Log in

'Ik zal zeggen wat ik denk en doen wat ik zeg'

De overwinning van Michelle Bachelet in Chili

De verkiezing van de linkse Michelle Bachelet moet zeker als een keerpunt in de Chileense geschiedenis worden gezien. Zij is de eerste verkozen vrouwelijke president in Latijns Amerika, heeft een uitgesproken socialistische achtergrond, zat gevangen, werd gemarteld en uiteindelijk verbannen tijdens de militaire dictatuur. Zij is de gescheiden moeder van drie kinderen van twee verschillende vaders. En vooral: zij streefde nooit naar de macht. Kan deze wonderbaarlijke verkiezing ook het begin zijn van een nieuw tijdperk in Chili?

Eén ding staat vast. De jongste verkiezingsuitslag laat een sociologische verandering in Chili zien. Traditioneel stond Chili bekend als een land dat netjes in drieën was opgedeeld. Eén derde voor de rechterzijde, één derde voor de linkerzijde en één derde voor het centrum. Vandaar dat het altijd moeilijk was om een uitgesproken meerderheid te halen en dat ook Salvador Allende slechts met de hulp van de christendemocraten in het Parlement tot president kon worden verkozen.
Vandaag haalde de rechterzijde in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen weliswaar 48,67% van de stemmen, maar de Pinochet-erfgenaam Joaquín Lavín die vijf jaar geleden nog als de onvermijdelijke overwinnaar werd gezien, viel terug op de derde plaats met 23,23% van de stemmen. De tweede kandidaat, Sebastián Piñera, die het uiteindelijk moest afleggen tegen Michelle Bachelet, behaalde 25,44% en is een uitgesproken neoliberaal - één van de rijkste mannen van Chili - die zich derhalve ook af en toe als progressief aandient. In het parlement haalde zijn partij nauwelijks 14,14% van de stemmen.
Aan de linkerzijde is de macht van de communistische partij, in coalitie met de humanistische partij, teruggevallen op 5,39%. Dit verlies kan grotendeels worden verklaard door het overlijden van de historische voorzitster Gladys Marín en door het feit dat het huidige kiesstelsel geen parlementaire vertegenwoordiging voor kleine partijen mogelijk maakt.
In de eerste ronde haalde de kandidate van de Concertación, de coalitie van sociaal- en christendemocraten die sinds de val van Pinochet aan de macht is, 45,93% van de stemmen. Dit is minder dan de optelsom van haar twee tegenkandidaten. In de tweede ronde haalde ze echter 53,49% en haar tegenstander slechts 46,5%. Michelle Bachelet kwam als overwinnaar uit de bus in alle regio’s, behalve één, en kreeg zowel van mannen (53,69%) als van vrouwen (53,32%) een meerderheid.1 Op die manier haalde Bachelet een nog beter resultaat dan in de parlementsverkiezingen die samen met de eerste ronde werden gehouden. Daar haalde de Concertación 51,77% van de stemmen en dus hoe dan ook een meerderheid. Ze haalde ook meer dan de populaire president Lagos in 1999 (51,31%). Het allermooiste is echter de hoge participatiegraad (slechts 12,9% van de kiezers kwam niet stemmen), hoewel de verkiezingen midden in de zomervakantie vielen. Het aantal blanco en ongeldige stemmen bedroeg minder dan 2%.
Michelle Bachelet had aanvankelijk alles tegen. Alle kenmerken die in de inleiding van dit artikel worden vermeld, worden in dit macholand nog steeds als erg negatief ervaren. Echtscheiding is er slechts enkele jaren terug legaal toegestaan. Dat een vrouw - kinderarts en defensiedeskundige - wiens vader in de gevangenis van Pinochet is gestorven (een generaal van de luchtmacht, in dienst van Allende), die samen met haar moeder werd opgesloten en gemarteld, die vijf jaar in Oost-Duitsland in ballingschap heeft geleefd, die in de clandestiniteit politiek actief is gebleven en altijd een uitgesproken links profiel heeft behouden, nu president van de republiek wordt, is meer dan bewonderenswaardig. Ze werd minister van gezondheid in de regering van de socialistische president Lagos en nadien minister van defensie. In die functies heeft ze, ongewild en onbewust, met een natuurlijk talent voor dialoog, een enorme populariteit opgebouwd. Politieke ambities stonden nooit op haar agenda, maar telkens opnieuw werd ze gevraagd en gekozen wegens haar verstand en haar sérieux. En wegens haar vermogen om naar mensen te luisteren en met mensen te praten.
Dat deze overwinning ook samen valt met het ogenblik waarop dictator Pinochet voor het eerst zijn onschendbaarheid verliest in een zaak van mensenrechtenschendingen, is niet toevallig. De afgelopen vijf jaar werd de grondwet van de militaire dictatuur ook definitief veranderd. De transitieperiode is nu wel degelijk achter de rug. Met een alleenstaande moeder aan de macht, moeten we hopen dat ook de maatschappelijke modernisering nu een feit wordt.
Haar eerste belofte, om een paritaire regering van mannen en vrouwen samen te stellen, is in elk geval ingelost.

