dat zichzelf in 2000 beschouwde als het D66 van Suriname: BEP doet in 2005 mee met de A-combinatie), PVF (belangenpartij van landbouwers; politieke vleugel van de FAL) en Trefpunt 2000.

Bibliografie
- IDOS-DWT, 2005. Beide DNA zetels in Coronie van de NDP. Peiling 8 april 2005. IDOS, Paramaribo
- IDOS-DWT, 2005. Paramaribo en overige districten nog steeds in de greep van de zwevende kiezer. Peiling 23 mei 2005 IDOS, Paramaribo
- IDOS-DWT, 2005. Stemgedrag ‘nieuwe groep kiezers’ blijkt overwegend pro NDP en VVV te zijn. Peiling 25 januari 2005. IDOS, Paramaribo

Suriname - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 3 (maart), pagina 42 tot 47