Een socialistisch succes in een neoliberaal land?

De overweldigende overwinning van Michelle Bachelet kan ook worden gezien in de ‘verlinksing’ van Latijns-Amerika. Venezuela en Bolivië hebben ‘anti-imperialistische’ presidenten. Brazilië, Uruguay en Argentinië zijn meer sociaaldemocratisch en proberen het juk van het IMF af te werpen. In Peru is het niet uitgesloten dat een nationalistisch kandidaat de verkiezingen wint. Ecuador heeft een linkse president maar voert een neoliberaal beleid. Enkel Colombië blijft uitgesproken rechts. De andersmondialiseringsbeweging heeft hier ontegensprekelijk een invloed gehad. Na twintig jaar ‘structurele aanpassingen’ is de ‘tijdsgeest’ in Latijns-Amerika weer gedraaid. De successen van dat beleid blijven uit, de bevolking is er slechter aan toe dan in 1980 en er is meer en meer verzet tegen de vrijhandelsakkoorden die de VS wil opleggen.
Echter, Chili beantwoordt niet helemaal aan dit plaatje. Economisch gaat het er zeer goed. De groei bedroeg in 2005 weer 6%, na hoge cijfers in de jaren 1990 en een dal van 1999 tot 2002. Sinds de militairen van de macht zijn verdreven is de armoede van 45% naar 18,8% terug gedreven. Volgens sommigen kon Chili een socialistisch president verkiezen, juist dankzij het succes van het neoliberalisme.
Maar ook dat verhaal klopt niet. Want al vertoonde en vertoont het beleid duidelijke kenmerken van het neoliberalisme, op andere punten is het er volledig mee in strijd. Het beleid van de Chicago boys dat door Pinochet werd ingevoerd is mislukt. Dat is gebleken uit de crises van 1975 en 1982, de trage groei tijdens die hele periode en de schuldenlast die door de overheid van de particuliere bedrijven moest worden overgenomen. De groei is pas echt op gang gekomen in de jaren 1990, met het beleid van de Concertación.
Er zijn drie belangrijke punten waarin het beleid afwijkt van de neoliberale dogma’s. Ten eerste is de overheid altijd een zeer belangrijke rol blijven spelen. Het kan niet genoeg worden herhaald: de aanleiding voor de coup tegen Allende was de nationalisering van de kopermijnen, maar Pinochet heeft die mijnen nooit opnieuw geprivatiseerd. Wel betaalde hij honderden miljoenen dollar schadevergoeding. Codelco is tot op vandaag eigendom van de staat en zorgt voor een zeer belangrijk deel van de overheidsinkomsten. Een deel van de winst gaat trouwens rechtstreeks naar het leger. De Chileense overheid is altijd een belangrijke rol blijven spelen in het economische leven van het land en heeft nog flink wat andere bedrijven in eigendom.
Ten tweede heeft de overheid een rem gezet op het vrije kapitaalverkeer dat vandaag meer en meer als de rechtstreekse schuldige van de toenemende armoede en ongelijkheid wordt gezien. Door het bevriezen van een deel van de kapitaalimport, kon Chili het speculatieve kapitaalverkeer vermijden. De buitenlandse investeringen werden er niet door tegen gehouden.
Ten derde heeft Chili zijn binnenlandse markt niet volledig verwaarloosd. De regeringen van de Concertación hebben er met hun sociaal beleid voor gezorgd dat de bevolking meer koopkracht kreeg en op die manier de markt kon aanzwengelen.
Op twee andere punten werd het neoliberale beleid wel gevolgd. Chili is een exportland en voert vooral natuurlijke hulpbronnen uit. Daarnaast werd het sociaal beleid grotendeels geprivatiseerd - gezondheidszorg, onderwijs, pensioenen - wat van Chili een van de landen met de grootste ongelijkheid heeft gemaakt. Juist op die twee punten zal het beleid wel moeten veranderen, want dit exportbeleid is niet-duurzaam en sociaal is de ongelijkheid ook een tijdbom.
Chili exporteert vooral zijn natuurlijke hulpbronnen. Traditioneel is dit vooral koper, en door de stijging van de grondstoffenprijzen zit het land momenteel met een aanzienlijk handelsoverschot. Maar daarnaast is Chili een van de grootste exporteurs ter wereld geworden van gekweekte zalm. Ook de fruitteelt en de bosbouw doen het geweldig goed. Maar op die manier is Chili zijn natuurlijk kapitaal aan het uitverkopen. Onderzoek toont aan dat het bbp weliswaar blijft toenemen, maar dat de ISEW-indicator voor Sustainable Economic Welfare aan het dalen is. De groei is niet-duurzaam maar eindig. In de bosbouw wordt nu weliswaar meer en meer herbebost en slechts een miniem deel van de export is hout van de oerbossen. Toch schiet de wetgeving nog steeds tekort en zou een diversifiëringsbeleid meer dan welkom zijn.
Het exportsucces is ook te danken aan de gedereguleerde arbeidsmarkt. De meeste arbeiders hebben een precair statuut, geen sociale voorzieningen en uiterst lage lonen. Het sociaal beleid van de jongste regeringen heeft weliswaar voor een enorme daling van de armoede gezorgd, maar de ongelijkheid blijft toenemen. En terwijl de hoogste inkomens blijven stijgen, dalen de laagste inkomens. Twintig procent van de rijksten halen 62,2% van alle inkomens binnen. De twintig procent armsten halen slechts 3,3%. Het kan daarom niet meer volstaan om mensen meer werk te bezorgen. In 68% van de arme gezinnen zijn er twee of zelfs drie leden actief op de arbeidsmarkt. De lonen zullen naar omhoog moeten en het is zeer waarschijnlijk dat de werkgevers hier niet zo enthousiast zullen over zijn.
De privatisering van de sociale zekerheid en het onderwijs laat ondertussen ook haar grenzen zien. Onderwijs is in zekere zin het best geslaagd. Zeven op de tien studenten in het hoger onderwijs zijn de eersten in hun familie die inderdaad naar de universiteit kunnen gaan. Maar het grote probleem van de particuliere universiteiten is hun ideologische of religieuze invalshoek. Jongeren horen niets meer over enig pluralisme in het denken. Filosofisch en humanistisch bekeken is dit zeer problematisch voor de toekomst. Jongeren die opgroeien met vaste waarheden en dogma’s, zonder enig historisch inzicht, zullen in crisissituaties weinig oplossingen te bieden hebben.
Het gezondheisstelsel is uitgegroeid tot een duaal systeem. Slechts een derde van de artsen werkt in de openbare sector, terwijl driekwart van de Chilenen er noodgedwongen een beroep op doen. Specialisten zijn nauwelijks te bewegen om voor de overheid te gaan werken. De particuliere sector is uitstekend, maar onbetaalbaar voor de gewone sterveling.
Het pensioenstelsel tenslotte verkeert nu al in een zware crisis en men beseft dat de gemaakte keuzes niet de juiste waren. De overheid zit nog met de restanten van een repartitiestelsel, waarvoor geen inkomsten meer binnenkomen. De particuliere pensioenkassen kunnen, in tegenstelling tot hun beloften, slechts een minimaal gedeelte van de laatste lonen uitbetalen. Hun rendement is uitstekend, maar daar hebben de gepensionneerden weinig aan. Omdat de lonen ook te laag zijn om permanent bijdragen te kunnen betalen, zullen de meesten terugvallen op het minimumpensioen dat de overheid verplicht is uit te betalen. Dat is een zware financiële dobber voor de overheid, terwijl het de gepensioneerden ook niet toelaat een ietwat decente levensstandaard te halen. De internationale financiële instellingen geven al deze moeilijkheden toe, maar een echt nieuwe strategie hebben ze nog niet voorgesteld.
Deze zware sociale schuld is dus wel een enorme uitdaging voor de nieuwe regering. Gelukkig is er op dit ogenblik voldoende geld dankzij de hoge koperprijzen. Maar alles hangt dus af van de duurzaamheid van de export, van de stijgende grondstoffenprijzen en van de bereidheid van de werkgevers om mensen een degelijk statuut en een decent loon te geven.

Een moeilijke opdracht

Of president Bachelet deze zware opdracht zal aankunnen is zeer de vraag. Opvallend is dat haar programma niets zegt over de economie. In die zin is dit weer typisch neoliberaal. Het macro-economisch beleid wordt aan de democratie onttrokken. Wel wordt er gesproken over gelijke kansen, een beter sociaal beleid, meer steun voor kleine ondernemingen, enz. Hier treedt duidelijk een spanning op tussen democratie en economie, en dat zou de nieuwe regering wel eens parten kunnen spelen.
Een tweede punt is uiteraard dat Bachelet een coalitieregering heeft van christen- en sociaaldemocraten en beloofd heeft de president van alle Chilenen te zullen zijn. Ook dat staat een links beleid in de weg en er is in Chili zeker geen consensus over een nieuwe koers. Indien Bachelet een stuk van de sociale schuld wil afbouwen, zal ze reeds heel wat verzet moeten overwinnen, ook in haar regering. Haar duidelijke overwinning en haar meerderheid in het parlement geven haar zeker meer armslag, maar erg groot is de marge niet.
Bachelet heeft de Chilenen meer participatie en meer dialoog beloofd. Dat is zeker toe te juichen. Als Bachelet erin slaagt niet enkel een nieuwe stijl, maar ook een nieuwe inhoud aan het beleid te geven, dan haalt ze een eclatant succes.
Deze verkiezingsoverwinning kan ook een invloed hebben op Europa. Overal blijkt dat de kiezers de grijzemannenpolitiek wat moe zijn. Vrouwen met een vernieuwende boodschap en hopelijk ook een nieuw beleid, scheppen nieuw vertrouwen. Dat verklaart de populariteit van Angela Merkel in Duitsland en van Ségolène Royal in Frankrijk. Vrouwen, nu ook de redders van de democratie?

Francine Mestrum
Redactielid en Doctor in de sociale wetenschappen

Noot
1/ Zoals in de meeste Latijns-Amerikaanse landen zijn de stembussen voor mannen en vrouwen gescheiden in Chili. De dag van de verkiezingen mag er gedurende 24 uur ook nergens alcohol worden verkocht of geschonken.

Chili - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 3 (maart), pagina 38 tot 41